Ontvouw haar

toa-heftiba-274947-unsplash

Photo by Toa Heftiba on Unsplash

Hier zit ik dan. Ingeduffeld op de sofa met papieren zakdoeken binnen handbereik. Fijne afspraken van vandaag en morgen geannuleerd. Mijn compagnon de toegangskaarten voor de voorstelling van vanavond doorgestuurd. Overnachting geannuleerd. Afspraken van morgen afgezegd. Werk verwittigd.
Niet noodzakelijk in die volgorde trouwens.

Nochtans zou het maar een halve werkdag geweest zijn.
Dat de huisarts opnieuw zei dat het goed is om naar mijn lichaam te luisteren.
Bevestiging: Check!
Welke keuze heb ik? Al grienend van pijn en verdriet proberen wat dossiers weg te werken in een tempo dat aan 1/3 ligt van van de normale snelheid omdat onzekerheid elk woord wikt en weegt?!

Misschien moet ik vandaag mijn boekenkast eens inspecteren. Onze Alice even vergezellen in Wonderland. Wat magie uit de kinderwereld in mijn leven binnenbrengen. En doorvoelen wat het geeft.
Misschien blijft er een sprankeltje hangen waaraan ik me kan optrekken. Een donsveertje, zoals ik er vaak langs het water vind. Of een welgevormde en glanzende kleurrijke veer die ik zo in de inktpot kan doppen om statig een brief aan te heffen.

Dat herinnert me aan de lessen technisch tekenen in het vijfde en zesde middelbaar. Waar we ruimtefiguren die elkaar doorboorden met Chinese inkt vormgaven op ons 2D-A3-blad. Met zorg. Met vaste hand. Wat is zichtbaar, wat niet. Dikke volle lijn of niet.
Daar had ik één keer een discussie over met de leerkracht. Ze moest me uiteindelijk gelijk geven. De snede lag weliswaar aan de achterkant van beide figuren, maar was zichtbaar via de opening aan de voorzijde.
Die lessen en opdrachten vond ik zalig.
Hoe mijn klas- en tekentafelgenoot er weinig inzicht in had en ik hem graag op weg hielp het te begrijpen en toe te passen.

Wat brengt deze dag?
Ik voel dat ik niet meer buiten zal gaan vandaag.
De stilte en ik gaan de dag vormgeven.
Enkele mensen hebben me via mail al aangegeven dat ze me willen briefen over de gemiste bijeenkomst van gisteren. Dat vind ik fijn. Daar ga ik zeker op inhaken.

Een rij schoolkinderen passeert druk kakelend mijn huis. En het geluid ebt weer weg.
Stilte baart alweer een nieuwe rij. Op weg naar…

De toekomst. Hoe ontvouwt zij zich?
Tot hun toekomst. Door ons.

 

Naastenliefde

gleren-meneghin-246485

Photo by Gleren Meneghin on Unsplash

Ik was net liefdevol mijn plantjes aan het verzorgen toen er op de voordeur werd geklopt. Mijn buurvrouw, met een plateau vol dampend eten en hapjes.
Het is Nieuwjaar in haar land vandaag, haar man had gekookt en ze hadden eten over. Of alles goed was met de kinderen.

Ik vroeg haar even binnen te komen omdat de buitenlucht mijn huisje afkoelde.
Net als een week voordien toen ik haar voorbijfietste en even stopte om te vragen hoe het met haar ging, gaf ze aan dat haar huisbaas de herstellingen niet uitvoert. Ze wachten al heel lang. Vanochtend vertelde ze uitvoerig: het dak lekt, ze heeft een grote schimmelvlek op de muur, de verwarmingstoestellen slaan niet altijd aan en geregeld valt de elektriciteit uit. Ik had haar toen beloofd één en ander op te zoeken en zei haar vanochtend dat ze in haar huurcontract moet kijken welke herstellingen ze zelf moet doen en welke voor zijn rekening zijn. Dat ze eerst een aangetekend schrijven moet sturen naar haar huisbaas met een oplijsting van alle problemen. Als hij dan nog in gebreke blijft, kan ze verdere stappen ondernemen. Ik vond modelbrieven.

Maar de opsomming die ze gaf voelt dringend. Is de brandveiligheid trouwens wel in orde bij mijn buur? Ze gaf bij mijn opmerking dat de schimmelvlek niet gezond is aan dat ze soms ademhalingsproblemen heeft.
Ze gaf aan dat haar huisbaas altijd boos wordt als ze melden dat er een probleem is.
Hij zegt dan dat ze maar moeten betalen voor de herstellingen. En dat ze beter ergens anders gaan wonen. In september wonen ze er twee jaar, ze hebben een contract van drie jaar.

Dat lieve koppel doet wellicht te moeilijk. Fijne zachtaardige mensen. Ik zei haar nog dat ik vanochtend gemediteerd heb. Zij mediteert ook. Yoga niet, mediteren wel. Ik kan hen heel moeilijk verstaan door het gebrekkige Nederlands, maar ze zijn vriendelijk en dankbaar en rustige buren.
Ze keek op onze portretfoto aan de muur van mama en dochters en was vol lof over hoe mijn jongste haar laatst te woord had gestaan toen ze kwam vragen of we ook elektriciteitspanne hadden. Hoe ze haar op de elektriciteitskast had gewezen en aangaf de zekeringen te controleren.
Hoe erg mijn dochter op me lijkt, glimlachte ze nog. Dezelfde ogen, dezelfde mond en dezelfde lach. Ze had het weer eens tegen haar man verteld.

Ik beloofde verder op zoek te gaan, want een aangetekend schrijven sturen naar een man die al niet vriendelijk doet lijkt me misschien toch niet de beste oplossing. Of er misschien bemiddeling bestaat. Maar bij mijn zoektocht daarstraks kwam ik al snel tot de constatatie dat de problemen die ze omschrijft wel eens op ‘onbewoonbaar’ zouden kunnen uitdraaien als er een onderzoek aan te pas komt.
Dat zou ik een eerlijk verdict vinden. Maar voor dit koppel is het uiteraard geen oplossing. Waar moeten ze dan terecht?

En meteen kwam die al lang sluimerende wens weer naar boven om zelf te verhuizen naar een cohousing project. Zodat zij in mijn huisje terecht kunnen, al dan niet tijdelijk.
Heb meteen het plaatselijk cohousing project waar ik acht jaar geleden al een kort traject mee liep, een mail gestuurd. En morgen adviseer ik mijn buurvrouw om in het sociaal huis van de stad haar situatie te gaan uitleggen. En als het niet lukt vanwege de taal, dan zoek ik samen met haar naar een oplossing, als ze dat wil.

Misbruik. Graaiers. Geldklopperij. Ik kan er echt, echt, echt niet tegen!

 

 

 

Tegenlicht

molly-belle-73279

Bij mijn weten ligt er in de organisatie waar ik werk geen visietekst over de inzet van ervaringsdeskundigen in de la van de directie. Ooit goedgekeurd door de Raad van Bestuur na wijs beraad. Toch werk ik er nu iets meer dan zes maanden en ben ik net aangeworven omdat ik inmiddels al tien jaar deuren plat loop op mijn eigen-wijze manier in de sector van de geestelijke gezondheidszorg.

Tien jaar als vrijwilliger. Als iemand die weet wat het is om chronisch psychisch ziek te zijn, dagelijks nog keihard knokt om daarmee om te gaan en zo meer inzicht krijgt in eigen denkpatronen en vooroordelen. Wijs te worden, zeg maar. En inzichten over wat ze ervaart, leert en oppikt te delen.

Als iemand die zo gevoelig is dat ze geen woorden nodig heeft om kink in een sfeer te vatten, maar dat aspect pas kon plaatsen nadat ze een vorming ‘hoogsensitiviteit: gave of opgave’ volgde, nu alweer vijf jaar geleden. Niet georganiseerd door de sector waarin ik me begeef overigens. Of hoe vreemd het is, om zelfs met je diagnose ineens niet meer zo vreemd te zijn tussen andere mensen die toevallig ook hooggevoelig zijn.

Was dat mijn intentie, werken in de Geestelijke Gezondheidszorg? Helemaal niet.
Had ik er een visie over? Helemaal niet.
Ervaring? Dat wel, als patiënt in diverse opnames.

Die visie en intentie zijn gegroeid. In de eerste plaats door te ervaren hoe eenzijdig de blik op zorg vaak is bij hulpverleners. Het sterke wij-zij denken. En het zien welke kloven kunnen dichten als je er een brug tussen bouwt. Tussen dat ‘wij’ en ‘zij’. Want ook onder de ‘wij’ van hulpverleners functioneren ’zij’ die ook de pet van de patiënt dragen. Maar er niet voor durven uitkomen omdat ze dan hun job kunnen verliezen.
Want hoe kan je voor anderen zorgen als je zelf niet helemaal ‘gezond’ bent, toch?
En ik zwijg nu even over de plaats van de familie, om het niet nodeloos ingewikkeld te maken.

Maar laat net dat onderdeel ‘inzet van ervaringsdeskundigheid’ deel hebben uitgemaakt van wetenschappelijk onderzoek. En laat nu net aangetoond zijn dat de inzet van ervaringsdeskundigen het herstel van de patiënt in de geestelijke gezondheidszorg bevordert.
‘Ja maar, hoe moet dat dan?’ hoor ik u denken. ‘We kunnen toch geen patiënten aannemen, die zijn onbetrouwbaar.’

Ja, dat zou je als werkgever kunnen zeggen.
Maar mag ik dan twijfelen aan uw goede zorg? Want waarvoor lapt u uw patiënten op? Zodat ze terug een rol kunnen opnemen in de maatschappij, toch?
Zodat ze weer betaald aan de slag kunnen misschien, toch?
Zodat ze u in die zorg voor anderen kunnen bijstaan ook? Of is dat toch net een brug te ver?

Ik werk nu zes maanden halftijds als betaalde frisdenker bij mijn huidige werkgever. Daarvoor werkte ik de helft van de uren bij een startup bedrijf. Daar had ik heel vaak mijn jobcoach nodig om mezelf in gezonde banen te blijven houden. Bij mijn huidige werkgever heb ik nog amper op die dienst beroep gedaan. Maar het besef dat ik iemand kan contacteren als ik het moeilijk heb op het werk, dat is een hele geruststelling. Dat mijn eigen-wijsheid en kwetsbaarheid bespreekbaar mogen zijn op de werkvloer is een steun. En werk mogen doen waarin ik geloof en waarvan ik zie wat het effect is op mensen die ik her en der inspireer of hoop geef, dat is waarvoor ik het doe.
In goede en kwade dagen.

De menselijke kant, zeg maar. De menselijke kant van zorg.

Mmmh. Dat vind ik wel een mooie om het weekend mee in te nemen.

Hoopverlener

sparkle

toen ik het las krulde mijn mond
zich tot een warme fijne lach

een hoopverlener

wat een woord
en hoe het helpen mag

ik krijg het zelfs niet ingepakt
in dichterlijke taal
zo mooi kan hoop verlenen zijn
bij voorkeur non-verbaal

***

Oh ja, zo vol ben ik ervan. Dat ik er net een gedicht over schreef en er nu nog woorden aan wijd in dit blogbericht.

Het was de eerste keer dat ik het tegenkwam, het woord ‘hoopverlener’.
Het veranderde meteen iets in heel mijn wezen. Het verzachtte één en ander.

Binnen de sector van de geestelijke gezondheidszorg zijn heel wat termen ingeburgerd.
Hulpverlener, psychiater, psycholoog. Neen, geen psychosprakdewaarheid.
Met een opmars van ervaringswerkers, lichaamstherapeuten en mensen met dubbeldiagnose. En patiënten moeten dan maar ‘hopen’ dat ze de juiste ‘hulp’ krijgen.
Maar wat als ze zelf de juiste hulp zouden vinden, mits ze zich zouden kunnen vasthouden aan ‘hoop’? Mits er hoopverleners zouden zijn die misschien niet meer doen dan een voorbeeld stellen door bijvoorbeeld te zeggen ‘ik kijk niet naar het nieuws, luister geen radio en lees geen krant’.
Wellicht volgt daar dan een verantwoord ‘ja, maar…je moet toch op de hoogte blijven’op.
Van wat? Van dingen waar jij als persoon niets aan kan veranderen en bovenop ook nog eens angstig van wordt?
Waar hoop jij op als je het nieuws op zet?

Enfin. Ik draaf even door merk ik.

Mijn persoonlijke hoopverlener is een woord. Het woord ‘vertrouwen’. Dat symboliseert de wetenschap dat de enige constante verandering is. Waar ik dus ook hang of steek, het is niet permanent. En dat is jammer natuurlijk, als ik net ergens zweef waar het fijn vertoeven is. Maar daar heb ik meestal geen hoop nodig. Het is daar in de diepte, waar angst en pijn en verdriet huizen…daar is een teken van hoop welkom.
En als de hoopverlener, mijn vertrouwen,  dan even aanbelt, word ik vanzelf wel Fiducia in Wonderlandgewijs nieuwsgierig naar zijn verhaal.
Kom binnen, zet u. Koffie of thee? Vertel!

Misschien zie ik het allemaal een beetje te simpel.
En toch…
Ik hoor mezelf verkondigen dat ik in de cursus herstelverhalen schrijven die ik geef, ernaar streef om de lichtjes in de ogen van de cursisten te zien verschijnen. Omdat ik daar zelf van opleef. Omdat het woord FEL gespiegeld LEF oplevert en het meervoud daarvan LEVEN is. LEFFE kan je er ook uit halen. Maar als je niet in de categorie dubbeldiagnose wil vervallen kan je de consumptie daarvan maar beter inperken.

Aan wat ik schrijf, merk ik dat ik een beetje aan het zweven ben.
Dat is dus het gevaar van het ontdekken van een mooi woord als ‘Hoopverlener’.
Maar maak u geen zorgen. Laat me maar even genieten.

Morgen denk ik na over hoe ik het woord HOOP zelf nieuw leven inblaas.