Bewuste keuze

“Mama, dat meen je niet! Hoe kan je nu zo dom zijn.”

Het is nochtans waar. Dat papa de doorslaggevende reden was dat ik de studie burgerlijk ingenieur heb aangevat in 1988. Akkoord, ik was in het Atheneum sterk in wiskunde, had een zekere honger naar het oplossen van vraagstukken en vond er genoegen in als eerste klaar te zijn met oefeningen. Of beter nog, aan bord te worden geroepen en als antwoord van de leerkracht wiskunde horen
“aha, jij lost dat zó op.”
En vanuit de klas dan “ja, hoe anders?”
Waarop de leerkracht even met de mond vol tanden stond…

Geschiedenis en aardrijkskunde waren voor mij blokvakken. Later zou ik horen dat er mensen zijn die redeneren op geschiedenis maar daarentegen moeten blokken voor wiskunde. Dat zijn dan wellicht mensen die wél goed kunnen onthouden… Want al bij al denk ik dat een andere universiteitsstudie dan ingenieur me niet zou gelukt zijn. Ik moet het hebben van redeneren. Hoe vaak heb ik op oefeningenexamens voor mezelf eerst de lange formules moeten afleiden uit de basisformules alvorens in te kunnen pikken op de oefening. En dat vraagt tijd natuurlijk. Daar waar medestudenten met een goed geheugen wellicht ook de lange formules uit het hoofd kenden.

Maar goed.

Hij dus, die daar tijdens het ingangsexamen in juli 1988 twee rijen voor mij in de aula Q van de VUB over zijn papieren zat gebogen voor de oefeningen van analyse.
“Kijk dan eens om” dacht ik nog. Maar hij zag me niet. Toen nog niet.
Proclamatie in gebouw K op de campus op de tweede verdieping. En hij was geslaagd. En ik was geslaagd. Ik kende de wereld niet en mijn broer kende de ingenieursstudie al wel van binnenuit en kon erover vertellen. En ik zette de stap. Maar toch voornamelijk omdat ik hem wilde volgen en voor de liefde wilde gaan.

“Maar dát heb ik nooit geweten” zei mijn ma onlangs verontwaardigd toen ik het haar vertelde. Voor de goede verstaander, hij en ik zijn intussen gescheiden.

Ach. Ik heb het diploma gehaald en ik heb geen spijt van mijn keuze. Veel mensen reageren verrast en vol bewondering als ze horen welk diploma ik heb en zeggen dan “dat is toch de moeilijkste studie die er is.” Waarop ik alleen in alle eerlijkheid kan antwoorden “dat weet ik niet, ik heb nooit iets anders geprobeerd.”

Al geef ik toe dat ik gevleid was toen ik enkele jaren geleden een werkgroep met psychiatrische patiënten, hulpverleners en familie van patiënten opstartte voor een project voor de Koning Boudewijnstichting en één van de deelneemsters vroeg “maar om dit te kunnen met deze diversiteit aan mensen…jij bent toch psycholoog of psychiater of zo…”
En op mijn antwoord met een fijn lachje dat dat niet klopt, dat ik ingenieur ben, zij even met haar mond open verbouwereerd bleef zitten…
Ja, dan ben ik toch trots dat ik meer petjes kan dragen dan alleen dat van ingenieur.

Dan ben ik misschien nog trotser dat ik niet in een vakje te stoppen ben.
En als een zwerver me aanspreekt op straat ben ik dankbaar dat ik er toegankelijk uitzie.

Trouwens, enkele jaren geleden vernam ik dat de term “het sympathiekske” die ik blijkbaar in het mannenbastion van de eerstejaarsstudenten vroeger opgeplakt kreeg betekent “ze is niet knap maar wel lief”. Maar daar kan ik mee leven. Zeker nu ik ouder word en er op ‘knap’ toch sowieso haar komt te staan.

Nu mijn oudste dochter gisteren mijn ingenieursklak van destijds heeft geleend voor twee nachten studentikoze activiteiten op de VUB (al denk ik dat ze er mee uit de toon zal vallen)…mijmer ik “ook voor mama tijd om een andere pet te zoeken.”

Ik denk dat ik daarvoor eerst mijn glimlach eens ga opzetten… Sympathiekske.

Welja…waarom niet. Waar begint vertrouwen, toch?!