Tijd om te zijn

Het is lang geleden, maar op dit eigenste moment, hier zo tijdens het schrijven, heb ik het bijzonder moeilijk.

Tranen staan hoog. Wat doet het dan om me toch aan dit klavier te zetten?
Nochtans zijn er momenteel geen ingrijpende dingen op mijn pad. Behalve het gegeven dat ik vandaag tweeëntwintig jaar geleden rond negen uur in de ochtend ben bevallen van mijn oudste dochter. Die hier net is binnengestapt, vers terug van een Ghana reis waar ze stage heeft gelopen in een ziekenhuis. Dat ik haar dankbaar terug in mijn armen heb gesloten. Mijn meisje is terug.

Dat ik niet weet waar al die jaren naartoe zijn. Al die jaren dat ik heb geworsteld om er toch voor beide dochters te kunnen staan zodat ze vooral geen liefde tekort kwamen, hoewel ik vaak amper mezelf bij elkaar kon houden. Dat mijn oudste een tijdje geleden naast me liep en zei dat ze trots op me was, haar woorden verrasten me maar haar uitspraak deed me deugd. Dat mijn jongste net per sms liet weten dat ze vanaf zondag opnieuw twee weken bij me logeert. Dat doet ook deugd.

En ik? Ik zit hier nu te grienen en het is me niet helemaal duidelijk waarom.

Of toch…dat de dingen die ten goede moeten veranderen dat wat mij betreft wat sneller zouden mogen doen. En duurzaam. Dat ik graag nog zou zien dat het eco-systeem zich herstelt. In velerlei betekenissen. Dat meer levende organismen een leefbaar leven mogen leiden, dat meer mensen bereid zijn uit te reiken om ‘de ander’ te leren kennen, dat we niet meer denken in muren maar in wandelwegen…
Dat er terug meer tijd wordt gemaakt om samen te zijn in plaats van om vanalles te doen.

Eigenlijk ben ik moe. Misschien is het vooral dat.
Dezer dagen moet ik schrijven aan een dossier waar ik in een co-creatie meer dan anderhalf jaar aan heb gewerkt.
Het schrijven lukt me niet. Het lukt me niet te schrijven aan een bureau waar constant beweging in lichaam en woord is. Ik ben bang zaken te vergeten. En ik vind de juiste toon niet. En ik wil alles tegelijk doen maar ook focussen en een goede structuur hanteren.
Het is echter nog steeds chaos op dit moment. En de tijd dringt. De tijd dringt opnieuw, zoals zo vaak.

Misschien is dit niet zo klein, waar ik doorga. Misschien symboliseert het ook het afronden van een herstelproces waar ik dus ook al meer dan twintig jaar aan werk. Zal maar even een zakdoek nemen, u wil me hier niet zien zitten, lezer.

Het is nog maar kwart voor acht. Nog te vroeg om de dag af te ronden. Nog te lang te gaan tot de nacht om helemaal met tranen te vullen.
Misschien kan ik niet meer. Misschien ben ik moe en moet ik tweeëntwintig jaar slapen, terug in de tijd. Opnieuw bevallen van mijn dochter en genieten van haar progressie en groei. Met hernieuwde krachten.

‘Mannetje groen’ riep ze uit om aan te geven dat ik de straat veilig kon oversteken om haar van de trein naar de kribbe te brengen.
En op een avond las ze luidop het boekje ‘Kerstmis met Musti’. Ze was toen anderhalf, vertelde elk woord zoals het in het boek stond en sloeg de pagina´s correct om. Ik stond te koken…te kijken…vanuit de keuken…vol trots. toen al.

Mijn tranen zijn gedroogd. Tijd om me nog wat op mijn koertje te zetten. En te zijn…

De rekbaarheid van nu

Soms als ik mijn geluidsbestand op Soundcloud heb bewaard met een leuke foto erbij en het geheel ter controle nog één keer afspeel, volgt er muziek. Zonder dat ik dat aanklik. Ik weet niet hoe het komt maar vind het ook niet erg. Heb al gemerkt dat het ook gebeurt bij andere mensen die op mijn blog belanden.
Eén van mijn vriendinnen zei daar zelf over ‘ik laat het opstaan, het is een fijn muziekje om aan het eten te beginnen.’
Ziedaar. Alweer een zichzelf omgedacht ‘probleem’.

Vandaag plaats ik geen bericht meer, wat u nu leest is dus niet zopas geschreven. Wat is ‘nu’ ook?
Door het uitzoeken en inlezen van het gedicht dat ik zonet heb gepost, heb ik weer wat energie gekregen. Daar maak ik maar meteen gebruik van om te gaan schrijven. Go with the flow. Al dwarrelde er net een sms binnen. Wat is de sterkste kracht, de nieuwsgierigheid of de flow? Mmmmh…
En dan proberen eens niet te verklappen wat ik in het zonet gecapteerde ‘nu’-moment besliste te doen. 🙂

Vreemd vind ik dat. Die rekbaarheid van het begrip ‘nu’.
De laatste dagen integreer ik terug wat formele meditaties tussen mijn bezigheden. Dan lijkt de tijd zo traag te gaan. Ook als ik ga werken en bij dag en dauw de ruimte neem om even stil te staan op mijn koertje om te doorvoelen wat het is om de overgang te maken van nu naar straks. Nu, handen bijna op mijn fietszadel en stuur en straks, op de trein of aan mijn bureau. En wat verwondert me in de tijd daartussen?
Of als ik nog vijf minuten kan stelen om even te zitten, de ogen te sluiten vooraleer de deur uit te gaan. Ja, het helpt om verbinding te maken met mijn lichaam. Dat heb ik net nu nodig. Nu, volgens mijn therapeut, mijn ajuin bijna volledig gestript is en ik met de kern aan de slag ben. Dat dat extra moeilijk is en zeer doet en energie vraagt. Dat dan het voelen extra belangrijk wordt. Uit het hoofd in de buik duiken en de beweging van de adem voelen.

Daarstraks ben ik een fietstocht gaan maken in mijn eentje. Ik betrapte me er als zo vaak op dat ik sneller reed dan comfortabel. Het is net of ik op de fiets altijd onderweg ben. Dat ik fietsen niet ‘beleef’. Het is een noodzakelijk ‘kwaad’ om van start naar aankomst te gaan. Zelfs bij een fietstochtje? Ja, conditionering van mijn lichaam. Net als lopen toen ik kind was. Ik liep erg snel. Korte afstanden bij voorkeur. Moest het hebben van kracht. Waarom schrijf ik dat nu? Omdat ook daar het doel belangrijker was dan de weg er naartoe. Hoewel er op die paar seconden veel kan gebeuren. Je enkel omslaan bijvoorbeeld. De oefeningen die ik vroeger turnde op balk en grond hadden ook een tijdslimiet. Als mijn geheugen me niet in de steek laat tussen 1’10” en 1’30”. Als je van de balk viel moest een jurylid de timer stilzetten. Eén keer deed ze dat niet dus kreeg ik het signaal dat ik bij lengte drie al mijn afsprong moest doen. Toen zag ze het in. Ik mocht herkansen. Maar dat wilde ik niet. Het was een toestelfinale geloof ik, dus verder niet belangrijk voor de totaalscore.
En toen deed ik mijn grondoefening volledig foutloos en kreeg ik ongehoord hoge punten en werd ik eerste op dat onderdeel. En daar werd over geklaagd en geroddeld. Tja.

Onrechtvaardigheid. Van alle tijden en leeftijden.
Verwondering is dan weer typerend voor de kleintjes, terwijl verontwaardiging dan weer typisch bij volwassenen voorkomt.
Is verontwaardiging niet gewoon ingehouden woede, vraag ik me af. En is een gezond kind dat onrecht ervaart niet gewoon boos?
Wat ben ik nu weer aan het analyseren…ik had het over rekbaarheid van de tijd.
Maar misschien is mijn besluit dat de evolutie van kind naar volwassene een ongezond sluiten van de woedespier inhoudt.

Ik wist wel dat ik mijn openheid moet cultiveren. Onrecht of niet.
Ik zal eens goed gaan brullen buiten zie, zodat de mensen gaan denken dat de volgende Big Bang eraan komt.
Of de Big Fury.

Tijd schrijven

uros-jovicic-322314

Photo by Uroš Jovičić on Unsplash

Zonet heb ik het boek ‘Actieve hoop’ van Joanna Macy en Chris Johnstone weer eens vastgenomen. Om her en der wat stukken te herlezen. Zo spreekt ze over het hanteren van een ruimer begrip van tijd. En raad de lezer aan eens een brief te schrijven vanuit de positie van een aardbewoner in de toekomst, pakweg 200 jaar van hier. Waarbij die schrijver jou bedankt voor de acties die je nu onderneemt om zijn toekomst mooier te maken.
Evengoed gaat het in de andere richting en kunnen voorouders je nu in een brief vertellen waarom ze bepaalde keuzes hebben gemaakt.

Op zijn minst werken dit soort oefeningen inspirerend en geestesverruimend.

Zelf heb ik de daad bij het woord gevoegd (zie mijn blog Liefdesbrieven) en al mijn nieuwjaarswensen in briefvorm verzonden. De ingevulde enveloppen bleven even liggen omdat ik er wat tegenop zag alle brieven met de hand te schrijven. Maar ik heb een tussenoplossing gevonden. De brief heb ik op de computer getypt en de outprints heb ik met de hand een persoonlijke toets gegeven.
Drie versies. Omdat ik aan alle volwassenen schreef maar ook alle kinderen apart een brief wou bezorgen. Hoe vaak krijgen kinderen post?
En krijgen zij graag persoonlijke post?

De inhoud diende voor de jongeren wat aangepast te worden alsook de layout.
Versie drie gaat naar een eerste leerjaar lezer.
Best spannend. Want mijn boodschap voor de volwassenen is er eentje van tijd maken, luisteren en verwonderen…zoals ik in mijn laatste blog schreef.
En ik denk dat dat op zijn zachtst gezegd geen alledaagse boodschap is.
Maar nu ik Joanna Macy net weer heb mogen proeven, koester ik vertrouwen.

Overigens heb ik gisteren mijn fiets, mijn enige persoonlijke vervoermiddel, naar de fietsenmaker gebracht. Er scheelde al een aantal dagen iets met de voorste naafremmen. Met wat afwezigheden tijdens de feestdagen kon de uitbater maar beloven dat de fiets volgende dinsdag zou hersteld zijn.
Aangezien ik nu verlof heb, waagde ik het er op.

Zonder fiets en fietstassen inkopen doen voor een etentje morgen zal niet evident zijn.
Maar overgave aan de eenvoud leidt misschien tot verwondering.

Het is met eenvoud als met tijd.
Hoe meer je erin leeft, hoe rijker je je waant.

Fijne jaaromslag!

Tijdmaker

soren-astrup-jorgensen-137467

Photo by Søren Astrup Jørgensen on Unsplash

Vandaag ben ik naar een werkgroep geweest over ‘kwartiermaken’. Van Dale leert me dat een kwartiermaker een ‘militair van een detachement is die uitgezonden wordt om voor de legering van zijn eenheid te zorgen.’  In de geestelijke gezondheidszorg is een kwartiermaker iemand die gastvrije plaatsen creëert voor kwetsbare mensen. Zodat ze zich ook buiten de muren van de zorginstellingen durven begeven zonder teveel extra opdoffers te krijgen door vooroordelen allerhande.

Er werden op de werkgroep goede praktijken voorgesteld als een concept van inclusief samenhuizen, het sociaal geïnspireerd kunstenaarscollectief OXOT en Enchanté, een concept geïnspireerd op de Carillon in Parijs, waarmee handelaars daklozen kunnen verwelkomen via een stikker op hun raam. Voor een stoel om even op adem te komen, een kop koffie, het gebruik van sanitair…en hopelijk een warm woord.

Vandaar mijn voorstel voor het volgend project of beroep: ‘Tijdmaker’.
Want het vergt niet zoveel van je om je deuren even open te zetten. Het geeft misschien zelfs een goed gevoel om iets te kunnen betekenen voor de ander.
Maar wil je echt iets betekenen, maak dan tijd om te luisteren.
En heb je geen tijd, maak die dan, met keuzes.

Met de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg zullen meer en meer ziekenhuisbedden worden afgebouwd en zal zorg meer in de natuurlijke omgeving van de patiënt gebeuren. Met zorg aan huis, ondersteuning van het netwerk en bouwend op de eigen mogelijkheden en krachten van patiënten.
Maar de verhalen die leven, moeten een kanaal krijgen. Zowel de verhalen van de patiënten als die van hun directe omgeving.
Wie zal daar naar luisteren als niemand de tijd ‘heeft’? Als niemand hiervoor tijd maakt?

Ik wil wel tijd maken.
Zo heb ik vandaag om naar de vergadering te gaan de bus genomen. Anderhalf uur op en anderhalf uur terug. Ik wou immers verhalen vangen. Het openbaar vervoer is daar ideaal voor. Tijdens de heenrit merkte ik vooral op dat veel reizigers een praatje gingen maken met de chauffeur. En aan diens animo te merken apprecieerde deze dat wel. Eerst  een mevrouw (duidelijk een kennis) dan een allochtone man die de procedure om met GSM te betalen vergeten was. Geharrewar. Daarna hevige discussie met drie over de dienstverlening van De Lijn. Over de houding van sommige buschauffeurs. Toen de allochtone man afstapte stond een andere reiziger recht om het gesprek aan te gaan over lastige allochtonen. En ik merkte op dat de eerdere evenwaardige houding van de chauffeur er nu één was geworden vol vooroordelen.
Ik luister en neem waar.

De bus terug liet een dik kwartier op zich wachten. Een Aziatische vrouw die meer dan een maand geleden blond wou zijn had het hoofd van een slapende tienjarige jongen op haar linkerschouder. Ik vleide me op de bank achter hen. Iets te hoog om comfortabel te zitten. Een meisje van een jaar of zeven zat rechts op de zitjes naast het gangpad te slapen met haar hoofd tegen het raam. Roze legging en sportschoentjes.
Twee jonge blonde tienermeisjes met sporttas en ingevlochten haar installeerden zich protserig aan de achterste deur. Dansers?
Twee andere iets oudere Aziatische sportsters met strakke loopbroek en sporttas zaten wat giechelend gebogen over hun smartphone naast elkaar vooraan in de bus.

Mensen stappen af. Andere mensen stappen op.
Verhalen kruisen. Gedachten ‘wanderen’.

Mevrouw voor me bereidt zich voor op het verlaten van de bus.
Zoon stilletjes wekken. Kapje opzetten. Zachtheid.
Meisje stevig dooreen duwen. Haar naam sissen. Optillen en meenemen.

Onderscheid?

Mijn wens voor 2018 heeft bij deze vorm gekregen:
Maak tijd, met keuzes. Luister. En verwonder bijzonder.

 

Tijd is geld. Een themavergadering.

Ze kwam op maandagochtend kloppen op mijn kamerdeur en vroeg of ik mee kwam naar de themavergadering.
‘En wat is het thema?’ vroeg ik.
‘Dat zullen we zien, dat laten we uit de groep komen.’

Ik heb ervoor bedankt. Bij nader order zit ik nog steeds in gedwongen opname en ‘de groep’ staat hier voor de patiënten die deelnemen aan dit overleg. Als het gesprek geörchestreerd wordt door een hulpverlener en doorgaat in een vergaderlokaal noemen we de babbel een ‘vergadering’. Zo hebben we hier ook de ‘afdelingsvergadering’, maar daarover een andere keer misschien meer.

Halfweg de dag vertelde een lotgenoot me dat het eerste thema dat voorgesteld werd ‘vakantie’ was. En dat hij dat niet zag zitten. Als je al enkele weken in deze afdeling geobserveerd wordt in afwachting van een plaats in een gespecialiseerde afdeling, waar je gedurende zes à acht weken intensieve begeleiding kan krijgen na (uiteraard) een nieuwe observatieperiode van drie weken in die bewuste afdeling, … welja, dan kan ik me inderdaad voorstellen dat het thema ‘vakantie’ nu net even een brug te ver is…

De andere leden van de vergadering konden zich vinden in dit argument en het thema dat als alternatief werd aangesneden was ‘tijd’. En als ik het mondelinge verslag juist weergeef was de bedenking dat de tijd vroeger anders was dan de tijd die komt of de tijd in het heden, de belangrijkste bevinding. Er werd blijkbaar geen neerslag gemaakt van deze vergadering.

Diezelfde maandagavond zag ik dat Jens Pas drie filmpjes had getwitterd over ‘tijd’. Filmpjes die tot dat moment amper bekeken werden. Het tweede filmpje, met Cultuurfilosoof Arnold Cornelis aan het woord over vertraagde tijd heb ik alvast geretweet. Ik ga er dadelijk even opnieuw van genieten. Dat is overigens het enige dat ik op Twitter doe, lezen en her en der retweeten. Durf het niet aan om zelf met die @ en # te goochelen. Heb overigens toch niks zinnigs te zeggen denk ik dan. Hoewel er menig twitteraar zichzelf die ‘duivels actuele vraag’ niet stelt. Denk ik tenminste… Maar misschien ontbreekt het hen wel aan tijd…

Toen ik enkele jaren geleden als vrijwilliger, met tijd teveel dus, aan de slag ging bij Centrum Geestelijke Gezondheidszorg De Pont in Mechelen op een project rond patiëntenparticipatie, besefte ik nog niet waar al die overheidsmiddelen NIET naartoe gaan. Het project kreeg een subsidie van de Koning Boudewijnstichting en één luik omvatte het oprichten van een werkgroep die zich zou buigen over de kwaliteit van de zorg. Dus ronselde ik mensen, zowel (ex-) patiënten als dichtbetrokkenen, er was zelfs een hulpverlener in de armoedezorg bij en ook ik liet ‘thema´s uit de groep’ opborrelen waar we ons gezamenlijk zouden over buigen. En we noemden onszelf ‘Werkgroep Kwaliteit’.

Een veertiental overlegmomenten later, die elk een neerslag kregen in een verslag, stelde ik de resultaten voor op het overlegmoment van de voorzieningen in Geestelijke Gezondheidszorg in de regio Mechelen. Er was verbazing dat een werkgroep met deze samenstelling op zo´n korte tijd kon komen met zulke relevante adviezen, onder andere rond het betrekken van familie bij de zorg, rond voorbereiding van de nazorg bij een opname, rond preventie…

En nu overloop ik terug de woorden in mijn blog hier…
Een ‘themavergadering’ over tijd onder patiënten, waar geen neerslag  wordt gemaakt van de bevindingen.
Mensen die in observatie zijn in een afdeling in afwachting van een observatie in een andere afdeling.
En tussen ons gezegd en gezwegen, mensen die buiten mogen en zich niet houden aan de ‘geen-alcohol’ afspraak en het mij vertellen maar ‘hen’ niet…

En ik ben weer verwonderd…als Alice in Wonderland.

Straks komen de volgende facturen van mijn opname toe op mijn thuisadres en betaal ik die, hoewel ik niet gekozen heb om hier te zijn of te blijven …
Ik heb ook niet gekozen om te horen en zien waar het als het ware ‘vreemd’ loopt in de zorg.
Dus schrijf ik maar wat, een mens moet iets doen met zijn tijd.

Al kan ik mijn ziekenhuisfacturen intussen misschien toch al ter betaling voorleggen aan De Pont zodat zij die onder de noemer ‘opleidingsbudget ervaringsdeskundigheid’ in kunnen boeken.
Ik ben het de directeur vergeten te vragen toen hij op bezoek kwam.
We zijn nu toch al lang genoeg aan het leuteren over participatie en ervaringsdeskundigheid, toch?!
Als we het zo kunnen regelen, spreek ik er niet meer over.

Dat spaart tijd. En tijd is geld. En dat is geen nieuws voor u denk ik…

 

 

Neen, ik heb geen tijd

Het is een eindje stappen van het centraal station naar de Costa op het St. Andriesplein maar ik deed het met een ontspannen tred en mijn ogen in detectiemode. Ter hoogte van een pleintje waar ik toekwam vanuit een straatje waarin ik rechts was afgeslagen op die baan met de tramsporen, – even geduld- met vóór en een beetje achteraan rechts van me een schoenwinkel, in het midden bankjes en een terrasje, en rechts een viswinkel, zag ik een nogal schichtige man een vrouw benaderen die met gekruiste benen op een bankje een sigaret zat te roken. Hij verwijderde zich even snel als hij haar benaderd had en ik voelde hem mijn richting uit komen.

‘Mevrouw, mag ik even iets vragen?’

Ik stopte en keek hem aan. ‘Ja, zeg maar.’

Ik zag zijn schouders drie millimeter zakken in opluchting en zijn blik anderhalve centimeter naar boven gaan om moed te verzamelen voor zijn volgende vraag. Hij tastte met zijn linkerhand in zijn broekzak en haalde er een klein boekje uit. Het was open geplooid op de pagina waar onderaan ‘De Biekorf’ stond met adres en daaronder een paar regeltjes. Ik scande snel ‘2,5 euro’. Hij lichtte me toe dat hij dakloos was en dat hij in dit opvangtehuis kon overnachten en twee keer per dag iets kon eten voor twee en een halve euro. Het zou, nu ik erover denk, ook drie keer per dag kunnen geweest zijn. Maar hij zag er niet uit alsof hij veel at, dus vroeg ik niet door of het eten voldoende was.

Of ik misschien…de rest sprak hij niet uit, maar zijn ogen die ergens tussen hoop en angst bleven hangen vertelden het wel. Ik monsterde even zijn gezicht en zei ‘goed’. Ik nam mijn portefeuille uit mijn handtas. In het ritsvakje met het kleine geld zat maar 15 cent. En het ‘ah ja, ik moet nog een nieuw gaan halen’ zwartgeblakerd halogeen spotje. In het volgende vakje vond ik een briefje van twintig en eentje van tien en dacht, oei, … tien is misschien toch wel wat veel. En je kan uiteraard aan een dakloze niet vragen ‘kan je misschien wisselen?’. Maar toch even mijn vinger poken en intussen alternatieve denksporen bewandelen maar ziedaar, een verlossend briefje van vijf. ‘Hier’, sprak ik. ‘Ik geef je twee nachten.’ Ik zag hem even naar adem happen. ‘O-o-oh…mevrouw…’. Zonder vragen pakte hij mijn rechterschouder en ik draaide mijn wang voor zijn dankbare zoen. Ik voelde het zelfs niet, dat zijn bovengebit tandloos was. Maar had wel de trillende kin en de vochtige glans in zijn ogen opgemerkt.

We liepen even op en hij viel meteen met de deur in het huis van zijn frustratie. Dat hij eerst bij die rokende mevrouw was gegaan ‘en gewoon vriendelijk had gevraagd …’ en dat ze zelfs niet had gekeken toen ze zei ‘neen, ik heb geen tijd’. En dat hij daar zo onderarmen gespannen trillend om opwaarts bewegend, vuisten gebald en grmblgrmbl-knarsetandend-mompelend van wordt ‘EN DAN ZOU IK ZOHHH!!…en toen hij aan mijn knikken zag dat ik dat kon begrijpen sprak hij stil ‘maar ja, dat helpt niet.’

‘Wat doe jij overdag?’ vroeg ik. Hij reageerde snel. ‘Ja wat kan ik doen?’ Beetje verwijtend toch, had ik de indruk…

‘Weet je’, zei ik, ‘ik ben op weg naar Costa, dat is een cultuurhuis op de St. Andriesplaats en ik heb gezien dat daar een computer staat. Volgens mij kan je daar gratis op werken. Kan jij op de computer werken? Hij knikte. ‘´t Is misschien een idee om eens naar daar te gaan zodat je eens iets anders kan doen dan wat je altijd doet.’ Hij reageerde niet echt.

Even verder voelde ik toch nog een vraag kriebelen. ‘Mag ik nog iets vragen?’

‘Je gaat met dat geld toch geen alcohol of zo kopen, want ik weet een man in Mechelen en die vraagt ook altijd geld maar ik zie hem dan blikjes bier kopen in de supermarkt. Aan hem geef ik niet. Dus zou ik het ook niet fijn vinden mocht jij het daaraan besteden.’

‘Neen mevrouw, daar mag je me op vertrouwen. Het is om te kunnen slapen en eten in het opvangtehuis.’

En ineens liep hij mompelend voor me uit ‘ik moet’ en sjeesde een straat in, stak over en…verdween uit mijn zicht.

’Mmmh’ dacht ik. Het leek me niet echt waarschijnlijk dat in die omgeving een opvangtehuis ligt, maar het was ook nog geen tijd voor lunch dus waarom zou hij daarheen gaan. Zou daar een alcoholshop liggen? Hoeveel kost drugs eigenlijk? Ik besloot het los te laten.

Nu zit ik wel nog te denken of ik nu echt niet heb gekeken hoe dat pleintje noemde, waar die vrouw zat te roken. Ach ja, als ik het al had gelezen, ik vergeet het toch. Loslaten!