Vertrouwen

madi-robson-113926-unsplashPhoto by Madi Robson on Unsplash

Kan u altijd op uw twee oren slapen?

Ik niet. Ik heb me overigens altijd afgevraagd hoe mensen dat doen, op hun twee oren slapen. ‘Je mag op je twee oren slapen’, zeggen ze je dan. Dan denk ik ‘verdomd, moet ik me weer in bochten wringen vannacht en gegarandeerd dat het me weer niet lukt.’
Wie was het overigens die mijn oren zo mooi aan weerszijden van mijn hoofd heeft geplaatst? Welgevormd trouwens, al zeg ik het zelf. Ja hoor, het was dezelfde vrouw die me vaak zegt dat ik op mijn twee oren mag slapen. Paradoxaal!

Maar het komt meestal ook wel goed als ik bijvoorbeeld de volgende dag het bericht krijg dat wat ze uitgezocht heeft, goed meevalt. Mijn ma is een kei in het napluizen van wetgeving. Ze ploos dit vroeger al graag uit, toen ze nog niet op pensioen was. En dan komt ze met al dat bewijsmateriaal aandraven waarvan ik de taal dan tracht te begrijpen. En ik heb hogere studies gedaan dan zij. Op de vierde verdieping zat ik meestal. En zij…enfin. Grapje.
Neen, ik vraag me echt af hoe mensen hierin hun weg vinden, de taal begrijpen en de kleine regeltjes kunnen interpreteren.

Ik hou niet van de letter van de wet. Geef mij maar de geest van de wet. Daar kan ik bij wegdromen in de nachten dat ik niet op mijn twee oren tracht te slapen. De geest van de wet heeft in het beste geval te maken met datgene waar deze blog om poogt te draaien. Om waarden. Om humane waarden. De letter van de wet gaat dan uittekenen hoe je die waarden vormgeeft. Alsof waarden vastgepind kunnen worden los van de context.

Bijvoorbeeld: iemand die ziek is moeten we financieel beschermen, dat zeggen onze waarden. Maar niet in die mate dat een patiënt zich dan wentelt in het ziek zijn om te profiteren van ‘ons’ systeem.
Of: iemand die ziek is heeft best nog wel talenten die wij als maatschappij willen zien ontplooien zodat onze economische groei niet in het gedrang komt. Maar dat dan echt waarderen als ‘echt werk’ zoals we doen voor die mensen met de expertise om te kunnen slapen op twee oren? Neen, dat kunnen we niet maken. Ziek ik ziek.

Daarnet ontmoette ik een man die ik al eerder ontmoette. Hij behoort tot die mensen die kunnen slapen op twee oren, theoretisch gezien dan. Omdat hij niet zo heel lang meer heeft te gaan voor hij op pensioen kan. Omdat hij voltijds werkt, zijn vrouw naar ik vermoed ook en zijn kinderen zijn volwassen en de laatste van de drie is bijna de deur uit. We hadden het over waarden. Over waarden op het werk. Hij vertelde en ik luisterde. De vraag die ik enkele keren heb herhaald is ‘en jij werkt dus nu bij die werkgever?’

Stilte. Meermaals. Reflectie.

Maar hij ‘kan’ niet anders. Dat hoor ik vaak. We hebben inderdaad niet de keuze als geld onze belangrijkste houvast is. Als heel ons leven daarrond vorm krijgt. Mij kan het voorlopig weinig raken dat ik hoogstwaarschijnlijk binnenkort minder maandinkomen heb. Mij neem je mijn waarden niet af. Zelfs al wring ik me binnenkort in alle bochten in mijn bed om toch maar op mijn twee oren te kunnen slapen.
Ik werk dan tenminste aan mijn lenigheid.

 

 

 

Waarden of geld? Vertrouwen of angst?

‘Ik ken je eigenlijk niet, maar sommige van de dingen die ik van je gelezen heb op LinkedIn hebben me al doen nadenken.’

Zo´n eenvoudig zinnetje van iemand die ik tot vóór zijn uitgebreide mail niet sprak of las, het raakte me. Ik die dacht dat ik de enige ben die mijn eigen schrijfsels leest.

Hij schreef me in het kort zijn verhaal en het klonk me zeer bekend in de oren. Werkt bij een multinational waar het al lang niet meer om mensen draait maar om geld. En dat doet pijn, als jij nog wel idealen hebt en je je werk net wél voor mensen wil doen. Dat jij op lange termijn denkt, maar je directie daar niet in mee gaat. Dat je enthousiasme plaats moet ruimen voor kortetermijndenken.

Net voor Nieuwjaar hoorde ik nog het verhaal van een leidinggevende die trots was dat de evaluatiegesprekken van zijn medewerkers zo goed verlopen waren. Doorheen het jaar had hij her en der moeten bijsturen, maar nu waren alle evaluatieverslagen positief. Althans, vóór de directie zich er mee ging moeien…Het kon niet in hun ogen, enkel positieve verslagen afleveren. Dus moest hij de dossiers bijsturen. En hij deed het, ook al worstelde hij ermee.

Of ik dat zou doen? Absoluut niet. Ik zou die medewerkers gewoonweg niet meer onder ogen kunnen komen als ik zoiets gedaan had. Liever je eigen nek veilig stellen dan die van je medewerkers? Ik ruik de angst tot hier. Waar zijn we mee bezig?

Heb ik mooi praten? Mijn laatste werkgever ontsloeg me in de negende maand van mijn proefperiode, tijdens een ziekteperiode. Ik ben al vele jaren langer dan die laatste werkgever chronisch ziek, maar het was de cultuur die me de das om deed. Dat ik mijn buikgevoel bij het sollicitatiegesprek had moeten volgen, heb ik mezelf vaak onder de neus gewreven. Het haantjesgedrag een waarde had moeten toekennen. Maar goed. Ik was ook een beetje uitgekeken op de drie jobs die ik toen deed dus moest er iets gebeuren. En het ontslag deed pijn, maar ik ben er niet meer rouwig om.

Momenteel zit ik wel weer in een woelige periode. Al die vrijwillige engagementen, waar leidt het naartoe? Ik wil betaald werken, maar weet dat ik een regulier arbeidsregime niet kan bolwerken.

De sociale zekerheid staat onder druk, activeren van chronisch zieken is een hot topic. Maar ten koste van wat?

Wat zouden al die werkende mensen doen als geld geen struikelblok was? Wat zou ik doen als geld geen struikelblok was?  Ik kreeg de vraag in een explorerend gesprek in het kader van een eventuele loopbaanbegeleiding. En ik antwoordde meteen ‘dan zou ik het geld investeren in het ‘warm huis’ waar ik van droom waar mensen met een psychische kwetsbaarheid gevormd, gekoesterd en uitgestuurd worden om tegen betaling hun talenten in te zetten. En valt er eens iemand uit, dan wordt die persoon door ons opgevangen, gekoesterd en bij de vragende partij vervangen door een andere werkkracht uit de talentenpool.’ Dat is waar ik zou voor gaan, als ik geld had. Dus ga ik er ook voor nu ik geen geld heb en ik voel de emotie opborrelen tijdens het schrijven. Is dat niet een mini-maatschappij waar vertrouwen mag bloeien in plaats van angst?

Waarom moet werken een worsteling zijn? Waarom vallen termen over je bijdrage als ‘heel waardevol’ maar is dit omgekeerd evenredig met de vergoeding die er tegenover staat?

Wat zou ik doen als ik gezond was? Nog zo een vraag die ik me kan stellen. Dan zou ik wellicht meedraaien in deze maatschappij en me geen vragen meer stellen. Of toch?

Ik ga dadelijk de kaartjes die ik maakte over de waarden die ik leef nog eens bestuderen en doorvoelen. Ik word hier somber van mijn eigen schrijfsel, dat kan niet de bedoeling zijn.

Effe los schudden. En weer verder. Tot hoors.

Tijd is geld. Een themavergadering.

Ze kwam op maandagochtend kloppen op mijn kamerdeur en vroeg of ik mee kwam naar de themavergadering.
‘En wat is het thema?’ vroeg ik.
‘Dat zullen we zien, dat laten we uit de groep komen.’

Ik heb ervoor bedankt. Bij nader order zit ik nog steeds in gedwongen opname en ‘de groep’ staat hier voor de patiënten die deelnemen aan dit overleg. Als het gesprek geörchestreerd wordt door een hulpverlener en doorgaat in een vergaderlokaal noemen we de babbel een ‘vergadering’. Zo hebben we hier ook de ‘afdelingsvergadering’, maar daarover een andere keer misschien meer.

Halfweg de dag vertelde een lotgenoot me dat het eerste thema dat voorgesteld werd ‘vakantie’ was. En dat hij dat niet zag zitten. Als je al enkele weken in deze afdeling geobserveerd wordt in afwachting van een plaats in een gespecialiseerde afdeling, waar je gedurende zes à acht weken intensieve begeleiding kan krijgen na (uiteraard) een nieuwe observatieperiode van drie weken in die bewuste afdeling, … welja, dan kan ik me inderdaad voorstellen dat het thema ‘vakantie’ nu net even een brug te ver is…

De andere leden van de vergadering konden zich vinden in dit argument en het thema dat als alternatief werd aangesneden was ‘tijd’. En als ik het mondelinge verslag juist weergeef was de bedenking dat de tijd vroeger anders was dan de tijd die komt of de tijd in het heden, de belangrijkste bevinding. Er werd blijkbaar geen neerslag gemaakt van deze vergadering.

Diezelfde maandagavond zag ik dat Jens Pas drie filmpjes had getwitterd over ‘tijd’. Filmpjes die tot dat moment amper bekeken werden. Het tweede filmpje, met Cultuurfilosoof Arnold Cornelis aan het woord over vertraagde tijd heb ik alvast geretweet. Ik ga er dadelijk even opnieuw van genieten. Dat is overigens het enige dat ik op Twitter doe, lezen en her en der retweeten. Durf het niet aan om zelf met die @ en # te goochelen. Heb overigens toch niks zinnigs te zeggen denk ik dan. Hoewel er menig twitteraar zichzelf die ‘duivels actuele vraag’ niet stelt. Denk ik tenminste… Maar misschien ontbreekt het hen wel aan tijd…

Toen ik enkele jaren geleden als vrijwilliger, met tijd teveel dus, aan de slag ging bij Centrum Geestelijke Gezondheidszorg De Pont in Mechelen op een project rond patiëntenparticipatie, besefte ik nog niet waar al die overheidsmiddelen NIET naartoe gaan. Het project kreeg een subsidie van de Koning Boudewijnstichting en één luik omvatte het oprichten van een werkgroep die zich zou buigen over de kwaliteit van de zorg. Dus ronselde ik mensen, zowel (ex-) patiënten als dichtbetrokkenen, er was zelfs een hulpverlener in de armoedezorg bij en ook ik liet ‘thema´s uit de groep’ opborrelen waar we ons gezamenlijk zouden over buigen. En we noemden onszelf ‘Werkgroep Kwaliteit’.

Een veertiental overlegmomenten later, die elk een neerslag kregen in een verslag, stelde ik de resultaten voor op het overlegmoment van de voorzieningen in Geestelijke Gezondheidszorg in de regio Mechelen. Er was verbazing dat een werkgroep met deze samenstelling op zo´n korte tijd kon komen met zulke relevante adviezen, onder andere rond het betrekken van familie bij de zorg, rond voorbereiding van de nazorg bij een opname, rond preventie…

En nu overloop ik terug de woorden in mijn blog hier…
Een ‘themavergadering’ over tijd onder patiënten, waar geen neerslag  wordt gemaakt van de bevindingen.
Mensen die in observatie zijn in een afdeling in afwachting van een observatie in een andere afdeling.
En tussen ons gezegd en gezwegen, mensen die buiten mogen en zich niet houden aan de ‘geen-alcohol’ afspraak en het mij vertellen maar ‘hen’ niet…

En ik ben weer verwonderd…als Alice in Wonderland.

Straks komen de volgende facturen van mijn opname toe op mijn thuisadres en betaal ik die, hoewel ik niet gekozen heb om hier te zijn of te blijven …
Ik heb ook niet gekozen om te horen en zien waar het als het ware ‘vreemd’ loopt in de zorg.
Dus schrijf ik maar wat, een mens moet iets doen met zijn tijd.

Al kan ik mijn ziekenhuisfacturen intussen misschien toch al ter betaling voorleggen aan De Pont zodat zij die onder de noemer ‘opleidingsbudget ervaringsdeskundigheid’ in kunnen boeken.
Ik ben het de directeur vergeten te vragen toen hij op bezoek kwam.
We zijn nu toch al lang genoeg aan het leuteren over participatie en ervaringsdeskundigheid, toch?!
Als we het zo kunnen regelen, spreek ik er niet meer over.

Dat spaart tijd. En tijd is geld. En dat is geen nieuws voor u denk ik…

 

 

Neen, ik heb geen tijd

Het is een eindje stappen van het centraal station naar de Costa op het St. Andriesplein maar ik deed het met een ontspannen tred en mijn ogen in detectiemode. Ter hoogte van een pleintje waar ik toekwam vanuit een straatje waarin ik rechts was afgeslagen op die baan met de tramsporen, – even geduld- met vóór en een beetje achteraan rechts van me een schoenwinkel, in het midden bankjes en een terrasje, en rechts een viswinkel, zag ik een nogal schichtige man een vrouw benaderen die met gekruiste benen op een bankje een sigaret zat te roken. Hij verwijderde zich even snel als hij haar benaderd had en ik voelde hem mijn richting uit komen.

‘Mevrouw, mag ik even iets vragen?’

Ik stopte en keek hem aan. ‘Ja, zeg maar.’

Ik zag zijn schouders drie millimeter zakken in opluchting en zijn blik anderhalve centimeter naar boven gaan om moed te verzamelen voor zijn volgende vraag. Hij tastte met zijn linkerhand in zijn broekzak en haalde er een klein boekje uit. Het was open geplooid op de pagina waar onderaan ‘De Biekorf’ stond met adres en daaronder een paar regeltjes. Ik scande snel ‘2,5 euro’. Hij lichtte me toe dat hij dakloos was en dat hij in dit opvangtehuis kon overnachten en twee keer per dag iets kon eten voor twee en een halve euro. Het zou, nu ik erover denk, ook drie keer per dag kunnen geweest zijn. Maar hij zag er niet uit alsof hij veel at, dus vroeg ik niet door of het eten voldoende was.

Of ik misschien…de rest sprak hij niet uit, maar zijn ogen die ergens tussen hoop en angst bleven hangen vertelden het wel. Ik monsterde even zijn gezicht en zei ‘goed’. Ik nam mijn portefeuille uit mijn handtas. In het ritsvakje met het kleine geld zat maar 15 cent. En het ‘ah ja, ik moet nog een nieuw gaan halen’ zwartgeblakerd halogeen spotje. In het volgende vakje vond ik een briefje van twintig en eentje van tien en dacht, oei, … tien is misschien toch wel wat veel. En je kan uiteraard aan een dakloze niet vragen ‘kan je misschien wisselen?’. Maar toch even mijn vinger poken en intussen alternatieve denksporen bewandelen maar ziedaar, een verlossend briefje van vijf. ‘Hier’, sprak ik. ‘Ik geef je twee nachten.’ Ik zag hem even naar adem happen. ‘O-o-oh…mevrouw…’. Zonder vragen pakte hij mijn rechterschouder en ik draaide mijn wang voor zijn dankbare zoen. Ik voelde het zelfs niet, dat zijn bovengebit tandloos was. Maar had wel de trillende kin en de vochtige glans in zijn ogen opgemerkt.

We liepen even op en hij viel meteen met de deur in het huis van zijn frustratie. Dat hij eerst bij die rokende mevrouw was gegaan ‘en gewoon vriendelijk had gevraagd …’ en dat ze zelfs niet had gekeken toen ze zei ‘neen, ik heb geen tijd’. En dat hij daar zo onderarmen gespannen trillend om opwaarts bewegend, vuisten gebald en grmblgrmbl-knarsetandend-mompelend van wordt ‘EN DAN ZOU IK ZOHHH!!…en toen hij aan mijn knikken zag dat ik dat kon begrijpen sprak hij stil ‘maar ja, dat helpt niet.’

‘Wat doe jij overdag?’ vroeg ik. Hij reageerde snel. ‘Ja wat kan ik doen?’ Beetje verwijtend toch, had ik de indruk…

‘Weet je’, zei ik, ‘ik ben op weg naar Costa, dat is een cultuurhuis op de St. Andriesplaats en ik heb gezien dat daar een computer staat. Volgens mij kan je daar gratis op werken. Kan jij op de computer werken? Hij knikte. ‘´t Is misschien een idee om eens naar daar te gaan zodat je eens iets anders kan doen dan wat je altijd doet.’ Hij reageerde niet echt.

Even verder voelde ik toch nog een vraag kriebelen. ‘Mag ik nog iets vragen?’

‘Je gaat met dat geld toch geen alcohol of zo kopen, want ik weet een man in Mechelen en die vraagt ook altijd geld maar ik zie hem dan blikjes bier kopen in de supermarkt. Aan hem geef ik niet. Dus zou ik het ook niet fijn vinden mocht jij het daaraan besteden.’

‘Neen mevrouw, daar mag je me op vertrouwen. Het is om te kunnen slapen en eten in het opvangtehuis.’

En ineens liep hij mompelend voor me uit ‘ik moet’ en sjeesde een straat in, stak over en…verdween uit mijn zicht.

’Mmmh’ dacht ik. Het leek me niet echt waarschijnlijk dat in die omgeving een opvangtehuis ligt, maar het was ook nog geen tijd voor lunch dus waarom zou hij daarheen gaan. Zou daar een alcoholshop liggen? Hoeveel kost drugs eigenlijk? Ik besloot het los te laten.

Nu zit ik wel nog te denken of ik nu echt niet heb gekeken hoe dat pleintje noemde, waar die vrouw zat te roken. Ach ja, als ik het al had gelezen, ik vergeet het toch. Loslaten!