En…daar gaat ze weer

Verdorie toch.

Zijn we weer vrijdag, net een week nadat ik al een behoorlijke klop van de hamer opmerkte en vastzittend slijm zich aandiende.
Ik las het in het einde van mijn blogbericht over Tata Tovertante. Heb ik er dus een week over gedaan om weer wat opening te vinden in adem en gemoed.

Zo ziek heb ik me al lang niet meer gevoeld. Mijn gebruikte papieren zakdoeken waren echte kunstwerkjes.
En mijn gemoed…
Nu ja, ik ging wellicht, na zo´n lange ‘vlotte periode’, een klein beetje hopen dat de grootste somberheid nu wel door is. Dat ik het ergste leed op de therapietafel heb achtergelaten. In een hopeloze bui heb ik mijn therapeut laten weten dat ik even pauze wil. Mijn afspraak van volgende donderdag afgezegd.
En dan te weten dat hier en op het werk een hoop ligt te wachten. Het lucht niet bepaald op. Maar de zon schijnt en ik schrijf.

Het stemt me hoopvol dat ik weer aan het schrijven ben.

Wat nu? Een verlengd weekend.
Mijn jongste is daarstraks langsgekomen om samen met mij haar belastingen in te vullen op tax-on-web. Zoals ik verwachtte gaf ze aan dat ze van nu tot na de examens bij papa zal studeren. Ruimte en een huis voor haar alleen. Ik dacht het en toch raakt het me. Extra omdat ik verzwakt ben. Voor haar en zus doe ik mijn best, kook ik, zorg ik dat de wasmand leeg blijft en er genoeg borden zijn.
Niet mijn favoriete bezigheden, daar niet van. Maar het lijkt of ik mezelf de moeite niet vind om voor te zorgen.
Deze week is mijn ma één keer de afwas komen doen. En ik heb de tussentijd op deze blog opgevuld met oude toepasselijke gedichtjes. Geen audio, het zou er toch maar met horten en stoten en super-hees uitkomen. Dadelijk ga ik wel een poging doen. En meteen ook vorige berichtjes van wat stem voorzien. Als het te doen is tenminste. Zou je kunnen filteren op een verstopte neus?
Ziedaar. Zowaar een vleugje humor.
Zucht…wat kom ik van ver. Van bed naar zetel naar medicatie. Hoestend en huilend. Oh kijk, ook die pijn in mijn rug lijkt opgelost.

Er zit nog wel verdriet. Het zit te duwen. En er zat woede ook. En in plaats van ze te uiten keerde ik ze naar binnen. Dat is niet ok en dat besef ik.

Oh ja, daar gaan we weer. Maar misschien zijn het tranen van opluchting. Dat het ergste weer door is. Dat ik nog leef. Dat ik zonet soep gemaakt heb voor mezelf en mijn kinderen gelukkig zijn.

Dat de zon schijnt.
Maar het beeld dat ik van mezelf heb…daar is nog werk aan, in de diepste duisternis.

GeTALENteerd

igor-ovsyannykov-427217-unsplash

Photo by Igor Ovsyannykov on Unsplash

Gisteren zag ik een interview met Benjamin Gérard op zwijgenisgeenoptie.be.
Ik heb gehuild en ik heb gelachen. En nu ben ik dankbaar dat ik dat eerlijke interview mocht aanschouwen.

Vandaag was een moeizame dag. Waar een bijna volledige sessie op tafel bij mijn therapeut de beweging in mijn lichaam zich stilhield, bracht de laatste vijf minuten met een schok een en ander in beweging. Intens verdriet, groetjes uit een zwart gat.
Ik vroeg hoe oud het was. Mijn therapeut beweerde dat dit verdriet ouder is dan de periode die mijn chronische worsteling inluidde. Dat hij dat verschil duidelijk voelt.
Dat ik ergens wel weet dat je niet zomaar de ziekte krijgt die ik te dragen heb. Dat ik de geschiedenis echt niet hoef te kennen. Maar dat dat verdriet, dat smeulende zeulende ‘zie me vooral niet’ alsjeblieft langzaam mag verdwijnen.
Daarvoor ga ik door op deze niet evidente weg. En dit schrijven alleen al roert me.

De hele verdere dag was traag en onbestemd. Heb me in de zetel genesteld en voelde wat irritatie bij twee bezoekjes. Heb me verontschuldigd voor de vijfde sessie in dat ene traject waar ik zo graag aan deelneem. Mevrouw verdriet had me in haar greep.
Intussen gaat het iets beter. Heb mezelf net getrakteerd op koffie met een scheutje karamel. Wellicht gaf die een kleine boost, maar ik gun het mezelf. Ik gun het mijn dag.

Maar wat ik wou schrijven over dat interview dat ik zag, is dat het me hoop geeft te zien hoe mensen niet-evidente dingen doen voor andere mensen. Gewoon omdat ze geloven in hun talenten. Gewoon omdat ze de mens zien in de ander. De mens zien achter het gedrag ook. In het potentieel geloven. Dat je als organisatie het lef hebt om tegen bedrijven te zeggen: ‘neen, meneer, mevrouw, van onze vluchteling stuur ik u geen CV en ook een sollicitatiegesprek zal niet doorgaan. Laat onze gast een dag meelopen en -helpen en u zal zien dat hij een waardevolle kracht is’. En dat dat uiteraard werkt, zelfs al spreken deze gasten geen Nederlands. Of misschien net daarom…doe de ballast van taal weg die regels omschrijft en je komt tot de essentie.

Dan vraag ik me af of ik daar zelf op zou kunnen komen.

Het klinkt zo logisch en natuurlijk. Laat mensen doen waar ze een verschil in kunnen maken. Zie talenten en benut ze. Omarm ze. En nu begin ik begot weer te huilen.

Soit. Ik heb me voorgenomen me meer te verbinden. De banden aan te halen met organisaties die goed bezig zijn in mijn ogen zodat ik houvast of hoop vind op momenten dat ik het moeilijk heb. Dat ik hopelijk minder ervaar dat ik ‘mijn’ strijd alleen ‘moet’ voeren.

kom uit de schaduw
vouw een dicht
en aarzel niet om morgen

de nacht is nodig
als het licht
te moe is om te zorgen

 

Los-houden

hedi-alija-393665

Photo by Hedi Alija on Unsplash

Hij vroeg hoe het nu gaat, maar het zit behoorlijk vast. Het lijkt wel of ik al de hele week tegenhoud wat er klaar zit. In het aanvoelen dat het iets intens is, ook omdat de behandeling vorige week zo heftig was. De naweeën. Terwijl ik een antwoord stuurde, voelde ik het één en ander zich roeren en besloot op dat eigenste moment dat ik er meteen ruimte voor zou maken. Ik schreef die beslissing neer.
Ik had een paar uur dat ik alleen in huis was. Dat moest voldoende zijn voor de brok verdriet die klaar zat.
Dus installeerde ik me in de zetel, lekker warm ingeduffeld en zoomde in. Afwachtend.

Verschuivingen. Golven van intense fysieke pijn en verdriet. Verkramping, naar adem happen. Pijn wegpuffen. Koude. Meer huilen.
Ik heb niet op de klok gekeken maar naar mijn gevoel duurde het niet lang.
Kort en intens. Ik heb me neergevleid en wat rust opgezocht. Neen, alles is niet weg.

Toen hoorde ik de sleutel in de deur en stapte mijn jongste binnen. Rond 16u. Hoewel ze in de bib zou gaan studeren en die sloot na etenstijd had ze me ´s ochtends verteld. Maar dat zegt uiteraard niet meteen iets over het tijdstip van thuiskomst.
Ook ik had aangegeven dat ik mogelijk vanavond afwezig zou zijn. Vanochtend had de vermoeidheid me nog niet zo in haar greep. Had ik de speech van de directeur van mijn vrijwilligerswerk nog niet gehoord die me in tranen hulde. Wat ik hem vertelde waarna ik vroegtijdig naar huis ging.
Nu waren we dus onverwacht beiden thuis, mijn dochter en ik.
Ze vond het jammer dat ik op de vooravond van een vrij weekend ingeduffeld in de zetel lag. Mijn opgedroogde tranen heeft ze denk ik niet gezien.

Dit proces dat ik door moet doorleven als mijn jongste in de buurt is doe ik niet. Dit is iets dat ik alleen wil doorworstelen. Ik denk dat het voor mijn dierbaren teveel pijn doet te zien hoe ik afzie op zo´n momenten. En ik wil niet op die momenten ook nog rekening moeten houden met hen. Me moeten inhouden. Mijn pijn, de etter van jaren en ik. En straks weer een egaal velleke als alle pus weg is en de wonde geheeld. Kusje erop en weer verder spelen…

Dat vind ik dan wel weer grappig. Waarbij ik heel erg besef dat dit een plotse overgang is. Geef er u als lezer aan over zou ik zeggen. Stiltemoment. Even ademen.

Gemiddeld schatten mensen me 10 jaar jonger dan ik ben. Dat komt meestal bovendrijven, soms met openvallende mond, als ik iets over mijn volwassen dochters aanhaal. En een vriendin zei daar een tijdje geleden dus over dat ik ondanks de miserie goed geconserveerd ben gebleven. Dat vond ik wel grappig. Misschien schreef ik het eerder. Ik val soms in herhaling.

Misschien verouder ik heel snel als alle pijn eruit is. In de winter van mijn leven.
Of ineens, in de herfst, poef, Fiducia dwarrelt weg. Alle vertrouwen weg.
Wie ben ik straks nog zonder de pijn? Waarmee ga ik mijn dagen vullen dan?

Neen, ik ben er niet bang voor. En ik ga ervoor. Let go and let come.
En ook:

Let me fall if I must. The one I will become will catch me.
(van Baal Shem Tov als ik gratefulness.org mag geloven)

Moed

nordwood-themes-179255

Photo by NordWood Themes on Unsplash

Bleef ik dit weekend gespaard van somberheid ondanks de waarschuwing, roert ze zich op een moment dat ik het niet verwacht. Of neen, het is geen somberheid, het is zuiver verdriet dat opborrelt.
Bij het lezen van de zin ‘Courage resides in the trust that we are not alone’…
Baf, tranen. Zo gaat dat soms bij mij.

Mijn pseudoniem is niet voor niets Fiducia. Het Italiaanse woord voor ‘Vertrouwen’. Ik had dat woord nodig om me doorheen de pijnlijkste fase in mijn leven te schrijven. Nu ja, naar ik me kan herinneren toch. Kiezen voor onzekerheid, de kracht van mijn eigen woorden gebruiken om me erdoorheen te navigeren naar ietwat houvast.
Nu ben ik blij dat ik hier online een spoor achterliet. Ik lees mezelf best graag terug. Noem me een ego als je het niet kan laten.

Ik riep ook Lyssna in het leven. Het Zweedse woord voor ‘Luisteren’. Om aan mijn voorleesstem te geven. En Fiducia kreeg de achternaam ‘Caro’, wat ‘Waardevol’ betekent. Al blijkt het een mannelijk woord te zijn en had ik om juist te zijn ‘Cara’ moeten kiezen. Maar aangezien ik niet van perfectie houd ben ik blij dat ik in impulsieve onwetendheid deze keuze maakte.

Fiducia Caro. Lyssna. Maar wie ben ik eigenlijk en wat heb ik hier te betekenen?
‘Courage resides in the trust that we are not alone.’

Er staan een paar projecten op stapel waar ik mijn energie aan wil geven. Omdat ze de toekomst vormgeven op een manier waar ik in geloof. Omdat ze uitreiken. Verbinden. Stilte gebruiken als bron van wijsheid. In plaats van het ego de leiding te geven en achter te laten wie nu eenmaal niet snel mee kan. Omdat ze over de sectorgrenzen heen denken en ik nu eenmaal graag werk met mensen van allerlei pluimage. Omdat velerlei pluimage anders denkt dan ik en ik dus kan bijleren. En ik gelukkig word als ik kan bijleren. Omdat ik dan stapsgeWIJS van ego naar Eco evolueer. En als ik dat niet alleen doe, we misschien nog iets kunnen redden op deze aardkloot.
‘…in the trust that we are not alone.’

Het is wellicht geen hoogstaand bericht, dit. Maar het is wel een allegaartje van woorden dat zich nu wil manifesteren. Bij deze. Het is wat het is.

Groeit er moed onder moedeloos?

 

 

Vraagstuk

taner-ardali-807

Photo by taner ardalı on Unsplash

moet ik werkelijk schrijven
zoals de letter a in groene stift
toen amper zes, ik school verliet
en trots mijn schrift bekwaamde

moet ik werkelijk schrijven
of zijn woorden slechts
een fluisterend stilzwijgen
van een pril verdriet

in haar poging te beklijven

Onderweg

samuel-zeller-136371Photo by Samuel Zeller on Unsplash

Inspiratie borrelt niet meer op de laatste tijd. Dus dacht ik, laat ik eens een foto kiezen en zien waar het me brengt. Het werd bovenstaande. En ik heb geen idee wat het is. Een trappenhal naar de hemel?

De laatste sessie bij mijn lichaamstherapeut had ik op een gegeven moment een beeld als dit aan de binnenkant van mijn gesloten oogleden. Een treintunnel met twee uitgangen. De linkse donker, de rechtse licht. Ik koos de rechtse.
Leven dus. Of verlichting, wie weet.
Al is de weg die ik afleg, of wat dan ‘leven’ mag heten, zeker niet pijnloos.

Af en toe heb ik mijn therapeut nodig om weer een hoopje hoop te vinden.
Als middagpauze en dagelijks onderhoud schrijf ik een half uur. Tranen vloeien meestal rijkelijk. Elke week een afspraak bij de therapeut. Veel en diep slapen. Soms dromen. Vaak overdag rusten. Vaak huilen. Ja, … vaak huilen en pijn.

Maar lieve vrienden. En, dankbaarheid om wat evident lijkt. Zoals de zon die schijnt.
Laat ik het hier maar bij houden voor nu.