Perronbeperking

anton-repponen-101539-unsplash

Photo by Anton Repponen on Unsplash

Reizigers uit het laatste rijtuig kunnen niet uitstappen wegens perronbeperking.
Oh wat ben ik blij deze regel te vinden in mijn concepten.
Opgepikt in de trein vanochtend, nu klaar om verder op door te breien.

Ik hou daar wel van, van mensen die creatief omgaan met taal. Ik durf ook al eens zelf woorden te verbasteren omdat ik vind dat er wel wat inzit. Herwonderen, verinneren, venstertijd. Ah neen, dat laatste woord blijkt echt te bestaan volgens van Dale.
Zoek het maar op, ik ga u dat hier echt niet voorkauwen, wat denkt u wel…
Luieraar! 🙂

Ik moet het ze nageven, die conducteurs van vandaag. De hele trein toespreken en eventueel geklungel met de microfoon zonder rode wangen dragen als ze bij de ronde die volgt ‘treinkaartjes alsjeblieft – dankuwel -alsjeblieft’ dichten. (Merk trouwens op hoe ze switchen tussen je en u). Dat ze nu ook telkens al naar de microfoon moeten grijpen als we voor een rood sein staan. Of als er mensen op het spoor lopen. Of om te zeggen dat we langzaam door zullen rijden aan vijf kilometer per uur ondanks het rode sein. Slik.

Alleen wanneer de machinist de vertraging tracht in te halen door over de rails te razen als een gek waarbij ik me toch wel erg benauwd overgeleverd voel…dan zegt de conducteur niets. Tikt zijn collega niet op de vingers. Maant de reizigers niet aan om hun veiligheidsgordels aan te doen, elkaar stevig vast te houden of hun koffers van de bagagedrager te halen. Voor het geval er een rood sein komt en de machinist alleen nog abrupt kan stoppen bijvoorbeeld.

Misschien denk ik teveel in doemscenario´s. Maar de hoeveelheid boodschappen dat over de perrons dwarrelt over technische problemen bij ‘vorige treinen’ lijkt me echt wel te zijn toegenomen. Mogelijk komt dat door het feit dat ze je nu meer informeren. Wat dan weer een goede zaak is.
Ja, ik leg al eens wat meer linken dan de gemiddelde mens …misschien moet ik het loslaten.
Let go and let come.

Eigenlijk heb ik niet echt iets te vertellen vanavond. Had een fijne dag. Mijn baas vroeg vanochtend wel ‘is het nog steeds van dat?‘ Tja, hij kent me inmiddels. Maar ik mag lustig op mijn schommelingen surfen als ik er geen rommeltje van maak. Het moet plezant blijven. Toen ik vanavond het kantoor verliet, passeerden we elkaar. En ik had op dat eigenste moment een heel gezellig binnenpretje waar ik net stiekem in mijn vuistje om aan het lachen was. Had hem niet opgemerkt. Was effe schrikken. Net geen rode wangen. Maar er was ook geen microfoon in de buurt. Denk ik. Slik, weeral… 😉

Hij vroeg hoe de workshop gegaan was. Ik was het al vergeten. Maar hij was goed gegaan. Wat me doet denken dat ik vanavond nog even moet voorbereiden voor een vrijwilligende schrijve-rijles van morgen…Mijn co-begeleidster komt niet opdagen omdat ze ziek is. Net nu ik eens achterover wou leunen en lekker naar weer niets op de TV wou kijken.

Neen, het zal wel niet te lang duren.
Fijne avond nog daar, lezer van me :-)!

 

Alledaags

derek-thomson-406050-unsplash

Photo by Derek Thomson on Unsplash

Het is rond lunchtijd op een zondagse Zon-dag en ik heb al op mijn hoofd gestaan voor een groep kinderen en hun ouders, het zalige boek ‘Helemaal aan de rand van mij, ben jij‘ van Agnès de Lestrade en Valeria Docampo durven voorlezen als afsluiter van het voorleesmoment en een interview gegeven aan een eerstejaarsstudente orthopedagogie die naar mijn gevoel met een juiste houding in haar studie staat.

Naar de bakker ben ik ook geweest vanochtend. Maar dat is al zo lang geleden en zo alledaags dat u zich wellicht afvraagt waarom ik het hier vermeld.
Onalledaagse mensen kom je daar zelden tegen. Brood ontvangen, afrekenen en weg. Een eventuele goeiemorgen misschien. Of met glunderende ogen een gedurfd Astridje omdat het zondag is. Een enkeling die dat allemaal opmerkt en er plezier aan beleeft.

Dat ik net heb gechat van hier tot in India is wellicht ook niet om naar huis over te schrijven, omdat ik al thuis ben in de eerste plaats. En schrijven aan jezelf is op zijn minst vreemd.
Toch geef ik het vaak als opdracht aan mensen mee. Als perspectiefopdracht. Bijvoorbeeld ‘schrijf vanuit jezelf als tachtigjarige een brief aan jezelf nu’.
Wat wil je aan jezelf vertellen. Wat wil je aan jezelf adviseren of waar wil je jezelf een pluim voor geven.
Welke kwaliteit in jou wil je aanvuren om later tevreden op je leven terug te kijken?

Mister Bean deed het lang geleden al. Een kerstkaart aan zichzelf sturen.


Grappig om je te realiseren hoe een ingenieur vol overgave met een kersttafereeltje speelt. Ingenieus zaken met elkaar verbindt waar een ander, ouder dan pakweg zes jaar, de link niet zou leggen.
Opdat wij zouden kunnen lachen. Misschien omdat dat hem voldoening geeft.
Dat weet ik niet. Ik weet zelfs niet of hij zijn grappen zelf schrijft.
Of dat hij ze steelt van een ander als hij zich begint te realiseren dat ze goed werken.

Wat is ‘stelen’ trouwens anders dan ‘stellen’ en en route een ‘L’ weglaten.
Of ‘strelen’ terwijl de ander er geen zin in heeft. Hup, ‘R’ weg.

Belooft een inspirerende Zon-dag te worden, omdat het er al een is in de eerste plaats.

 

 

 

Moed

nordwood-themes-179255

Photo by NordWood Themes on Unsplash

Bleef ik dit weekend gespaard van somberheid ondanks de waarschuwing, roert ze zich op een moment dat ik het niet verwacht. Of neen, het is geen somberheid, het is zuiver verdriet dat opborrelt.
Bij het lezen van de zin ‘Courage resides in the trust that we are not alone’…
Baf, tranen. Zo gaat dat soms bij mij.

Mijn pseudoniem is niet voor niets Fiducia. Het Italiaanse woord voor ‘Vertrouwen’. Ik had dat woord nodig om me doorheen de pijnlijkste fase in mijn leven te schrijven. Nu ja, naar ik me kan herinneren toch. Kiezen voor onzekerheid, de kracht van mijn eigen woorden gebruiken om me erdoorheen te navigeren naar ietwat houvast.
Nu ben ik blij dat ik hier online een spoor achterliet. Ik lees mezelf best graag terug. Noem me een ego als je het niet kan laten.

Ik riep ook Lyssna in het leven. Het Zweedse woord voor ‘Luisteren’. Om aan mijn voorleesstem te geven. En Fiducia kreeg de achternaam ‘Caro’, wat ‘Waardevol’ betekent. Al blijkt het een mannelijk woord te zijn en had ik om juist te zijn ‘Cara’ moeten kiezen. Maar aangezien ik niet van perfectie houd ben ik blij dat ik in impulsieve onwetendheid deze keuze maakte.

Fiducia Caro. Lyssna. Maar wie ben ik eigenlijk en wat heb ik hier te betekenen?
‘Courage resides in the trust that we are not alone.’

Er staan een paar projecten op stapel waar ik mijn energie aan wil geven. Omdat ze de toekomst vormgeven op een manier waar ik in geloof. Omdat ze uitreiken. Verbinden. Stilte gebruiken als bron van wijsheid. In plaats van het ego de leiding te geven en achter te laten wie nu eenmaal niet snel mee kan. Omdat ze over de sectorgrenzen heen denken en ik nu eenmaal graag werk met mensen van allerlei pluimage. Omdat velerlei pluimage anders denkt dan ik en ik dus kan bijleren. En ik gelukkig word als ik kan bijleren. Omdat ik dan stapsgeWIJS van ego naar Eco evolueer. En als ik dat niet alleen doe, we misschien nog iets kunnen redden op deze aardkloot.
‘…in the trust that we are not alone.’

Het is wellicht geen hoogstaand bericht, dit. Maar het is wel een allegaartje van woorden dat zich nu wil manifesteren. Bij deze. Het is wat het is.

Groeit er moed onder moedeloos?

 

 

Taxeren

jessica-ruscello-99566.jpg

Deze kon ik niet laten liggen. Ik dook in mijn handtas en haalde blocnote en pen tevoorschijn.
‘Internet is veel duurder dan de rommelmarkt. Ik koop daar niet.’

Ik liet de uitspraak op me inwerken bij het uitstappen, intussen de verkondiger van kop tot teen bemonsterend.

Hij had de hele weg al de uitspraken van zijn twee vrouwelijke reisgenoten gestoffeerd met zijn mening. Intussen af en toe halve artikels uit de krant voorgedragen en van commentaar voorzien.

Oh ja, ik weet waarom ik geen krant lees. Of TV kijk. Of nieuws volg. Als het gros van de mensen dezelfde dingen leest en daarover een mening heeft, mag er toch al eens her en der iemand tussen zitten die gewoon dat alles observeert? Zonder oordeel. Neen, dat laatste lieg ik. Ik ben ook maar een soort van mens.

Ik had nochtans geaarzeld om me op het bankje achter hem te zetten. Vier zitjes die ingenomen worden door ochtendgekakel en ik daar achter. Rustig naar je werk pendelen is iets anders. Waarom niet een halve treinwagon opschuiven…Maar ja, dan mis je oneliners. Dilemma dilemma…

Is het trouwens wel waar wat hij zei? Is het Internet veel duurder dan de rommelmarkt? En zouden ze op het Internet ook het Internet in boekvorm verkopen? Of moet je daarvoor naar de rommelmarkt?

Soms zijn er behoorlijk dure stukken te vinden op de rommelmarkt. Hoor ik van een antiekverzamelaar-verkoper. En soms wordt op Internet onzin verkocht. Dat vind ik toch ook behoorlijk goedkoop.

Ik ga er even mijn dikke van Dale bij nemen om de uitspraak van mijn reisgenoot te analyseren.

  • ‘duurder’ = ‘hoger van prijs’
  • ‘prijs’ = ‘bedrag dat in ruil voor het leveren van een zaak of het verrichten van een dienst gevraagd of geboden, ontvangen of besteed wordt’
  • ‘bedrag’ = ‘grootte van een geldsom’
  • ‘geldsom’ = ‘vrij grote hoeveelheid geld’
  • ‘geld’ = ‘papieren of metalen betaalmiddel dat uitwisseling van goederen mogelijk maakt zonder directe ruil’

Hoe zou die man op het Internet moeten betalen?
En wat hij zou kopen, heeft dat dan waarde?
Heeft wat je op een rommelmarkt koopt meer waarde dan wat je op het Internet koopt?
En hoe moet je trouwens een ‘koopje’ liken op de rommelmarkt?

Het is allemaal toch niet zo simpel. Ik denk dat ik de volgende keer weer in het midden van de wagon ga zitten. Dan hoef ik slechts in de reflectie van het raam de persoon vóór me te observeren die de inhoud van haar neus bewondert alvorens deze mondjesmaat te recycleren.

En neen, daar schrijf ik geen apart bericht over.
Recyclage, zo´n saai onderwerp 🙂

Fijn moment gewenst

writing

‘Vind je dat dan niet erg, dat bijna niemand je blogberichten leest? Ik bedoel, je steekt er toch moeite in om ze te schrijven.’

Ik glimlachte naar haar. Neen, ik vind dat dus niet erg.
Meer nog, wellicht is het strategisch gezien wel heel dom om hier zo open en bloot te verkondigen dat bijna niemand mijn schrijfsels leest. Vermindert het lezerspubliek daardoor, omdat de toevallige passant hier dan eens door mijn eigen woorden bevestigd krijgt ‘Oei, normaal volk passeert hier niet. Ik zal ook maar wegblijven.’

Waarom ik dat dan allemaal schrijf?

Wel, beste zeldzame lezer, omdat schrijven voor mij een manier is om mijn leven even te vertragen. Als ik neerleg wat er allemaal in mijn hoofd langskomt, hoef ik het niet meer rond te dragen, het kreeg immers al een plekje. Net als al die ‘to do´s’ die mijn hoofd bevolken. Gewoon, bij de afwas, die ik overigens met de hand doe, een blocnote en pen neerleggen op het aanrecht. En even handen afdrogen om een opborrelende ‘to do’ te noteren. En mijn gedachten kunnen weer vrijelijk vloeien langs schoon geschrobde borden en kookpotten. Niet zelden gevolgd door een zelf gefabriceerde aria trouwens.

Mijn eigen voornemen in mijn vorige blogbericht om dagelijks te schrijven lukt aardig. Al willen die dertig minuten ochtendpagina´s in plaats van vóór dag en dauw al wel eens na het avondeten geschreven worden.

Dagelijks mijn dankbaarheid uiten werkt ook heel krachtig.
Vandaag zal ik mijn schriftje wellicht met een glimlach ter hand nemen, schreef ze in ietwat omfloerste bewoordingen.
Klopt dat? Of is het ‘omfloersde’?
Neen, ‘omfloerste’ blijkbaar, want mijn tekst editor geeft een ‘fout-want-rood-onderlijnd’ bij de ‘d’-versie. Wat dit allemaal voor onzin is?
Taal, lieve mensen en een uiting van mijn liefde daarvoor. Ik kan het niet helpen…

Ik herinner me de laatste tijd vaker gemoedstoestanden uit mijn kindertijd. Hoe ik van opstellen hield, maar niet van de tekening die we er aan moesten toevoegen op de laatste bladzijde van het dubbele blaadje. En ook niet helemaal of misschien toch maar dan een heel klein beetje van het voorlezen ervan voor heel de klas.
Met of zonder idiote feedback van de leerkracht.

‘Mijn moeder was een druk bezette vrouw’.
Gelach van de leerkracht.
Alsof wij in het eerste middelbaar moeten weten waar hij met zijn gedachten rondwaart.
Wel 9,5/10 en voor de klas brengen.
Misschien net omdat hij dan de ruimte kon nemen me en plein public uit te lachen om mijn formulering.

Overigens, die 9,5/10 op de spreekbeurt die ik hield over spinnen datzelfde jaar was wellicht ook wat overdreven. Ik bedoel, waar haal je het (als zelfverklaarde mini-bioloog) om op de vraag uit de klas hoe lang het duurt voor een spin om een web te maken te antwoorden ‘soms wel een jaar’.
En niemand die reageert, terwijl jij ietwat onzeker de klas overschouwt.
De vraagsteller keek wel dromerig uit het raam na mijn antwoord.
Overtuigend juffrouw! Goed didactisch onderbouwd ook met uw bordtekening over de creatie van het spinnenweb.
Met een half dode spin – wegens de weken uitstel – in een stevig afgeplakt doorzichtig plastic doosje als studiemateriaal voor de klasgenoten.

Zalig. Me zo´n dingen herinneren.
Vermoeide zucht.

Even stilte.

Tevreden.
Dat is het woord dat nu het meest mijn gemoedsgesteldheid weergeeft.

Dankbaar ook. Voor die zeldzame mensen die wel mijn blogberichten lezen en me even laten weten dat ze er inspiratie uit halen. Het is overigens ook fijn om af en toe zelf één of ander bericht te herlezen. Dat roept herinneringen op. Dan sta ik opnieuw even stil.

En is het niet door even stil te staan dat vooruit gaan dat ietsje soepeler verloopt?

Fijn moment gewenst.