Hoop

Photo by Derek Thomson on Unsplash

Even twijfelde ik tussen een hoofdstuk in mijn lievelingsexemplaar van ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carroll en een episode uit ‘Het geluk van de sprinkhaan’ van Toon Tellegen. Maar mijn hand reikte voluit naar het boek ‘Hoop’ van Roland Van der Vorst.

Ik snuisterde doorheen de bladzijden en onderstreepte fragmenten.
Dit was het fragment dat me in beweging bracht en aan het toetsenbord zette voor het schrijven van dit blogbericht: ‘Een hoopgever (…) stimuleert op een andere manier je fantasie. Hij zorgt ervoor dat je de werkelijkheid ontstijgt zonder haar uit het oog te verliezen.’ 

De keuze voor bovenstaande foto die ik al in een eerder bericht gebruikte was snel gemaakt. 

Dat is wat ik wil doen de week die me rest vooraleer ik volgende maandag het werk weer aanvat: Me niet overgeven aan de energie die zich via allerhande gebeurtenissen en berichten van buitenaf opstapelt in mijn lijf. Losmaken wat vastzit en vrijlaten wat als ballast aanvoelt. (Tijd) investeren in wat ik graag doe.

En ja, wat doe ik graag? Mijn nieuwsgierigheid volgen, nieuwsgierigheid van anderen prikkelen en mensen hun ogen doen glanzen. Door te luisteren bijvoorbeeld. Door tijd te geven. Door een gezamenlijk weetje te dragen.

Ik voel hoe mijn energie inmiddels pittiger is dan daarstraks bij de huisarts. Toen ik haar vertelde dat het nog niet goed ging maar dat thuisblijven daar niet aan zou helpen. Ik moet terug, de arena in, brullen als het mijn beurt is! Of de trapeze lossen en schroefgewijs naar mijn compagnon uitreiken in vol vertrouwen. De clown uithangen als er nood aan is.

Uitreiken. En hoe ik dat niet doe en wel van veel mensen mag. Vreemd toch.
En middenin dit bericht reikte mijn buur wel uit. Inmiddels heb ik hem geholpen met wat administratie. Voor een glimlach. Meer moet dat niet zijn in dit geval.

‘De hoopgever zorgt ervoor dat je de werkelijkheid ontstijgt zonder haar uit het oog te verliezen.’
Merci, hoopgever!

Raar he…Toch wel.

‘Raar he…Je denkt nooit dat het jou zou overkomen…Je zal er sterker uitkomen’

Dat stuurde hij als antwoord op mijn sms ‘Verdict gekregen. Gedwongen opname tot 5 juli (…) Nu lig ik in de zon op een bankje. Even bevatten. Alice in Wonderland…’

‘Hij’ is een ex-collega met wie ik contact hield toen ik ervoor koos mijn loopbaan een andere wending te geven enkele jaren geleden. ‘Hij’ was de enige die ik toen vroeg of hij het ok zou vinden om contact te houden. Niet dat ik hem goed kende of vaak zag toen. Maar de samenwerking was wel heel fijn geweest. Heel professioneel, to the point verslaggeving en duidelijke toelichting waar ik erom vroeg. Contact houden met hem was een keuze die uit mijn hart kwam. En hij vond het een goed idee. En nu ‘is’ hij er op de manier die ik hierboven beschreef. En verdomd, dat voelt fijn.

Bij deze is het dus weekend, tik ik hier op mijn laptop in mijn kamertje in het psychiatrisch ziekenhuis in Kortenberg een blogbericht en komen straks voor het eerst mijn kinderen op bezoek. Dinsdag beginnen hun examens. Ik hoop dat ze zich zullen kunnen concentreren met de wetenschap dat mama in goede handen is. Met de wetenschap dat ze op elk moment mogen bellen, om even hun frustratie te uiten over examenvragen die te moeilijk waren, een traan te laten als het niet helemaal verloopt zoals ze hadden gehoopt en/of te zeggen of verzwijgen dat ze me missen. Zoals ik hen.

Ik ben nu een tiental dagen opgenomen. De regeling van de gedwongen opname schrijft voor dat ik tenminste tot 5 juli in een gesloten afdeling blijf. Naargelang hoe ik me gedraag zal ik wellicht wat vrijheid krijgen, met mondjesmaat. Even buiten de afdeling, een luchtje scheppen. Als morgen een bevriend koppel me bezoekt zal ik wellicht een terrasje doen maar die Maneblusser zal ik dan maar even uitstellen. Niet alles is overal mogelijk. En ook de maan hoeft niet altijd geblust te worden.

Daarstraks heb ik even enkele dagen teruggespoeld in de tijd om te zien wat ik online de wereld heb ingestuurd. Pijnlijke ontdekkingen weer. Waar ik schaamrood zou van kunnen krijgen. Maar ik besluit dat niet te doen. Geen pogingen meer om de berichten weg te halen. Ja, ziehier komt het verdriet weer opzetten. Stoor u niet aan de tranen die rollen bij het verder schrijven aan deze blog. Ze zijn van mij en voegen inhoudelijk geen waarde toe aan deze woorden.

Ik leef. Wist u dat al?

‘Ik leef omdat ik kinderen heb.’

Dat was wat ik ooit tegen mijn vorige psychiater zei tijdens een consult. En hij schreef het op. En ik vroeg waarom hij dat opschreef. En hij keek me indringend aan en antwoordde ‘Omdat ik dat een belangrijke uitspraak vind.’

Soms ben ik moe. Soms denk ik dat de wereld beter af zou zijn zonder me. Dat zelfs mijn kinderen beter af zouden zijn zonder mij.  Maar dan krijg ik plots weer een klein bericht van iemand, kijk ik door het raam naar de zon die op het grasveld schijnt en denk ik….’Neen, ga niet weg. Vlucht niet. Je bent de moeite waard. Hou je vast, aan wat dan ook.’

En soms waan ik me dan een klein pluisje dat voorbij dwarrelt en dat ik zelf tracht te grijpen. En voel ik me als Alice in Wonderland.

Nieuwsgierig. Maar ook een beetje kwetsbaar. Toch wel.