In het oog van de storm

In de energie waarin ik nu zit, heb ik nog geen blogbericht geschreven. Daar ben ik heel zeker van.
Experiment. Zien waar ik uitkom.
Zonder die energie te benoemen? …vraag ik me dan af.
Ze uiten via wat zich aandient en afwachten welke woorden mijn intentie op de toetsen neervleit. Behoorlijk eufemistisch uitgedrukt. Neen ik ga hier niet schrijven wat ik me afvraag. Het is zich al aan het transformeren terwijl mijn toetsen het moeten bekopen.

Even naar adem happen en loslaten. Blijven doorvoelen. Blijven tokkelen.
Avond alleen. Het mag. Laat los die handel. Voluit.
Heb overigens mijn homeopatisch middel klaargezet. Alweer zes weken geleden dat ik het innam. Dus het mag nu weer. Misschien brengt dat in een rustig weekend stilte in mijn lijf.
Het lijken wel weeën. Niet even pijnlijk – fysiek bedoel ik, wel even intens.

Misschien moet ik dit maar in een hoorspel gieten.

Intussen kondigt zich een nieuwe wee aan.
Ik moet hierdoor. Het waarom ervan heb ik nog altijd niet begrepen maar dat is voer voor Simon Sinek als hij er een onderneming uit wil starten. Of ik. Ooit.

Seffens klaart de hemel op. En doe ik de gordijnen open. Komt mijn buik tot rust en mijn tranenstroom ook.
Neen, op deze energie heb ik nog nooit geschreven. Wie doet dat ook, een typmeditatie? Een tokkeltherapie. Ziedaar mijn glimlach die gevolgd wordt door een brok energie die zich weer in mijn buik samenbalt, me naar adem doet happen.
En beetje huilen of veel of zo. En dan komt dat lichtvoetige er weer in, dat wat me rechthoudt als ik echt niet meer kan. Mezelf zien liggen op de grond in elkaar gekronkeld naar adem happend en me afvragend, verdomd, hoe schrijf je die Simon Sinek zijn naam weer. Boekenkast, geef antwoord. Omdat de reflex maken om hem te googlen even heel ver zat. Onbereikbaar ver. Intussen weer aan het toetsenbord.

Een hoofd dat bonst. Tranen die mijn gezicht doen trekken. Lucht. Hoe zuiver nog?
Adempauze. Samengebalde energie weer daar in die buik.
Geen big bang op te vangen deze keer. Heel goed bij bewustzijn. Gewoon het één en ander aan het verwerken.
Wat? Is het belangrijk dat te weten? Het belangrijkste is dat ik ook dit verhaal hier even neerpen. Om het niet altijd over kabouters te hebben.
Lach maar. Maar graag niet in mijn aanwezigheid. Even niet nu.

– stuk geschrapt uit zelfbehoud –

Hoofdpijn installeert zich nu. Een peloton aan tranen rijdt langzaam de streep over. Ik hef mijn armen hoog: alweer overwonnen!

Ik zoek dadelijk mijn koertje op. Even de ruimte voelen.
Er zal nog een kronkelbui volgen. Misschien een stevig onweer ook. Maar mijn systeem zal zich herstellen. Zoals steeds.
En maak je geen zorgen. Dit is niet nieuw voor me. Het is alleen nieuw dat ik het neerpen tijdens de storm.

Trots op mezelf.
Let me fall if I must, the one I will become will catch me.

En…daar gaat ze weer

Verdorie toch.

Zijn we weer vrijdag, net een week nadat ik al een behoorlijke klop van de hamer opmerkte en vastzittend slijm zich aandiende.
Ik las het in het einde van mijn blogbericht over Tata Tovertante. Heb ik er dus een week over gedaan om weer wat opening te vinden in adem en gemoed.

Zo ziek heb ik me al lang niet meer gevoeld. Mijn gebruikte papieren zakdoeken waren echte kunstwerkjes.
En mijn gemoed…
Nu ja, ik ging wellicht, na zo´n lange ‘vlotte periode’, een klein beetje hopen dat de grootste somberheid nu wel door is. Dat ik het ergste leed op de therapietafel heb achtergelaten. In een hopeloze bui heb ik mijn therapeut laten weten dat ik even pauze wil. Mijn afspraak van volgende donderdag afgezegd.
En dan te weten dat hier en op het werk een hoop ligt te wachten. Het lucht niet bepaald op. Maar de zon schijnt en ik schrijf.

Het stemt me hoopvol dat ik weer aan het schrijven ben.

Wat nu? Een verlengd weekend.
Mijn jongste is daarstraks langsgekomen om samen met mij haar belastingen in te vullen op tax-on-web. Zoals ik verwachtte gaf ze aan dat ze van nu tot na de examens bij papa zal studeren. Ruimte en een huis voor haar alleen. Ik dacht het en toch raakt het me. Extra omdat ik verzwakt ben. Voor haar en zus doe ik mijn best, kook ik, zorg ik dat de wasmand leeg blijft en er genoeg borden zijn.
Niet mijn favoriete bezigheden, daar niet van. Maar het lijkt of ik mezelf de moeite niet vind om voor te zorgen.
Deze week is mijn ma één keer de afwas komen doen. En ik heb de tussentijd op deze blog opgevuld met oude toepasselijke gedichtjes. Geen audio, het zou er toch maar met horten en stoten en super-hees uitkomen. Dadelijk ga ik wel een poging doen. En meteen ook vorige berichtjes van wat stem voorzien. Als het te doen is tenminste. Zou je kunnen filteren op een verstopte neus?
Ziedaar. Zowaar een vleugje humor.
Zucht…wat kom ik van ver. Van bed naar zetel naar medicatie. Hoestend en huilend. Oh kijk, ook die pijn in mijn rug lijkt opgelost.

Er zit nog wel verdriet. Het zit te duwen. En er zat woede ook. En in plaats van ze te uiten keerde ik ze naar binnen. Dat is niet ok en dat besef ik.

Oh ja, daar gaan we weer. Maar misschien zijn het tranen van opluchting. Dat het ergste weer door is. Dat ik nog leef. Dat ik zonet soep gemaakt heb voor mezelf en mijn kinderen gelukkig zijn.

Dat de zon schijnt.
Maar het beeld dat ik van mezelf heb…daar is nog werk aan, in de diepste duisternis.

Judgement

ben-white-128604

Daar was hij dan zonet, mijn schrijflucifer.

In een kort filmpje van Social Value International dat ik vond op Linkedin: ‘7 principles of social value’, lees ik bij nummer zes over transparantie het volgende: ‘explain what is behind all of your judgements.’

Net nu ik alweer een paar dagen broed op iets om over te schrijven, komt alles samen bij datgene waar ik mee worstel. Oordelen. Hoewel ik vooral in verwondering naar de wereld wil kijken, merk ik dat ik een sterk oordeel kan hebben en uitspreken over dingen die niet lopen zoals ik ze zou doen lopen. En dat is lastig. Want door dat oordeel te uiten, spreek ik me onrechtstreeks uit over de mensen die de dingen doen lopen zoals ze lopen. En dat vind ik niet ok.

Al mag het ook gezegd, als ik zie dat iets moeizaam loopt, of die kans loopt (veel geloop hier), bied ik wel spontaan aan om bij te springen (ah, springen). Dan wacht ik af of de ander daarmee gediend is. Wil me niet opdringen. Al doe ik dat wellicht toch af en toe. Hoewel dat niet altijd met zoveel woorden gezegd en gezwegen wordt. Waardoor ik dan bij mijn onzekerheid terechtkom. Gestoeld op een eigenwaardegevoel dat niet stabiel is. Waar zat ik ook alweer? Oordelen?

Zo kan ik de ene keer vol vertrouwen een groot project in co-creatie aanvatten en me het volgende moment onzeker voelen over de vraag of de persoonlijke feedback die ik iemand gaf nu echt wel goed ontvangen werd. Of ik niet beter zwijg af en toe. Zelfs als het een compliment betreft.

Moe word ik daarvan.

Maar waarschijnlijk ben ik vooral nog het meest oordelend naar mezelf. Vorige week bijvoorbeeld. Wat ik mezelf allemaal toeschreef, u wil het niet weten. In mijn hoofd werd mijn to do-lijst een ramp en alle houvast was zoek. Vroeg in allerijl vrijdagochtend of mijn therapeut toevallig nog een plekje vrij had dezelfde dag. Niet dus. Maar wonder boven wonder wel op zaterdagnamiddag. Huilen, snotteren, zeuren…maar met een hoopje hoop weer buitenkomen. Ik ben daar nooit te euforisch over want dat gevoel kan snel wegebben als mijn neus de rauwe realiteit weer ontmoet. Maar toch. Het gevoel bleef. Dus liet ik hem deze opklaring gisteren even weten per sms.

Ik vraag me vaak af of therapeuten dat niet lastig vinden om altijd hun cliënten te zien als ze het moeilijk hebben en niets meer te horen als het goed gaat. Ik stuur af en toe een update naar therapeuten die me ooit hielpen. Helpt ook om mijn eigen herstelproces in kaart te brengen.

Maar ik wijk af. Wat heeft oordelen met herstellen te maken? Misschien net dat wat in het filmpje werd benadrukt. ‘Wees transparant en leg uit wat er achter je oordeel schuilt.’ Herstel dus wat je met je oordeel hebt afgebroken.

Waarom heb ik nu toch die term ‘hersteldeskundige’ losgelaten? Dat mooie woord klinkt steeds rijker. Toch eens naar de Dikke van Dale schrijven…

 

 

 

Wat doe je met kwetsbaarheid?

Hoe graag wou ik iets in de wereld zetten waar mensen echt iets aan hebben. Met de inzichten die ik heb opgebouwd in die zeventien jaar dat ik een chronische ziekte hanteer. Met de ervaringen en visie die ik ontwikkelde bij de vele sollicitaties, de omgang met collega´s en mijn vrijwilligerswerk.

Dus volgde ik workshops businessplanning. De ene gaf al meer ‘goesting’ dan de andere. Ging ik met een organisatie praten die sociale ondernemers financiert met risicokapitaal. Mijn missie en visie, kort door de bocht ‘kwetsbaarheid op de kaart zetten’, werden daar met open armen onthaald, maar ik kreeg het advies mijn aanbod uit te werken en ‘vermarktbaar’ te maken. Een vriend raadde me aan om een boek te schrijven, omdat dat mijn credibiliteit zou vergroten. Ik startte daarop een blog, een ‘haalbaarder’ alternatief. Ik zocht mensen op die ik al op mijn pad was tegengekomen en die me aanknopingspunten gaven. Ik belde rond, deed mijn verhaal en er was interesse…om mijn inzichten te komen delen, om geïnterviewd te worden…maar betalen voor wat ik te bieden heb, neen, dat vooralsnog niet.

Twee dagen geleden stapte ik, of beter fietste ik, naar de adviserend geneesheer van de mutualiteit voor een adviesgesprek. Om te horen of het kon om langzaam iets op te bouwen als zelfstandige met een bijpassing van mijn uitkering omdat voltijds werken vooralsnog niet haalbaar is gezien mijn gezondheidstoestand. Het was een arts die ik nooit eerder zag. En ze raadde me af als zelfstandige te starten. In mijn situatie is het risico te groot. Bovendien is die combinatiemogelijkheid beperkt in de tijd, toch wanneer je voor je werkonbekwaamheid nog geen zelfstandige was. Het was een open en eerlijk gesprek, ze gaf enkele voorbeelden en ik kon niet anders dan haar logica volgen. Overigens had ik de zelf gemaakte afspraak bijna afgebeld, omdat ik een week ervoor terug gekatapulteerd was naar een gezondheidstoestand waarmee ik vijftien jaar geleden in allerijl in het ziekenhuis belandde. Wellicht een neveneffect van het stopzetten van een medicijn, overigens wel op advies van mijn specialist. Hoewel het loeihard was zat er diep in mij het vertrouwen dat ik ook hier uit zou komen. Ik deed basale dingen waar ik trots op kon zijn. Ging wandelen. Deed de afwas. Ging met de grove borstel door wat kastruimten. Intussen heeft mijn systeem een nieuw evenwicht gevonden. Bij de adviserend geneesheer heb ik gehuild omwille van mijn situatie, ik verontschuldigde me, zei dat dat niet mijn bedoeling was, maar zij vond het niet erg. Intussen zijn we een week verder, ben ik het ergste dieptepunt al bijna vergeten en zette ik inmiddels op linkedin dat ik op zoek ben naar een halftijdse job in een adviserende functie. Met de toevoeging ‘kwetsbaarheid geeft meer-waarde’. Misschien nogal sullig maar het is nu eenmaal waar ik in geloof.

Ik wil nog steeds in de wereld zetten wat ik belangrijk vind. Ik zie in mijn omgeving dat er ook nood aan is. Maar ik kan het dus niet alleen en heb een structuur nodig van waaruit ik mijn ding kan doen. Ik heb mensen nodig die in mij geloven. Ik heb mensen nodig die me tonen dat ze mijn ideeën echt waardevol vinden.

Dat is waar ik sta. En nu ga ik de tuin opzoeken. Een beetje ‘aarden’.