Scherpstellen

Het opstaan deed pijn vanochtend, maar ik heb zonder veel draaien en keren doorgezet. Flinke ik.

Uiteindelijk arriveerde ik nog te vroeg aan mijn vrijwilligerswerk, want de deur was nog gesloten. Gelukkig kwam er net een stagiaire aan, ik denk toch aan haar jeugdigheid te merken dat het een stagiaire was. Alleszins, zij had een code. Ik niet, ik ben maar vrijwilliger. Die hebben geen code-privilege.
Vind dat niet erg trouwens. Tegenwoordig heb ik het toch behoorlijk moeilijk om al die paswoorden en codes te onthouden. Of is mijn aandacht door vermoeidheid te verslapt waardoor ik zit in te loggen in systemen met paswoorden van andere systemen. En nog eens en nog eens…nu ja. Het kan ook de ouderdom zijn.

Maar wat voorafging aan de gesloten deur was dat ik op de fiets mijn buurman spotte. Een vijftigtal meter voor me op zijn fiets. Zal ik versnellen, vroeg ik me nog af. Maar hij reed zo traag dat ik niet eens hoefde te versnellen om hem bij te benen. We stopten even allebei. Ik vroeg hoe het met hem ging. Of de verbouwingen aan de verwachtingen voldoen. Hij vertelde me met een wat somber gezicht dat ze net een brief hadden ontvangen van de stad dat het huis onbewoonbaar is verklaard. De verbouwingen bleken onvoldoende. Zoals ik had verwacht trouwens, want aan de schimmel in hun kamer hebben ze niets gedaan. Ik voel me er nu toch niet helemaal comfortabel bij…hoewel mijn verstand zegt dat ik het juiste heb gedaan.
Maar wat schreef ik ook alweer, dat ik me op een co-housing project zou storten en hen mijn woonst toevertrouwen.
En hoe ik dan nu voel dat daar weerstand op zit. Te snel? Te onzeker? Te ‘conservatief’?

Mijn jongste dochter heeft een studentenkamer aangevraagd voor volgend academiejaar. Nu afwachten of het goedgekeurd wordt.
Dan woon ik hier minstens tien dagen op veertien in mijn eentje. Wil ik dat? Het co-housing project waar ik me aan verbonden heb, is een meerjarentraject. Ik dacht er eerst uit te stappen, omdat ik vermoed dat het financieel niet haalbaar is. Maar ik heb er een niet-rationele oefening op gedaan en blijkt dat mijn nieuwsgierigheid het wint op de praktische bezwaren. ‘Ik ga ervoor en zorg dat ik het geld heb’. Voilà, zo simpel is dat 🙂

Het was fijn in de bureau vandaag. Goed gelachen. Ook goed doorgewerkt. Wat wederzijdse frustraties geuit. Meer moet dat niet zijn. Vanmiddag ben ik naar de optieker geweest en heb me een nieuw montuur laten aanmeten. Morgen laat ik mijn ogen opmeten (vijf meter schittering :-)) en dan ga ik binnenkort hopelijk iets meer loepzuiver door het leven. Best een gedurfd montuur. Subtiel, verfijnd en gedurfd. Helemaal zo on-ik 🙂
Eén van de monturen was drie-D geprint. Knalblauw. Te streng voor mij. Naar het schijnt kijk ik zo al streng genoeg, op zijn minst toch af en toe.

In de namiddag kreeg ik mijn klop van de hamer, had ook geen zin meer in de dingen die ik eventueel nog zou kunnen doen.

Ik had na lange stilte de studio nog eens opgebeld voor een nieuwe afspraak om mijn boek verder in te lezen. Dat ben ik om vier uur gaan doen en verdomd, ik heb goed gelezen en vond er plezier in. Als de software niet mee wil, krijg ik het op mijn heupen. Maar het liep vlotjes. Misschien dat mijn dagelijkse avondlijke blogbericht-inlees-sessie mijn voice-overgehalte scherp houdt.

Maar ik voel mijn nek weer zeuren. En waarom heb ik vanavond toch ook weer naar koffie gegrepen. En de afwas verder geen blik gegund.
Niet beginnen zeuren Fiducia. First things first. Lees nu maar in, bijschaven en hup. Publiceren die wandel.

Fijn zo…deze avondlijke stilte.