Beleefwereld

Ken je dat? Dan neem je je voor iets af te werken en kom je allerlei veel interessantere dingen tegen die je aandacht verleiden.
Zo gaat het vaak en ook vandaag met mij, op dit eigenste moment zelfs. Tokkel, tokkel. Uitstelgedrag.
De zondag heeft nog enkele uren in petto voor de zon er af valt en er een maan voor de dag komt, in aanloop naar een vers te vullen week.

Heb trouwens wel goed werk verzet dit weekend. En bovendien één van mijn twee petekinderen gaan bezoeken om het cadeautje voor zijn verjaardag te gaan afgeven.
Ik had hem een brief geschreven. Hij keek ernaar, begon te lezen en legde hem toen met een zucht naast zich op tafel. ‘Veel te lang’, sprak hij. Volle twee bladzijden. Het kaartje dat ik erbij stak liet ik leeg, omdat ik er een vraag over had geformuleerd in de brief. Ook dat vond hij blijkbaar maar niks. Dus heb ik het weer meegenomen. Parels voor de zwijnen hang ik wel rond mijn hals. De samengestelde cent heeft hij mooi gesorteerd in het stapeltje dat hij al bij elkaar had gespaard.

Hij ging door met het doden van bloempotten en aanverwanten op zijn computer. Broer aan de overkant van de tafel speelde hetzelfde spel. Ik ben de naam alweer vergeten hoewel de mama hem heeft uitgesproken. Hoe die behendige kleine vingers in volle snelheid over die enkele toetsen op dat toetsenbord razen. Best wel grappig. Maar wat er intussen op dat scherm gebeurt is niet te volgen als je het spel niet zelf speelt, schat ik. Heb hem dan maar geobserveerd en af en toe herhaald wat hij luidop becommentarieerde in het spel. Totaal absurdisme naar mijn aanvoelen. Mijn herhaling vond hij dan weer wel grappig.

Papa zat intussen te zwoegen in de tuin. Zonder zonnebrandolie op zijn ontblote bovenlijf. Misschien behoeden mijn zusterlijke woorden en de liefhebbende zonnebrandoliehanden van zijn wederhelft tijdens zijn pauze hem alsnog voor een pijnlijke en slapeloze nacht straks. Als het al niet te laat is.

Mijn oudste dochter is wel voor de tweede keer dit weekend gepasseerd terwijl ik niet thuis was. Jammer. Bij haar eerste passage gisteren heeft ze een halve blok kaas opgesnoept. Dus heb ik haar een sms geschreven met de gevleugelde woorden: ‘wie heeft mijn kaas gepikt, een boek van Spencer Johnson. Dat ga ik eens lezen denk ik ;-)’
Vandaag liet ze her en der een post-it achter. Eentje droeg de boodschap ‘dochters laten weten dat je ze graag ziet’. Met daaronder een vakje dat aangevinkt was. Dochters laten zelden een reactie op mijn boodschapjes, maar ik lees tussen de stiltes door wel dat ze dat ‘lichtjes porren’ appreciëren.

En ach, misschien neemt mijn petekind straks zijn brief alsnog stiekem vast om hem eens helemaal te lezen. De volle twee bladzijden lang. Misschien haalt op zijn stoere leeftijd de nieuwsgierigheid naar de woorden van die gekke tante het toch nog op de onverschilligheid.

Als dat niet zo is, dan is dat ook maar zo.
Ik ga er alleszins mijn gedrag niet voor veranderen. Al zal ik binnenkort wel eens naar een wedstrijd van hem gaan kijken. Me in zijn leefwereld begeven.
En als ik straks die radslag zonder handen opnieuw draai of opnieuw spagaat zit als mijn rug het toelaat, dan nodig ik hem uit om naar de kunstjes van zijn tante te komen kijken. En dan eten we een ijsje als hij er zin in heeft.
En anders eet ik er zelf één, zoals daarstraks. En kan hij op zijn kin kloppen 🙂

Uitstelgedrag. Verdorie…nu is mijn blogbericht klaar…waar ligt dat volgende excuus?

Impressies

zygimantas-dukauskas-579493-unsplash

Photo by Žygimantas Dukauskas on Unsplash

Zo weinig dagen, zoveel indrukken.

Donderdagavond aan een webinar deelgenomen over multipotentials. Althans, tot het reclamegedeelte begon. Intussen die term al laten vallen bij een deelneemster aan de cursus herstelschrijverij met de opdracht er eens naar te googlen.

Me toch ook onzeker gevoeld tijdens het geven van de cursus. Dit geuit. Gerustgesteld mogen worden. Nogmaals de bevestiging gekregen dat de cursisten het waarderen dat deze schrijfgroep zo hecht is. Veiligheid een constante is. Ze zich thuis voelen.
Waarbij iemand de wens uitte om contactgegevens te delen en na de cursus nog met elkaar af te spreken.
Waar inmiddels een aanzet toe is gegeven door mijn co-begeleidster via mail.

Een lunch-onderonsje gehad met een vriendin alias cursiste.
Ik zie haar steeds meer openbloeien. Ben trots op haar, op de weg die ze aflegt.
Ons samen verwonderd over de manier waarop een krijsend baby´tje werd ‘gekoesterd’ door een wel zeer jong ogende mama.

Op mijn wandeling naar het station enkele naakte LP´s zien liggen op een muurtje.
Op mijn stappen teruggekeerd om te achterhalen wat erop stond.
‘Friends’. Met de glimlach mijn weg verdergezet.

Ja, vrienden.
Ik voel ze, maar ik weet niet hoe talrijk ze ‘aanwezig’ zijn.
Of toch, ik meen dat ze talrijker zijn dan ik kan inschatten.
Of ik maak het mezelf wijs, zodat ik het volhoud…

Een intens mooie brief gelezen van mijn co-begeleidster op de trein. Als invulling van een schrijfopdracht die ik gaf in de les.

Diezelfde avond in het Fotomuseum in Antwerpen naar een documentaire gaan kijken van Vluchtelingenwerk Vlaanderen, Bond Zonder Naam en Zwijgen is geen Optie over een groep leerlingen die een vluchtelingenroute volgde. Stille getuige zijn van de oprechte verbinding die deze jonge mensen aangingen met vluchtelingen. Hoe de vluchtelingen vervolgens hun dankbaarheid uitten omdat er (voor de verandering eens) naar hen geluisterd werd. Ze in verbondenheid zien zingen, ondanks de pijn in hun hart. De reflecties van de leerlingen horen op wat hen raakte. Hun drive zien en horen om het hier niet bij te laten. En ja, op dit eigenste moment geeft dit nog steeds emotie. In de zaal was de pijn in mijn ‘systeem’, mede door de muziek die onder de documentaire werd geplaatst, ook tot tranen toe voelbaar.

Ik heb de zaal verlaten en ben nog even de makers van Zwijgen is geen Optie (zwijgenisgeenoptie.be) gaan bedanken om me de kans te geven deze documentaire te ‘beleven’. Hen verzocht ook om alsjeblieft door te gaan met hun passie vorm te geven. Te mompelen dat ik meteen doorging omdat de prikkels iets te overweldigend waren. Van allebei een dankbare kus gekregen dat ik erbij wou zijn. Om vervolgens een behoorlijke portie kleiner in de avondlucht naar mijn eenvoudig hotel in Antwerpen te stappen. Langsheen de volle terrasjes en het niets-vermoedende speelplein. Nog even verbinding gemaakt met een man die in eenzaamheid de infrastructuur van de Antwerpse stadsfietsen schoonhield.
‘Zo laat nog aan het werk?’.
‘Altijd’.
Doorbroken stilte. Verbinding.

Op mijn kamer de intens mooie brief herlezen van mijn co-begeleidster. Haar een bedankje gesmst. Radio Minerva beluisterd, als enige optie.

Zaterdagochtend tijdens de terugreis aanschouwd hoe in het laatste station dat we passeerden bijna alle reizigers het hoofd gebogen hielden boven hun smartphone.
In verbinding, …Uiteraard, de dag van vandaag. Maar niet met elkaar.

Gisterenavond naar een schoolreünie geweest waar respectievelijk dertig, veertig, vijftig en zestig jaar afgestudeerden van de middelbare school verzamelden voor een buffet en het opvissen en verhelderen van herinneringen. Er was zelfs een man bij, een emeritus professor,  die zeventig jaar was afgestudeerd aan mijn middelbare school. Later op de avond sprak ik hem aan, maar hij kende de oud-rector niet die ik vernoemde, hoewel die aan dezelfde universiteit professor was geweest.

Een hele fijne avond beleefd. Geleefd.
Met tal van hartelijke begroetingen en oprechte complimenten.
Wensen om het contact aan te houden ook.
Dit zou ik tot pakweg vijf jaar geleden niet gekund hebben.
Jaren doorgesleten angst om wederom het middelpunt van spot te zijn.
En ja, daar is de emotie weer.

Om half elf naar huis gefietst en op driehonderd meter van mijn deur een stuk van mijn sleutelhanger verloren. Althans, ik hoorde iets vallen, wou op dit verlaten stuk niet op zoek gaan, en vanochtend kwam ik tot de ontdekking dat het mijn sleutelhanger was van de huissleutel die ik met het ringetje over mijn vinger had gehaakt. Het schroefje was los gegaan. Een geluksmunt met een boeddha op. Heb vanochtend even het traject te voet afgelegd in de hoop de munt terug te vinden.
Twee andere sleuteltjes gevonden, maar geen munt. Het deed wel iets. Maar ik besloot dan maar de twee sleuteltjes te bewaren die mogelijk deuren openen naar iets nieuws. Twee deuren ineens, wie weet.

Ik heb mezelf september als deadline gegeven. En mijn intentie geformuleerd.

Intenties

vidar-nordli-mathisen-556699-unsplash

Photo by Vidar Nordli-Mathisen on Unsplash

En wat is uw intentie?

Mijn intentie bij het schrijven van dit blog is om mezelf te leren begrijpen. Om al schrijvend de wereld te leren begrijpen ook. En om de mooie momenten te capteren en bewaren. Om mijn leven vorm te geven. Om stil te staan bij wat beweegt. Om in beweging te krijgen wat stilstaat.

Zo werd ik gisterenochtend veel te vroeg wakker en voelde ik de behoefte aan geborgenheid en koestering. Ik zette de radio aan en zachte klassieke muziek vulde mijn kamer. Fijn maar verrassend.
Ik was zeer vroeg naar bed gegaan en had wat naar Radio 1 geluisterd. In slaap gedommeld en ergens in de nacht wakker geworden. Op de tast de radio uitgezet. En daarbij blijkbaar op Klara ingetuned zonder het te beseffen. Alsof ik slaapdronken wist dat ik ´s ochtends wat fijne klanken kon gebruiken.

Diezelfde ochtend vond ik een mail van mijn tante, een klein uur tevoren uit Amerika verstuurd, met de vraag of ik al meer weet over het artikel dat ik heb geschreven en ingestuurd. Ergens. Als een wild idee. Neen dus, maar ook ikzelf had me net daarvoor dezelfde vraag gesteld. Nieuwsgierig of ze het gaan publiceren, zoja wanneer ik daarover bericht krijg. Misschien ook wat het teweegbrengt.

Tenslotte had ik nog op de statistieken van mijn blog gezien dat er minstens één persoon naar mijn bericht ‘Geborgenheid‘ was gaan kijken. Dus ging ik ook opsnorren wat ik daarin precies schreef. En mijn eigen woorden deden me deugd.
Weet je inderdaad niet zelf het best welke woorden je nodig hebt om je een fijn gevoel te geven? Of welke foto´s! Ik ga niet licht over de keuze van de foto´s bij mijn blogberichten. Dat wil niet zeggen dat het lang duurt, maar het moet resoneren met mijn intentie.

Ik voelde dus gisteren dat mijn dag goed zou worden, gezien die fijne kleine deugddoende ontdekkingen.

Omdat ik een vergadering had in een andere stad maakte ik me klaar, eten lukte weer even niet dus fietste ik op een kop koffie naar het treinstation. Besloot me bij wijze van experiment te wagen aan de drukste fietsenstalling. Een jongeman reed net weg, ik nam tevreden zijn plaats in.
Op het perron zette ik me neer op de lange bank. Een drietal meter verderop zat een dertiger rustig zijn mobieltje te bestuderen.

Een poetsman met een vriendelijk gezicht kwam mijn richting uit en veegde her en der wat klein afval in zijn vuilblik (met lange steel, voor u zich een verkeerd beeld vormt). Toen hij vlakbij kwam zei ik gedurfd ‘mij niet mee weggooien hé’. Hij fronste wat, had het niet begrepen. Wellicht ook niet verwacht. Ik herhaalde het en hij glimlachte. Begon in wat kleurrijk Nederlands te wijzen op wat mensen allemaal achterlaten. Dat de vuilnisbakken nochtans vlakbij staan. Hij zwaaide me gedag toen hij zijn weg verderzette.
De man wat verderop had bij mijn mededeling even opgekeken en geglimlacht vooraleer hij zijn blik weer aan zijn mobieltje hechtte. Verbinding.

Even later kwam een Afrikaanse vrouw met drie kinderen naast me zitten. Elegante kleurrijke kleding had ze aan. Ik verbaas me er steeds over hoeveel rust deze mensen uitstralen. De jongste telg was vol energie. Stond niet zo ver van de sporen, maar mama riep hem nog niet tot de orde. We hoorden het van hem, dat de trein even later aankwam: ‘trein, trein!’ en hij maar wijzen en de verbinding met mama opzoeken. Op de trein nestelde ik me een bank schuin voor hen, naast een jongedame die attent haar tas aan haar voeten zette om plaats te maken. Kleine kerel was alles wat voorbijzoefde aan het benoemen. Er werden ook foto´s gemaakt dus riep hij luidkeels ‘spaghetti’ om zijn witte tandjes bloot te lachen op foto. Ik heb meermaals geglimlacht. Ik leek de enige, maar geërgerde gezichten omwille van het animo zag ik ook niet. Ieder op zich.

Ik heb de jongeman er bij het afstappen even op gewezen dat ik hem gehoord had. En dat ik ervan genoten had. Gewoon door hem even aan te kijken en met een glimlach zachtjes ‘spaghettiiiiii’ te herhalen. Mama glansde. Hij schoot recht van zijn stoel, blinkende oogjes en herhaalde het woord een aantal keer tegen mij.
Heb haar en haar kroost nog een fijne dag gewenst. Ik kreeg er één terug.

Met welke intentie ik contact maak? Om de verbinding op te zoeken. Niet met de hoop op iets. Misschien met het verlangen een glimlach te zien verschijnen. Of wat meer glans in de ogen van de ander. Een warmer hart.

 

GeTALENteerd

igor-ovsyannykov-427217-unsplash

Photo by Igor Ovsyannykov on Unsplash

Gisteren zag ik een interview met Benjamin Gérard op zwijgenisgeenoptie.be.
Ik heb gehuild en ik heb gelachen. En nu ben ik dankbaar dat ik dat eerlijke interview mocht aanschouwen.

Vandaag was een moeizame dag. Waar een bijna volledige sessie op tafel bij mijn therapeut de beweging in mijn lichaam zich stilhield, bracht de laatste vijf minuten met een schok een en ander in beweging. Intens verdriet, groetjes uit een zwart gat.
Ik vroeg hoe oud het was. Mijn therapeut beweerde dat dit verdriet ouder is dan de periode die mijn chronische worsteling inluidde. Dat hij dat verschil duidelijk voelt.
Dat ik ergens wel weet dat je niet zomaar de ziekte krijgt die ik te dragen heb. Dat ik de geschiedenis echt niet hoef te kennen. Maar dat dat verdriet, dat smeulende zeulende ‘zie me vooral niet’ alsjeblieft langzaam mag verdwijnen.
Daarvoor ga ik door op deze niet evidente weg. En dit schrijven alleen al roert me.

De hele verdere dag was traag en onbestemd. Heb me in de zetel genesteld en voelde wat irritatie bij twee bezoekjes. Heb me verontschuldigd voor de vijfde sessie in dat ene traject waar ik zo graag aan deelneem. Mevrouw verdriet had me in haar greep.
Intussen gaat het iets beter. Heb mezelf net getrakteerd op koffie met een scheutje karamel. Wellicht gaf die een kleine boost, maar ik gun het mezelf. Ik gun het mijn dag.

Maar wat ik wou schrijven over dat interview dat ik zag, is dat het me hoop geeft te zien hoe mensen niet-evidente dingen doen voor andere mensen. Gewoon omdat ze geloven in hun talenten. Gewoon omdat ze de mens zien in de ander. De mens zien achter het gedrag ook. In het potentieel geloven. Dat je als organisatie het lef hebt om tegen bedrijven te zeggen: ‘neen, meneer, mevrouw, van onze vluchteling stuur ik u geen CV en ook een sollicitatiegesprek zal niet doorgaan. Laat onze gast een dag meelopen en -helpen en u zal zien dat hij een waardevolle kracht is’. En dat dat uiteraard werkt, zelfs al spreken deze gasten geen Nederlands. Of misschien net daarom…doe de ballast van taal weg die regels omschrijft en je komt tot de essentie.

Dan vraag ik me af of ik daar zelf op zou kunnen komen.

Het klinkt zo logisch en natuurlijk. Laat mensen doen waar ze een verschil in kunnen maken. Zie talenten en benut ze. Omarm ze. En nu begin ik begot weer te huilen.

Soit. Ik heb me voorgenomen me meer te verbinden. De banden aan te halen met organisaties die goed bezig zijn in mijn ogen zodat ik houvast of hoop vind op momenten dat ik het moeilijk heb. Dat ik hopelijk minder ervaar dat ik ‘mijn’ strijd alleen ‘moet’ voeren.

kom uit de schaduw
vouw een dicht
en aarzel niet om morgen

de nacht is nodig
als het licht
te moe is om te zorgen

 

Aarde-g zijn

nasa-53884

Photo by NASA on Unsplash

Meestal weet ik vooraf niet wat ik ga schrijven. Open ik gewoon mijn WordPress werkruimte en begin te typen. In de wetenschap dat er altijd wel iets ontpopt.

Op dit eigenste moment klinkt Oleta Adams op de achtergrond met ‘Get Here’.
Mijn favoriete nonkel placht al eens wat internetlinks door te sturen naar muzikale manifestaties van meestal warmbloedige zangeressen. Zo ga ik dadelijk als het liedje afloopt Aretha Franklin nog eens ‘activeren’ met ‘A natural woman’. Live op de Kennedy Centre Honors 2015. Waar Obama zogezegd een traan wegveegt, al ben ik daar niet helemaal van overtuigd. En dan laat ik verder opborrelen wat er voorgeprogrammeerd staat, tot ik het beu word en de stilte opzoek. Of mijn blogbericht klaar is en ik de boel afsluit. Of iets anders zich manifesteert.

De wetenschap dat mijn nonkel dat lied uitgekozen heeft en de moeite neemt dat onder mijn persoonlijke aandacht te brengen. Daar geniet ik van en daar ben ik dankbaar voor. Dat zorgt voor verbinding. Niet alleen met mijn nonkel, maar ook met de artiesten.
Zo heb ik ze even in mijn huis. Houden ze me allemaal gezelschap. Sluiten we samen de dag af. Verdwijnt de notie van tijd.
Soms overbrugt de muziek meer dan veertig jaar. En bezorgen de danspasjes en brede broekspijpen me een nostalgische glimlach.
Maar ik ben toch vooral dankbaar dat ik dat mag en kan horen en zien. Dankbaar voor mijn toegang tot het Internet. Voor zij die dit mogelijk maakten en maken.

Hoe gewoontes veranderen. Wie weet lachen we ooit bij de herinnering dat mensen overal waar je kijkt op een klein blauw scherm zitten staren, zelfs als we in gezelschap zijn. Terwijl we niet in de gaten hebben dat de wereld onder onze voeten sterft, steeds sneller wegkwijnt. We hebben dan uiteraard ook geen besef dat we daaraan mee helpen. Door bijvoorbeeld telkens een nieuw blauw scherm te kopen als het oude het begeeft omdat het ontworpen is om na een tijd te begeven. Al is het misschien nog niet eens begeven maar is gewoon het nieuwe eraf en is er een nieuwe kick nodig. Instant geluk. De nieuwste aai-foon, een benji-jump naar extase of een verre vliegreis, Icarus achterna. Een nieuwe auto voor in de file misschien. Wel hybride als het kan. Maar nog steeds voor in de file.
De aarde gonst steeds luider. Ik ben er niet ongevoelig voor.

Had ik geweten dat mijn tekst hierop zou uitdraaien, ik was er niet aan begonnen 🙂
Maar ja, nu alles verwijderen vind ik ook zonde. Dus rond ik even af.

In mijn ervaring ligt er meer potentie in de eenvoud van zijn en me verbonden voelen in die grote en complexe weidsheid dan in de spullen die ik ter beschikking heb.
De ongelezen boeken. Amper uitverkoren jurken. De talrijke potjes specerijen zelfs.

Let go and let come. Een oefenpunt.

Het weekend was fijn.
En er dient zich net een nieuw sms´je aan.
Mijn oudste stuurt me drie kusjes op een rij.
Ik schrijf haar ‘Jiehaa! … en nog wat’ terug bij zoveel fijns.
En zij besluit onze correspondentie met ‘hahaha’.

Tot zover. Pluk de week. En wees aarde-g voor Moeder Aarde.

 

 

 

 

 

Broedwerk

tanja-heffner-263537

Photo by Tanja Heffner on Unsplash

Het is mij al een aantal keer opgevallen. Dat wat ik in mijn schrijfsels aankondig, zich enkele dagen nadien manifesteert op de behandeltafel.
Wat ik vandaag doorvoelde kondigde zich aan in mijn blogbericht van 26 januari.

Ik was met vertraging vertrokken vanochtend. En dan liet de tram ook nog op zich wachten waardoor ik vijftien minuten en enkele update-smsjes na afspraak bij mijn therapeut arriveerde.
Dat er grote vermoeidheid zit. Dan moet ge maar niet tot kot in de nacht gaan dansen als ge er niet tegen kunt hé.
Dat het contact maken met het verdriet kort was maar wel intens. Gaat ge uw dochter terug buitensturen om zelf een potje te kunnen grienen?
Dat ik pijn heb aan mijn goesting om dingen te ondernemen. Vermoeidheid of goesting, kip of ei?

Die cursief gedrukte woorden zijn overigens niet de woorden van mijn therapeut. Die woorden zeg ik in stilte tegen mezelf. Mijn therapeut is zacht-aardiger voor mij. Heb ik geluk!

Op de behandeltafel kwam eerst in een bewustzijnsgolf de wens om los te laten.
Even later kwam er een golf van angst.
Wie ga ik nog zijn als ik deze pijn loslaat?
Net die vragen die ik een paar dagen geleden al neerpende.
Maar ik liet de lading los daar op dat eigenste moment.
Koude, rillingen en een keel die dichtkneep. Golven. Beweging.
Maar ook verbondenheid, waarbij de grenzen vervaagden tussen mezelf en de wereld romdom me.

Omdat ‘ik’ het allang beslist had.
De pijn die ik al zo lang meedraag zal niet meer dezelfde lading dragen vanaf vandaag.
Ik voel trouwens nu al het verschil met vanochtend.
De goesting en het ondernemerschap kriebelen. De wriemel om lichtvoetige fratsen uit te halen roert zich. De schrijfdrive om enkele lieve mensen te antwoorden die al te lang op een antwoord wachten is terug en zet me aan tot actie.

Ik koester niet de illusie dat ik (ooit) zal genezen. Maar ik ben heel dankbaar voor de weg waarop ik (be)geleid word. En ik ben heel dankbaar voor de begeleiding op mijn weg. Voor de ladingen die ik onderweg mag lossen. Voor de experimenteerruimte van mijn nieuwe ‘ik’. Ik voel me vooral al een hele poos niet meer alleen in mijn worsteling. Akkefietjes raken me niet meer op dezelfde manier.
Ik weet me gedragen en gesteund. Vanuit een mens-tot-mens benadering. Met een enorme dosis geduld, respect voor mijn traject en ruimte voor reflectie.

Eenzelfde visie op de wereld. Het helpt als je tot steun wil zijn.

Geborgenheid

gerome-viavant-217865

Photo by Gerome Viavant on Unsplash

Hij zei vanochtend dat wat ik spiegel aan anderen, ik ook moet spiegelen aan mezelf.

Het werd een enorm pittige sessie. Heel veel koude/oud zeer dat zich een weg vrij manoeuvreerde langs een bijna constant ijskoud lichaam vol kippenvel. Af en toe een kramp weghuilen. Het was ook de eerste keer dat hij na de sessie aangaf dat er wellicht somberheid zou volgen. Alsof ik nog niet eerder stevig naweeën voelde na een behandeling.
Een verwittigd mens…Enfin.
Maar dat ik in die somberheid vooral niet mocht vergeten welke krachttoeren ik al heb uitgehaald de laatste tijd. Ook te koesteren dat ik, zoals een lezer hier placht te schrijven, er blijkbaar in slaag om mensen hun hart te laten openen gewoon door mijn aanwezigheid.
Ja, daar ben ik dankbaar om.
En ik geniet van de hartsverbindingen die zo ontstaan.
Ze geven me vaak kippenvel.  Waarheid wordt dan gesproken.

Heb mijn eerdere plannen om naar mijn vrijwilligerswerk te gaan deze namiddag dan toch maar opgeborgen en me een uurtje in de zetel genesteld. Er is trouwens niets dat niet kan wachten.
En mijn lichaam snakte naar geborgenheid. Kussen, zacht dekentje tot net onder mijn kin en hoog in mijn nek en soezen in de zetel. Lichte ergernis door de zoveelste keer dat de stoep vlakbij opengebroken wordt.
Coördinatie? Huh?! Wat is dat?

En straks heb ik een afspraakje met vrienden. Een oud studiegenoot en zijn vrouw. Ik had me zeer laat voor zijn verjaardagsfeestje verontschuldigd een hele poos geleden. Omdat mijn lichaam niet mee wilde. Hij had er begrip voor. Wou hem een gezamenlijke ervaring cadeau doen om de band warm te houden. Een traktatie in een super gezellig restaurant in mijn buurt. Dat is voor straks. Ik kijk er naar uit. Geborgenheid.

En mijn oudste heeft net gebeld. Ze ging vandaag net na haar examen, dat volgens haar niet zo slecht is geweest, nog wat studeren met een vriendin omdat ze volgende dinsdag alweer het volgende examen heeft. En toen ik vroeg of het woord ‘leeg’ klopt bij hoe ze zich de laatste tijd voelt, gaf ze aan dat het exact dat woord is.
Ze heeft gewoon geen zin in studeren. De cursussen kunnen haar niet echt boeien omdat, zo zegt ze, ze de materie doorheen het jaar al grondig doorgenomen heeft.
Maar in het examen van dinsdag heeft ze wel zin. Misschien omdat ze het nog niet geleerd heeft. Dat heb ik maar niet gevraagd…
Alleszins, ik weet nu dat ze ervoor kiest vanavond niet mee haar benen onder tafel te schuiven bij mezelf en mijn vrienden. Dat ze ook niet met een lege maag voor de deur zal staan straks. Dus mama is gerust. Of mijn jongste zondag terug bij mij komt weet ik nog niet. Maar ik hoop het. Dan doe ik tenminste de moeite om te koken. Dan heb ik iemand in de buurt die de moeite is om voor te koken… 🙂
Hardleers.
Zal morgenvroeg eens naar de supermarkt gaan zie. Waarmee zal ik mezelf verwennen?

Over verwennen gesproken, gisteren heb ik een baby´tje van een maand oud mogen vasthouden. Beetje troosten zo net voor het antwoord op zijn honger. Een warm pakje aandoen om te gaan wandelen. Was wel een beetje wringen met zijn linkerbeen, maar dat lag meer aan een krap pakje dan aan mij. Ik heb het hem uitgelegd toen ik zijn been in een knoop legde.
Een heel nieuwsgierig kereltje, dat constant met zijn tong aangaf dat hij een babbeltje wou slaan. Mijn interpretatie. Heel nieuwsgierig mijn gezicht bekeek terwijl ik vanalles aan het vertellen was.
Enfin…ik heb weer mijn plezier gehad. En ik had gelijk. Blijkbaar was de brief die ik hem schreef de eerste brief in zijn leven. Yes!
Mama heeft hem wel open gedaan en gelezen, hoewel ze er zelf ook één had gekregen…
Privacy? Vanaf welke leeftijd gaat dat in?

 

Vinger aan de pols

hush-naidoo-382152

Photo by Hush Naidoo on Unsplash

Deze namiddag had ik een consult bij mijn specialist. En hij vertelde een anekdote over zijn werk toen ik aangaf waarmee ik worstel.
Dat vond ik wel fijn. Ik voelde me gehoord en begrepen.

Maar ik moet dus dingen leren loslaten die niet mijn verantwoordelijkheid zijn. En geen energie stoppen in te proberen ze te veranderen. Laat staan te proberen het gedrag van mensen te veranderen. Zelfs die raad accepteren valt me moeilijk. Want met zijn allen zeggen we dat we niet goed bezig zijn, dat ‘we’ het druk hebben ook, maar toch doen ‘we’ gewoon door.
Hoe raar is dat?

Na het consult had ik een onderonsje met een dierbare vriend alias ex-collega. En hoe ook hij vertelde over zijn werk en wat er misloopt. En hoe hij daarmee omgaat. Leerrijke momenten.

Daarover mijmerde ik op de trein richting thuis. Toen een jongeman naast me kwam zitten. Voorovergebogen zat hij op zijn smartphone te turen.
Pas toen ik de trein hoorde toeteren en vervolgens stevig remmen, richtte hij zich tot mij. En ik ben vergeten met welke zin. Haha, wat een blogbericht.
Alleszins, in mijn verbeelding lag er iemand onder de trein op dat eigenste moment.

Een beetje later luidde een signaal waarna geen bericht volgde. En even later nog eens. Vervolgens toch de boodschap van de conducteur dat er een noodstop was geweest omdat de bestuurder een persoon op de sporen had gesignaleerd. De machinist zou nu uitstappen en het spoor controleren.
Even later de boodschap dat er een persoon op het spoor had gestaan die zich nu naast het spoor had geïnstalleerd.
We konden niet doorrijden vooraleer hulp gearriveerd was.

Dan maar een babbeltje slaan met mijn buurman. Over best wel persoonlijke zaken.
En nu herinner ik me ineens hoe hij contact legde net na de noodstop:
‘Dit is zo´n moment om te kaarten’, sprak hij spontaan.
Waarop ik ‘Heb je kaarten bij?’
En hij ‘neen’.
‘Dan wordt het moeilijk’, zei ik nog.

Oxo en vier op een rij passeerden nog de revue, en vaders die lezingen geven over de geschiedenis van de wiskunde en ex-lieven en vals zingen. Onder andere.

Toen het bericht kwam dat de machinist de persoon op de trein had gekregen en we de reis verder konden zetten zag ik in mijn verbeelding al nieuwsgierige reizigers de arme man of vrouw aanstaren. En de factuur die hoogstwaarschijnlijk zou volgen. We reden overigens maar aan heel laag tempo verder omdat de seinen van enkele overwegen blijkbaar niet werkten.

Maar ik vond het best gezellig zo.
Fijn gezelschap om de avond in te luiden, meer moet dat niet zijn.

 

 

Op de koffie

Ik zie ze passeren. Mensen met wie ik heb samengewerkt. Studiegenoten van weleer. Hulpverleners ook die me door goede en kwade tijden hebben begeleid. Of dat nog doen. Maar ik blijf het een vreemd gebeuren vinden. Komen kijken en niets zeggen. Ik preciseer: op linkedin. Alsof er hier iemand door mijn raam zou komen staren om te zien waar ik mee bezig ben en dan verder de straat uitloopt. En ik aan mijn raam zie wie er binnenkeek…Enfin. De gordijnen heb ik inmiddels dicht getrokken want de fantasie dreigt weer op hol te slaan.

Maar het zou toch fijn zijn dat al die mensen die even kwamen kijken hoe het met je gaat, waar je mee bezig bent, dat ook even zouden melden. Zo van ‘hey, ik kwam even kijken hoe het met je gaat, maar ik laat je alweer.’ ‘Want ik heb haast’ of ‘ik vond niets interessants’ hoeven ze er zelfs niet bij te vermelden.

Ik denk dat ik daarin wel verschil van andere mensen. Op doordeweekse dagen kunnen er kennissen door mijn gedachten flitsen die dan prompt een sms of mailtje of belletje krijgen. Omdat ik dierbaren graag laat weten dat ik aan hen denk. Omdat ik oprecht hoop dat het goed met hen gaat en de enige manier om dat te achterhalen is om even te polsen. Tenzij die mensen hun leven open en bloot online etaleren uiteraard. Ik zwijg maar even stil.

Hoe het ook zij, hou je taai daar. Ik houd het kort deze keer. Tot op de koffie.