Toonkunst

alex-blajan-199244-unsplash

Photo by Alex Blăjan on Unsplash

Misschien moet ik als ik het over muziek wil hebben, verduidelijken wat ik ermee bedoel. Dus nam ik de van Dale er even bij en die leert me als tweede omschrijving: ‘voortbrengselen der toonkunst’. Waar ik dan ook weer moet opzoeken wat ‘toonkunst’ betekent: ‘muziek (als kunst, als schepping)’. Ja, zo is de cirkel mooi rond en sta ik dus nergens…

Momenteel heb ik op Spotify een jaren ’80-lijst opstaan. Dat voelt wel goed. Al kan ik het niet altijd verdragen. Soms vind ik stilte de mooiste muziek. Omdat ik dan beter naar het snaarwerk in mijn lichaam kan luisteren. Omdat ik dan bijvoorbeeld beter kan intunen op die koude handen of voeten en de doorstroming in mijn lichaam weer op gang kan brengen. Al kan dat ook door eens stevig door te dansen natuurlijk. Op ‘Natural Woman’ van Aretha Franklin bijvoorbeeld. Maar alles op zijn tijd.

‘Toonkunst’ vind ik overigens wel een mooi woord om te omschrijven hoe ik muziek beleef. Want ook een jonge bloesem kan zich ‘tonen’ op een manier die mijn snaren raakt. En dan leef ik de muziek. Het is dan wel best dat ik niet probeer die toon te reproduceren…althans dat is wat mijn kinderen me altijd benadrukken.

Nochtans heb ik de afgelopen jaren wel zanglessen gevolgd. Twee keer een dag ‘klankgeoriënteerd zingen’. Waarbij we vaak solo een toon moesten houden waarbij er dan allerlei kriebel, reflectie of vervorming werd aangebracht…waardoor je stem zich daarnaar ging zetten. Heel vreemde ervaringen, al voelde ik me er nooit helemaal zelfzeker bij. Ook bij twee verschillende docenten zangles. Elke week een half uurtje. Maar de eerste lesgever kwam meer te laat of niet, dan wel. Zijn begeleiding was op zich niet slecht…als hij er was. Het traject werd dan verdergezet bij een andere lesgeefster die me telkens aangaf dat ik wel degelijk op toon zong, maar ik geloofde er zelf niet in. Toen ze aangaf dat ze niet meer via de muziekschool zou lesgeven maar we wel privé bij haar les konden blijven volgen, heb ik gepast. De dubbele prijs en het ontvreemden van cursisten zaten me tegen. Misschien was dit wel dé bevestiging die ik nodig had om mijn stem niet verder in te zetten.

Nochtans was ik wel vol overgave in de cursus songwriting die ik ooit volgde. Ik wou songteksten schrijven, de anderen wilden vooral hun teksten spelen. Ik ben niet muzikaal aangelegd, heb nooit een muziekinstrument bespeeld. Maar goed, de eerste les zat ik in duo met een klassiek geschoolde pianist die mijn tekst op piano zou zetten. Dus ik maar zingen. En hij vatte niet wat ik bedoelde. Toen kwam de lesgever erbij en vroeg waar het schortte. Maande me aan te zingen wat ik vol overgave deed en hij speelde meteen mee op piano. Wel luid lachend. Omdat hij het schitterend vond dat ik wist dat ik niet kon zingen en het toch vol overgave deed.

Ik mocht zijn eerlijkheid wel. Af en toe kom ik hem nog tegen. Maar zijn lach zit wel geworteld naast het verlangen als kind om zangeres te worden.

Wat doe je daar dan mee, met die toonkunst?

Mijn interpretatie? Ik ‘toon’ hoe ik speel met intonatie en stiltes, door verhalen tot leven te brengen voor een jong publiek en haar ouders. Door een boek tot leven te brengen zodat blinde luisteraars het ook kunnen beleven. Door tijd te maken om met heel mijn wezen aanwezig te zijn als iemand vertelt, en te tonen welke snaren dat raakt waardoor soms of vaak, de ogen van de ander gaan glanzen of schitteren.

Dat is mijn toonkunst. Ik weet niet of daar muziek in zit.