Presteren

francisco-morais-81791

Photo by Francisco morais on Unsplash

‘Zal ik je alvast een week thuis voorschrijven?’ vroeg ze.
‘Neen’ antwoordde ik. ‘Gewoon voor vandaag.’

De huisarts probeerde me niet te overtuigen om langer thuis te blijven. Benadrukte wel dat het goed is dat ik mijn grenzen bewaak.
Maar hier zit ik. Zo slap als wat. Niet wetend of ik wel in staat ben om er morgen weer te staan. Of beter te zitten en mijn aandacht erbij te houden.
Maar ik wil niet langer thuisblijven. Daarmee lost het werk zichzelf niet op. Ik werk morgen een halve dag en doe de rest van de dag iets dat hopelijk weer mijn kaarsje doet oplichten. En met een beetje flow bekijk ik mezelf tegen het einde van de week alweer vanuit een ander perspectief.

Mijn therapeut heeft nog eens benadrukt dat hij in me gelooft. Dat hij gelooft dat ik het kan, dit niet al te evidente pad bewandelen, in combinatie met werken…en zorg dragen.
En ik? Wat geloof ik hier en nu?
Dat ik me beter zal voelen als ik iets constructiefs doe. Vandaar dit exploratief geschrijf.

Mijn jongste kwam daarnet vrolijk thuis van haar eerste rijles met instructeur. Omdat leren autorijden met papa niet al te goed wil lukken. Ze is nu een paar uur gaan werken. En de oudste stuurde me vanop skivakantie een mail zonder uitleg maar mét bijlage: haar punten van de afgelopen examens. Dan moet je als ouder strategisch te werk gaan in je antwoord. Heb er vooral liefde in gelegd. En ik hoop dat ze de domper van de examens die ze moet herdoen niet te veel laat doorwegen op haar skilatten. Ze heeft ook een paar mooie resultaten. Hopelijk lichten die haar gedachten hier en nu en ginder op.

De jongste zei me dat ze deze mail op dezelfde manier zou sturen. Geen uitleg en afwachten hoe mama reageert. ‘Met onderaan: ik zie je graag, kusjes van mama‘ voegde ze er lachend aan toe. En op dit eigenste moment doet die uitspraak me glimlachen. Blij dat de herinnering zich even aankondigde.

Mijn rugzak voor morgen is gemaakt. Seffens het eten alvast klaarmaken om straks nog slechts in de oven te schuiven.

Jawel, ik bof dat ik graag gezien word.

 

Detox

lauren-mancke-63448

Photo by Lauren Mancke on Unsplash

‘Als het leven je citroenen geeft, is het om detox-thee te maken.’
Dat schreef mijn oudste dochter op de achterkant van een kaartje dat ze me een poos geleden gaf. Zomaar. Op de voorkant het beeld van een vrouw die twee schijfjes citroen voor haar ogen houdt. Ik koester het kaartje. En vind het ook een wijze boodschap.

En mijn jongste knutselde voor één van mijn verjaardagen een kaartje met een strik.  Aan de achterkant drie vakjes en daarboven de boodschap ‘drie kussen voor wanneer je ze nodig mocht hebben’. De vakjes zijn nog leeg. Ik behoed me ervoor om kussen te bedelen. Ik krijg ze liever spontaan omdat ik ze verdien.

Er zijn dingen die ik niet verdien. Maar die logisch gaan klinken zodra ik me in de schoenen van de tegenpartij nestel en begin te redeneren vanuit dat standpunt. Voor even. Want persoonlijk vind ik het vaak beklemmend in de schoenen van een ander. Zelf durf ik ook al wel eens een paar schoenen te kopen die een half maatje te klein zijn, maar dat rekt op als je ze wat langer draagt.

Ik begrijp veel. Teveel denk ik.
Geen gedrag is vreemd als je de context in rekening brengt.
Een dierbare vriend bevestigde me onlangs dat ik echt wel op mijn gevoel mag vertrouwen. Als dat neen zegt, moet ik volgens neen handelen.
Al te vaak heb ik door vanuit het perspectief van een ander te kijken en van daaruit te redeneren, mezelf geweld aangedaan. Maar aangezien ik mezelf hoe langer hoe liever begin te zien, wordt het hoog tijd om mijn grenzen duidelijk aan te geven.

Zo…ik kan er weer even tegen.
Goh, ik sta toch telkens weer versteld hoe krachtig dat schrijven werkt voor mij.
Nu even een detox-theetje halen.

Strijdvaardigheid

jason-rosewell-60014

Photo by Jason Rosewell on Unsplash

Ze stuurde me per sms twee muzieksuggesties door waar ze net op dat moment op aan het shaken was. Ik ging het even checken en begreep meteen waarom ze die keuze maakte. Maar besloot eerst toch maar te ontbijten vooraleer zelf uit de bol te gaan.

Inmiddels zit er terug plezier in mijn lijf en bedenk ik me, waarom pen ik het niet even neer. Just like old times. Wat ik haar zowel als enkele vrienden spontaan vertelde is dat mijn systeem weer vol mensen zit die loze beloften maken, hun verantwoordelijkheid niet nemen of menen één en ander te kunnen claimen of aanklampen. En oh wat word ik daar strijdvaardig van. Gelukkig hebben ze zoiets uitgevonden als weekends.
En maak ik al eens de reflex om die niet aan werk te besteden. Straks volg ik trouwens een creatieve workshop samen met mijn oudste dochter.

En gisteren, oh dankbaar gisteren. Acht mensen die zich aandienden om herstelverhalen te gaan schrijven onder mijn vrijwillige begeleiding. Een zeer fijne groep. En een zalige co-begeleidster met wie het fijn samenwerken is en die aan het einde van de les bij het rondje als feedback in de hele groep meegaf dat ze veiligheid had ervaren. En dat dat voor een eerste sessie wel bijzonder is. Nu voel ik de tranen prikken. Want zelf geen gedragenheid ervaren als ik ze niet bewust opzoek en toch veiligheid kunnen installeren, is dat niet bijzonder? En ik laat hier mijn tranen verder stromen. Verdomd, het moet eruit. En schrijven is mijn manier.

Na de cursus ben ik naar één van mijn vrijwilligers’steks’ gefietst. Had een fijne babbel met mijn collega. Over het artikel dat ik net schreef en of dat vlot tot stand gekomen was. En over zijn opleiding en het filmpje dat hij daarin gebruikte, en hoe fijn het was dat zelfs de meest kritische organisatie nu mee was in het verhaal. Toen heb ik gevraagd of het zou storen als ik ‘van me af zou schrijven’, omdat er naar alle waarschijnlijkheid gesnotter bij zou zijn. Hij vond het goed. En bij de derde zin rolden de tranen al.

Kan het zijn dat ik over mijn grenzen gedreven word?
Kan het zijn dat het me moeite kost mijn grenzen te bewaken en dat ik daarin ondersteuning nodig heb?
Kan het zijn dat ik ook maar een mens ben die af en toe een luisterend oor nodig heeft?
En die godzijdank krijgt van zeer dierbare vrienden, therapeuten en collega´s, die er zelfs in slagen me nu door mijn tranen heen een glimlach te bezorgen. Gewoon door hun aanwezigheid in mijn systeem. Naast de rest die hiervoor moet wijken. Allemaal lichtpuntjes doorheen de dikke mist.

Iets vóór vier uur is mijn collega vertrokken en ben ik naar de studio gefietst waar ik een nieuw boek ben beginnen inlezen. Heb toch vijftig minuten bruikbare tijd van het uur dat ik trachtte de taalknoop te ontwarren van zinnen die niet deugden.
Vreemd boek. Maar dat kiezen we niet zelf.

Net als het leven. Dat moeten we ook zelf vormgeven.

Bewustheid

mauro-mora-85112

‘Ik hoop dat hij eens een klein accidentje heeft en dat hij het dan inziet.’

Stilte.

‘Dat het dan hopelijk wel bij een klein accidentje blijft.’
‘Als ik naast hem zit let ik altijd mee op.’
‘Ja, ik doe dat ook maar ik weet soms niet dat ik het juist zeg want ik heb mijn rijbewijs nog niet.’

‘Maar hij rijdt zo graag hé.’

‘Laatst zat hij te toeteren aan een zebrapad waar net iemand overstak.
Ik zei pépé, die mevrouw heeft voorrang.
En toen zei hij: ja maar ze zag mij toch afkomen, dan wacht ge toch.
En hij rijdt vaak heel kort bij fietsers en stilstaande auto´s, dan ben ik altijd bang dat hij er tegen gaat zitten.’

Stilte.

‘Ik zal je straks wel naar huis rijden.’

Ik die deze conversatie oppik in de trein en denk aan de eveneens hoogbejaarde snaak uit mijn buurt. Hoe hij aan de bakker steevast zijn kleine auto half de stoep op rijdt om vervolgens zijn deur open te gooien zonder achterom te kijken, zich in slow motion uit zijn wagen te manoeuvreren met zijn oog op de bestemming.

Mijn wagen, mijn vrijheid.

Maar tot waar reikt die vrijheid?
Tot over de grens van de veiligheid van een ander?
Volstaat het hier om te hopen dat het goed afloopt?
Of mag er al eens ingegrepen worden?
Mag er al eens een test worden ingevoerd vanaf een bepaalde leeftijd of omstandigheid?
Al is het maar een oogtest.
Of een test op reactiesnelheid.

Onlangs was een vriendin in paniek. Ze was bijna met haar wagen de gracht in gereden. Ze was bang dat haar arts boos zou zijn omdat ze de wagen had genomen.
Het tegendeel was waar. Hij verontschuldigde zich dat hij onvoldoende mogelijke neveneffecten van de medicatie had benadrukt.

En u, welke medicatie neemt u?
En hoe alert bent u nog na een hele dag stressen op het werk?
Of ´s ochtends, nog half wakker. Ah neen, dan staat u in de file. Weinig risico aan verbonden.

Stout van me.

‘Wanneer was u voor het laatst stout?’
Die vraag heb ik onlangs beantwoord in het kader van een vooronderzoek naar specifieke herinneringen. Dit geheel terzijde.

Maar evengoed. Waar raakt uw vrijheid de grens van een ander?
Waar weet u dat u ‘stout’ bent en doet u het toch?
En hoe praat u uw eigen gedrag dan goed?

Neen, ik hoef de antwoorden niet te kennen.
Ik vroeg me gewoon ‘hardop’ af of u zich die vragen soms ook stelt.
Ik vind dat wel leerrijk, mezelf zo onder de loep nemen. Maakt me ‘bewuster’.

Confronterend vaak, dat wel.