Intenties

vidar-nordli-mathisen-556699-unsplash

Photo by Vidar Nordli-Mathisen on Unsplash

En wat is uw intentie?

Mijn intentie bij het schrijven van dit blog is om mezelf te leren begrijpen. Om al schrijvend de wereld te leren begrijpen ook. En om de mooie momenten te capteren en bewaren. Om mijn leven vorm te geven. Om stil te staan bij wat beweegt. Om in beweging te krijgen wat stilstaat.

Zo werd ik gisterenochtend veel te vroeg wakker en voelde ik de behoefte aan geborgenheid en koestering. Ik zette de radio aan en zachte klassieke muziek vulde mijn kamer. Fijn maar verrassend.
Ik was zeer vroeg naar bed gegaan en had wat naar Radio 1 geluisterd. In slaap gedommeld en ergens in de nacht wakker geworden. Op de tast de radio uitgezet. En daarbij blijkbaar op Klara ingetuned zonder het te beseffen. Alsof ik slaapdronken wist dat ik ´s ochtends wat fijne klanken kon gebruiken.

Diezelfde ochtend vond ik een mail van mijn tante, een klein uur tevoren uit Amerika verstuurd, met de vraag of ik al meer weet over het artikel dat ik heb geschreven en ingestuurd. Ergens. Als een wild idee. Neen dus, maar ook ikzelf had me net daarvoor dezelfde vraag gesteld. Nieuwsgierig of ze het gaan publiceren, zoja wanneer ik daarover bericht krijg. Misschien ook wat het teweegbrengt.

Tenslotte had ik nog op de statistieken van mijn blog gezien dat er minstens één persoon naar mijn bericht ‘Geborgenheid‘ was gaan kijken. Dus ging ik ook opsnorren wat ik daarin precies schreef. En mijn eigen woorden deden me deugd.
Weet je inderdaad niet zelf het best welke woorden je nodig hebt om je een fijn gevoel te geven? Of welke foto´s! Ik ga niet licht over de keuze van de foto´s bij mijn blogberichten. Dat wil niet zeggen dat het lang duurt, maar het moet resoneren met mijn intentie.

Ik voelde dus gisteren dat mijn dag goed zou worden, gezien die fijne kleine deugddoende ontdekkingen.

Omdat ik een vergadering had in een andere stad maakte ik me klaar, eten lukte weer even niet dus fietste ik op een kop koffie naar het treinstation. Besloot me bij wijze van experiment te wagen aan de drukste fietsenstalling. Een jongeman reed net weg, ik nam tevreden zijn plaats in.
Op het perron zette ik me neer op de lange bank. Een drietal meter verderop zat een dertiger rustig zijn mobieltje te bestuderen.

Een poetsman met een vriendelijk gezicht kwam mijn richting uit en veegde her en der wat klein afval in zijn vuilblik (met lange steel, voor u zich een verkeerd beeld vormt). Toen hij vlakbij kwam zei ik gedurfd ‘mij niet mee weggooien hé’. Hij fronste wat, had het niet begrepen. Wellicht ook niet verwacht. Ik herhaalde het en hij glimlachte. Begon in wat kleurrijk Nederlands te wijzen op wat mensen allemaal achterlaten. Dat de vuilnisbakken nochtans vlakbij staan. Hij zwaaide me gedag toen hij zijn weg verderzette.
De man wat verderop had bij mijn mededeling even opgekeken en geglimlacht vooraleer hij zijn blik weer aan zijn mobieltje hechtte. Verbinding.

Even later kwam een Afrikaanse vrouw met drie kinderen naast me zitten. Elegante kleurrijke kleding had ze aan. Ik verbaas me er steeds over hoeveel rust deze mensen uitstralen. De jongste telg was vol energie. Stond niet zo ver van de sporen, maar mama riep hem nog niet tot de orde. We hoorden het van hem, dat de trein even later aankwam: ‘trein, trein!’ en hij maar wijzen en de verbinding met mama opzoeken. Op de trein nestelde ik me een bank schuin voor hen, naast een jongedame die attent haar tas aan haar voeten zette om plaats te maken. Kleine kerel was alles wat voorbijzoefde aan het benoemen. Er werden ook foto´s gemaakt dus riep hij luidkeels ‘spaghetti’ om zijn witte tandjes bloot te lachen op foto. Ik heb meermaals geglimlacht. Ik leek de enige, maar geërgerde gezichten omwille van het animo zag ik ook niet. Ieder op zich.

Ik heb de jongeman er bij het afstappen even op gewezen dat ik hem gehoord had. En dat ik ervan genoten had. Gewoon door hem even aan te kijken en met een glimlach zachtjes ‘spaghettiiiiii’ te herhalen. Mama glansde. Hij schoot recht van zijn stoel, blinkende oogjes en herhaalde het woord een aantal keer tegen mij.
Heb haar en haar kroost nog een fijne dag gewenst. Ik kreeg er één terug.

Met welke intentie ik contact maak? Om de verbinding op te zoeken. Niet met de hoop op iets. Misschien met het verlangen een glimlach te zien verschijnen. Of wat meer glans in de ogen van de ander. Een warmer hart.