Vraagstuk

taner-ardali-807

Photo by taner ardalı on Unsplash

moet ik werkelijk schrijven
zoals de letter a in groene stift
toen amper zes, ik school verliet
en trots mijn schrift bekwaamde

moet ik werkelijk schrijven
of zijn woorden slechts
een fluisterend stilzwijgen
van een pril verdriet

in haar poging te beklijven

Keilekkergek

keilekkergek.jpg

Hij kwam binnengelopen en liep meteen naar de snoeptaart. In een wip stond ik vlak naast hem.
Even lekker intimideren, zo met mijn groene pruik op.

‘Wat kom je doen, wil jij een snoepje pakken of wat?’
‘Ja’
‘Heb jij al niet genoeg snoep gepakt?’
Aarzeling. ‘Maar  mijn papa had me gestuurd hij wou dat ik een snoepje pakte  voor hem’.
‘Dus jouw papa stuurt jou naar hier met de vraag om een snoepje voor hem te komen halen? Vind jij dat ok?’
Aarzeling.
‘Ik vind dat als jouw papa een snoepje wil van onze snoeptaart dat hij dat zelf moet komen halen. Maar de snoeptaart is eigenlijk voor kindjes. Wat denk je zelf?’
‘Ik ga het zeggen tegen mijn papa.’. En weg was hij, zonder snoepje.

Ik heb geen papa meer gezien. En hemzelf ook niet meer.

Intussen lichte paniek aan de stempeltafel: ‘Dit klopt niet!’
Ik vlieg er naartoe.
‘Oh oh, jij hebt een naam met een M of een N in? Tja, er zitten twee fopstempels tussen. Op het blokje met de N, plakt stempel M en op het blokje met de M plakt stempel N. Wil je opnieuw beginnen? Maar dan goed opletten dat je niet opnieuw de verkeerde neemt hé?
Ja-knik. Rust hersteld.

Er was trots. Om de boeken die ze gevist hadden en mochten meenemen naar huis, zonder dat ze ze opnieuw moesten binnenbrengen. Weggeefboeken, in cadeaupapier en met een touwtje eromheen waar de haak van de geïmproviseerde vislijn zich om moest krullen.
En er werd parmantig geposeerd naast de zelfgemaakte gedichten, met lekker gekke woorden. Met hun zelf-gestempelde naam eronder.

En ik mocht dat allemaal meebeleven. Van onder mijn groene pruik.
Wat is het fijn om keilekkergek ongeoorloofd levensecht even groot als klein te zijn.