Kabouter

Ik besloot me op lichtpuntjes te focussen en mijn verbeelding aan te spreken.

Zo spotte ik de jonge vrouw schuin over me bovenin de dubbeldekker-trein. Ze produceerde een monkellach toen ze haar blik wierp op het scherm van haar smartphone. Waarbij haar mond mee de woorden of emoticons kauwde die ze met twee duimen aan het construeren was. Ter hoogte van haar smartphone prijkte het hoofd en de muts van een kabouter op haar sweater.
Dat was net wat ik nodig had.
Zo werd haar monkellach een spiegeling van wat zich bij mij manifesteerde. En voelde ik een licht gevoel van vreugde mijn reisweg vergezellen.
Ondanks de man op de bank recht tegenover me, die energetisch erg veel ruimte innam.

Ik zou graag die kabouter in mijn tuin zien. Niet als versteende versie van zichzelf, maar met levensechte korte beentjes voorop lopend en wild gesticulerend welke groeisels ik zeker in het oog moet houden of onder handen moet nemen. Zoals die felgekleurde bloemetjes die toch hun leven vonden hoewel ik dacht dat mijn zaaisels tevergeefs waren geweest. ‘Kijk Fiducia, kleur in je leven!’ zou hij dan eventueel kunnen uitroepen.
Of hij, zittend op één van de klinkers in een houding van De Denker van Rodin, in mini-versie weliswaar. Een beetje denkend dus op zijn minst. Zichzelf afvragend of hij me zou adviseren paddenstoelen te kweken. Vliegenzwammen meerbepaald. Of dat dit een egocentrische gedachte van hem zou zijn en hij me toch niet moet lastigvallen met zijn eigen verlangens als ik hem in het leven geroepen heb om me te helpen mijn tuin vorm te geven en mijn leven op te vrolijken.

Het is wel door mijn toedoen dat hij tot leven is gekomen. Dan moet je niet ook nog eens egocentrisch zijn van bij het begin. Ik bedoel, dat is te alledaags om tot het terrein van de verbeelding te behoren. Ook kabouters moeten met hun tijd meegaan en evolueren van ego naar eco.
Of daar opleidingen voor bestaan, denk ik niet. Jezelf bekwamen in luisteren is alvast een methodiek die je in de goede richting doet evolueren. Daar schreef ik een artikel over, dat één dezer dagen op de website van The Global Listening Centre zal prijken. Zo werd mij bevestigd.

Zouden kabouters kunnen lezen?
Is lezen een noodzakelijke voorwaarde om voldoening te vinden in het leven?
Of vind je pas voldoening als je houdt wat je hebt of krijgt wat je verlangt?

Volgens mij zijn kabouters nieuwsgierig. En willen ze onrecht de wereld uit helpen. Onbaatzuchtig. Kortgebeend en energiek.
Rode puntmutsgewijs. Niets wijsneuzerigs aan.
Ach, misschien geef ik hem toch een vliegenzwam. Wel zo fijn dat hij die je helpt een fijne woonst heeft.

Een fijn gesprek

‘Ik vond het een fijn gesprek’. Zo besloot hij na een consult van één uur en twintig minuten.

Het was de eerste keer dat ik deze arts/osteopaat raadpleegde, mijn zenuwbanen liet testen (Au!), me liet kraken en inspuiten… In de hoop een hernia van een paar maanden wat draaglijker te maken. Ik had al drie behandelingen bij een andere osteopaat achter de rug, zes behandelingen bij een kinesist, maar niets van dat alles gaf verlichting. Ook de pijnstillers van de huisarts brachten geen soelaas.

‘Het zou kunnen dat de pijn erger wordt de eerste dagen maar kom volgende week terug, dan zien we of we de behandeling kunnen afronden.’
Ja, kom maar op pijn, ik kan nog wel wat dragen…

Intussen heb ik mijn tweede behandeling gehad en voel ik verlichting. Jippie!
Pijn werkt danig op het gemoed en laat dat gemoed op zich al een eigen leven leiden bij mij.

Maar waarom vond hij het een goed gesprek?
Hij had het fijn gevonden dat ik blijkbaar snapte wat hij uitlegde. Dat gaf hij aan. Dat was bij de meeste patiënten niet het geval.
Maar was hij hier niet vooral zelf aan het woord geweest? Is het dat niet?
Vinden mensen een gesprek fijn als ze zichzelf hebben horen praten?

Twee keer ben ik zo bij een werkgever begonnen. Ik kwam het sollicitatiegesprek buiten met een knoop in mijn maag en dacht ‘die heeft niet echt naar mij geluisterd’. En twee keer moest ik vaststellen dat ik wel degelijk naar mijn buik moet luisteren bij het maken van een jobkeuze in plaats van mijn ego te volgen.

Onlangs zat ik op de trein en bij één van de haltes nam er een kleine man met donkere huidskleur plaats op de bank voor me. Hij begon een praatje en we kwamen al snel bij zijn passie terecht: voetbaltalent opsporen en aanbieden bij clubs.
Dat was nu eens een gesprek waar ík van genoten heb, ik denk er met een glimlach aan terug. Omdat hij niet bleef door ratelen. Hij was niet vol van zichzelf. Hij antwoordde op de vragen die ik stelde en aan de lichtjes in zijn ogen zag ik dat hij er plezier in had. Ik ken zijn naam niet. Het zou zowaar een bekende ex-topvoetballer kunnen zijn maar wat maakt dat uit.

Die kleine menselijke ontmoetingen, tijd maken om te luisteren…
Ik denk dat daar mijn vreugde ligt…