Wat ‘het’ is

Weinig mensen vragen ernaar. Wat dat nu precies is, een psychose. Ik ben me ervan bewust dat ik in geen enkele eerdere blog deze term heb gebruikt. Omdat het er niet toe doet, welke stempel mijn gekte draagt.
Maar ik wil wel proberen het uit te leggen. Omdat u daar niet naar vraagt.
Tja, zo tegendraads ben ik dan weer wel…

Ik kan de beleving van een psychose het best verwoorden aan de hand van een ervaring met mijn kroost een tiental jaren geleden.
Op een avond stopte ik zoals elke avond mijn jongste dochter in bed, maakte aanstalten de deur op een kier te zetten en weg te gaan toen ik zag hoe ze me met angstige oogjes van onder haar dekbed bleef aankijken. Ik deed de deur opnieuw helemaal open en ging naar haar toe.
‘Scheelt er iets?’ vroeg ik. ´Je ziet er angstig uit.’
‘Soms denk ik dat er een man onder mijn bed zit’ flapte ze eruit.
‘Dat is niet leuk’, zei ik zachtjes.
‘Denk je dat nu ook?’
Ze knikte.
Ik vroeg of we samen eens zouden kijken. Ze gleed behoedzaam uit bed en drukte zich tegen me aan. Allebei op onze buik, gluurden we onder het bed.
‘Ik zie niks. Zie jij iets?’
Ze schudde neen.
Ik vroeg haar of ze nog ergens anders wilde kijken maar het was ok voor haar. Ze had niets meer nodig, nu wilde ze gewoon slapen. Met een zoen en een aai over haar hoofd stopte ik haar onder, liet de deur op een kier en zei haar dat ik later die avond nog even zou komen kijken hoe ze sliep.

Van waar die fantasie? Er heeft bij mijn weten nooit een man onder haar bed gelegen. Had ze er een verhaal over gehoord, het in een film gezien…dat kan. Feit is dat in haar beleving er daadwerkelijk een man onder dat bed zat. Je zou voor minder met de stuipen op het lijf stokstijf blijven liggen. Op zo´n moment is het goed dat iemand dat kind kan geruststellen met geloofwaardige argumenten. Word je als ouder boos en/of ga je de gedachte afdoen als larie, dan bestaat de kans dat dat kind op zijn eigen manier aan de slag gaat met die angst. En bijvoorbeeld elke avond in bed bij broer, zus of ouders kruipt…met een al evenzeer gefantaseerde smoes. En dan geraakt de link tussen de angst en het gedrag verloren.

Vergelijkbaar met de beleving van een psychose?

Bij mijn voorlaatste psychose stond ik in de tuin ‘het weer te regelen’.
Ja, u leest het goed.

Neen, ik lig niet ‘letterlijk’ wakker van de klimaatveranderingen. Maar op onbewust niveau beangstigt me de dat wel en probeer ik daar een oplossing voor te vinden, liefst op wereldschaal!
Op een dag was mijn moment daar en ging ik in de tuin aan de slag. In volle concentratie dirigeerde ik de wolken met mijn vingers strak naar hun contouren gericht, met amper aandacht voor mijn kinderen die stilaan erg ongerust werden over mama haar vreemde gedrag. Ik kan zeggen dat ik met de weergoden gestreden heb. En in mijn beleving, toen, heb ik het er goed vanaf gebracht. Diezelfde avond lag ik in het ziekenhuis.

Mijn oudste dochter zei nadien: ‘Mama, ik wist dat er iets niet klopte toen je zei dat je voor mooi weer ging zorgen.’
‘Ja schat, en kijk nu eens naar buiten…en hoe was het weer de afgelopen periode?’
‘Mmmh…daar zeg je zoiets.’
En er dan samen om glimlachen…Daar start dan herstel.

Het doorleven van een psychose is een heel intense ervaring. De beleving voor de omgeving van de persoon die opgaat in zijn fantasie is beangstigend en het besef dat je een psychose hebt gehad is ronduit zwaar om dragen. Meestal volgt er een depressieve periode.
Zelf herinner ik me heel veel van de acute fasen. Wat je kan vergelijken met dromen die je onthoudt. Alleen word je uit dromen wakker en kan je zeggen ‘oef, het was maar een droom’.
Terwijl ik moet zeggen ’tjonge, mijn fantasie ging weer met me op de loop, toen, daar, met dat gedrag…gênant…’

Maar dan vertel ik mijn ervaringen onder vrienden en maken we er samen grapjes over. Dat is het fijnste stuk. Aanvaard worden door mensen die je graag zien. Met of zonder. Het is wat ‘het’ is.