Hoop

Photo by Derek Thomson on Unsplash

Even twijfelde ik tussen een hoofdstuk in mijn lievelingsexemplaar van ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carroll en een episode uit ‘Het geluk van de sprinkhaan’ van Toon Tellegen. Maar mijn hand reikte voluit naar het boek ‘Hoop’ van Roland Van der Vorst.

Ik snuisterde doorheen de bladzijden en onderstreepte fragmenten.
Dit was het fragment dat me in beweging bracht en aan het toetsenbord zette voor het schrijven van dit blogbericht: ‘Een hoopgever (…) stimuleert op een andere manier je fantasie. Hij zorgt ervoor dat je de werkelijkheid ontstijgt zonder haar uit het oog te verliezen.’ 

De keuze voor bovenstaande foto die ik al in een eerder bericht gebruikte was snel gemaakt. 

Dat is wat ik wil doen de week die me rest vooraleer ik volgende maandag het werk weer aanvat: Me niet overgeven aan de energie die zich via allerhande gebeurtenissen en berichten van buitenaf opstapelt in mijn lijf. Losmaken wat vastzit en vrijlaten wat als ballast aanvoelt. (Tijd) investeren in wat ik graag doe.

En ja, wat doe ik graag? Mijn nieuwsgierigheid volgen, nieuwsgierigheid van anderen prikkelen en mensen hun ogen doen glanzen. Door te luisteren bijvoorbeeld. Door tijd te geven. Door een gezamenlijk weetje te dragen.

Ik voel hoe mijn energie inmiddels pittiger is dan daarstraks bij de huisarts. Toen ik haar vertelde dat het nog niet goed ging maar dat thuisblijven daar niet aan zou helpen. Ik moet terug, de arena in, brullen als het mijn beurt is! Of de trapeze lossen en schroefgewijs naar mijn compagnon uitreiken in vol vertrouwen. De clown uithangen als er nood aan is.

Uitreiken. En hoe ik dat niet doe en wel van veel mensen mag. Vreemd toch.
En middenin dit bericht reikte mijn buur wel uit. Inmiddels heb ik hem geholpen met wat administratie. Voor een glimlach. Meer moet dat niet zijn in dit geval.

‘De hoopgever zorgt ervoor dat je de werkelijkheid ontstijgt zonder haar uit het oog te verliezen.’
Merci, hoopgever!

Scherpstellen

Het opstaan deed pijn vanochtend, maar ik heb zonder veel draaien en keren doorgezet. Flinke ik.

Uiteindelijk arriveerde ik nog te vroeg aan mijn vrijwilligerswerk, want de deur was nog gesloten. Gelukkig kwam er net een stagiaire aan, ik denk toch aan haar jeugdigheid te merken dat het een stagiaire was. Alleszins, zij had een code. Ik niet, ik ben maar vrijwilliger. Die hebben geen code-privilege.
Vind dat niet erg trouwens. Tegenwoordig heb ik het toch behoorlijk moeilijk om al die paswoorden en codes te onthouden. Of is mijn aandacht door vermoeidheid te verslapt waardoor ik zit in te loggen in systemen met paswoorden van andere systemen. En nog eens en nog eens…nu ja. Het kan ook de ouderdom zijn.

Maar wat voorafging aan de gesloten deur was dat ik op de fiets mijn buurman spotte. Een vijftigtal meter voor me op zijn fiets. Zal ik versnellen, vroeg ik me nog af. Maar hij reed zo traag dat ik niet eens hoefde te versnellen om hem bij te benen. We stopten even allebei. Ik vroeg hoe het met hem ging. Of de verbouwingen aan de verwachtingen voldoen. Hij vertelde me met een wat somber gezicht dat ze net een brief hadden ontvangen van de stad dat het huis onbewoonbaar is verklaard. De verbouwingen bleken onvoldoende. Zoals ik had verwacht trouwens, want aan de schimmel in hun kamer hebben ze niets gedaan. Ik voel me er nu toch niet helemaal comfortabel bij…hoewel mijn verstand zegt dat ik het juiste heb gedaan.
Maar wat schreef ik ook alweer, dat ik me op een co-housing project zou storten en hen mijn woonst toevertrouwen.
En hoe ik dan nu voel dat daar weerstand op zit. Te snel? Te onzeker? Te ‘conservatief’?

Mijn jongste dochter heeft een studentenkamer aangevraagd voor volgend academiejaar. Nu afwachten of het goedgekeurd wordt.
Dan woon ik hier minstens tien dagen op veertien in mijn eentje. Wil ik dat? Het co-housing project waar ik me aan verbonden heb, is een meerjarentraject. Ik dacht er eerst uit te stappen, omdat ik vermoed dat het financieel niet haalbaar is. Maar ik heb er een niet-rationele oefening op gedaan en blijkt dat mijn nieuwsgierigheid het wint op de praktische bezwaren. ‘Ik ga ervoor en zorg dat ik het geld heb’. Voilà, zo simpel is dat 🙂

Het was fijn in de bureau vandaag. Goed gelachen. Ook goed doorgewerkt. Wat wederzijdse frustraties geuit. Meer moet dat niet zijn. Vanmiddag ben ik naar de optieker geweest en heb me een nieuw montuur laten aanmeten. Morgen laat ik mijn ogen opmeten (vijf meter schittering :-)) en dan ga ik binnenkort hopelijk iets meer loepzuiver door het leven. Best een gedurfd montuur. Subtiel, verfijnd en gedurfd. Helemaal zo on-ik 🙂
Eén van de monturen was drie-D geprint. Knalblauw. Te streng voor mij. Naar het schijnt kijk ik zo al streng genoeg, op zijn minst toch af en toe.

In de namiddag kreeg ik mijn klop van de hamer, had ook geen zin meer in de dingen die ik eventueel nog zou kunnen doen.

Ik had na lange stilte de studio nog eens opgebeld voor een nieuwe afspraak om mijn boek verder in te lezen. Dat ben ik om vier uur gaan doen en verdomd, ik heb goed gelezen en vond er plezier in. Als de software niet mee wil, krijg ik het op mijn heupen. Maar het liep vlotjes. Misschien dat mijn dagelijkse avondlijke blogbericht-inlees-sessie mijn voice-overgehalte scherp houdt.

Maar ik voel mijn nek weer zeuren. En waarom heb ik vanavond toch ook weer naar koffie gegrepen. En de afwas verder geen blik gegund.
Niet beginnen zeuren Fiducia. First things first. Lees nu maar in, bijschaven en hup. Publiceren die wandel.

Fijn zo…deze avondlijke stilte.

Dankbaarheid

Misschien moet ik leren wat minder nieuwsgierig te zijn.
Not!

Ik voel aan het vastzitten van mijn nek nochtans dat ik iets te geconcentreerd vanalles heb uitgezocht vandaag. Jammer overigens dat toen ik me op het werk haastte om de trein naar huis te halen daarstraks, net de collega miste die vrijdag haar laatste dag werkt bij ons. En ik ben er vrijdag niet. Maar ik ben wel blij dat ik vanmiddag even de stilte opzocht en in een helder moment in de winkel naast de deur het ideale cadeautje vond voor haar. Waar ik nu ineens nog een ingeving over heb hoe ik het nog dat tikkeltje extra kan geven. Oh, al helemaal zin in!
Is nieuwsgierigheid een virus of bacterie, vraag ik me intussen af 😉
Ik zag aan haar ontroering vanmiddag, toen ik het pakje afgaf, hoe blij ze ermee was om dit in een intiem moment onder ons tweetjes te mogen ontvangen.

Ik ga haar nog zien. En misschien beter leren kennen dan op het werk mogelijk was. Omdat we er de tijd voor zullen nemen. Zij had nood aan verbinding, gezamenlijke middaglunch bijvoorbeeld. Brainstormen over elkaars projecten ook. Ik zit op het werk meestal gefocust te stressen om voorbereidingen of verslagen, verslagen, verslagen nog an toe…rond te krijgen. Heb tijdens pauzes vooral nood aan me terugtrekken en de stilte opzoeken. We vonden elkaar nu en dan. Maar niet diepgaand genoeg om elkaar afdoende tegemoet te komen in onze noden.
Maar voor gewoon ontmoeten en gezellig keuvelen, zoals we enkele dagen geleden onder ons tweetjes deden bij wijze van middaglunch, daar maak ik heel graag tijd voor. Zij is misschien ook de ideale persoon om me de stad en haar magische plekjes te leren kennen, bedenk ik me nu. Wat al mijn intentie was toen ik voor deze stad koos als werkplek. Mijn horizonten verruimen. Nooit te laat. Minder nieuwsgierig zijn, opperde ik bovenaan dit blog zeker…

Dat komt goed. Ik voel het aan mijn rechter dikke teen. En zij vind haar draai in een nieuwe job. Omdat ze opkomt voor wat ze nodig heeft. En mensen die dat doen het gewoon verdienen dat ze hun droomjob en hun draai vinden. Zeg tegen het universum dat ik het gezegd heb. Ah, ‘zij’ zorgt daar al voor…Gewoon dankbaar blijven voor de kleine of grotere verwondermomenten die je tegenkomt. Ze koesteren om te kunnen herwonderen op minder fraaie momenten. En in vertrouwen je toekomst vormgeven. Met een opleiding bijvoorbeeld.

Maar genoeg over de werkplek.

Ben na het werk een vriendin gaan bezoeken die in haar nieuwe appartement is ingetrokken. Gezellig gekeuveld. Pakje. Hapje, drankje. Rondleiding gekregen. Hele fijne nieuwe thuis is dat geworden. Op haar terras dat nu nog een bouwwerf is zal ik straks graag een glas drinken. Haar dochter krijgt een vast contract, leerde ik. Trots op die jongedame! En niet evident om zo snel een vast contract te krijgen als jonge afgestudeerde, laat ik me vertellen. Ik mocht haar zien figureren ook in een bedrijfsfilmpje dat mama trots toonde. En toen dochterlief binnenkwam en ze dat te horen kreeg, rolde die op haar beurt met haar ogen. Die trotse mama´s toch.

Het tikken van mijn wekker maakt me rustig. En bewust. Laat me beseffen dat ik de dag mag gaan afronden. Dat hij goed is geweest en ik morgen opnieuw mag vormgeven.
Dankbaar ben ik. Voor zoveel mooie mensen in mijn leven om beter te leren kennen.

Acuut gezond

nikko-macaspac-263785-unsplash

Photo by nikko macaspac on Unsplash

Dat het vreemde dagen zijn. Veel en diep slapen. Met een wat onbestemd gevoel opstaan.
Vanochtend heb ik wat opschoonwerk gedaan op mijn laptop. Ben nog niet helemaal klaar maar ben toch al goed opgeschoten. Wel opvallend dat in de nieuwe folder ‘passies’ die ik creëerde, 35 folders staan…misschien moet ik maar eens gaan clusteren.

Leverde ook verrassende ontdekkingen op. Bijvoorbeeld dat de cursus vertellen in Frankrijk waar ik zo´n mooie herinneringen aan heb niet in 2013 was, zoals ik altijd dacht, maar in 2011. En dat het juni 2016 was toen ik die ene belangrijke stap nam die me in staat stelde een behandelrelatie die ik in 2011 al beëindigde écht ‘los’ te laten.

Hoe ik nu een kleine twee jaar verder sta en eindelijk begin te leven. Nog met veel pijn en worstelingen, maar met voldoende mooie momenten om me aan op te trekken.

Hoe ik de toekomst nu mee vormgeef, waar ik dik zes jaar geleden geen toekomst meer zag. Hoe ik de stekker dan maar halsoverkop in een ander stopcontact heb gestoken. Eentje met meer frequenties om me op in te tunen. Getuige mijn folder ‘passies’.

Ga ik hier nu echt schrijven dan ik trots ben op mezelf?
Allez vooruit, als retorische vraag dan.

Verder heb ik mijn dag gevuld met notities herbekijken en clusteren, lezen, wassen, afwassen, freewriting met tranen en het invullen van mijn dankbaarheidsboekje. En die laatste twee mag ik echt wel weer integreren in mijn doordeweekse dagen. Evenals wat formele meditaties. Heb overigens ook een heel pak meditatie-mp3´s teruggevonden. Ik weet waar ze staan, maar meestal kies ik voor stilte. Of zoals nu, het klotsende geluid van de wasmachine op de achtergrond. Of straatgeluiden.

Ik dacht dat ik meditatie had geïntegreerd in mijn dagelijks leven, maar ik ben er niet meer zo zeker van. Ik ben wel alert dat als bijvoorbeeld mijn brein te snel ‘draait’, ik bewust traag ga stappen, als om de traagheid in heel mijn systeem te forceren. En andersom, als de energie helemaal vastzit en ik ronddobber in somberheid, dan forceer ik me om buiten te gaan. Om wat kinetiek in de potentiële energie te brengen. Soms beweeg ik tussen de twee extremen op één dag. Het vastzitten is meestal s´ochtends. Als ik dan ´s avonds een té actief hoofd heb wordt het alle hens aan dek om te vertragen zodat ik kan inslapen. Soms zijn er slapeloze nachten vol hersenactiviteit. Soms dans ik dan maar om die energie uit mijn hoofd weg te trekken. Slaapmedicatie neem ik niet meer. Mijn arts weet dat.
Er zijn hulpverleners die dat gevaarlijk vinden.
Ik ben geen hulpverlener en ik vertrouw intussen op mezelf.

Ik kan me al niet meer voorstellen hoe het vroeger was. Hoe ik me toen voelde.
Toen ik nog niet ziek was. Chronisch ziek.
Chronisch…misschien wordt het tijd dat ik af en toe acuut gezond word en daar even bij stil sta. Zoals nu.

Ach, ik ben wellicht zo gek als een deur, tot je me een raam noemt en zich een nieuwe wereld opent.

 

 

Broedwerk

tanja-heffner-263537

Photo by Tanja Heffner on Unsplash

Het is mij al een aantal keer opgevallen. Dat wat ik in mijn schrijfsels aankondig, zich enkele dagen nadien manifesteert op de behandeltafel.
Wat ik vandaag doorvoelde kondigde zich aan in mijn blogbericht van 26 januari.

Ik was met vertraging vertrokken vanochtend. En dan liet de tram ook nog op zich wachten waardoor ik vijftien minuten en enkele update-smsjes na afspraak bij mijn therapeut arriveerde.
Dat er grote vermoeidheid zit. Dan moet ge maar niet tot kot in de nacht gaan dansen als ge er niet tegen kunt hé.
Dat het contact maken met het verdriet kort was maar wel intens. Gaat ge uw dochter terug buitensturen om zelf een potje te kunnen grienen?
Dat ik pijn heb aan mijn goesting om dingen te ondernemen. Vermoeidheid of goesting, kip of ei?

Die cursief gedrukte woorden zijn overigens niet de woorden van mijn therapeut. Die woorden zeg ik in stilte tegen mezelf. Mijn therapeut is zacht-aardiger voor mij. Heb ik geluk!

Op de behandeltafel kwam eerst in een bewustzijnsgolf de wens om los te laten.
Even later kwam er een golf van angst.
Wie ga ik nog zijn als ik deze pijn loslaat?
Net die vragen die ik een paar dagen geleden al neerpende.
Maar ik liet de lading los daar op dat eigenste moment.
Koude, rillingen en een keel die dichtkneep. Golven. Beweging.
Maar ook verbondenheid, waarbij de grenzen vervaagden tussen mezelf en de wereld romdom me.

Omdat ‘ik’ het allang beslist had.
De pijn die ik al zo lang meedraag zal niet meer dezelfde lading dragen vanaf vandaag.
Ik voel trouwens nu al het verschil met vanochtend.
De goesting en het ondernemerschap kriebelen. De wriemel om lichtvoetige fratsen uit te halen roert zich. De schrijfdrive om enkele lieve mensen te antwoorden die al te lang op een antwoord wachten is terug en zet me aan tot actie.

Ik koester niet de illusie dat ik (ooit) zal genezen. Maar ik ben heel dankbaar voor de weg waarop ik (be)geleid word. En ik ben heel dankbaar voor de begeleiding op mijn weg. Voor de ladingen die ik onderweg mag lossen. Voor de experimenteerruimte van mijn nieuwe ‘ik’. Ik voel me vooral al een hele poos niet meer alleen in mijn worsteling. Akkefietjes raken me niet meer op dezelfde manier.
Ik weet me gedragen en gesteund. Vanuit een mens-tot-mens benadering. Met een enorme dosis geduld, respect voor mijn traject en ruimte voor reflectie.

Eenzelfde visie op de wereld. Het helpt als je tot steun wil zijn.

Los-houden

hedi-alija-393665

Photo by Hedi Alija on Unsplash

Hij vroeg hoe het nu gaat, maar het zit behoorlijk vast. Het lijkt wel of ik al de hele week tegenhoud wat er klaar zit. In het aanvoelen dat het iets intens is, ook omdat de behandeling vorige week zo heftig was. De naweeën. Terwijl ik een antwoord stuurde, voelde ik het één en ander zich roeren en besloot op dat eigenste moment dat ik er meteen ruimte voor zou maken. Ik schreef die beslissing neer.
Ik had een paar uur dat ik alleen in huis was. Dat moest voldoende zijn voor de brok verdriet die klaar zat.
Dus installeerde ik me in de zetel, lekker warm ingeduffeld en zoomde in. Afwachtend.

Verschuivingen. Golven van intense fysieke pijn en verdriet. Verkramping, naar adem happen. Pijn wegpuffen. Koude. Meer huilen.
Ik heb niet op de klok gekeken maar naar mijn gevoel duurde het niet lang.
Kort en intens. Ik heb me neergevleid en wat rust opgezocht. Neen, alles is niet weg.

Toen hoorde ik de sleutel in de deur en stapte mijn jongste binnen. Rond 16u. Hoewel ze in de bib zou gaan studeren en die sloot na etenstijd had ze me ´s ochtends verteld. Maar dat zegt uiteraard niet meteen iets over het tijdstip van thuiskomst.
Ook ik had aangegeven dat ik mogelijk vanavond afwezig zou zijn. Vanochtend had de vermoeidheid me nog niet zo in haar greep. Had ik de speech van de directeur van mijn vrijwilligerswerk nog niet gehoord die me in tranen hulde. Wat ik hem vertelde waarna ik vroegtijdig naar huis ging.
Nu waren we dus onverwacht beiden thuis, mijn dochter en ik.
Ze vond het jammer dat ik op de vooravond van een vrij weekend ingeduffeld in de zetel lag. Mijn opgedroogde tranen heeft ze denk ik niet gezien.

Dit proces dat ik door moet doorleven als mijn jongste in de buurt is doe ik niet. Dit is iets dat ik alleen wil doorworstelen. Ik denk dat het voor mijn dierbaren teveel pijn doet te zien hoe ik afzie op zo´n momenten. En ik wil niet op die momenten ook nog rekening moeten houden met hen. Me moeten inhouden. Mijn pijn, de etter van jaren en ik. En straks weer een egaal velleke als alle pus weg is en de wonde geheeld. Kusje erop en weer verder spelen…

Dat vind ik dan wel weer grappig. Waarbij ik heel erg besef dat dit een plotse overgang is. Geef er u als lezer aan over zou ik zeggen. Stiltemoment. Even ademen.

Gemiddeld schatten mensen me 10 jaar jonger dan ik ben. Dat komt meestal bovendrijven, soms met openvallende mond, als ik iets over mijn volwassen dochters aanhaal. En een vriendin zei daar een tijdje geleden dus over dat ik ondanks de miserie goed geconserveerd ben gebleven. Dat vond ik wel grappig. Misschien schreef ik het eerder. Ik val soms in herhaling.

Misschien verouder ik heel snel als alle pijn eruit is. In de winter van mijn leven.
Of ineens, in de herfst, poef, Fiducia dwarrelt weg. Alle vertrouwen weg.
Wie ben ik straks nog zonder de pijn? Waarmee ga ik mijn dagen vullen dan?

Neen, ik ben er niet bang voor. En ik ga ervoor. Let go and let come.
En ook:

Let me fall if I must. The one I will become will catch me.
(van Baal Shem Tov als ik gratefulness.org mag geloven)

Unieke jongedames

luma-pimentel-463423

Photo by Luma Pimentel on Unsplash

Oh, wat heb ik vandaag een unieke jongedame ontmoet. Gezelschap gehouden ook.
Haar vertrouwenspersoon was in een pashokje aan de slag toen ik de jongedame ontmoette op mijn eigen weg naar een ander pashokje.
En dat ik eerst voorbij de winkel was gefietst…en terugdraaide.
Omwille van een vers goestingske.
Een goestingske en fiets op slot en ‘heb nog wat tijd’ overweging later deden me binnenstappen.

Jongedame was aan het morren. Haar mama, de vertrouwenspersoon in kwestie, was uit het zicht verdwenen. Wat kon zij daar zo in haar eentje al liggend zonder zich op iemand zo vertrouwd als een mama te kunnen blindstaren. Neen, dat laatste is een fout woord. Maar ik laat het staan. Omdat ik het wel grappig vind.

Dus boog ik me over de kinderwagen, waar trouwens ‘EGG’ op stond en vroeg aan de kleine uk wat er scheelde. Legde haar (een meisje, naar ik vermoedde) uit dat mama aan het passen was dat ze haar nu even de tijd moest geven.
‘Mag ik haar de tut geven?’ vroeg ik aan de mama. ‘Ja graag’, klonk het door het gordijn. Dus gaf ik de tut die met een nieuwsgierige blik vanwege ‘baby’ op de ‘indringer’ werd aanvaard en ik ging het gesprek aan. Legde haar uit dat mama aan het passen was, omdat ze mooi wou zijn omdat mama´s nu eenmaal mooi willen zijn. En dat haar mama geen uitzondering was. En ik vroeg haar of ze besefte dat ze in een ei lag. En vroeg of ze uit een ei kwam. Mama zei dat ze een ongelukje was. Dat dat de schoonste cadeautjes zijn. En ik vertelde dat ik in de jeugdbibliotheek voorlees aan kindjes. Die iets groter zijn dan zij, maar toch. En nog vanalles. Maar zo goed onthoud ik mijn eigen onzin nu ook weer niet.

Maar ik kreeg haar blik. Ik kreeg haar glimlach nu en dan, ik denk dat ze die nog volop oefende. En toen ik haar knuffeltje tevoorschijn haalde en een liedje liet zingen keek ze gebiologeerd naar het gekke kussentje, had duidelijk nog niet het besef dat ze ook iets met haar handjes kon doen die nu in mini-extase nogal veel energie kregen.
Het ei barstte bijna. En ze brabbelde even.
Buwohbwuue. De ogen wijd open op het popje gericht.
Vergeef me overigens de schrijfwijze. Ik ben niet meer zo goed in gebrabbel. Of beter, ik herinner me niet meer hoe ik het uitsprak toen een ander het schreef. Of zoiets. Ik ga zelfs geen poging meer doen om na te gaan of deze logica klopt. Beetje moe.

Ik heb haar nog gevraagd hoe ze heet. En toen klonk een verontschuldiging vanuit het pashokje dat ze nogal een speciale naam heeft. En mama sprak hem uit en ik dacht ‘is dat een jongens- of meisjesnaam?’ En toen zei mama er nog een meisjesnaam achter.
Die klopte voor mij perfect bij dat mini-snoetje.
Maar ik vrees dat dit meisje haar naam later heel wat keren zal mogen herhalen en verantwoorden.

Alleszins. Ik heb genoten van mijn verbinding met dit ukje. Mama heeft genoten van haar ‘zorgeloze’ pasbeurt, waarvoor ze me bedankte. En ik denk ook dat ik uit de blik, de glimlach en het gebrabbel van dit mini-mensje mag afleiden dat ik voor haar vandaag het verschil heb gemaakt tijdens deze shopbeurt van mama. Een lichtpuntje?!

Overigens heeft de mama niets gekocht. Behalve een baby een tijdje geleden…
Mijn dochters hebben vandaag hun eerste examen afgelegd.

Allemaal unieke jongedames.
En ik mag dat allemaal aanschouwen 🙂

The magic of beginnings

jelleke-vanooteghem-340024

Photo by Jelleke Vanooteghem on Unsplash

Eergisteren vond ik deze spreuk in mijn mailbox: ‘And suddenly you know: It’s time to start something new and trust the magic of beginnings.’
Een uitspraak van Meister Eckhart, een mysticus die leefde van 1260-1328, als ik het Internet mag geloven.

Het is inderdaad magie, nieuwe dingen aanvatten.
Ooit zei iemand me dat ik een novelty seeker ben. Die zich steeds in nieuwe dingen vastbijt, die doorgrondt en vervolgens weer uitkijkt naar nieuwe mogelijkheden.

Ik had begin december een splinternieuw luxe gastenboek aangekocht als geschenk aan mezelf. Laten inpakken en al. De bestemming kreeg vorm nadat ik mijn nieuwe beginnings in kaart bracht.
Cadeautje vastgenomen en helemaal verrast door de inhoud.
Dankjewel Ikje. Jij kent me goed. 🙂
Ik vul het boek zorgzaam met belangrijke mijlpalen, aanmoedigingen en curiosa.
Mijn kunstwerk. Elke dag een beetje kunstiger.

Vandaag mijn eerste werkdag van het nieuwe jaar.

Wat de heenrit me gaf:
‘Stopt daarmee!
Gij gat noeit nimier mee.
Stopt me ma oat te dagen.
Van wie is die GSM?

Neije, ni van aa, van a zuster.
Wacht ma tot a straf.
Gij had thoas moeten blaven.
Gij gat noeit nimier mee.’

De derde halte ebt het afkafferen stilletjes weg. Tot hervonden rust.

De conductrice geeft zichzelf op haar beurt een frons en wat gemompel als ze mijn halftijdse treinkaart aanneemt.
‘Ik vul de kaart altijd voor de hele dag in.’
KNIP
Alstublieft’…
strompel strompel.
‘Goeiemorgen.’ …
[achterbuur toont in mijn gedachten zijn abonnement.]

En wat zou ze gedaan hebben als ik had gezegd…
Of neen, laat ik die gedachtenoefening maar niet doen deze keer.

De terugrit gaf me een Italiaans telefoongesprek op de bank achter me. En twee banken voor me fantaseerde ik dat de diepgevooisde Vlaamsche uitingen antwoorden waren aan mijn achterbuur.
Lost in trainslation.
Met de glimlach verbonden langsheen de spiegelende ruiten.

Tijd om mijn gastenboek erbij te nemen.
Zodat ik op dag twee niet achter geraak op mijn kunstschema.

Wat zegt u? U wil weten of ik tussen de treinritten gewerkt heb?
Zeg me eerst wat werken is. Dan zal ik er eens over nadenken.

Warme groet,
Uw eeuwige speelvogel 🙂

 

 

 

 

 

 

Loze dromen

aaron-burden-398673

Photo by aaron burden on Unsplash

Nina liep voorbij het huis van meester Tom, nam dan de straat rechts en sloeg net vóór de  parkeerautomaat het wandelsteegje in. Haar rode rugzakje en de witte kap van haar jas bungelden op en neer op haar rug.

Ze zag hem al van op een afstand staan. ‘Haar’ boom. Hij stond een honderdtal meter het kleine bos in. Ze plofte neer op de boomstronk er recht tegenover, deed haar rugzakje uit en zette het voor zich neer op het mos. Flink hijgend bekeek ze haar boom van onder tot boven. Er hingen nog flink wat bladeren aan de takken, ook al was het bijna winter. Nina schikte haar rokje strak over haar knieën en frunnikte wat aan de lintjes op de zak. Ze keek naar de boomholte net op ooghoogte. Het was al van augustus geleden dat ze hier nog kwam, maar nu had ze boom echt nodig.

‘Grote Boom?’
Het bleef muisstil.
‘GROOTE BOOOOM??’
Een briesje deed de bladeren ritselen.

‘Meester Tom heeft ons gezegd dat we een opstel moeten schrijven over onze dromen. Maar ik heb er geen.’
Nina monsterde de boom om te zien of er iets veranderde. Maar ze zag geen teken.
‘Als we ons opstel niet inleveren krijgen we min twee op ons rapport. En ik ben al niet goed in taal.’
Ze snikte even en hapte naar adem waardoor haar tengere lijfje helemaal schokte.

Nina boog zich voorover, nam haar rugzakje en maakte de rits open. Ze haalde er een blocnote uit en de groene pen die ze van papa´s bureau had weggenomen en schreef: ‘Grote boom, breng me alsjeblieft een droom. Warme groet, je Nina.’
Ze scheurde het blaadje van de stapel en stopte het papiertje diep in de boomholte. Haar hand aarzelde nog langs de bast toen ze langzaam weer terugliep.
Nina raapte haar spulletjes bij elkaar en maakte zich klaar om naar huis te gaan. Nog even keek ze om terwijl ze haar kap van onder haar rugzak trok.

Hé, wat voelde ze daar?

Nina trok met beide handen haar kap over haar rechterschouder.
PLOP!
Ze boog zich voorover naar het ding dat in het mos gevallen was en raapte het op.

Wat gek. Een gebogen lichtbruin stokje met een groen blaadje er dwars bovenop. Net een hamertje. Ze tikte er drie keer mee op haar voorhoofd. Grappig. Toen zag ze de zwarte inkerving op het blad ‘Parijs – 12 december 2015’.
Wat gek…dat was op de dag af 10 jaar geleden.

Ze keek nog even van het stokje naar de Grote Boom, deed toen snel haar rugzakje af, stopte het hamertje achter de rits en bond haar tas terug op haar rug. Zo snel als haar beentjes haar konden dragen liep ze terug in de richting van het steegje, de straat in, het hoekje om tot aan het huis van oma. Hijgend drukte ze op de bel. Twee maal kort, één maal lang, zoals afgesproken.
Oma deed al snel de deur open maar ze kreeg geen kans om een vraag te stellen. Nina holde de hal in en schopte haar groene laarzen uit. Ze wurmde zich uit haar rugzak, hing haar jas aan de kapstok en holde met haar buit de trap op. Ze hoorde oma nog net roepen ‘we eten binnen een kwartiertje’.
‘OK oma’, riep Nina nog na. Maar ze had de deur al achter zich toegegooid.

Hijgend zat ze op bed.
Wat had dit te betekenen? Ze ritste haar rugzak weer open en rolde het hamertje van de ene hand in de andere. Parijs – 12 december 2015.
Wat was er op die dag gebeurd?

Nina liep naar haar bureau, zette zich voor haar laptop en legde het hamertje onder de scanner van de storyfier. Dat toestel diept het verhaal achter een voorwerp op. Ze haalde even diep adem en drukte toen op start. Haar scherm lichtte meteen op en beelden, geluiden en woorden in allerlei talen volgden elkaar in hoog tempo op. Een tornado aan informatie. Langzaam kwam er rust.
Daar was mama.

‘Dag schat.’ Mama glimlachte vanop het scherm naar Nina, net zoals zij zich haar herinnerde.
‘Dag mama. Ik ben benieuwd welk verhaal je me nu gaat vertellen. Ik vond dit hamertje in de kap van mijn jas toen ik aan Grote boom stond want ik moet een opstel schrijven over mijn dromen en ik heb er geen en de meester trekt twee punten af als we niets indienen…’Nina voelde haar wangen gloeien. Ze wilde altijd zoveel vertellen als ze mama weer eens zag.

Mama glimlachte. ‘Wat je nu gevonden hebt is de sleutel tot jouw leven’.
Nina fronste haar wenkbrauwen. ‘Hoezo?’
Mama lachte. ‘Kom, laat me je eerst een zoen geven.’
Nina legde haar rechter wijsvinger op het beeldscherm en voelde hoe mama een zoen op haar voorhoofd gaf terwijl ze met haar handen haar gezicht vasthield.
‘Ik ben hier, wanneer je me maar nodig hebt Nina’ fluisterde ze in haar oor.
Nina kon het niet helpen maar er rolde toch weer een traan over haar wangen. Ook al zag ze mama nog, het was toch anders dan toen ze nog leefde. Omdat ze toen naast haar in bed lag om elke avond weer een verhaaltje te vertellen. Soms zomaar uitgevonden op basis van één woordje dat Nina dan moest geven, soms grapjes ook en soms grote mensen verhalen…maar dan zo verteld dat het niet erg veel pijn deed om het te horen. Nina veegde vlug haar traan weg en keek naar mama.

‘Heb je even tijd Nina, want dit wordt een lang verhaal’.

‘NINAAAA, eten!!!’

‘Oei, oma… Mama ik ga eerst eten maar niet weggaan hé. Beloofd?’
‘Beloofd schat. Ik ga intussen wat verloren bits opkuisen hier. De Big Data doe ik later wel. Ik hoor het wel als je er weer bent. Eet smakelijk.’
‘Tot seffens mama.’

Nina liep de kamer uit, deed met een iets te harde klap de deur achter zich dicht en liep de trap af.
‘Ik kom Oma.’

Papa en oma zaten al aan tafel.
Nina zette zich neer en zei tegen oma, die net haar bord aan het opscheppen was ‘voor mij niet te veel lasagna oma.’
‘Heb je weer gesnoept vanochtend dan?’ vroeg papa meteen, zonder zijn blik van zijn smartphone op te richten.
Nina zag dat oma even knipoogde toen ze haar bord aangaf. Ze besloot verder maar niets te zeggen. Papa zei toch zomaar wat. Volgens haar interesseerde hij zich niet eens in haar antwoord. Meer nog, moest ze nu vertellen dat er uit zijn tandenborstel een dikke spin was gekropen vanochtend zoen zij haar tanden stond te poetsen, dat ze die spin in de WC had gegooid, terug opgevist en weer aan zijn tandenborstel had gevoederd en dat ze daardoor nu nog steeds wat misselijk was…hij zou wellicht enkel ‘ah zo…’ zeggen. Mr. Smartphone…

‘Je was zo gehaast daarnet Nina’ zei oma.
Nina voelde haar gezicht een beetje gloeien. ‘Ik had iets gevonden en ik wou dat even onder de storyfier leggen. Niets bijzonders.’
‘Het is nu zalig buiten, niet te koud en er ligt nog een mooi tapijt herfstbladeren op de grond en ook de bomen dragen nog wat kleur. Misschien moeten we onze stapschoenen aantrekken en eens een fikse boswandeling maken straks. Dan nemen we de recorder mee, schieten wat beelden, vangen hier en daar een geluid en filmen wat en dan knutselen we er in de kerstvakantie een collage van. Wat denk je?’
‘Liever niet vandaag oma. Ik moet nog een opstel schrijven en ik wil dat eerst doen.’
‘Zoals je wil. Maar weet dat inspiratie meestal komt op een moment dat je er niet koortsig naar op zoek bent.’ Oma glimlachte fijntjes.
Ja, dat zei mama ook altijd. Maar Nina had mama zonet wel expliciet gevraagd om niet weg te gaan. Misschien kon ze nog even naar boven gaan straks, een stukje van het verhaal horen dat mama te vertellen had en dan met oma naar het bos gaan. Mama zou het wel begrijpen.
‘OK oma. Je hebt gelijk. Binnen een uurtje dan, is dat goed?’
‘Prima’ zei oma.
‘We leven maar één keer hé.’ Nu was het Nina die knipoogde naar oma. Want dat was immers de stopzin van papa. Ook al begreep hij blijkbaar niet hoe hij die in de praktijk moest omzetten.

‘Ik ga straks even naar Guido voor zijn boormachine. Moet één en ander in orde zetten in het tuinhuis.’ zei papa, terwijl hij zijn eerste hap lasagna in zijn mond stak.
‘Zoals je wil.’ zei oma. ‘Eet nu maar, straks is het koud en ik heb er al mijn liefde in gestoken.’

Nina lachte naar oma, die heel stiekem juffrouw-gewijs haar wijsvinger opstak en ermee wiebelde, richting papa.

Nina hoorde mama al zingen vanop de overloop. Ze ging stilletjes haar kamer binnen en sloot de deur achter zich. Even bleef ze naar het scherm staren. Overal dansende sterretjes, af en toe een vuurwerk aan kleuren en hier en daar een voetafdruk van mama. Mama zong uit volle borst, danste het Internet door en was zich schijnbaar niet bewust van Nina´s aanwezigheid.
‘…BABY, YOU’RE A FIREWORK. COME ON, SHOW ‘EM WHAT YOU’RE WORTH.’
Nina moest lachen. Katy Perry. Dat liedje was veel ouder dan zijzelf. Ze liep naar haar bureau en raakte met haar rechter wijsvinger het scherm aan.

‘Oh, Nina, …wacht ik kom!’ riep mama uit en ze kwam naar haar toegelopen met haar armen in de lucht. Aan haar rechterhand bungelde iets dat op een zakje leek.
‘Wat een fijne poetsbeurt. Ik heb er een spelletje van gemaakt. Normaal hou ik er niet van verloren bits op te sporen, maar als ik mag zingen gaat het al een stuk beter. Ik heb honderdenzes verloren ééntjes en vijfenzestig nullen gevangen. En dan de nullen over de eentjes gegooid zodat ze in duo verdwenen. Nu heb ik nog wel wat ééntjes over.’ Ze stak het zakje in de lucht. ‘Kan jij daar iets mee?’
‘Stop ze maar in een leeg tekstbestand. Ik moet toch nog een opstel schrijven en misschien zorgen ze voor wat inspiratie.’
‘Goed’ zei mama en Nina zag dat mama een tekstbestand opende, een envelop tekende en er de bits voorzichtig in uitkapte. Ze deed er nog wat kromme lijntjes bij en roerde er even met haar vinger in.

‘Ik kook een potje voor je, zie je Nina?’ lachte mama. ‘Heb je zonet een dessertje gegeten?’
‘Neen. Oma en ik gaan straks in het bos wandelen en ze gaat daarna pannenkoeken bakken.’

‘Die oma toch hé…nog steeds een lekkerbek. Gelijk heeft ze. Maar ik onderstel dat je zit te popelen om het verhaal achter het hamertje te horen.’
Nina knikte. Ze nam Lars, haar knuffelhond uit zijn mandje en installeerde zich comfortabel op de stoel. ‘Klaar.’
‘Goed. Waar zal ik beginnen.’

brunel-johnson-368289

Photo by Brunel Johnson on Unsplash

Deze foto zocht ik een aantal dagen geleden uit. Nu pas vormen zich er ook woorden bij.

De laatste maanden werd het erg mistig in mijn hoofd.
Focus houden was moeilijk omdat er zeer vreemde dingen gebeurden in de samenwerkingssfeer, die ik allemaal aan elkaar ging linken waardoor een steeds ‘steviger’ geconstrueerd verhaal ontstond. En ik het gevoel kreeg dat werken een ‘overlevingsstrijd’ werd.
Nog erger dan het hanteren van de chronische ziekte die mij alert houdt.
En energie vraagt.

Dat patroon van mentale verhalen construeren is niet nieuw.
Ik zocht betekenis achter gebeurtenissen, durfde ze niet altijd aftoetsen en waar ik het wel deed kon het antwoord me soms ook niet helemaal overtuigen.
Loslaten lukte niet. Ik moest één en ander oplossen om vrede te vinden.
Bovendien stapelde het aantal uit te typen verslagen zich op zonder dat ik ruimte vond om er vooruitgang in te boeken. Tijd om vergaderingen voor te bereiden werd ook steeds krapper.
Van focus en actie naar Next en Repeat. Zonder te vergeten ademen.

Ik geraakte in ademnood.
Ik zag geen lichtpuntje meer.

Dus trok ik de stekker eruit en nam twee weken en een half zelfzorg.
In de overtuiging dat al mijn werk wel zou zijn weggewerkt tegen mijn terugkomst.
Neen, zo naïef ben ik nu ook weer niet 🙂
Neen, in de hoop dat de mist in mijn hoofd zou kunnen optrekken en ik weer ruimte vond.

Vandaag kijk ik tevreden terug op de afgelopen werkweek. Eén en ander is doorgepraat.
Ik heb eerlijk en zonder taboe mijn waarnemingen, interpretaties en mentale constructies toegelicht bij een aantal collega´s. En het lijkt dat daarmee voor mezelf de mist is opgeklaard. Ik zie nu weer helder welke aspecten in mijn mentale constructies ik mag loslaten en welke ik in de toekomst mag blijven observeren en evalueren in de context van nieuwe gebeurtenissen.

En ja, ik heb me daarin heel kwetsbaar opgesteld.
Maar ik voel de kracht die daarvan uitgaat.
Het liefdevol vuurtje gaat weer branden, merk ik.

En als mijn openheid en eerlijke inkijk in mijn ‘zieltje’ alsnog worden misbruikt, dan ben ik weer een illusie armer en een les rijker.

De spreuk die ik onlangs in mijn mail vond vanwege gratefulness.org verwoordt mooi mijn opbrengst van de afgelopen weken:

Let me fall if I must.
The one I will become will catch me.

En een liedje kan er ook nog bij, om te ‘landen’ op een zonnig mentaal plekje dit weekend:
Als de rook om je hoofd is verdwenen door Boudewijn de Groot.