Cultuurpaus

Vandaag heb ik voor de tweede maal mijn Linkedin-account opgezegd. Omdat ik merk dat ik ga kijken in de hoop een inspirerende tekst te vinden die tot nadenken stemt en dan teleurgesteld geraak als dat wederom niet het geval is. Nog niet veel verschil gemerkt met de gang van zaken toen ik meer dan een jaar geleden besloot mijn account op te zeggen. Ik schreef er dit bericht over.

Toch botste ik enkele dagen geleden op een thema dat me intrigeert.
Ooit schreef ik een blogbericht over het belang van waarden bij aanwervingen.
Enkele dagen geleden las ik in een bericht van Adam Grant, ‘Don’t let your workplace become a cultural museum. Culture fit is a recipe for groupthink—it weeds out diversity of thought. Hire, reward, and promote cultural contributors: the misfits, original thinkers, and disagreeable givers who stretch and enrich the culture.’

Naast mijn eigen artikel ben ik het ook met zijn uitspraak eens, al lijken de twee boodschappen tegenstrijdig.
Waar zit dan de clou?

Ik lees nog enkele reacties op het bericht als dat het stretchen van die cultuur dan wel in de ‘positieve richting’ moet gebeuren. Dat je niet wil dat nieuwkomers op de werkvloer raken aan je kernwaarden. Een ander reageert dan weer dat hij er helemaal voorstander van is dat ‘misfits’ oude en verouderde waardesystemen uitdagen. Dat je moet bereid zijn om te trachten begrijpen wat er schuilgaat achter weerstand bij werknemers.

Wat denk ik daar nu allemaal zelf over?

Is het ook hier geen continuum?
Wat zou er met me gebeurd zijn mocht mijn werkgever fundamenteel andere waarden hanteren dan ik en toch overgegaan zijn tot aanwerving?
Als ikzelf al zou hebben toegehapt in dat geval.

Hij werft me aan als frisdenker om het denken te stretchen, misschien intern en extern waardesystemen te stretchen ook, maar zo fragiel als ik in het begin op de werkvloer stond, zou ik het, in een ander waardekader, wellicht niet lang overleefd hebben.
Vandaag, een dik jaar verder, sta ik sterker. Zie ik intern en extern steeds duidelijker gedragingen gebaseerd op ingesleten patronen. Vandaag kaart ik dat met iets meer zelfvertrouwen aan, bied ik weerwerk om het eco-denken en -handelen te doen toenemen, weg van ego en/of ingesleten gedragingen en uitspraken.
Maar het kost me nog steeds veel energie. Zeker wanneer ik zaken aankaart of ondersteuning vraag om zaken aan te kaarten en die ondersteuning niet vind.

Het zuiverste antwoord op dit vraagstuk trek ik door gewoon het nieuwe Van Dale woordenboek open te slaan. Dat boek omschrijft cultuur als ‘het geheel aan normen, waarden en omgangsvormen in een organisatie of groep.’
Er staat ook iets in de trant van ‘het bereikte peil van verfijning van het geestelijk en zedelijk leven.’

Laat nu net een nieuwe medewerker wiens bewustzijn al wat meer gestretcht is dan dat van de andere medewerkers, die positieve evolutie kunnen brengen in waardegedreven gedrag. Want is dat niet het verrijken van een cultuur, een verruiming van het bewustzijn en het handelen dat daardoor shift van ego naar meer eco?
Waardoor oude en/of verouderde waardesystemen wat ‘opgefrist’ worden.
Waardoor mensen zich meer op de ander gaan richten om van het systeemverhaal een duurzaam verhaal te maken.

Al is ‘oude en/of verouderde waardesystemen’ misschien een verkeerde bewoording. Want zijn niet net die culturen die net al eeuwenlang heel dicht bij de natuur staan, het meest eco in hun gedragingen? Misschien moeten we dan maar spreken over non-ecologische waardesystemen en hun nood aan een verfrissende toets.
Wat dan weer kan leiden tot circelverwijzingen in een woordenboek.
Of maak ik het nu helemaal te bont?

Waar begin ik ook aan…

Aanwezig zijn

sam-austin-438854

Photo by Sam Austin on Unsplash

Een paar dagen geleden probeerde ik de niveaus van luisteren te definiëren in mijn blogbericht met de titel Herwonderen en Verinneren. Maar ik kwam al snel tot de conclusie dat de indeling in vier niveaus niet het gehele spectrum aan mogelijkheden beschrijft. Een lezer gaf bijvoorbeeld aan dat ‘tussen de regels lezen’ ook een vorm van luisteren is, die in geen van de vier omschreven niveaus te vatten is. En wel belangrijk is voor chathulp bijvoorbeeld. Misschien is dat ‘onderzoekend luisteren’. Waarbij de vraag ‘wat wordt er niet verteld?’ van toepassing is.

Ik vraag me ook af hoe de verbinding kan worden gemaakt tussen niveaus van luisteren en het feit dat sommige mensen gevers zijn en andere graaiers.

Misschien is ‘luisteren’ in deze zoektocht wel het verkeerde woord. Moet ik spreken over ‘aanwezig zijn’. Waarbij de mate van openstellen van je sensoren dan de variabelen zijn. Ik weet niet of er mensen zijn die dat al hebben onderzocht. Maar ik durf de vrijheid nemen om tijdens het schrijven van mijn blogberichten te doorvoelen wat de woorden die tevoorschijn komen met me doen en of wat ik schrijf ‘juist is’ voor mij op dat moment.
En vaak bots ik dan vroeg of laat wel op een artikel of boek dat over mijn ‘onderzoek’ gaat en soms verdiep ik me daar dan in om te zien of er (h)erkenning optreedt met mijn nieuwe inzichten. Of dat ik mijn ‘theorieën’ moet bijsturen.

Maar wat ging ik alweer onderzoeken? Geven en nemen versus de niveaus van aanwezig zijn. Doet me meteen denken aan netwerkevents waar sommige mensen je helemaal overrompelen om ‘gezien’ te worden. Lap, daar heb je een ander zintuig. Ze laten van zich horen om gezien te worden. Ze laten je voelen dat ze er zijn. Mmmh, deze gaat een leuke kant op. Wat hebben we zo nog? Ze raken je door wat ze zeggen. Ze prikkelen je zintuigen…ik zal maar stoppen zeker 🙂

Bij spreken en kijken stuur je energie. Bij zwijgen en luisteren absorbeer je energie. Al ben ik nu al niet helemaal overtuigd van wat ik hier schrijf. Ik ken iemand die soms als ik praat en hij luistert, een waas voor zijn ogen krijgt. Meestal vraag ik dan of hij nog wel luistert. En veelal geeft hij dan toe dat hij aan iets anders aan het denken is. Dan stop ik meestal met vertellen. Omdat hij dus in zijn eigen hoofd kijkt in plaats van te verbinden met wat ik vertel. Misschien ‘neemt’ hij op dat moment mijn woorden om er zijn hersenkronkels mee te voeden of te analyseren. Alleszins niet fijn om zo´n luisteraar vóór je te hebben.

Anderzijds – en ik ben dat op dit eigenste moment aan het onderzoeken – kan je met je ogen ook ‘binnentrekken’. Gulzig kijken. ‘Nemend’ kijken. Dat voelt meestal intrusief voor de ander. Of voor het gebakje dat wil gekocht worden, als dat al gevoelens heeft.
En evenzo kan je gulzig luisteren. Nemend luisteren. Op zoek naar iets dat je kan gebruiken. Hopelijk om iets constructiefs mee te doen. Zoals ik doe als ik op pad ga en verhalen wil vangen. Om kleine verhalen over waarden en woorden te construeren op dit eigenste platform of elders.

Je hebt ook mensen die gulzig aanwezig zijn met slechte intenties. Ik denk spontaan aan de politiek, al ken ik daar niets van. De ander een hak zetten met een uitspraak die je hebt opgevangen. In een andere context plaatsen. Met als doel jezelf in een goed daglicht te zetten en de ander in de schaduw. Dan maar wachten tot de tijd verstrijkt. Er een ander licht valt op de zaak.

En in een cursus vertellen heb ik ooit geleerd dat je een berg op 500m afstand met je stem kan binnentrekken. Althans, dat je stem verder draagt als je je inbeeldt dat je de berg op 500 meter afstand in je mond binnen trekt.
Spreken voor publiek. U bent bij deze gewaarschuwd. 🙂

Maar de zon, die geeft, zoveel is duidelijk. Zij is gewoon de stille aanwezige waarover we zeuren als ze verborgen blijft. Volgens mij luistert ze liefdevol naar wat er zich hier allemaal afspeelt op deze aardkloot.