Humane zorg

Vandaag werd ik emotioneel op een vergadering. En ik zag het maar half aankomen.
Maar het geeft niet. Want wat ik zei werd her- en erkend.

De thematiek waarover de uiteenzetting ging zat heel dicht op mijn huid. Het was vooral de vraag of bepaalde interventies met of zonder begeleiding ‘moesten’ gebeuren en het spreken in statistische termen dat me erg raakte. Met conclusies en onderzoekssporen die daar ‘logischerwijs’ uit volgen maar waarbij net dat unieke verhaal van de mens dreigt verloren te gaan.

Als er gepraat wordt over het aantal zelfdodingen na interventie X of Y, dan wil ik de mens achter de cijfers voor ogen houden.
Dan wil ik, als het over angst en/of depressie bij zwangere vrouwen gaat, het kind voor ogen houden dat zijn moeder verliest als ze uit het leven stapt. Zijn worsteling voelen om verder te leven met het gevoel dat de liefde voor hem niet genoeg was voor mama om vast te houden aan het leven. Dan wil ik die hele geschiedenis die vorm krijgt vanaf het punt ‘mama worstelt met depressieve gevoelens en/of angst’ op mijn netvlies zien branden om terug te ‘scrollen’ naar het ‘nu-moment’ en de meest menselijke benadering te kiezen voor mama. En voor kind. En partner, eventueel ander kind, ouder, vriend…

Ik geloof in de kracht van online hulpverlening. Maar ik zie ook de beperkingen daarvan in. Ik zie ook de gevaren daarvan in. Net dat allemaal zien maakt dat de ‘juiste’ ontwikkeling zichzelf toont. De ontwikkeling die bijdraagt aan het welzijn van hij of zij die wat extra ondersteuning kan gebruiken en via het internet betrouwbare bronnen vindt, helemaal bovenaan in google.

Mmmmh….dit lijkt een belerend blogbericht te worden.

Het gaat er uiteindelijk om een aanbod te ontwikkelen waar iemand die met een levensaspect worstelt net dat duwtje in de rug krijgt om wat opening te brengen. Een hoopje hoop om aan vast te houden. Dat is ook iets dat ik daarstraks op de vergadering zei. Dat je niet altijd het levensdomein moet aanpakken waar je een ‘probleem’ ervaart, dat het net versterkend kan werken als je progressie maakt op een andere levensdomein, waardoor je sterker in je schoenen staat en het probleemdomein meteen een minder prominente plaats inneemt. En behapbaar wordt.

Het is hier in de tekst dat ik mijn titel voor dit blogbericht koos. Humane zorg.

Kan dat dan? Online humane zorg aanbieden?
Gaan we op termijn onze problemen aankaarten bij een artificieel intelligente chatbot, die ons volledig in kaart heeft omdat facebook en google het hem op een schoteltje hebben bezorgd, terwijl hij voldoende empathie heeft om ons net die gouden tip te geven. En gaan we ons na enkele interventies zoveel beter voelen dat we een band gaan ervaren met die chatbot, waardoor we hem vaker vragen stellen om zelf ook super weerbaar te worden? En gaan we moeten betalen voor die interventies? En hoe dan? Door stukjes nog niet geregistreerde informatie te bezorgen, zoals foto´van onze babies…ah neen…die zitten al online. En gaan die chatbots die grotere vraag dan aankunnen of gaan er wachtlijsten ontstaan? En hoe gaan mensen daar dan mee om?

Veel te veel vragen. Ik hou er mee op.

Tijdens de vergadering kreeg ik een berichtje van een vriendin met de vraag of ik vrij was voor een lunch vanmiddag. Dus heb ik tijdens het luisteren even gereageerd dat ik dat wel zag zitten. Ik zag mijn collega naast me even vanuit zijn ooghoeken kijken. En ik vulde in: ‘tsss tsss tsss’. Ik moest nog even extra aangeven dat het ten vroegste één uur zou worden. Maar dat was helemaal ok voor mijn vriendin. Wellicht niet voor mijn collega, maar ik zal hem dit blogbericht bezorgen, zodat hij tenminste ook weet dat ik zelf wat gegeneerd was door mijn gedrag.

Dus heb ik een terrasje gedaan thuis bij mijn vriendin, me wat geamuseerd met een babbeltje met haar nu zes maanden oude zoontje en hem her en der wat geobserveerd als ik zijn gedrag nabootste. Het om beurten klappen op de tafel vond hij erg leuk. Ook om beurten naar mama uitreiken en roepen als die even in de keuken verdween rondde hij meermaals af met een gulle grinnik. Het woord mama sprak hij overigens heel duidelijk uit 🙂

Wat me doet concluderen dat ik nog even data-opties moet doorgeven om te gaan babysitten. Dan kunnen mama en papa eens op stap.

Ook dat is humane zorg.
Mama´s en papa´s even alle ruimte bieden in de wetenschap dat kleine uk er niet onder moet lijden.

Potentieel

Anyone can be happy when they get what they want. The challenge is to stay grateful and peaceful even when the world around you feels crazy and dangerous and horrible.
Elizabeth Gilbert (via gratefulness.org)

Zonet heb ik mijn Engelstalig artikel over ‘luisteren’ doorgestuurd naar het Global Listening Centre. Omdat ik al enkele jaren dit woord onder de aandacht plaats als ik het over leiderschap heb of over goede zorg. Maar dat ik nooit eerder de tijd nam om te omschrijven wat ik ermee bedoel. Misschien was ik er nog niet klaar voor.

Enkele mensen waren bereid mijn tekst onder de loep te nemen. Mijn kamikaze Engels te verbeteren. Bij deze nogmaals mijn dank daarvoor!
Ook de mensen bij het Global Listening Centre zullen waar nodig nog suggesties doen. Als ze het artikel al willen publiceren. Wie ben ik immers…
Maar de oefening maken vond ik op zich al leerrijk. Ben er een beetje wijzer door geworden.

Trouwens, wie niet waagt, niet wint. Het zou niet de eerste keer zijn dat ik een zot idee lanceer en het niet zo zot, laat staan uitvoerbaar blijkt. Wie lanceerde ooit het idee om een ‘Warm Huis’ voor kwetsbare talenten te maken? En wie is voor één welbepaalde doelgroep, dat idee op dit eigenste moment mee aan het vormgeven? En wie lonkt intussen ook al enkele jaren naar werken met jongeren (die zich niet helemaal gehoord voelen)? Om te ontdekken hoe zij nu hun eigen toekomst kunnen maken.

Of het Warm Huis er zal komen? Of de Warme Samenleving een toekomst heeft?
Ik kan dit niet voorspellen. Maar ik houd de deur op een kier en de bewegingen in de gaten. Om aan te haken waar ik een spoor zie. Omdat ik niet zou willen dat ik mee de oorzaak ben dat die Warme Samenleving een mooi klinkende omschrijving is van wat een luchtbel blijkt.

Ik ben iemand die graag potentieel onderzoekt, me erin vastbijt tot ik het doorgrond. En liefst ook één en ander op spoor heb gezet om het dan, levensvatbaar als het is, los te laten en nieuw potentieel wat kinetiek te geven.
Ik word daar niet moe van neen. Ik word moe van dingen te (moeten) blijven doen waar ik het gevoel heb niet veel in bij te leren. Waar ik het gevoel heb ook dat er zoveel tegenkanting is, zoveel co-egoïsme, dat het meer ploeteren is dan surfen.
En surfen kan ik, heb ik geleerd op de golven van ‘mijn storende bijkomstigheid.’

Maar als ik in co-egoïsme weer een gulp zout water binnenkrijg voor de zoveelste keer, dan verlang ik naar het strand. Dan wil ik eruit. Niet meer meedoen.
Dan wil ik braden in de zon tot ik een Warme roze garnaal geworden ben. Daar heeft een Warme Samenleving niet veel aan me dunkt.

Ja, ik ben dankbaar dat ik kan doen wat ik doe. Dat ik dat mag ook. Dat ik daarnaast dankbaar kan zijn voor kleine dingen, zoals het bestaan van de letter T op mijn Toetsenbord. De T van mijn voornaam ook.
En de T van thee om mijn hart aan te warmen na een lange dag. Ik vind de T trouwens wel een standvastige letter.
Duurzamer dan de K van koffie, die ik al iets te rijkelijk heb laten vloeien vandaag.

De zon breekt door de wolken.
Er zijn nog zekerheden in deze wereld.
Tsjuus van T!

Loze dromen

aaron-burden-398673

Photo by aaron burden on Unsplash

Nina liep voorbij het huis van meester Tom, nam dan de straat rechts en sloeg net vóór de  parkeerautomaat het wandelsteegje in. Haar rode rugzakje en de witte kap van haar jas bungelden op en neer op haar rug.

Ze zag hem al van op een afstand staan. ‘Haar’ boom. Hij stond een honderdtal meter het kleine bos in. Ze plofte neer op de boomstronk er recht tegenover, deed haar rugzakje uit en zette het voor zich neer op het mos. Flink hijgend bekeek ze haar boom van onder tot boven. Er hingen nog flink wat bladeren aan de takken, ook al was het bijna winter. Nina schikte haar rokje strak over haar knieën en frunnikte wat aan de lintjes op de zak. Ze keek naar de boomholte net op ooghoogte. Het was al van augustus geleden dat ze hier nog kwam, maar nu had ze boom echt nodig.

‘Grote Boom?’
Het bleef muisstil.
‘GROOTE BOOOOM??’
Een briesje deed de bladeren ritselen.

‘Meester Tom heeft ons gezegd dat we een opstel moeten schrijven over onze dromen. Maar ik heb er geen.’
Nina monsterde de boom om te zien of er iets veranderde. Maar ze zag geen teken.
‘Als we ons opstel niet inleveren krijgen we min twee op ons rapport. En ik ben al niet goed in taal.’
Ze snikte even en hapte naar adem waardoor haar tengere lijfje helemaal schokte.

Nina boog zich voorover, nam haar rugzakje en maakte de rits open. Ze haalde er een blocnote uit en de groene pen die ze van papa´s bureau had weggenomen en schreef: ‘Grote boom, breng me alsjeblieft een droom. Warme groet, je Nina.’
Ze scheurde het blaadje van de stapel en stopte het papiertje diep in de boomholte. Haar hand aarzelde nog langs de bast toen ze langzaam weer terugliep.
Nina raapte haar spulletjes bij elkaar en maakte zich klaar om naar huis te gaan. Nog even keek ze om terwijl ze haar kap van onder haar rugzak trok.

Hé, wat voelde ze daar?

Nina trok met beide handen haar kap over haar rechterschouder.
PLOP!
Ze boog zich voorover naar het ding dat in het mos gevallen was en raapte het op.

Wat gek. Een gebogen lichtbruin stokje met een groen blaadje er dwars bovenop. Net een hamertje. Ze tikte er drie keer mee op haar voorhoofd. Grappig. Toen zag ze de zwarte inkerving op het blad ‘Parijs – 12 december 2015’.
Wat gek…dat was op de dag af 10 jaar geleden.

Ze keek nog even van het stokje naar de Grote Boom, deed toen snel haar rugzakje af, stopte het hamertje achter de rits en bond haar tas terug op haar rug. Zo snel als haar beentjes haar konden dragen liep ze terug in de richting van het steegje, de straat in, het hoekje om tot aan het huis van oma. Hijgend drukte ze op de bel. Twee maal kort, één maal lang, zoals afgesproken.
Oma deed al snel de deur open maar ze kreeg geen kans om een vraag te stellen. Nina holde de hal in en schopte haar groene laarzen uit. Ze wurmde zich uit haar rugzak, hing haar jas aan de kapstok en holde met haar buit de trap op. Ze hoorde oma nog net roepen ‘we eten binnen een kwartiertje’.
‘OK oma’, riep Nina nog na. Maar ze had de deur al achter zich toegegooid.

Hijgend zat ze op bed.
Wat had dit te betekenen? Ze ritste haar rugzak weer open en rolde het hamertje van de ene hand in de andere. Parijs – 12 december 2015.
Wat was er op die dag gebeurd?

Nina liep naar haar bureau, zette zich voor haar laptop en legde het hamertje onder de scanner van de storyfier. Dat toestel diept het verhaal achter een voorwerp op. Ze haalde even diep adem en drukte toen op start. Haar scherm lichtte meteen op en beelden, geluiden en woorden in allerlei talen volgden elkaar in hoog tempo op. Een tornado aan informatie. Langzaam kwam er rust.
Daar was mama.

‘Dag schat.’ Mama glimlachte vanop het scherm naar Nina, net zoals zij zich haar herinnerde.
‘Dag mama. Ik ben benieuwd welk verhaal je me nu gaat vertellen. Ik vond dit hamertje in de kap van mijn jas toen ik aan Grote boom stond want ik moet een opstel schrijven over mijn dromen en ik heb er geen en de meester trekt twee punten af als we niets indienen…’Nina voelde haar wangen gloeien. Ze wilde altijd zoveel vertellen als ze mama weer eens zag.

Mama glimlachte. ‘Wat je nu gevonden hebt is de sleutel tot jouw leven’.
Nina fronste haar wenkbrauwen. ‘Hoezo?’
Mama lachte. ‘Kom, laat me je eerst een zoen geven.’
Nina legde haar rechter wijsvinger op het beeldscherm en voelde hoe mama een zoen op haar voorhoofd gaf terwijl ze met haar handen haar gezicht vasthield.
‘Ik ben hier, wanneer je me maar nodig hebt Nina’ fluisterde ze in haar oor.
Nina kon het niet helpen maar er rolde toch weer een traan over haar wangen. Ook al zag ze mama nog, het was toch anders dan toen ze nog leefde. Omdat ze toen naast haar in bed lag om elke avond weer een verhaaltje te vertellen. Soms zomaar uitgevonden op basis van één woordje dat Nina dan moest geven, soms grapjes ook en soms grote mensen verhalen…maar dan zo verteld dat het niet erg veel pijn deed om het te horen. Nina veegde vlug haar traan weg en keek naar mama.

‘Heb je even tijd Nina, want dit wordt een lang verhaal’.

‘NINAAAA, eten!!!’

‘Oei, oma… Mama ik ga eerst eten maar niet weggaan hé. Beloofd?’
‘Beloofd schat. Ik ga intussen wat verloren bits opkuisen hier. De Big Data doe ik later wel. Ik hoor het wel als je er weer bent. Eet smakelijk.’
‘Tot seffens mama.’

Nina liep de kamer uit, deed met een iets te harde klap de deur achter zich dicht en liep de trap af.
‘Ik kom Oma.’

Papa en oma zaten al aan tafel.
Nina zette zich neer en zei tegen oma, die net haar bord aan het opscheppen was ‘voor mij niet te veel lasagna oma.’
‘Heb je weer gesnoept vanochtend dan?’ vroeg papa meteen, zonder zijn blik van zijn smartphone op te richten.
Nina zag dat oma even knipoogde toen ze haar bord aangaf. Ze besloot verder maar niets te zeggen. Papa zei toch zomaar wat. Volgens haar interesseerde hij zich niet eens in haar antwoord. Meer nog, moest ze nu vertellen dat er uit zijn tandenborstel een dikke spin was gekropen vanochtend zoen zij haar tanden stond te poetsen, dat ze die spin in de WC had gegooid, terug opgevist en weer aan zijn tandenborstel had gevoederd en dat ze daardoor nu nog steeds wat misselijk was…hij zou wellicht enkel ‘ah zo…’ zeggen. Mr. Smartphone…

‘Je was zo gehaast daarnet Nina’ zei oma.
Nina voelde haar gezicht een beetje gloeien. ‘Ik had iets gevonden en ik wou dat even onder de storyfier leggen. Niets bijzonders.’
‘Het is nu zalig buiten, niet te koud en er ligt nog een mooi tapijt herfstbladeren op de grond en ook de bomen dragen nog wat kleur. Misschien moeten we onze stapschoenen aantrekken en eens een fikse boswandeling maken straks. Dan nemen we de recorder mee, schieten wat beelden, vangen hier en daar een geluid en filmen wat en dan knutselen we er in de kerstvakantie een collage van. Wat denk je?’
‘Liever niet vandaag oma. Ik moet nog een opstel schrijven en ik wil dat eerst doen.’
‘Zoals je wil. Maar weet dat inspiratie meestal komt op een moment dat je er niet koortsig naar op zoek bent.’ Oma glimlachte fijntjes.
Ja, dat zei mama ook altijd. Maar Nina had mama zonet wel expliciet gevraagd om niet weg te gaan. Misschien kon ze nog even naar boven gaan straks, een stukje van het verhaal horen dat mama te vertellen had en dan met oma naar het bos gaan. Mama zou het wel begrijpen.
‘OK oma. Je hebt gelijk. Binnen een uurtje dan, is dat goed?’
‘Prima’ zei oma.
‘We leven maar één keer hé.’ Nu was het Nina die knipoogde naar oma. Want dat was immers de stopzin van papa. Ook al begreep hij blijkbaar niet hoe hij die in de praktijk moest omzetten.

‘Ik ga straks even naar Guido voor zijn boormachine. Moet één en ander in orde zetten in het tuinhuis.’ zei papa, terwijl hij zijn eerste hap lasagna in zijn mond stak.
‘Zoals je wil.’ zei oma. ‘Eet nu maar, straks is het koud en ik heb er al mijn liefde in gestoken.’

Nina lachte naar oma, die heel stiekem juffrouw-gewijs haar wijsvinger opstak en ermee wiebelde, richting papa.

Nina hoorde mama al zingen vanop de overloop. Ze ging stilletjes haar kamer binnen en sloot de deur achter zich. Even bleef ze naar het scherm staren. Overal dansende sterretjes, af en toe een vuurwerk aan kleuren en hier en daar een voetafdruk van mama. Mama zong uit volle borst, danste het Internet door en was zich schijnbaar niet bewust van Nina´s aanwezigheid.
‘…BABY, YOU’RE A FIREWORK. COME ON, SHOW ‘EM WHAT YOU’RE WORTH.’
Nina moest lachen. Katy Perry. Dat liedje was veel ouder dan zijzelf. Ze liep naar haar bureau en raakte met haar rechter wijsvinger het scherm aan.

‘Oh, Nina, …wacht ik kom!’ riep mama uit en ze kwam naar haar toegelopen met haar armen in de lucht. Aan haar rechterhand bungelde iets dat op een zakje leek.
‘Wat een fijne poetsbeurt. Ik heb er een spelletje van gemaakt. Normaal hou ik er niet van verloren bits op te sporen, maar als ik mag zingen gaat het al een stuk beter. Ik heb honderdenzes verloren ééntjes en vijfenzestig nullen gevangen. En dan de nullen over de eentjes gegooid zodat ze in duo verdwenen. Nu heb ik nog wel wat ééntjes over.’ Ze stak het zakje in de lucht. ‘Kan jij daar iets mee?’
‘Stop ze maar in een leeg tekstbestand. Ik moet toch nog een opstel schrijven en misschien zorgen ze voor wat inspiratie.’
‘Goed’ zei mama en Nina zag dat mama een tekstbestand opende, een envelop tekende en er de bits voorzichtig in uitkapte. Ze deed er nog wat kromme lijntjes bij en roerde er even met haar vinger in.

‘Ik kook een potje voor je, zie je Nina?’ lachte mama. ‘Heb je zonet een dessertje gegeten?’
‘Neen. Oma en ik gaan straks in het bos wandelen en ze gaat daarna pannenkoeken bakken.’

‘Die oma toch hé…nog steeds een lekkerbek. Gelijk heeft ze. Maar ik onderstel dat je zit te popelen om het verhaal achter het hamertje te horen.’
Nina knikte. Ze nam Lars, haar knuffelhond uit zijn mandje en installeerde zich comfortabel op de stoel. ‘Klaar.’
‘Goed. Waar zal ik beginnen.’