Fluïditeit

 


Hoe het is om jezelf op het spel te zetten?

Dat zal ik weten als dit bericht de wereld vindt. Of omgekeerd.
Ik heb alleszins niet geslapen vannacht. Ik heb gehuild. Nochtans had ik een fijne dag gehad. Beetje stressvol wel, maar fijn. ´s Ochtends een skypegesprek waar ik heel veel moeite moest doen om de flarden van zinnen een betekenis te geven.

De directeur van mijn vrijwilligerswerk zat naast me. Nu ja, niet in het begin. Toen ik zag dat ze op de andere locatie ook een skypeverbinding met hem legden, vroeg ik waarom we die twee bureaus dat we van elkaar verwijderd waren niet konden overbruggen om aan één computer deel te nemen aan het overleg. Hij was zich er niet van bewust dat ik ook deelnam aan de vergadering. Kwam op een loopje naar het kantoortje waar ik zat.
Ik had toen ik een koffietje ging halen al gezien dat hij op kantoor was, maar vermoedde dat hij andere dingen te doen had dan deel te nemen aan het overleg en liet hem met rust.

Na een dik uur hebben we onze inspanningen gestaakt en de verbinding verbroken.
Geef mij maar live bijeenkomsten, in dit geval veel minder vermoeiend.
Misschien valt dat beter mee met andere apparatuur…

Daarna heb ik me over een sneuvelnota gebogen zoals diezelfde directeur me had gevraagd. Heb me daarvoor aan een tafel gezet in de tuin. Licht briesje, mijn papieren in de streep schaduw, lezen en aanduiden. Met rood, merkte ik tot mijn verbazing. Had zomaar een pen van het bureau gegrist. De financiële en personeelsaangelegenheden heb ik overgeslagen. Wie doet wat en wat moet dat allemaal kosten. De grootste zorg van veel organisaties, terwijl het allemaal fluïde zou moeten zijn. Misschien zelfs niet beperkt tot de eigen organisatie…mensen…middelen…geld…apparatuur…in-uit-meer-minder-nu-straks…

Wie wil wat doen en haalt vandaag voldoening uit welke taak? En hoe zal dat evolueren? En de kost…Ik heb ooit in een organisatie gewerkt waar overheidsmiddelen werden gevraagd voor een roadshow. Ik zal schrijven dat mijn leidinggevende een raming maakte van 12.000 euro, al kan het ook 18.000 euro geweest zijn. Alle zalen en catering waren geboekt, de communicatie was gebeurd. En toen kwam de boodschap dat de overheid niet zou tussenkomen. En kregen wij de opdracht de roadshow dan maar gratis te organiseren. Uiteindelijk kwamen we op een budget van een kleine 3.000 euro.
Ik heb dat altijd vreemd gevonden. Waarom zit daar een verschil op de raming naargelang het geld uit een ander potje komt?

Net als gaan eten en het duurste eruit kiezen omdat je niet zelf betaalt. Alsof de ander dat niet doorheeft. Enfin, waar bemoei ik me mee.

En nadat ik de nota met mijn suggesties op de directiestoel ben gaan leggen, ben ik richting station gefietst voor het overleg in Brussel. Een andere constellatie dan anders. Ik die nu weinig moest doen op het overleg zelf tegenover tevoren. Nu ja, ‘moest’…misschien zat ik vast in een rol waar ook de andere groepsleden zich door vastgezet voelden. En misschien ook zelfs de deelnemers aan het overleg. Hoedanook. Ik vond de vergadering van gisteren superfijn. Met een sterke participatie van de deelnemers, wat we willen doortrekken naar volgende vergaderingen. Stressvol op sommige momenten, er zaten zeker ook aandachtspunten in, maar ik had nu het gevoel dat we samen stonden voor onze opdracht in plaats van ik alleen. Bevreemdend, maar fijn.

Op mijn treinrit huiswaarts kreeg ik telefoon van een collega dat ik mijn laptop was vergeten. We spraken af dat zij een andere weg huiswaarts zou nemen zodat ze even langs mijn huis passeerde om het kleinood af te geven. Later op de avond bleek zij haar lader zelf ook vergeten te zijn op een stoel in de vergaderzaal, maar die is ze als alles goed zit intussen gaan oppikken deze namiddag.

Nog even bij mijn buren binnen geweest die me toonden dat er een aantal herstellingswerken begonnen zijn. Ze toonden me ook een visitekaartje van de lokale woninginspectie. Ik was superblij voor hen, maar stel me nog vragen bij de duurzaamheid van de werken die aan de gang zijn. Ik mocht op een klein krukje in de keuken plaatsnemen. Mijn koffie stond al klaar. Fijn gekeuveld en gelachen. Nederlands  voor haar afgewisseld met Engels voor hem. Fijne mensen. En ik bedacht me later in bed dat ze nergens een hoekje hebben om te zitten. Zal mijn eigen huisje ook maar eens op orde zetten zodat ik hen warm kan onthalen en we hier eens thee kunnen drinken.
Ze drinken zelf geen koffie. Maar maken er steevast als ik kom.

Terug thuisgekomen en me in de zetel geploft. De dag eruit gehuild.

En om 20u10 kreeg ik een bericht van mijn baas die ook op de vergadering in Brussel zijn zegje had gedaan:
‘Goeie start van de vergadering maar het einde in mineur. Jammer.’

Mijn welverdiende avond was het begin van stuk. Drie berichten verder helemaal…dus heb ik in het vijfde bericht de conversatie gestopt. En dat voelt op zijn minst niet fluïde.

 

 

 

Opkikker

matthew-kosloski-137750

Photo by Matthew Kosloski on Unsplash

Of ik vond dat hij teveel gepraat had. Ik zweeg en glimlachte terwijl ik naar mijn glas keek. Ik zei dat ik dat een vreemde vraag vond. Dat hij dat zelf moest uitmaken. Hij had me ook al zijn visitekaartje gegeven, dan kon ik hem contacteren. Maar ik wist niet meteen waarvoor ik hem zou contacteren. Dat hij beter mijn gegevens opschreef voor als hij ergens een idee had. Dat had hij wel, daar had hij me over verteld.

Ik was het eetcafé binnengestapt na een lange dag in Brussel te vertoeven voor twee vergaderingen. Gevolgd door een me-time koffie in de ongezellige stationshal waar ik een collega vergezelde. Trein terug. Op goed geluk de zaak binnen. Mijn favoriete tafels met lange banken waren volzet, maar ik schreed naar zijn tafel en vroeg of ik mocht aanschuiven. En het mocht. Ik had hem al eerder ontmoet. Een keer op de trein, toen hij op het nippertje aan boord was gesprongen. En ik daar zijn opluchting had verwoord. Een andere keer op de autobus, waar we ook aan de babbel waren gegaan. Dat heb ik hem in detail verteld. Vreemd dat ik me dat herinnerde. In beelden.
Hij vertelde honderduit. Een fijne babbel. En intussen kon ik een hapje eten en reflecties geven. Al kwam er een punt dat ik naar de stilte van mijn huis verlangde. En de rekening vroeg.

Ook maandag was ik het eetcafé binnengestapt na een veel te lange busrit in de gietende regen. Met aangedampte ruiten en een onrustige chauffeur die met zijn rijkunst een vrouw aan het overgeven bracht. Ik vermoed toch dat het aan zijn rijkunst lag. Ik heb haar een plastic zak aangeboden en ook een pakje papieren zakdoekjes. Een man, haar man naar ik vermoed, heeft zeker een vijftal keer zijn dankbaarheid geuit via gebaar en woord.

In het eetcafé was er wel een lange tafel leeg dus schoof ik aan en opende mijn laptop om af te ronden wat ik af te ronden had voor middernacht. Er wachtte me nog een cursus die avond. Uitzonderlijk. Ik ben graag thuis ´s avonds.

Een jongeman vroeg of hij mocht aanschuiven. Uiteraard. Ik trok de laptop wat dichter naar me toe. Beetje opgejaagd omdat ik niet houd van deadlines waarbij je afhankelijk bent van technologie die al eens tegenwerkt. Hij haalde het rekkertje uit zijn haar, prutste zijn haar los en vroeg me of ik ervaring had met sollicitaties.
Ik beaamde. Dat ik vaak gesolliciteerd had en vaak ook met succes.
Of ik dan zijn CV wou nakijken.
Uiteraard. Maar eerst toch maar afronden wat ik voor middernacht moest afronden. Dan eten. En dan mijn volle aandacht op zijn CV.
Een gesprek ontspon zich. Een fijn gesprek. Alweer.

We hadden veel raakpunten. En bij één ding dat hij vertelde zag ik verdriet zich roeren. Ik benoemde het. Hij schrok en vroeg hoe ik dat wist. Ik zei dat ik het aan hem zag. En dat het helemaal ok is om verdriet te voelen. Een beetje later namen we afscheid. Nadat ik toegelaten had dat hij een foto van me nam om op Facebook te zetten. Als het maar zonder mijn naam was. Of hij zich daaraan houdt weet ik niet uiteraard.
Dat heb je dan als je zelf niet meer op hap slik weg sociale media zit. Of uithangt.
Maar ruimte dat dat geeft… Enfin.

Twee fijne ontmoetingen. Heel diepgaande gesprekken met mensen die ik niet ken. Niet kende. Nu een beetje.
Ik heb intussen al door dat ik anders ben dan gewoon. Heb net trouwens ook een gedicht ingesproken op het antwoordapparaat van mijn smartphone. Waarvan mijn dochter dan al grappend zegt, ‘ja, oppakken doe je niet maar wel een gedicht laten horen. Schoon is dat. En ik maar bellen.’ Tja…twee vergaderingen. Het is een uitzondering dochter. Meestal is het andersom.

En nu zou ik dan graag een seintje horen van mijn oudste, die morgen examens heeft en ik nog een live toi toi wil bezorgen. In de hoop dat haar drive goed zit. Of ik hem een beetje kan bijsturen.

 

Een fijn gesprek

‘Ik vond het een fijn gesprek’. Zo besloot hij na een consult van één uur en twintig minuten.

Het was de eerste keer dat ik deze arts/osteopaat raadpleegde, mijn zenuwbanen liet testen (Au!), me liet kraken en inspuiten… In de hoop een hernia van een paar maanden wat draaglijker te maken. Ik had al drie behandelingen bij een andere osteopaat achter de rug, zes behandelingen bij een kinesist, maar niets van dat alles gaf verlichting. Ook de pijnstillers van de huisarts brachten geen soelaas.

‘Het zou kunnen dat de pijn erger wordt de eerste dagen maar kom volgende week terug, dan zien we of we de behandeling kunnen afronden.’
Ja, kom maar op pijn, ik kan nog wel wat dragen…

Intussen heb ik mijn tweede behandeling gehad en voel ik verlichting. Jippie!
Pijn werkt danig op het gemoed en laat dat gemoed op zich al een eigen leven leiden bij mij.

Maar waarom vond hij het een goed gesprek?
Hij had het fijn gevonden dat ik blijkbaar snapte wat hij uitlegde. Dat gaf hij aan. Dat was bij de meeste patiënten niet het geval.
Maar was hij hier niet vooral zelf aan het woord geweest? Is het dat niet?
Vinden mensen een gesprek fijn als ze zichzelf hebben horen praten?

Twee keer ben ik zo bij een werkgever begonnen. Ik kwam het sollicitatiegesprek buiten met een knoop in mijn maag en dacht ‘die heeft niet echt naar mij geluisterd’. En twee keer moest ik vaststellen dat ik wel degelijk naar mijn buik moet luisteren bij het maken van een jobkeuze in plaats van mijn ego te volgen.

Onlangs zat ik op de trein en bij één van de haltes nam er een kleine man met donkere huidskleur plaats op de bank voor me. Hij begon een praatje en we kwamen al snel bij zijn passie terecht: voetbaltalent opsporen en aanbieden bij clubs.
Dat was nu eens een gesprek waar ík van genoten heb, ik denk er met een glimlach aan terug. Omdat hij niet bleef door ratelen. Hij was niet vol van zichzelf. Hij antwoordde op de vragen die ik stelde en aan de lichtjes in zijn ogen zag ik dat hij er plezier in had. Ik ken zijn naam niet. Het zou zowaar een bekende ex-topvoetballer kunnen zijn maar wat maakt dat uit.

Die kleine menselijke ontmoetingen, tijd maken om te luisteren…
Ik denk dat daar mijn vreugde ligt…