Zorgzame communicatie

alice-pasqual-258250-unsplash

Photo by Alice Pasqual on Unsplash

Misschien moet ik het hier beginnen neerschrijven. Dat wat op een duidelijke manier moet gecommuniceerd worden om vertrouwen te geven en tot dusver niet gebeurt, waardoor mensen in angst schieten. Ik heb het ook even gevoeld overigens, in een zwak moment.

Ik ben chronisch ziek. Hoewel ik eraan werk dat ‘chronisch’ om te buigen. Mocht u al wat gesnuisterd hebben doorheen mijn blogberichten, dan klinkt deze boodschap u mogelijk niet vreemd in de oren. Of leest ze niet vreemd in uw ogen, in dit geval. Waar was die wens overigens om mijn nieuwe microfoon een taak te geven? Enfin.

In mei 2016 ben ik na zes jaar ‘invaliditeit’ (waardeloosheid dus), deeltijds in progressieve tewerkstelling aan de slag gegaan (nu heet dat toegelaten arbeid) bij een start-up bedrijf. Ze hadden me gespot op Linkedin. Van het één kwam het ander. Ik werkte er tien uur per week in progressieve tewerkstelling wat betekent dat ik een loon kreeg voor tien uur en een bijpassing van de mutualiteit zodat ik maandelijks kon rondkomen…als alleenstaande met hoge ziektekosten en mama van twee grootheden ben ik dankbaar dat die optie bestaat in ons land.

Maar het wilde niet werken, ik vond mijn draai niet in de organisatie, was nog veel te onzeker over mezelf en mijn mogelijkheden waardoor ik er naar mijn gevoel een knoeiboel van maakte. Er heerste chaos ook, wellicht normaal voor een start-up bedrijf, maar misschien niet zo ideaal als je eigen hoofd overwegend chaos is. Kans is klein dat de ene chaos helemaal mapt op de andere en er zo stilte ontstaat. Enfin. Ik nam ontslag en startte in een nieuwe job. Halftijds deze keer, en in de sector waar mijn ervaringskennis ligt, de sector waar ik al jaren vrijwilligerswerk deed en doe.
Dus iets meer loon en nog een, zij het kleiner stuk, bijpassing door de mutualiteit.

Nog steeds niet evident. Maar nu, na meer dan een jaar in die setting, voel ik wel hoe mijn kracht en zelfzekerheid is toegenomen. Ik ben er nog niet. Ik ga nog heel vaak naar een lichaamstherapeut waar gisterenochtend nog een lading is afgekomen die ik op dit blog verwerkt heb in een gedicht.  Als een kind eindelijk haar boosheid mag uiten. Kan uiten. Volgen tranen met tuiten. Een beetje met een keer geheeld…
Met geduld. Met zachtheid. En geduld. En geduld…
En vaak ook moet ik even de stekker uittrekken. Om het verdriet een kanaal te geven. Toe te geven aan vermoeidheid en fysieke pijn. Naar mijn lichaam te luisteren.

Maar nu beweegt er wat. De federale gezondheidsminister hervormde het systeem van toegelaten arbeid. De berekening van de uitkeringen is veranderd. De berichtgeving vanwege de mutualiteit daarover aan mij als ‘gebruiker’ van dat systeem, was ronduit pover. Maar ik ben niet iemand die dan gaat panikeren.
Meer nog, ik zou eigenlijk niet liever hebben dan dat heel de laag ‘geld’ uit onze samenleving verdwijnt. Om weer plaats te maken voor waar het echt om draait, wat in waarde geruild kan worden.

Een ruilmiddel laten groeien, wie heeft dat eigenlijk uitgevonden?!
Wanneer schreef ik dat bericht over wildslapen ook alweer?

Enkele mensen met een laag bruto-inkomen zouden door deze hervorming hun inkomen serieus zien dalen. Dat is intussen rechtgezet, na enkele pittige getuigenissen van drie krachtige vrouwen en een opiniestuk in de krant. Binnen twee jaar volgt een evaluatie van de hervorming.

Intussen kreeg ik nog verontrustende berichten als zouden enkele lotgenoten geen vrijwilligerswerk mogen doen naast hun toegelaten arbeid. Dan kan u wel zeggen: ‘als ze als vrijwilliger aan de slag kunnen, kunnen ze betaald werken ook. Het zijn profiteurs! Dan zeg ik u: dat klopt langs geen kanten. Ik verlies veel energie in mijn job, wat ik tracht recht te trekken door vrijwilligerswerk te doen dat ik graag doe. Om de rest van de tijd mezelf te handhaven, door vroeg te gaan slapen en bewust verbindende of solo-momenten in te lassen. Ik werk keihard. Aan mezelf. En aan de samenleving die ik dankbaar ben dat ik een bijpassing krijg op mijn loon. Ik geef iets terug aan de samenleving. Ik geef vanuit mijn eigen ervaringskennis iets terug aan de reguliere zorg die mij niet heeft kunnen geven wat ik nodig had. Ik ben niet rancuneus, ik help om de zorg beter te maken zodat mensen na of naast mij hopelijk minder moeten lijden.
En met mij vele andere welwillende krachtige mensen.

Als dit de tendens is, dat enkel betaald werk nog telt voor een overheid, waar gaan we dan nog warmte vinden? Bij de klimaatopwarming hoor ik u al grappend zeggen.
Ik kan er niet mee lachen.
Er zijn dingen die zinnigheid nodig hebben in plaats van lichtzinnigheid.
Er zijn dingen die een lange termijn visie nodig hebben in plaats van een quick-fix oplossing.
En er is één constante en dat is zorgzame communicatie.
En dat houdt ook openlijke analyse van polariserende uitspraken in.

Tenslotte, als we straks een basisinkomen krijgen, zal ik blijven doen wat ik nu als vrijwilliger doe en blijven bijleren. Ik hoop dat de samenleving daar blij om is.

Lap, nu ben ik bijna kwaad door mijn eigen schrijven…

Taxeren

jessica-ruscello-99566.jpg

Deze kon ik niet laten liggen. Ik dook in mijn handtas en haalde blocnote en pen tevoorschijn.
‘Internet is veel duurder dan de rommelmarkt. Ik koop daar niet.’

Ik liet de uitspraak op me inwerken bij het uitstappen, intussen de verkondiger van kop tot teen bemonsterend.

Hij had de hele weg al de uitspraken van zijn twee vrouwelijke reisgenoten gestoffeerd met zijn mening. Intussen af en toe halve artikels uit de krant voorgedragen en van commentaar voorzien.

Oh ja, ik weet waarom ik geen krant lees. Of TV kijk. Of nieuws volg. Als het gros van de mensen dezelfde dingen leest en daarover een mening heeft, mag er toch al eens her en der iemand tussen zitten die gewoon dat alles observeert? Zonder oordeel. Neen, dat laatste lieg ik. Ik ben ook maar een soort van mens.

Ik had nochtans geaarzeld om me op het bankje achter hem te zetten. Vier zitjes die ingenomen worden door ochtendgekakel en ik daar achter. Rustig naar je werk pendelen is iets anders. Waarom niet een halve treinwagon opschuiven…Maar ja, dan mis je oneliners. Dilemma dilemma…

Is het trouwens wel waar wat hij zei? Is het Internet veel duurder dan de rommelmarkt? En zouden ze op het Internet ook het Internet in boekvorm verkopen? Of moet je daarvoor naar de rommelmarkt?

Soms zijn er behoorlijk dure stukken te vinden op de rommelmarkt. Hoor ik van een antiekverzamelaar-verkoper. En soms wordt op Internet onzin verkocht. Dat vind ik toch ook behoorlijk goedkoop.

Ik ga er even mijn dikke van Dale bij nemen om de uitspraak van mijn reisgenoot te analyseren.

  • ‘duurder’ = ‘hoger van prijs’
  • ‘prijs’ = ‘bedrag dat in ruil voor het leveren van een zaak of het verrichten van een dienst gevraagd of geboden, ontvangen of besteed wordt’
  • ‘bedrag’ = ‘grootte van een geldsom’
  • ‘geldsom’ = ‘vrij grote hoeveelheid geld’
  • ‘geld’ = ‘papieren of metalen betaalmiddel dat uitwisseling van goederen mogelijk maakt zonder directe ruil’

Hoe zou die man op het Internet moeten betalen?
En wat hij zou kopen, heeft dat dan waarde?
Heeft wat je op een rommelmarkt koopt meer waarde dan wat je op het Internet koopt?
En hoe moet je trouwens een ‘koopje’ liken op de rommelmarkt?

Het is allemaal toch niet zo simpel. Ik denk dat ik de volgende keer weer in het midden van de wagon ga zitten. Dan hoef ik slechts in de reflectie van het raam de persoon vóór me te observeren die de inhoud van haar neus bewondert alvorens deze mondjesmaat te recycleren.

En neen, daar schrijf ik geen apart bericht over.
Recyclage, zo´n saai onderwerp 🙂

Tijd is geld. Een themavergadering.

Ze kwam op maandagochtend kloppen op mijn kamerdeur en vroeg of ik mee kwam naar de themavergadering.
‘En wat is het thema?’ vroeg ik.
‘Dat zullen we zien, dat laten we uit de groep komen.’

Ik heb ervoor bedankt. Bij nader order zit ik nog steeds in gedwongen opname en ‘de groep’ staat hier voor de patiënten die deelnemen aan dit overleg. Als het gesprek geörchestreerd wordt door een hulpverlener en doorgaat in een vergaderlokaal noemen we de babbel een ‘vergadering’. Zo hebben we hier ook de ‘afdelingsvergadering’, maar daarover een andere keer misschien meer.

Halfweg de dag vertelde een lotgenoot me dat het eerste thema dat voorgesteld werd ‘vakantie’ was. En dat hij dat niet zag zitten. Als je al enkele weken in deze afdeling geobserveerd wordt in afwachting van een plaats in een gespecialiseerde afdeling, waar je gedurende zes à acht weken intensieve begeleiding kan krijgen na (uiteraard) een nieuwe observatieperiode van drie weken in die bewuste afdeling, … welja, dan kan ik me inderdaad voorstellen dat het thema ‘vakantie’ nu net even een brug te ver is…

De andere leden van de vergadering konden zich vinden in dit argument en het thema dat als alternatief werd aangesneden was ‘tijd’. En als ik het mondelinge verslag juist weergeef was de bedenking dat de tijd vroeger anders was dan de tijd die komt of de tijd in het heden, de belangrijkste bevinding. Er werd blijkbaar geen neerslag gemaakt van deze vergadering.

Diezelfde maandagavond zag ik dat Jens Pas drie filmpjes had getwitterd over ‘tijd’. Filmpjes die tot dat moment amper bekeken werden. Het tweede filmpje, met Cultuurfilosoof Arnold Cornelis aan het woord over vertraagde tijd heb ik alvast geretweet. Ik ga er dadelijk even opnieuw van genieten. Dat is overigens het enige dat ik op Twitter doe, lezen en her en der retweeten. Durf het niet aan om zelf met die @ en # te goochelen. Heb overigens toch niks zinnigs te zeggen denk ik dan. Hoewel er menig twitteraar zichzelf die ‘duivels actuele vraag’ niet stelt. Denk ik tenminste… Maar misschien ontbreekt het hen wel aan tijd…

Toen ik enkele jaren geleden als vrijwilliger, met tijd teveel dus, aan de slag ging bij Centrum Geestelijke Gezondheidszorg De Pont in Mechelen op een project rond patiëntenparticipatie, besefte ik nog niet waar al die overheidsmiddelen NIET naartoe gaan. Het project kreeg een subsidie van de Koning Boudewijnstichting en één luik omvatte het oprichten van een werkgroep die zich zou buigen over de kwaliteit van de zorg. Dus ronselde ik mensen, zowel (ex-) patiënten als dichtbetrokkenen, er was zelfs een hulpverlener in de armoedezorg bij en ook ik liet ‘thema´s uit de groep’ opborrelen waar we ons gezamenlijk zouden over buigen. En we noemden onszelf ‘Werkgroep Kwaliteit’.

Een veertiental overlegmomenten later, die elk een neerslag kregen in een verslag, stelde ik de resultaten voor op het overlegmoment van de voorzieningen in Geestelijke Gezondheidszorg in de regio Mechelen. Er was verbazing dat een werkgroep met deze samenstelling op zo´n korte tijd kon komen met zulke relevante adviezen, onder andere rond het betrekken van familie bij de zorg, rond voorbereiding van de nazorg bij een opname, rond preventie…

En nu overloop ik terug de woorden in mijn blog hier…
Een ‘themavergadering’ over tijd onder patiënten, waar geen neerslag  wordt gemaakt van de bevindingen.
Mensen die in observatie zijn in een afdeling in afwachting van een observatie in een andere afdeling.
En tussen ons gezegd en gezwegen, mensen die buiten mogen en zich niet houden aan de ‘geen-alcohol’ afspraak en het mij vertellen maar ‘hen’ niet…

En ik ben weer verwonderd…als Alice in Wonderland.

Straks komen de volgende facturen van mijn opname toe op mijn thuisadres en betaal ik die, hoewel ik niet gekozen heb om hier te zijn of te blijven …
Ik heb ook niet gekozen om te horen en zien waar het als het ware ‘vreemd’ loopt in de zorg.
Dus schrijf ik maar wat, een mens moet iets doen met zijn tijd.

Al kan ik mijn ziekenhuisfacturen intussen misschien toch al ter betaling voorleggen aan De Pont zodat zij die onder de noemer ‘opleidingsbudget ervaringsdeskundigheid’ in kunnen boeken.
Ik ben het de directeur vergeten te vragen toen hij op bezoek kwam.
We zijn nu toch al lang genoeg aan het leuteren over participatie en ervaringsdeskundigheid, toch?!
Als we het zo kunnen regelen, spreek ik er niet meer over.

Dat spaart tijd. En tijd is geld. En dat is geen nieuws voor u denk ik…