Erfgoed

felipe-correia-469512-unsplash

Photo by Felipe Correia on Unsplash

Wat als ik eens wat aanlummel hier op wordpress? Zomaar tokkel wat in me opkomt. Zonder doel, zonder verlangen. Gewoon zien waar ik uitkom.

De afgelopen periode dacht ik al meerdere keren aan mijn Spaanse ex-collega. En hoe ik haar nog zou mailen en dat tot op heden niet deed. Ze was al toen ik nog een collega was, aan het oefenen op handstand. Ik had haar in mijn laatste mail wat aandachtspunten doorgestuurd. Schouders open, rug recht, corrigeren met schouders en benen. Enfin, voor zover ik nog weet hoe je dit aanleert. Weet niet hoe ver ze staat intussen. Wat wel maakte dat ik voor mezelf half en half de wens heb geformuleerd om terug te oefenen op radslag zonder handen. Die kon ik al vrij vroeg als kind. Ook op een lijn, bijna altijd pats-boem erop. Maar op de balk durfde ik hem niet alleen. Hoezeer mijn trainster ook aandrong. Omdat ik heel levendige beelden zag van hoe je allemaal kan vallen als het misloopt. Pijnlijk!

Tot ik op mijn zestiende of zo naar Dunkerque ging op stage met een Belgische delegatie turnsters. We sliepen bij gastgezinnen. Ik herinner me goed dat ik bij een gezin terecht kwam met een jonge turn-tweeling, meisjes. Een ouder jongetje ook als ik het me goed herinner. Ik at thuis bij mijn ouders altijd stipt om 17u avondeten. Omdat mijn moeder in een avondschool werkte en na de afwas meteen moest vertrekken. In Dunkerque aten ze om 21u. Ik had berehonger na een hele dag training en durfde niets zeggen. Huilde stiekeme tranen. De mensen waren lief, daar niet van, maar ik was niet gelukkig. En dan was er nog die trainster die me dagelijks op de hielen zat om mijn radslag zonder handen op de balk te doen. Vas-y T, vas-y!!
Eerst koppig volhouden om hem niet te doen. En uiteindelijk uit boosheid hem wel draaien. En opnieuw. En opnieuw. Alsof ik voorbestemd was om het record radslag zonder handen op de balk in Dunkerque te draaien.

Terug thuis had ik nog steeds de durf te pakken. Een balk is 1.20 meter hoog en 10 cm breed. Vooral niet bij nadenken. Maar ik heb hem maar één keer op wedstrijd gedraaid. Omdat tijdens de opwarming al iemand half op de balk hing toen ik hem oefende en ik helemaal de kluts kwijt was daardoor. Er afviel. Niet op een pijnlijke manier, wel op een onzekere. Maar van die ene wedstrijd, die ene radslag zonder handen, daar bestaat wel een foto van. Met voeten als kapstokken. Maar waarom ook je tenen strekken op die korte afstand als je ze dadelijk weer op de balk moet zetten. Energieverspilling. 🙂

Luister, de zingende buurman met hondjes loopt weer langs (even uw verbeelding aan het werk zetten) Die man probeert altijd heel erg mijn aandacht te vangen om dan iets ongelooflijk voorspelbaar te zeggen. Dan lach ik dankbaar en kordaat. De man aan het einde van de straat die heen en weer wandelt of rokend op een muurtje zit heeft ook mijn goeiedag ontdekt. Wel mooi om zien hoe open zijn gezicht lacht telkens hij zwaait en roept als hij ziet dat ik er aan kom. Ons momentje.

Ja, ja. Het is me wat. Daarstraks heb ik nog eens geluidsbestanden gemaakt. Maar met de voicerecorder kreeg ik een betere kwaliteit dan met mijn nieuwe microfoon. Moet misschien eens uitvissen wat ik fout doe. Een blog ingelezen en een gedicht. En opgestuurd. Om in een museum te ‘tonen’. Mijn stem in een museum. Hoor mij, toekomstig erfgoed 😉 (erf-goed…erf een Fiducia 🙂 – vreemd woord overigens, notaris nogantoe)!

Morgenvroeg nog een uurtje gaan inlezen. Is weer een poos geleden. En dan wat afwerken om zo vrij als mogelijk een week vrijaf in te gaan. Niet met een lege agenda. Dat zou ik niet kunnen hanteren.

Voilà. Tot daar mijn gelummel voor vandaag.
Benieuwd welke foto ik daarop kan kleven zodadelijk…