Vinger aan de pols

hush-naidoo-382152

Photo by Hush Naidoo on Unsplash

Deze namiddag had ik een consult bij mijn specialist. En hij vertelde een anekdote over zijn werk toen ik aangaf waarmee ik worstel.
Dat vond ik wel fijn. Ik voelde me gehoord en begrepen.

Maar ik moet dus dingen leren loslaten die niet mijn verantwoordelijkheid zijn. En geen energie stoppen in te proberen ze te veranderen. Laat staan te proberen het gedrag van mensen te veranderen. Zelfs die raad accepteren valt me moeilijk. Want met zijn allen zeggen we dat we niet goed bezig zijn, dat ‘we’ het druk hebben ook, maar toch doen ‘we’ gewoon door.
Hoe raar is dat?

Na het consult had ik een onderonsje met een dierbare vriend alias ex-collega. En hoe ook hij vertelde over zijn werk en wat er misloopt. En hoe hij daarmee omgaat. Leerrijke momenten.

Daarover mijmerde ik op de trein richting thuis. Toen een jongeman naast me kwam zitten. Voorovergebogen zat hij op zijn smartphone te turen.
Pas toen ik de trein hoorde toeteren en vervolgens stevig remmen, richtte hij zich tot mij. En ik ben vergeten met welke zin. Haha, wat een blogbericht.
Alleszins, in mijn verbeelding lag er iemand onder de trein op dat eigenste moment.

Een beetje later luidde een signaal waarna geen bericht volgde. En even later nog eens. Vervolgens toch de boodschap van de conducteur dat er een noodstop was geweest omdat de bestuurder een persoon op de sporen had gesignaleerd. De machinist zou nu uitstappen en het spoor controleren.
Even later de boodschap dat er een persoon op het spoor had gestaan die zich nu naast het spoor had geïnstalleerd.
We konden niet doorrijden vooraleer hulp gearriveerd was.

Dan maar een babbeltje slaan met mijn buurman. Over best wel persoonlijke zaken.
En nu herinner ik me ineens hoe hij contact legde net na de noodstop:
‘Dit is zo´n moment om te kaarten’, sprak hij spontaan.
Waarop ik ‘Heb je kaarten bij?’
En hij ‘neen’.
‘Dan wordt het moeilijk’, zei ik nog.

Oxo en vier op een rij passeerden nog de revue, en vaders die lezingen geven over de geschiedenis van de wiskunde en ex-lieven en vals zingen. Onder andere.

Toen het bericht kwam dat de machinist de persoon op de trein had gekregen en we de reis verder konden zetten zag ik in mijn verbeelding al nieuwsgierige reizigers de arme man of vrouw aanstaren. En de factuur die hoogstwaarschijnlijk zou volgen. We reden overigens maar aan heel laag tempo verder omdat de seinen van enkele overwegen blijkbaar niet werkten.

Maar ik vond het best gezellig zo.
Fijn gezelschap om de avond in te luiden, meer moet dat niet zijn.

 

 

Wildslapen

kira-auf-der-heide-330895

Photo by Kira auf der Heide on Unsplash

Op twee weken tijd heb ik drie nachten in een jeugdherberg geslapen in dit eigenste Vlaamse landsgedeelte. De twee eerste nachten vorige week, omdat ik vroeg paraat moest staan op een congres dat mijn werkgever organiseerde. Gisteren omdat ik verwacht werd op een avondoverleg tot 21u en ik het niet zag zitten nog te wachten op een trein naar een huis waar ik alleen zou zitten om de volgende ochtend weer de trein in een andere richting te nemen.
En moet je nu wat weten, ik vind dat voor herhaling vatbaar.
Meer nog. Ik vind dit wel een interessante reisformule.

Jammer dat mijn werkgever de luttele kost niet vergoed, omdat het toch een ondersteuning is voor de kwetsbaarheid die ik heb en mijn werkgever een ondersteuningspremie krijgt die m.i. daarvoor kan ingezet worden.
In my humble opinion.
De laatste tijd zit ik vaak om 20u al in mijn bed en om 5u moeten opstaan om een reis aan te vatten naar een congres waar je een hele dag vriendelijk, snel en aandachtig moet zijn, werkt door op heel mijn systeem. En heeft een impact op de rest van mijn week. Maar schrijven helpt, dat is ook al iets. Mezelf kennen ook.

En fijne jonge ondernemende studentes ontmoeten die het kunnen appreciëren dat een halfoude tante een briefje achterlaat ´s ochtends om hen succes te wensen bij hun zoektocht naar een studentenkamer, dat is ook veel waard. Zoals in het geval van de Italiaanse Erasmusstudente talen die enkele dagen geleden 21 jaar werd. Of de Mexicaanse stille jongedame fijne terugreis te wensen.
De Amerikaanse Masterstudente biologie te vergeven dat ze bij het inslapen haar flatulerende gedachten uit. Of de ernstige jongedame, waarvan ik de origine vergeten ben, die doctoreert in de ingenieurswetenschappen (master in electrical engineering, oh you too?!) en de dag van mijn vertrek een verdediging had die ze alvast hardop oefende voor de spiegel. De Zuid-Koreaanse die in Saoedi-Arabië werkt als radiologe en in het land was om met een scantoestel te leren werken dat weldra ook in het ziekenhuis waar zij werkt in gebruik zal worden genomen. Verheugd was dat vrouwen vanaf 2018 zouden mogen leren autorijden in Saoedi-Arabië. Wat een stap vooruit dat betekent.
Fijne babbel die we verderzetten op de trein.
Pittige jongedames, van de eerste tot de laatste. En ik daartussen. Haha.

En hoewel het nooit van tevoren duidelijk is of ik mijn nachtrust ga hebben, vind ik het een haalbaar avontuur. Het levert me een kijkje op de wereld op.

Toen ik nog een profiel had op Linkedin zei ik soms tegen vrienden dat ik geen ’thuis’ meer wou zoals ik hem nu heb maar bij mijn connecties wilde ‘wildslapen’. Elke dag in ruil voor babysit, voorlezen, afwas…whatever, als het maar iets ‘samen’ is waar ik me in kan vinden, een dak boven mijn hoofd, een kom soep en een boterham kan krijgen. Met de deugd van gesprokkelde verhalen en ont-moetingen als opbrengst.
Die ik dan weer kan neerpennen. Life could be simple.

Nu ja, ik zit niet meer op Linkedin. En heb zo mijn bedenkingen over de haalbaarheid van mijn idee.
Wildslapen, wat is ook de waarde van dat woord?

 

Bewuste keuze

rachael-crowe-49784 (1)

Photo by Rachael Crowe on Unsplash

Ze vroeg ‘Bewuste keuze van je om van LinkedIn te verdwijnen? Mag ik je drijfveer vragen? ‘

En ik antwoordde:

‘Dankjewel. Goeie vraag 🙂
Ik probeer het proces hier ook even voor mezelf te schetsen:
Ik vond dat ik er meer (tijd) instak dan dat ik er (ideeën, waarde) uithaalde. Hoewel ik er ook enkele fijne mensen/energieën heb ontmoet en wel wat interessante artikels vond die me al eens inspireerden tot een blog of gedicht of actie.
Ik had niet zelden het gevoel dat er nogal wat ‘graaiers’ actief zijn (en laat ik nu net een gever zijn), dat ik door LinkedIn dingen ‘in de strot geduwd’ kreeg waar ik niet op zat te wachten en dat ik weinig zelf kon bepalen wat ik wel en niet wilde zien…
Daarnaast heb ik nog steeds een probleem om mezelf waardering te geven en die waardering zoeken op een platform als LinkedIn vond ik niet gezond.
Dat alles deed me besluiten om mijn opgebouwde contactenlijst te downloaden…waarbij ik verbijsterd was hoeveel van die gegevens ik NIET op linkedin had gegenereerd en er toch uit gedistilleerd werden…of hoe dat gaat als je vol vertrouwen (naïviteit) de gebruiksvoorwaarden goedkeurt zonder deftig te checken waaraan je je verbindt. Ik vermoed overigens dat LinkedIn die gegevens koestert in plaats van delete…maar dat is slechts een vermoeden…
Mijn lichaamstherapeut vond het een goede beslissing, vanuit het standpunt van de ‘eerst waardering geven aan mezelf’.
Maar mijn jobcoach vroeg me onlangs of het een vlucht of een bewuste keuze was…en daar begon ik weer te twijfelen.
Want dat speelt ook wel mee. Ik wil mezelf overbodig maken, onzichtbaar zijn maar wel dingen in beweging zetten (katalysator dus)…
Als ik de indruk krijg (te) zichtbaar te worden, krijg ik het benauwd. Nasleep van pesterijen…angst voor herhaling…en kijk, dit laatste geeft dus emotie.
Dankjewel dus voor je vraag 🙂
Ik weet dat ik ’terugkom’…alleen nu nog niet. Misschien als er een ‘waardebewuster’ platform ontstaat, wie weet…
Wel ben ik dankbaar dat ik via dat platform met jou in contact kwam 🙂
Alleszins, geen spijt dus. En ook niet van mijn beslissing.
Warme groet,
ikje’

 

Fragiele start

ray-hennessy-126090

Gisteren heb ik gehuild toen ik de televisie aanzette en afstemde op De Afspraak op Canvas.
Niet van ontroering bij het zien van andere mensen in mijn huiskamer.
Neen, van ongeloof over de omvang van een praktijk waar ik al eerder over berichtte in een blogpost met de titel ‘Integriteit en vertrouwen’. Net iets meer dan vier maanden geleden geplaatst.

En dat ik amper televisie kijk.
Nu weer oud nieuws, maar dan met andere mensen. Moet ik hier een betekenis achter zoeken? Ligt hier een rol voor mij weggelegd?

Deze keer is het Brussel waar de gecumuleerde vergoedingen voor de mandaten van politici de pan uitswingen.

Maar dan passeert het verhaal van een collega mijn bewustzijn. Hij beweert dat schulden niet bestaan. Dat het een kwestie is van de pot te herschikken en herschalen op een duurzame manier.

Mmmh. Zet me aan het denken. Waarom niet het geld dat op deze manier ingezameld werd door de politici investeren in de Brusselse bevolking die onder de armoedegrens leeft? Met als tegenprestatie dat deze mensen een jaar lang in duo aan de slag gaan met de (ex-)politici om hen te leren weer het kleine te waarderen.
Medemenselijkheid en nederigheid weer een kans te geven.
Want iedereen verdient een tweede kans, toch?!

Wellicht speelt in deze oplossing het mooie werk van de Syrische kunstenaar Abdalla die gisteren in het programma in beeld kwam een rol. Hij schilderde wereldleiders als vluchteling.
Ja, ga maar eens in hun schoenen staan.
Voel maar eens wat het is om scheef bekeken te worden omdat je er uitziet als iemand met slechte bedoelingen.
Huh? Welke slechte bedoelingen?

Welja, mandaten opnemen met de bedoeling een stevig potje geld in te zamelen om je te verrijken. Om te kunnen investeren in aandelen. Je geld dus te doen groeien. Of een mooie reis te maken naar zonniger oorden.

Echt, doen vluchtelingen dat?

En wat zeg je? Zonniger oorden?
Al eens buiten geweest dezer dagen? De zon en hitte zijn alomtegenwoordig.
De klimaatopwarming, weet je wel. Vliegtuigreizen doen er trouwens geen goed aan.
Maar ik werk zo hard, ik moet er af en toe tussenuit. Het vliegtuig op en even thuis en het werk vergeten. Andere culturen opsnuiven.

Ha, jij hebt werk. Mooi!
Wat doe je voor werk?
Wel ik breng in kaart hoeveel vluchtelingen we hebben in Brussel en hoeveel mensen onder de armoedegrens leven. Dan weten we hoe groot het probleem is en kunnen we strategisch bepalen wat we eraan kunnen doen.

En wat is dat?
Wel, vanaf 1 juli (nog 10 dagen dus) ga ik met al mijn collega´s en onze politici aan de slag met deze mensen. We gaan de straat op. Het zal net zijn of we vakantie nemen. Zalig zonnetje, kennismaken met vreemde culturen en her en der een terrasje. Maar niet te vaak, want het zal dubbel zo duur zijn als anders. 

Hoezo, dubbel zo duur?
Ah ja, we moeten voor twee betalen in plaats van alleen voor onszelf.

Ik begrijp het. Klinkt wel goed, toch?!

En wat ga jij vanavond nog doen?

Oh. Beetje van me af schrijven. Beetje frustraties ventileren. Niks bijzonders.

Integriteit en Vertrouwen

xyrjl3j7smo-jason-blackeye

Terwijl ik me voornam nog maximaal vijfenveertig minuten mijn laptop te bestuderen, besloot ik bij wijze van achtergrondgeluid de TV aan te zetten. Dat het over politici en hun ‘Integriteit en Vertrouwen’ zou gaan.  Dat ik er vandaag sporen van zou terugvinden op de zeldzame sociale media waar ik actief ben. Dat had ik op dat moment niet durven voorspellen.

Maar mijn aandacht verschoof dus wel van mijn laptop naar TV. En mijn mond viel nog net niet open. En ja, er zat al wel een paar dagen de kriebel om weer wat te schrijven. Maar waarover dan?

Volgens de professor die mee in het panel zat draait het bij Vertrouwen en Integriteit bij politici om de vragen ‘Kunnen ze het?’ en ‘Hebben ze goede bedoelingen?’

Met al wat ik hoorde en las, kan ik me alleen afvragen welke van die twee vragen het meeste gewicht krijgt als je iets aanvat. Want om die intentie draait het toch, de intentie om iets aan te vatten. Een mandaat op te nemen bijvoorbeeld. En kun je het? Daar draait het dan om de inschatting van het engagement en je eigen capaciteiten. Het (kennis)netwerk  wellicht ook waarover je beschikt. Wat mij betreft mag iemand gerust wat fouten maken, maar niet tegen de fundamentele verwachting dat je een mandaat opneemt met de beste bedoelingen. En ook alleen op voorwaarde dat hij of zij leert uit die fouten.

Mij maak je niet wijs dat bij de vraag of je een mandaat wil opnemen niet meteen gepraat wordt over de vergoeding die daar tegenover staat. Mij maak je niet wijs dat als je een aanbod krijgt, je niet meteen het globale plaatje in je hoofd neemt van al je engagementen en je afvraagt hoe je die zaken in alle integriteit wil gaan combineren. En mij maak je ook niet wijs dat je nog kan spreken over ‘beste bedoelingen’ als je iets stopzet dat niet koosjer was.

Tenzij je psychotisch was terwijl je het deed. Ziek zijn in je hoofd vind ik een aanvaardbaar excuus. Maar dat heb ik nog niemand van deze mandatarissen horen zeggen. Nu ja, ik kijk amper naar TV, lees geen krant meer en luister zelden naar de radio. Het kan dus zijn dat ik het niet gehoord heb omdat ik afgesloten was van het nieuws.

Of ik op die manier iets mis? Ik ben er nog niet achter. Maar kijk, net nu ik besloot om wat achtergrondgeluid aan te zetten, valt dit in mijn schoot. Nieuwsgierig als ik ben (hoezo, zonder (sociale) media?!) ga ik dan even kijken wat kennissen hierover schrijven.

Dan lees ik dat enkele patiëntenverenigingen waaronder  Uilenspiegel het vanaf nu met de helft van de subsidies moeten doen. Hoewel ze de beste bedoelingen hebben en ze duidelijk goed zijn in wat ze doen.  Waarschijnlijk omdat ze veelal als vrijwilligers gratis doen wat ze doen. En de waarde van vrijwilligerswerk, dat is een vraagstuk op zich…

Dan lees ik de blog van een volger van mijn blog en voel ik hoe ik een glimlach op mijn gelaat krijg door de virtuositeit waarmee hij dit nieuws bespeelt tot een gedicht/liedjestekst.

Tenslotte snuister ik ook in de blog van Fanny Matheusen over de roep naar een sterke leider en merk ik dat ik vertrouwen heb.

Niet door wat ik in de media zie. Maar door de beweging die ik zie ontstaan door wat er rondom ons gebeurt. Onlangs las ik het boek ‘Actieve Hoop’ van Joanna Macy en Chris Johnstone.  Hun ondertitel zegt ‘Hoe de chaos onder ogen zien zonder gek te worden.’

Vreemd toch, dat net ik me door zo´n ondertitel toch aangesproken voel.

Intussen neem ik braaf mijn pillen als ik ze niet vergeet en wel zolang tot ik alle etter uit mijn psychische wonde heb weggewerkt. En ik uiteindelijk die pillen niet meer nodig heb.

Doet dat pijn, dat proces? Het zal niet zijn zeker!
Gaat het je lukken denk je? Als ik het niet probeer niet, neen.

Maar ik doe het met de beste bedoelingen en ik heb er vertrouwen in dat ik het kan dragen.

Tiens…Dan moet ik minister Vandeurzen zijn persoonlijk advies, daar, toen, op de opendeurdag waar hij me hoorde speechen,  misschien toch ter harte nemen en alsnog in de politiek gaan?!
Met ‘Herstel’ als actiedomein. Cool!

Evidenties

evidenties.png

Een tijdje geleden beluisterde ik via een link op Linkedin een podcast van Maarten Van Damme. Hij noemt zichzelf People and Life Enthusiast. In het interview vertelt hij over zijn carrièrepad en zijn passies en aan het einde van het half uur geeft hij zijn visie over drie vragen die een HRMeetup inleiden die op 12 september in Evere doorgaat. Over reïntegratie op de werkvloer na langdurige ziekte.

Dus wat doet bibi? Ze gaat naar die HRMeetup op zoek en schrijft zich in. Stuurt aansluitend nog een mailtje naar de organisatoren met verwijzing naar haar laatste blog over, inderdaad, de eigen reïntegratie op de werkvloer na langdurige ziekte, en krijgt prompt een uitnodiging om zelf een podcast te cocreëren. En madam zegt ja, en ze schrijft dat in haar agenda en denkt, ‘zo, dat is snel geregeld.’

Tot de dag nadert en de twijfels opsteken. Wat zei Michel, mijn contactpersoon, ook alweer? De Podcasts worden tweehonderdduizend keer beluisterd…waarvan  een kleine helft door HR mensen…
Maar wil ik wel op deze manier mijn verhaal de wereld insturen? Zitten mensen daarop te wachten? Stemmetjes pro en contra in mijn hoofd. Maar de stap is gezet, bovendien blog ik nu ook al open en bloot over pijnlijke dingen dus ‘gaan’ zal ik.
Maar tweehonderdduizend…dat is toch behoorlijk wat…

Zodoende stap ik afgelopen vrijdagavond het gebouw in Evere binnen en ontmoet op de eerste verdieping een jongedame van een jaar of vijf die naar vier mensen in een studio wijst. Ik ben veel te vroeg (dat heb je soms als je met de trein gaat en anticipeert op vertragingen) en zet me in een zeteltje een eindje verder op de gang. Een tiental minuten later komt het meisje vergezeld van Michel, haar papa en tevens studiomeester van dienst, me ont-moeten. We lopen naar de vergaderruimte recht tegenover de studio. Een fijne kennismaking volgt en ik ontdek ook de tekenkunsten van Manon, de kleine jongedame, en werp een blik op de stapel prentenboeken die naast haar op tafel ligt. Michel zegt me dat er nog een interview loopt met een werkgever en een medewerkster die na een burn-out weer aan de slag is gegaan. Dat ik dus even moet wachten en best mijn GSM al af zet.

Michel verdwijnt weer de studio in dus ga ik in gesprek met Manon over haar tekening en vraag of ze het leuk zou vinden als ik een verhaaltje voorlas.
Als haar ogen op dat moment geluid konden maken, moest de lopende opname hernomen worden! Schitterend!
Ze kiest een verhaal uit over kleine Mol die in het donker kan zien en daarmee heel alleen staat in zijn verhaal. We gaan af en toe tussen het voorlezen door in dialoog over de gebeurtenissen en ik ontdek al snel dat hier een pientere dame naast me zit. Het boek is nog niet uit of Michel komt me halen. Het duo uit de studio wil in de vergaderruimte nog wat vragen voorbereiden en intussen kan mijn interview afgenomen worden. Manon komt naast me zitten in de studio en krijgt strikte instructies. Zwijgen en stilzitten.
Nog even de micro afstellen, een stemtest en we zijn vertrokken.

Het half uur is zo om, hier en daar was ik mijn draad kwijt maar ‘dat knipt Michel er wel uit’ wordt me gezegd. Ook niet helemaal zeker of wat ik zeg over mijn nieuwe job goed verwoord is ‘maar ook dat kan geknipt worden’, als mocht blijken dat ik of mijn werkgever aan wie ik de proefversie wil voorleggen, niet tevreden is. En als er straks zoveel geknipt wordt dat er niets overblijft, wel dan ben ik alvast toch een ervaring en enkele fijne ontmoetingen rijker.

Manon zit naast me als haar mama Caroline, die me interviewde, me als afsluiter vraagt wat ik nu ga doen. En ik kijk naar Manon en zeg ‘ik denk dat ik nu het verhaaltje van Manon verder ga voorlezen.’ De kleine dame draait met een ruk haar hoofd naar me toe en doet haar ogen weer schitteren.
‘Ja!’ zegt ze enthousiast en laat zich meteen van haar stoel glijden.

En ik lees verder over klein Mol in ‘onze’ vergaderruimte, terwijl de eerdere opname wordt verdergezet. En ik brei er nog een boekje aan over de lotgevallen van Barbie en Ken en consoorten, ook al ligt die verhaallijn me veel minder.  Op een bepaald moment zeg ik na een blik op de tijd tegen Manon toch ‘het spijt me, het boekje is niet uit maar ik moet nu wel echt gaan want mijn trein komt.’

‘Dat is goed’, zegt ze nuchter. ‘Volgende keer kan je verder lezen.’ En reikt me ferm de hand.
Er zijn nog heerlijke evidenties in het leven!

En mijmerend op de trein bedenk ik me, wat vond ik nu eigenlijk het leukst aan deze uitstap?

 

Participatie… Huh?!

‘Waar heb je die werkgever gevonden?’
De adviserend geneesheer van de mutualiteit leek oprecht nieuwsgierig.
‘Ik heb hem niet gevonden, hij heeft mij gevonden. Op Linkedin. Ik ben nogal actief op dat platform en hij vond me daar na het opgeven van enkele zoektermen.’

Het was 18 maart 2016 toen ik een verzoek kreeg om te connecteren via Linkedin. Even gesnuisterd op het profiel en het leek me ok dus connecteerde ik. Enkele dagen later kreeg ik de boodschap  ‘De reden waarom ik je contacteerde is dat we in onze startup op zoek zijn naar een partner die ons als senior/co-founder kan vervoegen in onze activiteit om steden/overheden te helpen met burgerparticipatie. Als dit thema, ondernemen en een start-up je interesseren mag je me contacteren.´

En of ik nieuwsgierig was. Ik gunde mezelf wat tijd en nam me voor twee dagen later terug te bellen na de website bestudeerd te hebben. Dat meldde ik ook. Daarop kreeg ik prompt een presentatie toegestuurd over een Europees project waar wij partner in zijn.

Zo gezegd zo gedaan, twee dagen later belde ik…met een bang hartje…
Je zal maar moeten meedelen dat je een invaliditeitsstatuut hebt en slechts deeltijds aan de slag durft…
Helaas, geen connectie.
We schrijven 22 maart 2016, aanslag in Zaventem en Brusselse metro, telefoonnetwerk volledig plat. Wat heen en weer pogingen, alvast een berichtje via Linkedin waaruit mijn enthousiasme voor het project mocht blijken.

Op 23 maart telefonisch contact, behoorlijk diepgaand interview over de projecten die ik jaren geleden coördineerde met middelen van de Koning Boudewijnstichting. Op het puntje van mijn stoel in een poging me te herinneren waarom ik o.a. anno 2008 bepaalde keuzes had gemaakt.
En wonder boven wonder…ik bracht het er blijkbaar goed van af. Na het telefoongesprek stuurde ik nog mijn net gepimpte CV door en kreeg de reactie ‘Het gevoel zit heel goed. Wat me ook aanspreekt in je profiel is dat je ook technische achtergrond hebt. Dus vertalen van wat we met de groep willen bereiken naar technische interactiemogelijkheden, die twee werelden linken.’

Inmiddels zijn we 19 juli 2016 en werk ik nu bijna drie maanden bij de startup als Participation Catalyst aan 10u per week. Mijn werkrooster is volledig variabel, ik mag van thuis uit werken en krijg ook de kans om in een internationale omgeving mijn talen weer bij te schaven.

Ja, ik ben trots. En neen, het is niet altijd even eenvoudig. Niet voor mij, maar zeker ook niet voor mijn werkgever. Ik ben onzeker, heb faalangst, wil het (meteen) goed doen en voel in heel mijn wezen hoe lang het geleden is dat ik nog een betaalde job had.
En ja, betaald worden maakt een verschil. Omdat ik dan alvast de druk voel dat het ‘goed’ moet zijn. Al weet ik diep vanbinnen dat ik goed werk kan afleveren. Zo zie en hoor ik wat mijn vrijwillige engagementen binnen o.a. de geestelijke gezondheidszorg teweegbrengen. Waarom dan niet daarbuiten? Waarom die twijfel?
Of het dus eenvoudig is, neen.

Er zijn al een drietal momenten geweest dat ik dacht ‘hier stopt het voor mij.´
‘Zie je wel dat ik niets kan’ komt ook vaak bovendrijven.
Maar ergens diep vanbinnen is er de drang om er iets van te maken. Al is het maar uit dankbaarheid voor de kans die ik nu krijg. Al is het maar omdat ik geloof dat dit ook een participatieverhaal is dat een voorbeeld kan zijn.
En ja, dwars door de angst en pijn gaan, ik ken het.
Ik voel me groeien. Ik voel het vertrouwen groeien.

Tien uur is overigens bitter weinig om je in te werken. Maar behoorlijk wat als je gezondheid er één is van onvoorspelbaarheid. Gelukkig ken ik mezelf intussen erg goed en weet ik wat  ik nodig heb om snel te herstellen.
Maar al bij al… ja, ik ben best wel trots op mezelf.

Laat dat op deze zomerse dinsdagavond maar mijn conclusie zijn.

Waarden of geld? Vertrouwen of angst?

‘Ik ken je eigenlijk niet, maar sommige van de dingen die ik van je gelezen heb op LinkedIn hebben me al doen nadenken.’

Zo´n eenvoudig zinnetje van iemand die ik tot vóór zijn uitgebreide mail niet sprak of las, het raakte me. Ik die dacht dat ik de enige ben die mijn eigen schrijfsels leest.

Hij schreef me in het kort zijn verhaal en het klonk me zeer bekend in de oren. Werkt bij een multinational waar het al lang niet meer om mensen draait maar om geld. En dat doet pijn, als jij nog wel idealen hebt en je je werk net wél voor mensen wil doen. Dat jij op lange termijn denkt, maar je directie daar niet in mee gaat. Dat je enthousiasme plaats moet ruimen voor kortetermijndenken.

Net voor Nieuwjaar hoorde ik nog het verhaal van een leidinggevende die trots was dat de evaluatiegesprekken van zijn medewerkers zo goed verlopen waren. Doorheen het jaar had hij her en der moeten bijsturen, maar nu waren alle evaluatieverslagen positief. Althans, vóór de directie zich er mee ging moeien…Het kon niet in hun ogen, enkel positieve verslagen afleveren. Dus moest hij de dossiers bijsturen. En hij deed het, ook al worstelde hij ermee.

Of ik dat zou doen? Absoluut niet. Ik zou die medewerkers gewoonweg niet meer onder ogen kunnen komen als ik zoiets gedaan had. Liever je eigen nek veilig stellen dan die van je medewerkers? Ik ruik de angst tot hier. Waar zijn we mee bezig?

Heb ik mooi praten? Mijn laatste werkgever ontsloeg me in de negende maand van mijn proefperiode, tijdens een ziekteperiode. Ik ben al vele jaren langer dan die laatste werkgever chronisch ziek, maar het was de cultuur die me de das om deed. Dat ik mijn buikgevoel bij het sollicitatiegesprek had moeten volgen, heb ik mezelf vaak onder de neus gewreven. Het haantjesgedrag een waarde had moeten toekennen. Maar goed. Ik was ook een beetje uitgekeken op de drie jobs die ik toen deed dus moest er iets gebeuren. En het ontslag deed pijn, maar ik ben er niet meer rouwig om.

Momenteel zit ik wel weer in een woelige periode. Al die vrijwillige engagementen, waar leidt het naartoe? Ik wil betaald werken, maar weet dat ik een regulier arbeidsregime niet kan bolwerken.

De sociale zekerheid staat onder druk, activeren van chronisch zieken is een hot topic. Maar ten koste van wat?

Wat zouden al die werkende mensen doen als geld geen struikelblok was? Wat zou ik doen als geld geen struikelblok was?  Ik kreeg de vraag in een explorerend gesprek in het kader van een eventuele loopbaanbegeleiding. En ik antwoordde meteen ‘dan zou ik het geld investeren in het ‘warm huis’ waar ik van droom waar mensen met een psychische kwetsbaarheid gevormd, gekoesterd en uitgestuurd worden om tegen betaling hun talenten in te zetten. En valt er eens iemand uit, dan wordt die persoon door ons opgevangen, gekoesterd en bij de vragende partij vervangen door een andere werkkracht uit de talentenpool.’ Dat is waar ik zou voor gaan, als ik geld had. Dus ga ik er ook voor nu ik geen geld heb en ik voel de emotie opborrelen tijdens het schrijven. Is dat niet een mini-maatschappij waar vertrouwen mag bloeien in plaats van angst?

Waarom moet werken een worsteling zijn? Waarom vallen termen over je bijdrage als ‘heel waardevol’ maar is dit omgekeerd evenredig met de vergoeding die er tegenover staat?

Wat zou ik doen als ik gezond was? Nog zo een vraag die ik me kan stellen. Dan zou ik wellicht meedraaien in deze maatschappij en me geen vragen meer stellen. Of toch?

Ik ga dadelijk de kaartjes die ik maakte over de waarden die ik leef nog eens bestuderen en doorvoelen. Ik word hier somber van mijn eigen schrijfsel, dat kan niet de bedoeling zijn.

Effe los schudden. En weer verder. Tot hoors.

Bewuste keuze

“Mama, dat meen je niet! Hoe kan je nu zo dom zijn.”

Het is nochtans waar. Dat papa de doorslaggevende reden was dat ik de studie burgerlijk ingenieur heb aangevat in 1988. Akkoord, ik was in het Atheneum sterk in wiskunde, had een zekere honger naar het oplossen van vraagstukken en vond er genoegen in als eerste klaar te zijn met oefeningen. Of beter nog, aan bord te worden geroepen en als antwoord van de leerkracht wiskunde horen
“aha, jij lost dat zó op.”
En vanuit de klas dan “ja, hoe anders?”
Waarop de leerkracht even met de mond vol tanden stond…

Geschiedenis en aardrijkskunde waren voor mij blokvakken. Later zou ik horen dat er mensen zijn die redeneren op geschiedenis maar daarentegen moeten blokken voor wiskunde. Dat zijn dan wellicht mensen die wél goed kunnen onthouden… Want al bij al denk ik dat een andere universiteitsstudie dan ingenieur me niet zou gelukt zijn. Ik moet het hebben van redeneren. Hoe vaak heb ik op oefeningenexamens voor mezelf eerst de lange formules moeten afleiden uit de basisformules alvorens in te kunnen pikken op de oefening. En dat vraagt tijd natuurlijk. Daar waar medestudenten met een goed geheugen wellicht ook de lange formules uit het hoofd kenden.

Maar goed.

Hij dus, die daar tijdens het ingangsexamen in juli 1988 twee rijen voor mij in de aula Q van de VUB over zijn papieren zat gebogen voor de oefeningen van analyse.
“Kijk dan eens om” dacht ik nog. Maar hij zag me niet. Toen nog niet.
Proclamatie in gebouw K op de campus op de tweede verdieping. En hij was geslaagd. En ik was geslaagd. Ik kende de wereld niet en mijn broer kende de ingenieursstudie al wel van binnenuit en kon erover vertellen. En ik zette de stap. Maar toch voornamelijk omdat ik hem wilde volgen en voor de liefde wilde gaan.

“Maar dát heb ik nooit geweten” zei mijn ma onlangs verontwaardigd toen ik het haar vertelde. Voor de goede verstaander, hij en ik zijn intussen gescheiden.

Ach. Ik heb het diploma gehaald en ik heb geen spijt van mijn keuze. Veel mensen reageren verrast en vol bewondering als ze horen welk diploma ik heb en zeggen dan “dat is toch de moeilijkste studie die er is.” Waarop ik alleen in alle eerlijkheid kan antwoorden “dat weet ik niet, ik heb nooit iets anders geprobeerd.”

Al geef ik toe dat ik gevleid was toen ik enkele jaren geleden een werkgroep met psychiatrische patiënten, hulpverleners en familie van patiënten opstartte voor een project voor de Koning Boudewijnstichting en één van de deelneemsters vroeg “maar om dit te kunnen met deze diversiteit aan mensen…jij bent toch psycholoog of psychiater of zo…”
En op mijn antwoord met een fijn lachje dat dat niet klopt, dat ik ingenieur ben, zij even met haar mond open verbouwereerd bleef zitten…
Ja, dan ben ik toch trots dat ik meer petjes kan dragen dan alleen dat van ingenieur.

Dan ben ik misschien nog trotser dat ik niet in een vakje te stoppen ben.
En als een zwerver me aanspreekt op straat ben ik dankbaar dat ik er toegankelijk uitzie.

Trouwens, enkele jaren geleden vernam ik dat de term “het sympathiekske” die ik blijkbaar in het mannenbastion van de eerstejaarsstudenten vroeger opgeplakt kreeg betekent “ze is niet knap maar wel lief”. Maar daar kan ik mee leven. Zeker nu ik ouder word en er op ‘knap’ toch sowieso haar komt te staan.

Nu mijn oudste dochter gisteren mijn ingenieursklak van destijds heeft geleend voor twee nachten studentikoze activiteiten op de VUB (al denk ik dat ze er mee uit de toon zal vallen)…mijmer ik “ook voor mama tijd om een andere pet te zoeken.”

Ik denk dat ik daarvoor eerst mijn glimlach eens ga opzetten… Sympathiekske.

Welja…waarom niet. Waar begint vertrouwen, toch?!