Humaan

ricky-kharawala-55307-unsplash

Photo by Ricky Kharawala on Unsplash

Zonet heb ik het overlijdensgedicht doorgestuurd naar mijn ma.

Mijn grootvader en tevens mijn peter overleed gisteren. De enige grootouder die ik nog had, buiten de levendige herinneringen aan mijn andere grootouders.
Hij was op dezelfde dag jarig als ik. Of ik op dezelfde dag als hij.

Toen mijn ma me gisterenochtend op het werk belde om te melden dat hij stervende was, kwam dit niet als een verrassing. Op de gezegende leeftijd van 94 jaar mag je zoiets verwachten. Dit weekend had hij nog een trombose gehad in de hersenen, waardoor zijn oog pijnlijk dik was. Met een halsoverkop maar niet evident bezoek aan de spoedafdeling op maandag voor een injectie. Wellicht waren die verplaatsing, pijn en ellende er teveel aan.

Ik voelde me al niet fantastisch dinsdag, hoewel ik mijn vinger niet kon leggen op het waarom. Maandag was een fijne, inspirerende dag geweest.
Niet lang na de mededeling van mijn ma ben ik huiswaarts gekeerd hoewel ik eigenlijk een vergadering in Brussel moest bijwonen. Het was ook erg koud op kantoor gisteren, wegens werken aan de verwarming die blijkbaar ook vandaag nog aansleepten. De koude kroop tot in mijn botten. Mijn goesting was zoek en ik zat vol onrust en onzekerheid. Ik heb op de trein even gehuild, ben thuis meteen in mijn bed gekropen en ben ook even ingedut.

Ik weet al niet meer waar ik mijn tijd nog mee heb gevuld gisteren. Om half acht ben ik gaan slapen en ik heb diep doorgeslapen tot zes uur vanochtend. Daarna heb ik gewoeld en me zorgen gemaakt om allerlei dingen. Rugpijn en onrust gehanteerd. Tot ik rond negen uur ben opgestaan om wat orde te brengen in de chaos thuis. Enkele telefoontjes te plegen. En dus ook op verzoek van mijn ma en haar broers een overlijdensgedicht te schrijven.

De woorden kwamen er ook nu weer vlotjes uit. Als maandag de begrafenis voorbij is zal ik het hier misschien delen, dat weet ik nog niet. Misschien is het te persoonlijk.

Rond elf uur is mijn gemoed gekeerd.
Kwam het door de koffie met smaakje?
Door het feit dat ik iets kon betekenen voor anderen, door woorden te breien die zalven?

Alleszins heb ik deze namiddag sessie vier van dat ene fijne traject bijgewoond. Met een inspirerende wandeling met een ondernemende vrouw en sporen van prototypes om me aan te verbinden en verder mee te ontwikkelen. Het is nu een kwestie van het allemaal even te laten bezinken en voelen hoe ik hiermee verder wil.
Mijn eigen ding doen of aansluiten bij een groep en daar misschien verschil maken.
Of beiden. Naargelang de energie.

Inmiddels ruik ik de groentenschotel in de oven.
Ik ga mijn neus volgen.

 

Los-houden

hedi-alija-393665

Photo by Hedi Alija on Unsplash

Hij vroeg hoe het nu gaat, maar het zit behoorlijk vast. Het lijkt wel of ik al de hele week tegenhoud wat er klaar zit. In het aanvoelen dat het iets intens is, ook omdat de behandeling vorige week zo heftig was. De naweeën. Terwijl ik een antwoord stuurde, voelde ik het één en ander zich roeren en besloot op dat eigenste moment dat ik er meteen ruimte voor zou maken. Ik schreef die beslissing neer.
Ik had een paar uur dat ik alleen in huis was. Dat moest voldoende zijn voor de brok verdriet die klaar zat.
Dus installeerde ik me in de zetel, lekker warm ingeduffeld en zoomde in. Afwachtend.

Verschuivingen. Golven van intense fysieke pijn en verdriet. Verkramping, naar adem happen. Pijn wegpuffen. Koude. Meer huilen.
Ik heb niet op de klok gekeken maar naar mijn gevoel duurde het niet lang.
Kort en intens. Ik heb me neergevleid en wat rust opgezocht. Neen, alles is niet weg.

Toen hoorde ik de sleutel in de deur en stapte mijn jongste binnen. Rond 16u. Hoewel ze in de bib zou gaan studeren en die sloot na etenstijd had ze me ´s ochtends verteld. Maar dat zegt uiteraard niet meteen iets over het tijdstip van thuiskomst.
Ook ik had aangegeven dat ik mogelijk vanavond afwezig zou zijn. Vanochtend had de vermoeidheid me nog niet zo in haar greep. Had ik de speech van de directeur van mijn vrijwilligerswerk nog niet gehoord die me in tranen hulde. Wat ik hem vertelde waarna ik vroegtijdig naar huis ging.
Nu waren we dus onverwacht beiden thuis, mijn dochter en ik.
Ze vond het jammer dat ik op de vooravond van een vrij weekend ingeduffeld in de zetel lag. Mijn opgedroogde tranen heeft ze denk ik niet gezien.

Dit proces dat ik door moet doorleven als mijn jongste in de buurt is doe ik niet. Dit is iets dat ik alleen wil doorworstelen. Ik denk dat het voor mijn dierbaren teveel pijn doet te zien hoe ik afzie op zo´n momenten. En ik wil niet op die momenten ook nog rekening moeten houden met hen. Me moeten inhouden. Mijn pijn, de etter van jaren en ik. En straks weer een egaal velleke als alle pus weg is en de wonde geheeld. Kusje erop en weer verder spelen…

Dat vind ik dan wel weer grappig. Waarbij ik heel erg besef dat dit een plotse overgang is. Geef er u als lezer aan over zou ik zeggen. Stiltemoment. Even ademen.

Gemiddeld schatten mensen me 10 jaar jonger dan ik ben. Dat komt meestal bovendrijven, soms met openvallende mond, als ik iets over mijn volwassen dochters aanhaal. En een vriendin zei daar een tijdje geleden dus over dat ik ondanks de miserie goed geconserveerd ben gebleven. Dat vond ik wel grappig. Misschien schreef ik het eerder. Ik val soms in herhaling.

Misschien verouder ik heel snel als alle pijn eruit is. In de winter van mijn leven.
Of ineens, in de herfst, poef, Fiducia dwarrelt weg. Alle vertrouwen weg.
Wie ben ik straks nog zonder de pijn? Waarmee ga ik mijn dagen vullen dan?

Neen, ik ben er niet bang voor. En ik ga ervoor. Let go and let come.
En ook:

Let me fall if I must. The one I will become will catch me.
(van Baal Shem Tov als ik gratefulness.org mag geloven)

Onderweg

samuel-zeller-136371Photo by Samuel Zeller on Unsplash

Inspiratie borrelt niet meer op de laatste tijd. Dus dacht ik, laat ik eens een foto kiezen en zien waar het me brengt. Het werd bovenstaande. En ik heb geen idee wat het is. Een trappenhal naar de hemel?

De laatste sessie bij mijn lichaamstherapeut had ik op een gegeven moment een beeld als dit aan de binnenkant van mijn gesloten oogleden. Een treintunnel met twee uitgangen. De linkse donker, de rechtse licht. Ik koos de rechtse.
Leven dus. Of verlichting, wie weet.
Al is de weg die ik afleg, of wat dan ‘leven’ mag heten, zeker niet pijnloos.

Af en toe heb ik mijn therapeut nodig om weer een hoopje hoop te vinden.
Als middagpauze en dagelijks onderhoud schrijf ik een half uur. Tranen vloeien meestal rijkelijk. Elke week een afspraak bij de therapeut. Veel en diep slapen. Soms dromen. Vaak overdag rusten. Vaak huilen. Ja, … vaak huilen en pijn.

Maar lieve vrienden. En, dankbaarheid om wat evident lijkt. Zoals de zon die schijnt.
Laat ik het hier maar bij houden voor nu.

 

 

Een fijn gesprek

‘Ik vond het een fijn gesprek’. Zo besloot hij na een consult van één uur en twintig minuten.

Het was de eerste keer dat ik deze arts/osteopaat raadpleegde, mijn zenuwbanen liet testen (Au!), me liet kraken en inspuiten… In de hoop een hernia van een paar maanden wat draaglijker te maken. Ik had al drie behandelingen bij een andere osteopaat achter de rug, zes behandelingen bij een kinesist, maar niets van dat alles gaf verlichting. Ook de pijnstillers van de huisarts brachten geen soelaas.

‘Het zou kunnen dat de pijn erger wordt de eerste dagen maar kom volgende week terug, dan zien we of we de behandeling kunnen afronden.’
Ja, kom maar op pijn, ik kan nog wel wat dragen…

Intussen heb ik mijn tweede behandeling gehad en voel ik verlichting. Jippie!
Pijn werkt danig op het gemoed en laat dat gemoed op zich al een eigen leven leiden bij mij.

Maar waarom vond hij het een goed gesprek?
Hij had het fijn gevonden dat ik blijkbaar snapte wat hij uitlegde. Dat gaf hij aan. Dat was bij de meeste patiënten niet het geval.
Maar was hij hier niet vooral zelf aan het woord geweest? Is het dat niet?
Vinden mensen een gesprek fijn als ze zichzelf hebben horen praten?

Twee keer ben ik zo bij een werkgever begonnen. Ik kwam het sollicitatiegesprek buiten met een knoop in mijn maag en dacht ‘die heeft niet echt naar mij geluisterd’. En twee keer moest ik vaststellen dat ik wel degelijk naar mijn buik moet luisteren bij het maken van een jobkeuze in plaats van mijn ego te volgen.

Onlangs zat ik op de trein en bij één van de haltes nam er een kleine man met donkere huidskleur plaats op de bank voor me. Hij begon een praatje en we kwamen al snel bij zijn passie terecht: voetbaltalent opsporen en aanbieden bij clubs.
Dat was nu eens een gesprek waar ík van genoten heb, ik denk er met een glimlach aan terug. Omdat hij niet bleef door ratelen. Hij was niet vol van zichzelf. Hij antwoordde op de vragen die ik stelde en aan de lichtjes in zijn ogen zag ik dat hij er plezier in had. Ik ken zijn naam niet. Het zou zowaar een bekende ex-topvoetballer kunnen zijn maar wat maakt dat uit.

Die kleine menselijke ontmoetingen, tijd maken om te luisteren…
Ik denk dat daar mijn vreugde ligt…

Een hoopje hoop om te delen

‘Zet u hier even neer, binnen een vijftal minuutjes zal er iemand u komen halen voor een bloedafname.’

Ik zette me neer in één van de vier sofa´s vlakbij de deur en keek wat rond in de recreatieruimte. Een zestal patiënten zat wat te lezen, te handwerken of op de computer te werken.
Het was er aangenaam stil. Een blonde jongeman stond op en liep de gang in. Het donkerharige meisje dat bij hem aan tafel zat keek hem na, plooide haar krant dicht en kwam in de sofa naast de mijne zitten. Ze vroeg of ik ook op de afdeling kwam voor een opname. Ik legde haar uit dat ik ambulant consult had bij mijn psychiater in het ziekenhuis. Voor de bloedafname moest ik even op de afdeling terecht en aangezien het nog teamgesprek was kwam ik hier even wachten. We raakten wat aan de praat en ze legde ook haar situatie uit. Dat ze nog maar sedert maandag op de afdeling was en haar ouders vanavond op gesprek kwamen om te bekijken of verdere opname zinvol was.

Even later kwam de jongeman opnieuw de ruimte binnen. Hij leunde twee minuten tegen de deurlijst en posteerde zich daarna in de sofa tegenover me met een krant op schoot. Hij was onrustig en vond duidelijk zijn draai niet. Hij uitte het ook. Dat het hem soms als ‘vanuit het niets’ overvalt.

Ik blijf het vreemd vinden dat mensen zo makkelijk hun verhaal tegen me doen. Maar beter zo dan zwijgen.

Het is een hele poos geleden dat ik hier mijn laatste blog schreef en dat heeft zijn redenen. De afgelopen maand was niet eenvoudig. Volgens de dokter zit ik nog in de ‘sombere’ nasleep van mijn ziekenhuisopname. Het is meer overleven dan leven. En daarbij kruip ik in mijn schulp en trek me terug. Alsof me wentelen in eenzaamheid het herstelproces versnelt… Oh ja, goede raad aan anderen, dat wel. Maar als het op mezelf aankomt mag ik ook best eens een lesje leren. Feit is dat schrijven de voorbije weken gewoon niet lukte. En dan zie ik dat er mensen op de blog komen kijken en die vinden enkel oud nieuws en daar voel ik me dan ook nog rot om.

Deze zaterdag verjaar ik. En mijn dochters willen een groot feest geven met veel vrienden. Ik hou het liever in beperkte kring. Nu toch. Misschien kom ik er ooit aan toe de hele bende mensen die om me geven rond een tafel te brengen en te laten toekijken als ik de talrijker wordende kaarsjes uitblaas. Misschien lukt het niet. Voor nu troost ik me met de gedachte dat er inderdaad een hele bende mensen zijn die om me geven. Mensen die het me durven zeggen dat het hen pijn doet als ik in mijn pijn geen uitweg meer zie. Verre contacten die me schrijven ‘jij verdient het om gelukkig te zijn’ of ‘geef nooit op’. En wellicht niet eens beseffen hoe warm die enkele woorden binnenkomen.

Ik voel opnieuw een sprankeltje hoop. En ik grijp het zachtjes beet. Morgen ga ik met mijn kinderen taarten bakken voor mijn verjaardag. Met al het bloed dat ik vandaag moest geven mag er best wat lekkers gesmuld worden.

En laat me intussen stiekem hopen dat mijn hoopje hoop mag groeien…zodat ik weer kan delen.

Raar he…Toch wel.

‘Raar he…Je denkt nooit dat het jou zou overkomen…Je zal er sterker uitkomen’

Dat stuurde hij als antwoord op mijn sms ‘Verdict gekregen. Gedwongen opname tot 5 juli (…) Nu lig ik in de zon op een bankje. Even bevatten. Alice in Wonderland…’

‘Hij’ is een ex-collega met wie ik contact hield toen ik ervoor koos mijn loopbaan een andere wending te geven enkele jaren geleden. ‘Hij’ was de enige die ik toen vroeg of hij het ok zou vinden om contact te houden. Niet dat ik hem goed kende of vaak zag toen. Maar de samenwerking was wel heel fijn geweest. Heel professioneel, to the point verslaggeving en duidelijke toelichting waar ik erom vroeg. Contact houden met hem was een keuze die uit mijn hart kwam. En hij vond het een goed idee. En nu ‘is’ hij er op de manier die ik hierboven beschreef. En verdomd, dat voelt fijn.

Bij deze is het dus weekend, tik ik hier op mijn laptop in mijn kamertje in het psychiatrisch ziekenhuis in Kortenberg een blogbericht en komen straks voor het eerst mijn kinderen op bezoek. Dinsdag beginnen hun examens. Ik hoop dat ze zich zullen kunnen concentreren met de wetenschap dat mama in goede handen is. Met de wetenschap dat ze op elk moment mogen bellen, om even hun frustratie te uiten over examenvragen die te moeilijk waren, een traan te laten als het niet helemaal verloopt zoals ze hadden gehoopt en/of te zeggen of verzwijgen dat ze me missen. Zoals ik hen.

Ik ben nu een tiental dagen opgenomen. De regeling van de gedwongen opname schrijft voor dat ik tenminste tot 5 juli in een gesloten afdeling blijf. Naargelang hoe ik me gedraag zal ik wellicht wat vrijheid krijgen, met mondjesmaat. Even buiten de afdeling, een luchtje scheppen. Als morgen een bevriend koppel me bezoekt zal ik wellicht een terrasje doen maar die Maneblusser zal ik dan maar even uitstellen. Niet alles is overal mogelijk. En ook de maan hoeft niet altijd geblust te worden.

Daarstraks heb ik even enkele dagen teruggespoeld in de tijd om te zien wat ik online de wereld heb ingestuurd. Pijnlijke ontdekkingen weer. Waar ik schaamrood zou van kunnen krijgen. Maar ik besluit dat niet te doen. Geen pogingen meer om de berichten weg te halen. Ja, ziehier komt het verdriet weer opzetten. Stoor u niet aan de tranen die rollen bij het verder schrijven aan deze blog. Ze zijn van mij en voegen inhoudelijk geen waarde toe aan deze woorden.

Ik leef. Wist u dat al?

‘Ik leef omdat ik kinderen heb.’

Dat was wat ik ooit tegen mijn vorige psychiater zei tijdens een consult. En hij schreef het op. En ik vroeg waarom hij dat opschreef. En hij keek me indringend aan en antwoordde ‘Omdat ik dat een belangrijke uitspraak vind.’

Soms ben ik moe. Soms denk ik dat de wereld beter af zou zijn zonder me. Dat zelfs mijn kinderen beter af zouden zijn zonder mij.  Maar dan krijg ik plots weer een klein bericht van iemand, kijk ik door het raam naar de zon die op het grasveld schijnt en denk ik….’Neen, ga niet weg. Vlucht niet. Je bent de moeite waard. Hou je vast, aan wat dan ook.’

En soms waan ik me dan een klein pluisje dat voorbij dwarrelt en dat ik zelf tracht te grijpen. En voel ik me als Alice in Wonderland.

Nieuwsgierig. Maar ook een beetje kwetsbaar. Toch wel.