Vraagstuk

taner-ardali-807

Photo by taner ardalı on Unsplash

moet ik werkelijk schrijven
zoals de letter a in groene stift
toen amper zes, ik school verliet
en trots mijn schrift bekwaamde

moet ik werkelijk schrijven
of zijn woorden slechts
een fluisterend stilzwijgen
van een pril verdriet

in haar poging te beklijven

Voor-dragen en na-zin-deren

aaron-burden-236415

Wat een vreemde week. Dinsdag zat ik emotioneel helemaal geblokkeerd. Woensdag kwam er weer opening en een hoopje hoop na een consult bij mijn lichaamstherapeut. En gisteren heb ik genoten zoals ik lang niet meer genoten heb. Ik ga het dus enkel over gisteren hebben. Hoopverlenersgewijs J

Ik had me opgegeven om op een lokaal poëziefestival kinderpoëzie te gaan voorlezen op het plein naast het cultuurcentrum. Een sessie van anderhalf uur. De duo-partner die zich eerst had opgegeven had zich teruggetrokken maar er had zich al een andere vrijwilligster aangemeld.

Het plein was wel erg leeg toen ik een half uurtje vóór tijd aankwam. De twee vrijwilligsters die vóór mij aantraden waren om de beurt aan het voorlezen aan twee kindjes in de tipi-tent op een overdekt podium, dus ging ik een kijkje nemen in de kleine caravan die naast het podium stond. Een meisje was aan de slag met een gedicht en maakte een bijpassende tekening. Ik kreeg een beetje uitleg over het programma door de jongedame die nieuwsgierige kinderen in de caravan wegwijs maakte. Ze was lid van één van de organiserende partners.

Veel volk was er niet. Het weer zat ook niet helemaal mee.

Ik ging even kijken in het cultuurcentrum en kreeg al snel een armbandje om van ‘crew’ waarmee ik gratis drank kon afhalen in de cafetaria. Heb ik dan maar meteen gedaan. En ja, waarom niet op dit uur, iets lokaal gebrouwen. Om een beetje in de stemming te komen. De durf los te maken. Haha. Alsof ik, laat staan het kind in mij, dat nodig heeft.

Wissel van de wacht. En blijkbaar kwam mijn duo-partner niet opdagen. Ik dacht overigens gelezen te hebben dat één van de dames die vóór me las mijn duo-partner was. Ze twijfelde er blijkbaar ook zelf aan. Maar er was niet veel volk, dus zag ik het helemaal zitten om dit alleen te ‘trekken’.

Ik heb op dat anderhalf uur slechts vier kinderen op het podium gehad. Ergens tussen 7 en 10 jaar schat ik. Het eerste duo ging na het voordragen van enkele gedichten ook aan de slag met de woordjes die op magneetjes aan een koelkast hingen. Altijd fijn te zien hoe de plaatselijke bibliotheek die hoekjes aankleedt. Ik had ook alvast mijn schoenen en jas uitgetrokken en me tussen de kussens in de tipi genesteld, naast de grote bak vol poëzieboeken voor kinderen.

Maar weinig volk dus. Dan heb ik maar bij wijze van experiment de volwassenen toegeroepen dat het kind in hen een kindergedicht wou horen. Dat ik dat speciaal voor hen zou voordragen. En wonder boven wonder kwamen ze bijna allemaal even luisteren. Een enkele mevrouw riep terug dat ze gehaast was. En ik riep terug dat het kind in haar geen haast kende. Een andere vrouw riep me toe dat er in de academie mensen op hen wachtten. Dus repliceerde ik dat ze dan naar binnen mochten en met zijn allen konden komen luisteren nadien.

Een jongeman kwam een babbeltje slaan. Hij wou wel een gedicht horen dat hij kon van buiten leren om later aan zijn 4,5 jarige dochter voor te dragen. En hij ging er echt ook ernstig mee aan de slag toen ik het aan hem voorgedragen had. Over papa en mama. En ik en jij. Hij was ook zo vriendelijk om nog even een macchiato voor me te gaan halen in de plaatselijke bar, tussen de optredens van lokale dichters door. Hijzelf zou later op de dag op de drum één en ander begeleiden.

Een andere jongeman kwam ook af en nestelde zich zelfs op het tapijt tussen de kussens op het podium. Hij vreesde dat zijn compagnon niet kwam opdagen dus liet hij zich om de tijd te vullen kindergedichten welgevallen. Met hier en daar een kritisch woordje tussen. Intussen waren er nog twee jongedames op het podium gekomen en heb ik dat beeldschone gedicht ‘zo mooi anders’ van Hans Andreus op drie verschillende manieren voor hen voorgedragen. En daarna nog enkele zalige gedichten van Roald Dahl. Ze kregen er geen genoeg van maar één van de meisjes stamelde toch op een bepaald moment ‘we moeten door want mijn ouders staan al lang te wachten’. Dus bedankte ik hen. Ook de jongeman ging nog eens poolshoogte nemen in de bar.

En dan heb ik nog niets gezegd over Nelly. De dame die als eerste volwassene het podium beklom en bereid was naar een gedicht te luisteren. Waarmee ik in gesprek ging en met wie ik intussen al enkele mails heb gewisseld.

Goh ja. Ik heb ervan genoten. En ik had willen blijven. Maar aangezien ik mijn oudste dochter had beloofd naar huis te komen plaatste ik alle spulletjes bij elkaar onder de tipi-tent en sloot ze stilletjes af. Alles zou worden opgepikt door een jobstudent.

Ik denk dat ik me voelde zoals een tiener zich moet voelen als hij eens lekker het kind in zich heeft kunnen vrijlaten.

En ik bedacht me, wat als ik de mensen nu eens opnieuw leer spelen? Want zeker, de lichtjes die ik in de ogen van die volwassenen heb mogen zien bij het aanhoren van een grappig, ondeugend of absurd kindergedicht, dat is toch goud waard? Of die twee stoere mannen die zomaar mijn woorden aanvulden en elkaar een high five gaven als ze het juist hadden geraden. Dat is toch schitterend?

Awel, awel. Daar kan ik nu eens van (na)genieten zie.