Leefwereld

leo-rivas-30808-unsplash

Photo by Leo Rivas on Unsplash

Het kriebelt.

Het kriebelt zo erg dat ik al vooruitblik naar het inslapen van straks en me afvraag of dat vlot gaat verlopen. Dus nu maar even bewust trager typen en de geur van het opwarmende overschotje eten van maandag tot me laten doordringen. En alert blijven of die geur niet naar het aangebrande neigt omdat ik hier trager zit te typen en de oven zijn grenzen niet kent.

Ik hoop dat ik vanavond weer ga kunnen luisteren naar Wonderland op Radio 1. Gisteren was er Sporza. Ik betrap me er dan op dat ik mezelf even forceer dat ook een aangenaam programma te vinden, maar ik kan mezelf niet voor de gek houden.
Toch niet over dit aspect. Dan gaat de radio af en lig ik gewoon te verstillen in bed. Meanderende gedachten en sensaties aan me voorbij te laten gaan. Er één of ander spoor uit te pikken om wat dieper te exploreren. Overigens bleef de vriend van mijn jongste slapen vannacht en met dit binnendeurloze huis (behoudens de badkamer) is dat toch altijd wat onwennig. Gelukkig blijven intieme geluiden me gespaard. Heb mijn kinderen ook duidelijk gemaakt dat ik de activiteiten die intieme geluiden teweegbrengen niet appreciëer als ik er ben, gezien de structuur van dit huisje. Enfin, geen irritaties op dat vlak.

Respectvol samenleven, altijd fijn.

Meestal ga ik vroeger slapen dan mijn kinderen. Tot voor kort vond ik dat ongepast van mezelf. Maar zij maken er geen punt van. Zeker mijn oudste dochter rekt het soms tot een stuk in de nacht. Heeft een heel ander ritme dan ik. Waarom zou ik haar dwingen ook vroeg te gaan slapen? Of waarom zou ik mezelf forceren langer op te blijven? Mijn jongste vind het overigens niet fijn als ik in de zetel in slaap dommel, in mijn poging er te zijn voor haar. Slapend, stel u voor. Dan verzoekt ze me met lichte aandrang te gaan slapen.

Ook vroeger al had ik veel slaap nodig. Daarom was het pendelen tijdens mijn studies zo zwaar. Om zes uur opstaan, om zeven uur thuis. Geen fut meer om nog cursussen vast te nemen tenzij we een labo moesten voorbereiden en ik geen keuze had. Forceren. En tijdens de examens mezelf uitputten door toch ´s nachts nog dat ene hoofdstuk erin te pompen. Vaak in tranen. Toen al.

Daarstraks ben ik naar de zesde sessie geweest van ‘dat traject waar ik zo uit leer’.
Waarom houd ik toch die geheimzinnigheid aan? …
Eens komt de dag, dat Fiducia haar naam prijsgaf…

Ik had geen prototype uitgewerkt. Ben er onbevangen naartoe gegaan met de intentie te luisteren en indien gewenst en zonder manipulatie, aan te haken bij één of andere groep. En zo merkte ik op hoe de cursus van de afgelopen twee dagen me verbinding gaf met wat er vandaag naar boven kwam drijven. En zo haakte ik aan bij het idee van een bijna naamgenoot met wie ik al in de eerste sessie verbinding voelde en raakten we door onze ideeën op elkaar los te laten, op elkaars woorden in te haken en er een derde opinie bij te halen, helemaal enthousiast over wat we in gedachten geconstrueerd hadden.
Maar het is en blijft haar idee. Zelfs al geeft ze aan dat ze het zo moeilijk vindt het te ‘verkopen’. Ik wil dit mee vormgeven met haar en haar ermee zien schitteren, eventueel met mijn toevoegingen voor extra glans of zoiets.

Er zit een glimlach in mijn lijf op dit eigenste moment.
Erg vertraagd ben ik overigens niet.
Misschien dat de afwas dit stukje voor me klaart.

Te vertrouwen, hoezo?

Ze kwam met forse tred naast me lopen op de Antwerpse Meir. Dat ze verwonderd was dat die man haar toch een nieuw toestelletje had gegeven. Ze had het pas gekocht en het kostte wel niet veel maar het was stuk. Dat mocht toch niet. Maar hij was vriendelijk geweest en ze had een nieuw gekregen.

Dat de mensen van nu niet meer te vertrouwen zijn.

Ik kon het niet laten haar er toch even op te wijzen dat ze wel naast mij kwam lopen en haar verhaal deed, hoewel ze me niet kende.

‘Maar jij bent te vertrouwen.’ zei ze. ‘Dat zie ik zo. Maar andere mensen…’

Interessante denkpiste. Ik moest moeite doen haar bij te houden. Ze schreed voort met haar hoofd naar beneden, vertelde aan één stuk door en keek me slechts even aan als ik duidelijk tot haar verbazing een vraag stelde. Volgens mij was ze steeds onderweg om zich te ergeren aan het volgende onrecht.

Ze wees me op de jas die ze aanhad. Die had ze in de kringloopwinkel gekocht en thuis had ze ontdekt dat hij vuil was. ‘Wie doet dat nu, een vuile jas afleveren?’ Zij had er wél voor moeten betalen!

Ik vroeg me af of ze helemaal tot aan het station zou meelopen. Of ik haar met een smoes zou ‘loslaten’. Maar ik besloot haar ruimte te geven om haar verhaal te doen. En ze ratelde maar door. Dat er in het appartement waar ze woonde al twee fietsen van haar gestolen waren, waaronder die van haar kleindochter. ‘Kunt ge u dat nu voorstellen?’ Dat ze er nu geen meer kocht. En dat het slot van haar voordeur stuk was en de huisbaas het niet herstelde. ‘Oh manneke, ge komt wat tegen in Antwerpen.’ Ze nam afscheid en stoof met forse tred de winkelgalerij vlakbij het centraal station in. Duidelijk zeer doelbewust op weg naar, ach…

Bij mij bleef ze plakken. Op de trein naar huis. En tot nu, omdat zij één van die mensen is die mijn leven kleur geeft. Die mij de wereld in vraag doet stellen.

Wat maakt dat je mensen vertrouwt? Wat maakt dat mensen je de rug toekeren?

Hier zag ik een vrouw die duidelijk haar verhaal wilde doen. Die misschien weinig mensen in haar omgeving heeft die luisteren. Misschien ratelt ze zoveel dat mensen uit haar directe omgeving haar uit zelfbehoud de rug toekeren. Of misschien is het niet omdat ze veel ratelt, maar omdat het zelden positieve boodschappen zijn. Ik denk trouwens dat het lichtpuntje dat ze wel een nieuw toestel had gekregen al verdwenen was in de duisternis van haar andere ervaringen. Of zou ze toch bij haar koffie even denken ‘amai, dat was wel een vriendelijke madam daar, toen.’ Of zou ze over me vertellen als haar kleindochter op bezoek komt? Of er een stukje over schrijven in het dagboek dat ze verstopt tussen de miskopen van de kringloopwinkel? Zolang niemand het maar leest.

Gedachtensprongen. Niet te vertrouwen.