Talenten

evan-kirby-263913

Photo by Evan Kirby on Unsplash

WORD FOR THE DAY van Gratefulness.org:
If we belong to the sun and its warmth, to the bud and the sprout, to the miraculous flower, we also belong to the wind, the naked branch, the cold – FABIANA FONDEVILA

Gisteren keek ik naar het interview met Bram Pauwels op zwijgenisgeenoptie.be
Ik was voor even trots op mijn diploma en wat je er allemaal mee kunt. Trots op Bram Pauwels omdat hij ermee doet waarvoor het bedoeld is. Met waarden waar moeder aarde dankbaar voor zou zijn. Of dankbaar voor is
Misschien is een hagelbollenbuitje warm ontvangen haar manier van dankbaarheid tonen. Ik ben alvast ook dankbaar voor het bestaan van zwijgenisgeenoptie.be

‘Er zijn nog zekerheden in de wereld’, dat zou een losstaande boodschap kunnen zijn. Maar een andere uitspraak die ik graag hanteer luidt ‘de enige constante is verandering’. Wispelturig. Tja.

Niet dat ik er iets mee doe trouwens, met dat diploma. Ik weet zelfs niet waar het zit en of het geschikt is voor origami. Maar ik herinner me wel wat ik schreef in mijn eigen blogbericht van 6 oktober 2015.
‘Hij had veel talenten’. En dat ik toen de hoop neerschreef dat ze net dit ook ooit op mijn begrafenis zouden zeggen.

Maar de tijd rijpt. Wat mij betreft hoeft niemand het meer te benoemen. Zover ben ik intussen. Zolang ik mag zien wat mijn simpele opdracht in een schrijfcursus bij iemand teweegbrengt, zolang ik mag voelen hoe mensen ontdooien en gaan glanzen hoewel ze elkaar een dik uur daarvoor nog niet ‘kenden’. Zolang ik mag bijleren. En kán bijleren. Zolang zal mijn motor draaiende blijven. Til the day I die.

Misschien draait mijn motor zelfs daarna nog door. Mag moeder aarde op de Fiducia-Eco-brommer. Mmmh…klinkt een beetje vreemd, dit. Ik zal dit maar weghalen. 🙂

Onlangs kreeg ik voor een project de opdracht om drie interviews af te nemen. Ik deed één interview met een vriendin. En één met mezelf. En was verbaasd dat ik voor beide als essentie mocht concluderen wat ik eerder in een boek had gevonden. Het derde interview zou ik ook bij mezelf willen afnemen, aangezien ik geen derde geschikte kandidaat vind nu mijn beste vriendin met weinig woorden ‘geen goesting‘ antwoordt.

Mezelf interviewen, telkens met andere vragen. Hoe je dat doet? Ahaaa! Magic!
Stil worden. En luisteren naar wat je lichaam te vertellen heeft. En dan wat opborrelt bevragen en inzichten registreren terwijl je andere bewegingen niet uit het oog verliest.
Niet dat het simpel is overigens.
Maar zo heb ik ze het liefst, de vragen die ik krijg. Net moeilijk genoeg om te denken ‘dat kan ik niet’ en net uitdagend genoeg om ervoor te gaan. Kast open. Waar heb ik mijn rode Pippi Langkous pruik weer gelegd?

Maar wie interviewt nu zichzelf, hoor ik u vragen.
Geloof mij, je doet het elke dag. Alleen moet je af en toe je eigen vragen eens onder de loep nemen.
Suggestie van de dag: ‘geloof je dat nu echt zelf?’

Fijn weekend.

 

Slagkracht

florian-klauer-147Photo by Florian Klauer on Unsplash

Ziezo, ik heb mijn bolide terug. Er was iets misgelopen met de verwittiging vanwege de fietshandel waardoor ik dinsdag dan maar bleef doorwerken in plaats van vroeger naar huis te gaan om voor sluitingstijd mijn fiets op te pikken.
Vandaag voor de zekerheid toch maar even gebeld. Ja hoor. Mijn trouwe ros stond als nieuw op me te wachten. En soepel dat hij rijdt. Een zaligheid. Apetrots en dankbaar.

Ik besloot de bus te nemen om hem op te gaan pikken. Toen aan het station twee broertjes opstapten en de jongste de oudste met glinsterende ogen wou jennen door vanop de bank achter hem met ferme bovenhandse zwaai op zijn hoofd te meppen, greep de vaderfiguur naast hem kordaat in door de belhamel zijn pols vast te grijpen. Kereltje liet het niet aan zijn hart komen en hief telkens opnieuw zijn hand op, uitdagend glimogend naar de wat onrustige man naast hem. Jongensstreken. De oudere broer was zich van geen kwaad bewust en genoot schijnbaar van zijn rugwaartse rit.

Ik besloot een halte te vroeg af te stappen en repte me om de straat over te steken. Pas 300m verderop kwam ik, door even achterom te kijken vooraleer ik overstak, tot het besef dat al die tijd een man vlak achter me had gelopen.
Hij liep nu rechtdoor, ik sloeg wat beduusd af.
Ik had hem echt niet opgemerkt en dat vond ik geen fijne gewaarwording.

Dat heb je dan met observatievermogen.
Denk je net dat je het hebt, laat het je alweer in de steek.
Aandacht als het handvol zandkorrels dat in een zandloper je tijd doorglijdt.

Pittige wind nog overigens, al viel het fietsen wel mee nu alles weer soepel draait.
De laatste dagen is het meermaals voorgekomen dat ik midden in de nacht wakker werd van het geraas en geratel van wind en regen tegen mijn ramen. Echt niet meer normaal. Vannacht schreef ik er tijdens zo´n insomnia dan maar een gedicht over dat ik vandaag herwerkte tot onderstaande:

Droomloos

hoor hoe de nacht huilt
en het luchtruim gonst

ik ijl droomloos een flater

van mens die zielloos graait in groei
de pijn van moeder aarde broeit

Zullen onze kinderen nog naar school kunnen fietsen straks?