Donkere materie

greg-rakozy-38802 (1)

Dit moet dan wel een kantelpunt in mijn leven zijn.
En jazeker, ik ben op dit moment nog vol Fiduciaans vertrouwen.

Ik besloot mijn online activiteiten in te perken. Door – ik geef toe – vrij drastisch, mijn accounts op te zeggen bij Linkedin, Facebook en Webtales.

Facebook was niet moeilijk. Ik had pas recent een nieuwe account aangemaakt omdat ik vaak de melding kreeg dat er een Facebookgroep bestaat voor een aantal thema´s waarin ik geïnteresseerd ben. En zonder Facebook account, geen toegang tot die groepen. Maar als puntje bij paaltje komt, beweegt er blijkbaar weinig in die groepen. Frustraties vermijden die optreden als ik ga kijken en weinig relevante beweging zie?
Schrappen leek een logische keuze.

Linkedin was moeilijker. Een kleine zevenhonderd contacten. Ik plaats er occasioneel mijn blogberichten en gedichten en snuister graag door interessante discussies en artikels. Leerde er enkele fijne mensen kennen.
Ik had echter al langer het gevoel dat ik er meer tijd in steek dan dat ik er voldoening of inspiratie uithaal. Dus heb ik de knoop doorgehakt en mijn account verwijderd.
Al heb ik eerst een download gemaakt van mijn data. Inderdaad, ‘mijn’ data.
Groot was mijn verbazing toen ik voor meer dan 1400 personen contactgegevens ontving.
Wiens data zijn dit Linkedin? En wat doet u ermee als ik weg ben?
Waar zat ik met mijn gedachten toen ik akkoord ging met de gebruiksvoorwaarden…Confronterend.

Al ben ik net om die reden ook blij dat ik vrij passief bleef op Facebook.

Webtales.org, mijn veilige plekje waar ik gedichten, miniaturen en occasioneel een (vervolg)verhaal plaatste. Ben er mee begonnen tijdens een vorig kantelpunt in mijn leven, eind 2011. Toen ik besloot bij een andere psychiater in behandeling te gaan toen er een breuk kwam in mijn vertrouwen en ik helemaal van de kaart was na het lezen van een welbepaald boek van Kristien Hemmerechts.
Rauwe woorden die mijn inwendige worsteling weergaven, ik plaatste ze op Webtales.org onder mijn kersverse pseudoniem Fiducia. Mensen reageerden, mensen werden online ‘bekenden’. Een deel van hen ontmoette ik ook in het echt.
Het is een fijne plek om werkstukken te delen.
De laatste tijd was ik er niet meer zo actief. En een kantelpunt is een kantelpunt.

Ik baarde op hetzelfde moment wel een nieuwe eigen stek voor mijn gedichten.
Had her en der op deze WoordWaardeblog-site wat gedichten geplaatst maar vond het wat rommelig. Dus heb ik ze weggehaald. Binnenkort krijg ik een pdf met al mijn werkstukken vanwege Webtales.org en zal ik mondjesmaat mijn nieuwe baby VederDicht doen groeien.
Al wil ik vooral nieuw werk maken. Ga nog meer schrijven en me erin bijschaven.
Ben er best wel trots op, op die nieuwe intentie.

Dus ging ik afgelopen vrijdag naar mijn therapeut om te vertellen welke knopen ik had doorgehakt. Hij vond het een goede stap in mijn herstelproces. En even later vatte de lichaamstherapie aan op tafel en beleefde ik hoe mijn lichaam mij een waarheid vertelde die ze mij nooit eerder heeft kunnen/willen toevertrouwen. Omdat ik er niet klaar voor was wellicht. Ik ben ervan overtuigd dat er nog meer aan de oppervlakte zal komen. Maar ik heb vertrouwen in mijn therapeut. En ik heb vertrouwen in het proces en mijn draagkracht.
Ik kan het nog steeds niet goed omschrijven wat hij precies doet, wat er precies gebeurt. Maar het werkt. En het is een zachte aanpak. Hoewel het doorwerken achteraf meestal wel behoorlijk pittig is.

Ik ben er nog niet. Wat mijn bestemming dan ook mag zijn.
Alleszins ben ik wel onderweg.

Ik wil mezelf ontwapenen, ook al voelt dat onuitstaanbaar kwetsbaar’, om het even met de woorden van Geertje Couwenbergh te zeggen in haar boek ‘Maak werk van je leven, een inleiding in innernemerschap.’

Dat boekje stond al langer in mijn kast. Pas zonet nam ik het vast en las het in één ruk uit. Haar beschrijving van de ‘Dans van twintig minuten’ staat me ook wel aan en ga ik zeker ook uitproberen. Lijkt wat op Authentic Movement. Een danstraject dat ik eerder doorliep en waar ik ook heel erg dankbaar voor ben.

Het lichaam weet zoveel.
Ik ga mijn ‘donkere materie’ verder exploreren.
En schrijven, dat ook.

Warme groet, Fiducia

Het vonnis: te nieuwsgierig

Toen ik de envelop dinsdag acht juli in mijn brievenbus vond, dacht ik dat het de factuur betrof van mijn verblijf aldaar voor de maand juni. Maar neen.

‘Geachte,

U verbleef in ons centrum krachtens vonnis van de vrederechter.
We delen u mee dat deze maatregel eindigt op 05/07/2014.

Met de meeste hoogachting,’

en deze woorden in opdracht ondertekend door de algemeen directeur van het Universitair Centrum St.-Jozef. Op datum van 07/07/2014.

Een personeelslid binnen het centrum heeft zich dus de maandag volgend op mijn vertrek aan zijn of haar computer gezet en zich de moeite getroost dit korte briefje op te maken, te ondertekenen en klaar te maken voor verzending …En dit allemaal om me te melden dat ik niet langer ter observatie in het ziekenhuis moet blijven. Iets wat de psychiater me twee weken eerder al mondeling met zoveel woorden had bevestigd toen ik vroeg of ik opnieuw voor de vrederechter zou moeten verschijnen. Niet dus. Maar ik mag me gelukkig prijzen, mijn thuisvaart op vijf juli wordt dus wellicht niet als een ontsnapping beschouwd. Ik zal de brief maar goed bijhouden.

Maar mag ik dit wél een vreemde brief vinden? Verwarrend? Ik weet het, ik ben nog niet lang thuis na een opname in de psychiatrie, ik ben ook nog erg kwetsbaar…maar jongens, ik denk niet dat ik momenteel hallucineer. Meer nog, ik besluit er eens het vonnis van de vrederechter bij te nemen. Om eindelijk te bestuderen wat nu exact de argumentatie was rond mijn gedwongen opname.

Een passage:

‘Hoewel mevrrouw bereid blijkt om de residentiële behandeling voort te zetten met inbegrip van de voor haar noodzakelijke medicatie-inname, zijn er hic et nunc te weinig garanties dat deze bereidheid zal blijven, mede in acht genomen het feit dat betrokkene de medicatie tot een minimum wil beperken en steeds zoekende is naar alternatieven. Dit is bovendien des te meer het geval daar zij vanuit haar omgeving aangemoedigd wordt om het zonder medicatie te doen, wat niet mogelijk blijkt.’

Waar zat/zit het vertrouwen? En zijn die garanties er nu wel? Getuig ik hier overigens niet van een gezonde nieuwsgierigheid dat ik op zoek ga naar alternatieven?

Ik streef inderdaad persoonlijk naar een minimum aan medicatie. Omdat ik, vanuit de verkregen stabiliteit, de symptomen van mijn ziekte wil aanpakken bij de bron. In de mate dat dat mogelijk is. Ik wil kunnen ‘voelen’ waar ik wankel. Op lange termijn zie ik meer heil in therapie dan in medicatie. En geloof me, dat is niet de eenvoudigste weg.

Wat is er overigens mis met psychotherapie en meditatie? Of doelt men in deze passage hierboven met het woord ‘alternatieven’ alleen op nog-niet-‘westers-schappelijk’ onderbouwde methodieken als authentic movement en biodynamische craniosacraal therapie? Of op improvisatietheater of autobiografisch schrijven? Want op die terreinen begeef ik me inderdaad. Ik ga er van uit dat hoe groter mijn instrumentarium is, hoe sneller ik kan herstellen.

Een feit is dat de snelheid waarmee ik hersteld ben in het ziekenhuis niet op maat was van een veertig dagen observatie. En ik mocht niet eerder naar huis wegens goed gedrag. Jammer vind ik dat. Want hoe langer ik weg ben, hoe meer ik vervreemd geraak van het leven ‘buiten’. Thuis. In de maatschappij. Ik vraag me af hoe het beleid hier in de toekomst in het kader van de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg mee omspringt.

Die laatste zin in de passage van het vonnis laat ik even sudderen. Dat ‘mijn omgeving me aanmoedigt om het zonder medicatie te doen, wat niet mogelijk blijkt’.

Wat is ‘het’?
Gedachten dwalen af…
En ik glimlach.

Zal maar gaan slapen voor het weer uit de hand loopt. Herlezen is voor morgen.

10/07/2014 – 22u51