A sense of wonder

‘If I was a good fairy, my gift to each child in the world would be a sense of wonder that would last throughout life.’

De spreuk die ik gisteren in mijn postvakje ontving vanwege gratefulness.org was iets te lang naar mijn goesting. Dus maakte ik er bovenstaande van.
Maja…ik ben geen goede fee. Ook geen oude feeks denk ik, maar iets ergens daar tussenin. En ik heb alleszins wel wat met die nieuwsgierige energie van kinderen.

Het werd alweer een vreemde dag vandaag. Vanochtend had ik een overleg waar ik zodanig geïnspireerd geraakte dat ik plotsklaps heel mijn huidige waarheid in twijfel trok. En een gevoel van onzekerheid beklemde me op de trein richting mijn werk, waar een afscheidsetentje voor een collega me wachtte.
Ik smste er even over aan mijn therapeut. En ik kreeg prompt een bericht terug met in de aanhef een mannennaam. Mmmh. Dat maar even geseind.
Hij had zich vergist van bestemmeling. Bleek dat ons beider berichtjes over onzekerheid gingen. Gelukkig ben ik iemand die dat niet aan de grote klok hangt. Daarvoor moet ik te hoog de kerktoren in 😉

Maar gaandeweg de namiddag ebte of ebde…ebde dus mijn onzekerheid weg (dank u dikke van Dale). Soms is het nemen van een woordenboek voldoende om onzekerheid weg te nemen. Of het antwoord van je therapeut dat je vermoeden bevestigt. Soms is het ook de kennisgeving van een podcast die zo erg tot je verbeelding spreekt dat je het ‘Jiehaa!!-gevoel’ prompt wil delen.

Bij deze: https://zigzagpod.com/

Zalig vind ik dat. Twee jonge moeders die van hun passie hun beroep maken omdat er mensen in hen geloven en dus in hun werk willen investeren.
Twee grappige dames die dat ondernemerspad wat onzeker bewandelen en net ook die onzekerheid delen. Niet met hun therapeut in stilte, neen, open en bloot met de luisteraars.
Krachtig vind ik dat, Fiducia nog an toe.

Dus deze dame, fee, feeks (in wording :-)) sluit hier en nu al schrijvend haar dag af met deze korte reflectie.
A sense of wonder. Omdat geluk schuilt in de kleine dingen en in podcasts met de microfoon, de waarden en de onzekerheid op de juiste plaats.

Wat er gebeurt nu die onzekerheid bij mij plaats heeft gemaakt voor ‘goesting’?
Plannen, om mijn tanden te zetten in obstakels als daar zijn rode verkeerslichten aan het zebrapad waar ik sta te wachten. Toch maar niet…
Mijn resterende dagen voor de deadline van mijn schrijfsel voluit benutten om alles uit de kast te halen. En wat er niet thuishoort desnoods naar de kringloopwinkel te brengen. Of naar de krokodil van het boek dat ik zondag voorlas…die at letters, woorden, zinnen…
Een gepimpt krokodillenboek terugbezorgen aan de bib.
En moed, om die boeken die ik halverwege heb doorworsteld nu verder gestaag door te worstelen en er meteen overzichtelijk een geheugensteun over neer te pennen. Systematiek in de fysiek.

Ik ben bij de analyse van het proces waar ik van onzekerheid naar ‘goesting’ overging, tot de ontdekking gekomen dat het steeds weer ‘vertrouwen’ is dat me de overgang van het één naar het ander doet maken. Ik heb mijn pseudoniem destijds juist gekozen, al besefte ik zelf niet helemaal de reikwijdte van die keuze.
Het woord vertrouwen zit overigens veel meer in het doorvoelen van de betekenis dan in het rationeel de keuze maken om te vertrouwen.

Geef mij maar voeltherapie in plaats van cognitieve therapie. Mmmmh. Klinkt fout. Zal de warmte zijn.
Ik zal mijn orchideeën eens gaan verzorgen zie.

Ethisch reizen

maarten-van-den-heuvel-400616

Photo by Maarten van den Heuvel on Unsplash

Tijdens mijn middagpauze ben ik gericht op zoek gegaan naar een zandloper. Ik kwam steltlopers, hardlopers en uitlopers tegen, maar die konden me niet doen overlopen van enthousiasme.

De zandlopers die ik eerder had zien staan waren wel heel erg glazig. Een lelijke kleur glazig ook. En de kleinste had een doorlooptijd van drie minuten. Dat is nog te lang voor de doeleinden die ik voor ogen heb. Anderhalve minuut. Dat is wat ik wil. En een beetje robuuster dan alleen glas. Maar geen plastic. En niet zo duur als deze exemplaren.

Zo. Seffens op enter drukken en morgen zit dat in mijn brievenbus.
Ik heb het gevoel dat dit een blogbericht met wat fantasie-uitlopers wordt.
Maar ik geef me eraan over. U ook?

Vanochtend verliep mijn treinrit niet geheel emotieloos. Ik had me in rijrichting genesteld op een zitje aan het raam. De man achter me was schijnbaar aan het bellen, al ben ik daar niet helemaal zeker van aangezien zijn stem zo gedempt klonk. Zijn taal klonk me vreemd in de oren. Af en toe neuriede hij. Wat me een glimlach bracht terwijl ik het landschap aftuurde in het kabbelend verlangen verwonderd te worden.

Maar toen hij ergens van heel ver slijmen begon op te rochelen om er vervolgens met een luid grommende ‘snirf’ uit de diepste krochten van zijn…slijmvliesstelsel en wellicht een flinke draai van zijn tong mijn jas mee te bekogelen (in mijn gedachten), kreeg ik heel sterk de neiging om met enige walging mijn spullen bij elkaar te rapen en een andere plek op te zoeken. Oppassend voor de slijmerige vlek op mijn jas.

Kon je die zin niet splitsen, veel te lang!

Het bleef niet bij één keer.

Ik keek even naar de overkant van het gangpad toen het weer gebeurde. Twee jonge snaken keken zijn richting uit met een ietwat verbouwereerde uitdrukking op hun gezicht. Alleen al om dat beeld plooide ik terug op mezelf en voelde een glimlach mijn gezicht vervormen (net plasticine, waar zit Pingu?) en mijn keel samenknijpen om een grinnik te onderdrukken.

Hoe moet dat dan?
Die man was zich wellicht niet bewust dat dit een ‘beetje’ ongepast was.
Andere cultuur, weet je wel. Moet je dan de tijd nemen om dat te zeggen?
‘Mevrouw, meneer, in Belgische treinen is zoiets ongepast.’
‘Waarom dan?’
En daar zit je dan, met je mond vol … zandlopers…

Wat gaat voor? Je eigen gewoontes of de ethiek van het treinreizen?

Is dat nu geen vreemde laatste zin? Ik zal hem maar stil wegvegen voor iemand erover valt…vuilblik op, hup, de vuilnisbak in.

Vorige week zat ik op een treintraject waar geregeld bedelaars passeren.
Die delen dan een kaartje uit met de uitleg waarom ze passeren. In de hoop dat je hen geld geeft om o.a. hun elektriciteitsrekening en voeding mee te betalen.
De conductrice kwam de bedelaar die net voorbijliep achterna. Verzamelde alle kaartjes en vroeg wie ‘lastiggevallen’ was. Een man sprak haar aan. Dat ze niet achter hem aan moest gaan. Dat het ok was en we zijn situatie moeten begrijpen. Dat deze man zich niet opdrong.
Wat zegt de ethiek van het treinreizen hier?

En om meteen een thema uit een eerder blogbericht mee te nemen, wie zijn hier de graaiers en wie de gevers? En wie luistert naar wie en in welk niveau?

En wat is de definitie van een landloper? En hoe verandert die als hij de trein opstapt en zijn eerste L door een Z vervangt?

Zomaar wat vragen op een doordeweekse dag.

 

Los-houden

hedi-alija-393665

Photo by Hedi Alija on Unsplash

Hij vroeg hoe het nu gaat, maar het zit behoorlijk vast. Het lijkt wel of ik al de hele week tegenhoud wat er klaar zit. In het aanvoelen dat het iets intens is, ook omdat de behandeling vorige week zo heftig was. De naweeën. Terwijl ik een antwoord stuurde, voelde ik het één en ander zich roeren en besloot op dat eigenste moment dat ik er meteen ruimte voor zou maken. Ik schreef die beslissing neer.
Ik had een paar uur dat ik alleen in huis was. Dat moest voldoende zijn voor de brok verdriet die klaar zat.
Dus installeerde ik me in de zetel, lekker warm ingeduffeld en zoomde in. Afwachtend.

Verschuivingen. Golven van intense fysieke pijn en verdriet. Verkramping, naar adem happen. Pijn wegpuffen. Koude. Meer huilen.
Ik heb niet op de klok gekeken maar naar mijn gevoel duurde het niet lang.
Kort en intens. Ik heb me neergevleid en wat rust opgezocht. Neen, alles is niet weg.

Toen hoorde ik de sleutel in de deur en stapte mijn jongste binnen. Rond 16u. Hoewel ze in de bib zou gaan studeren en die sloot na etenstijd had ze me ´s ochtends verteld. Maar dat zegt uiteraard niet meteen iets over het tijdstip van thuiskomst.
Ook ik had aangegeven dat ik mogelijk vanavond afwezig zou zijn. Vanochtend had de vermoeidheid me nog niet zo in haar greep. Had ik de speech van de directeur van mijn vrijwilligerswerk nog niet gehoord die me in tranen hulde. Wat ik hem vertelde waarna ik vroegtijdig naar huis ging.
Nu waren we dus onverwacht beiden thuis, mijn dochter en ik.
Ze vond het jammer dat ik op de vooravond van een vrij weekend ingeduffeld in de zetel lag. Mijn opgedroogde tranen heeft ze denk ik niet gezien.

Dit proces dat ik door moet doorleven als mijn jongste in de buurt is doe ik niet. Dit is iets dat ik alleen wil doorworstelen. Ik denk dat het voor mijn dierbaren teveel pijn doet te zien hoe ik afzie op zo´n momenten. En ik wil niet op die momenten ook nog rekening moeten houden met hen. Me moeten inhouden. Mijn pijn, de etter van jaren en ik. En straks weer een egaal velleke als alle pus weg is en de wonde geheeld. Kusje erop en weer verder spelen…

Dat vind ik dan wel weer grappig. Waarbij ik heel erg besef dat dit een plotse overgang is. Geef er u als lezer aan over zou ik zeggen. Stiltemoment. Even ademen.

Gemiddeld schatten mensen me 10 jaar jonger dan ik ben. Dat komt meestal bovendrijven, soms met openvallende mond, als ik iets over mijn volwassen dochters aanhaal. En een vriendin zei daar een tijdje geleden dus over dat ik ondanks de miserie goed geconserveerd ben gebleven. Dat vond ik wel grappig. Misschien schreef ik het eerder. Ik val soms in herhaling.

Misschien verouder ik heel snel als alle pijn eruit is. In de winter van mijn leven.
Of ineens, in de herfst, poef, Fiducia dwarrelt weg. Alle vertrouwen weg.
Wie ben ik straks nog zonder de pijn? Waarmee ga ik mijn dagen vullen dan?

Neen, ik ben er niet bang voor. En ik ga ervoor. Let go and let come.
En ook:

Let me fall if I must. The one I will become will catch me.
(van Baal Shem Tov als ik gratefulness.org mag geloven)

Alledaags

heping-271656

Photo by 和 平 on Unsplash

Ik word er moe van als ik hen hoor vertellen. Over veranderen van bewindvoerder voor een vader die wilsonbekwaam is. Wat dat met zich meebrengt aan administratie, procedures en heen en weer geloop en gebel. Over de procedures en valkuilen als je met een buurt beslist om er tegenin te gaan dat een brok natuur verkaveld wordt om er appartementen op te zetten. Over het gebruik van nieuwe software die totaal niet is afgestemd op de gebruiker. Waardoor het oplossen van fouten een soep wordt waar veel tijd in kruipt en een oplossing overigens niet gegarandeerd is.

Maar ik heb goed en in goed gezelschap gewandeld vandaag. Ben daarna wat in de bibliotheek onder de studenten en krantenlezers gaan zitten tokkelen in stilte en verbondenheid. Vreemd vond ik het dat de studenten werden aangemaand om in een andere ruimte te gaan studeren terwijl er tegen mij niets gezegd werd over het feit dat dit een leeszaal was terwijl ik met laptop toch ook de ruimte benam. Misschien gelden dezelfde regels niet voor eigen vrijwilligers, bedacht ik me. Al kende ik de dame die toezicht hield niet. Hoewel…was zij het niet die in ons gehuurde leslokaal binnenviel tijdens een schrijfcursus om de kortste doorsteek te maken naar een andere werkruimte?  Ondanks stil protest van mijn collega-cursusbegeleider. Ondanks het zicht op die acht mensen die rond een tafel aandachtig zaten te werken.
Respect is iets vreemds. Wordt niet altijd op dezelfde manier begrepen heb ik de indruk.

Collega opgezocht op mijn vrijwilligersstek. Hij was er niet. Post-it achtergelaten met onnozeliteit. Naar de inlees-sessie gefietst. Maar eerst nog een nieuw spatbord gaan halen voor de fiets van mijn jongste. Ze wilde met een half spatbord aan haar voorste wiel toch op stap vanochtend. Ik mocht het er niet afvijzen. Na een domme val van haar fiets sprong de andere helft van het spatbord de koer op gisterenavond. Resultaat van een ongelukkige botsing met mijn eigen fiets die ik ernaast wilde manoeuvreren. Heb haar vanochtend met mijn eigen fiets op stap gestuurd en ben zelf met de hare op wandel gegaan. Nadat ik het halve spatbord er alsnog had af gehaald. En het regende toen ik terugkwam. En fietsen zonder spatbord is … vettig. Broek in de was. Losse kleren aan.

Nog gesukkeld met het losvijzen van één en ander om haar kersverse voorste spatbord te installeren. De inbus…euh…ontvanger?? bleek dolgedraaid. Maar ik heb het gefikst. Ze kan morgen weer op stap.
Altijd wat last-minute commotie als er wat scheelt met die fietsen. Zo werd mijn oudste vorig weekend kwaad op haar te platte band. Reeds bij vertrek. ‘Hij is al een aantal weken plat.’ Ja, zo gaat dat als je die niet oppompt. Soms wordt het zelfs erger.
Ze hoopt misschien dat hij zich dik maakt als ze er tegen vloekt. Valt te proberen.
Maar na wat gezeur van mama hebben we beide banden samen intussen ook weer wat verse lucht gegeven.

Niet gedacht dat ik dit nog zou schrijven vandaag. Best wel gevuld dagje, realiseer ik me nu. Heb trouwens die collega op mijn vrijwilligerswerk opnieuw opgezocht na mijn inleessessie. Die ik overigens vroegtijdig afbrak omdat mijn tong vandaag te vaak in de knoop lag bij de onlogische zinnen. En de audiosoftware ook niet helemaal mee wilde. Nog dik twee derde van het boek te gaan. Nu stoppen is geen optie. Nieuwe afspraak volgende week.

Mijn collega zei trouwens dat ik moet stoppen met dreigementen op post-its te plaatsen.
Soms is er humor.
Vorige keer schreef ik ‘I´ll be back’.
Dat vond hij erover. Stalking.
Wat schreef ik vandaag weer?
‘I was here. Whoehaha.’
Weeral.

Hardleers.