Detox

lauren-mancke-63448

Photo by Lauren Mancke on Unsplash

‘Als het leven je citroenen geeft, is het om detox-thee te maken.’
Dat schreef mijn oudste dochter op de achterkant van een kaartje dat ze me een poos geleden gaf. Zomaar. Op de voorkant het beeld van een vrouw die twee schijfjes citroen voor haar ogen houdt. Ik koester het kaartje. En vind het ook een wijze boodschap.

En mijn jongste knutselde voor één van mijn verjaardagen een kaartje met een strik.  Aan de achterkant drie vakjes en daarboven de boodschap ‘drie kussen voor wanneer je ze nodig mocht hebben’. De vakjes zijn nog leeg. Ik behoed me ervoor om kussen te bedelen. Ik krijg ze liever spontaan omdat ik ze verdien.

Er zijn dingen die ik niet verdien. Maar die logisch gaan klinken zodra ik me in de schoenen van de tegenpartij nestel en begin te redeneren vanuit dat standpunt. Voor even. Want persoonlijk vind ik het vaak beklemmend in de schoenen van een ander. Zelf durf ik ook al wel eens een paar schoenen te kopen die een half maatje te klein zijn, maar dat rekt op als je ze wat langer draagt.

Ik begrijp veel. Teveel denk ik.
Geen gedrag is vreemd als je de context in rekening brengt.
Een dierbare vriend bevestigde me onlangs dat ik echt wel op mijn gevoel mag vertrouwen. Als dat neen zegt, moet ik volgens neen handelen.
Al te vaak heb ik door vanuit het perspectief van een ander te kijken en van daaruit te redeneren, mezelf geweld aangedaan. Maar aangezien ik mezelf hoe langer hoe liever begin te zien, wordt het hoog tijd om mijn grenzen duidelijk aan te geven.

Zo…ik kan er weer even tegen.
Goh, ik sta toch telkens weer versteld hoe krachtig dat schrijven werkt voor mij.
Nu even een detox-theetje halen.

Bewustheid

mauro-mora-85112

‘Ik hoop dat hij eens een klein accidentje heeft en dat hij het dan inziet.’

Stilte.

‘Dat het dan hopelijk wel bij een klein accidentje blijft.’
‘Als ik naast hem zit let ik altijd mee op.’
‘Ja, ik doe dat ook maar ik weet soms niet dat ik het juist zeg want ik heb mijn rijbewijs nog niet.’

‘Maar hij rijdt zo graag hé.’

‘Laatst zat hij te toeteren aan een zebrapad waar net iemand overstak.
Ik zei pépé, die mevrouw heeft voorrang.
En toen zei hij: ja maar ze zag mij toch afkomen, dan wacht ge toch.
En hij rijdt vaak heel kort bij fietsers en stilstaande auto´s, dan ben ik altijd bang dat hij er tegen gaat zitten.’

Stilte.

‘Ik zal je straks wel naar huis rijden.’

Ik die deze conversatie oppik in de trein en denk aan de eveneens hoogbejaarde snaak uit mijn buurt. Hoe hij aan de bakker steevast zijn kleine auto half de stoep op rijdt om vervolgens zijn deur open te gooien zonder achterom te kijken, zich in slow motion uit zijn wagen te manoeuvreren met zijn oog op de bestemming.

Mijn wagen, mijn vrijheid.

Maar tot waar reikt die vrijheid?
Tot over de grens van de veiligheid van een ander?
Volstaat het hier om te hopen dat het goed afloopt?
Of mag er al eens ingegrepen worden?
Mag er al eens een test worden ingevoerd vanaf een bepaalde leeftijd of omstandigheid?
Al is het maar een oogtest.
Of een test op reactiesnelheid.

Onlangs was een vriendin in paniek. Ze was bijna met haar wagen de gracht in gereden. Ze was bang dat haar arts boos zou zijn omdat ze de wagen had genomen.
Het tegendeel was waar. Hij verontschuldigde zich dat hij onvoldoende mogelijke neveneffecten van de medicatie had benadrukt.

En u, welke medicatie neemt u?
En hoe alert bent u nog na een hele dag stressen op het werk?
Of ´s ochtends, nog half wakker. Ah neen, dan staat u in de file. Weinig risico aan verbonden.

Stout van me.

‘Wanneer was u voor het laatst stout?’
Die vraag heb ik onlangs beantwoord in het kader van een vooronderzoek naar specifieke herinneringen. Dit geheel terzijde.

Maar evengoed. Waar raakt uw vrijheid de grens van een ander?
Waar weet u dat u ‘stout’ bent en doet u het toch?
En hoe praat u uw eigen gedrag dan goed?

Neen, ik hoef de antwoorden niet te kennen.
Ik vroeg me gewoon ‘hardop’ af of u zich die vragen soms ook stelt.
Ik vind dat wel leerrijk, mezelf zo onder de loep nemen. Maakt me ‘bewuster’.

Confronterend vaak, dat wel.

Mijn hart of het jouwe?

mijn-hart-of-het-jouwe

Ik merkte het aan mijn hokjesdenken. Dat ik er aan toe was, aan dat weekje verlof. Mensen die gedrag vertoonden dat ik niet begreep, schreef ik met één woord weg in een hokje. En krijg ze er dan maar eens uit.

Met creativiteit onder nul probeerde ik kleine en grotere euvels op te lossen. Het waterpeil hoog, koortsachtig op zoek naar houvast.
En dan de stekker eruit voor een week.

Het heeft me inderdaad bijna een week gekost om weer wat openheid te vinden. Heb me in een helder moment wol  aangeschaft om de zoveelste sjaal te breien. Priem rechts, priem averechts. Verstand op nul, gewoon aandachtig tik-tik-tik.
En schriften om dagelijks de stromen gedachten aan toe te vertrouwen.
En afspreken met vrienden, oh zo dierbare vrienden.
En ziedaar zowaar, lucht!

Nu ik zonet op Linkedin de nobele boodschap lees ‘…Als we nu eens iedereen in een hartje stoppen in plaats van in een hokje…’ denk ik How…en dan?
Waarom stop je ze niet in ‘jouw’ hart, dus waarom schrijven we niet ‘Als we nu eens iedereen in ons hartje stoppen, in plaats van in een hokje’.
Wat moet je met ‘een’ hart? Er uit springen met Valentijn?

Dat is alleszins precies wat ik ga doen, mensen in mijn hart stoppen.

Telkens als ik de neiging krijg om iemand in een hokje te stoppen, ga ik er even mee naar mijn hart. Als dat al lukt dan ga ik even onderzoeken welk gedrag me zo stoort. En dan ga ik doen alsof het een kind betreft en me afvragen hoe ik als ouder het best kan handelen. Alsof ik hier weer gelijk heb…Misschien eens minzaam lachen. Misschien een welgemikte vraag stellen. Misschien zwijgen, en hem of haar verder dragen in mijn hart.
Klinkt mild, al zeg ik het zelf.

Of het gaat werken? Geen flauw idee. Maar een mens mag toch voornemens hebben, zo met het nieuwe jaar?!

Trouwens, wat ik vooral ga blijven cultiveren is verwondering. En daarvoor ga ik mijn stekker bewuster hanteren.
Elke dag een wandeling, regen of niet.
Elke dag schrijven, inspiratie of niet. Zin of niet. Overigens, enkele woorden en een punt en ik heb mijn Zin…
En elke dag even stilstaan bij de dingen waarvoor ik dankbaar ben.

En misschien af en toe nog eens een zot gedicht. Zomaar, voor de lol. Zoals hieronder.

Ongehoord

als ik op de lijntjes schrijf
dat ik er zo graag buiten kleur
zak ik een halve regel
en hang mijn woorden op
omdat het niet om lijntjes draait
maar om de lol errond

Wat ‘het’ is

Weinig mensen vragen ernaar. Wat dat nu precies is, een psychose. Ik ben me ervan bewust dat ik in geen enkele eerdere blog deze term heb gebruikt. Omdat het er niet toe doet, welke stempel mijn gekte draagt.
Maar ik wil wel proberen het uit te leggen. Omdat u daar niet naar vraagt.
Tja, zo tegendraads ben ik dan weer wel…

Ik kan de beleving van een psychose het best verwoorden aan de hand van een ervaring met mijn kroost een tiental jaren geleden.
Op een avond stopte ik zoals elke avond mijn jongste dochter in bed, maakte aanstalten de deur op een kier te zetten en weg te gaan toen ik zag hoe ze me met angstige oogjes van onder haar dekbed bleef aankijken. Ik deed de deur opnieuw helemaal open en ging naar haar toe.
‘Scheelt er iets?’ vroeg ik. ´Je ziet er angstig uit.’
‘Soms denk ik dat er een man onder mijn bed zit’ flapte ze eruit.
‘Dat is niet leuk’, zei ik zachtjes.
‘Denk je dat nu ook?’
Ze knikte.
Ik vroeg of we samen eens zouden kijken. Ze gleed behoedzaam uit bed en drukte zich tegen me aan. Allebei op onze buik, gluurden we onder het bed.
‘Ik zie niks. Zie jij iets?’
Ze schudde neen.
Ik vroeg haar of ze nog ergens anders wilde kijken maar het was ok voor haar. Ze had niets meer nodig, nu wilde ze gewoon slapen. Met een zoen en een aai over haar hoofd stopte ik haar onder, liet de deur op een kier en zei haar dat ik later die avond nog even zou komen kijken hoe ze sliep.

Van waar die fantasie? Er heeft bij mijn weten nooit een man onder haar bed gelegen. Had ze er een verhaal over gehoord, het in een film gezien…dat kan. Feit is dat in haar beleving er daadwerkelijk een man onder dat bed zat. Je zou voor minder met de stuipen op het lijf stokstijf blijven liggen. Op zo´n moment is het goed dat iemand dat kind kan geruststellen met geloofwaardige argumenten. Word je als ouder boos en/of ga je de gedachte afdoen als larie, dan bestaat de kans dat dat kind op zijn eigen manier aan de slag gaat met die angst. En bijvoorbeeld elke avond in bed bij broer, zus of ouders kruipt…met een al evenzeer gefantaseerde smoes. En dan geraakt de link tussen de angst en het gedrag verloren.

Vergelijkbaar met de beleving van een psychose?

Bij mijn voorlaatste psychose stond ik in de tuin ‘het weer te regelen’.
Ja, u leest het goed.

Neen, ik lig niet ‘letterlijk’ wakker van de klimaatveranderingen. Maar op onbewust niveau beangstigt me de dat wel en probeer ik daar een oplossing voor te vinden, liefst op wereldschaal!
Op een dag was mijn moment daar en ging ik in de tuin aan de slag. In volle concentratie dirigeerde ik de wolken met mijn vingers strak naar hun contouren gericht, met amper aandacht voor mijn kinderen die stilaan erg ongerust werden over mama haar vreemde gedrag. Ik kan zeggen dat ik met de weergoden gestreden heb. En in mijn beleving, toen, heb ik het er goed vanaf gebracht. Diezelfde avond lag ik in het ziekenhuis.

Mijn oudste dochter zei nadien: ‘Mama, ik wist dat er iets niet klopte toen je zei dat je voor mooi weer ging zorgen.’
‘Ja schat, en kijk nu eens naar buiten…en hoe was het weer de afgelopen periode?’
‘Mmmh…daar zeg je zoiets.’
En er dan samen om glimlachen…Daar start dan herstel.

Het doorleven van een psychose is een heel intense ervaring. De beleving voor de omgeving van de persoon die opgaat in zijn fantasie is beangstigend en het besef dat je een psychose hebt gehad is ronduit zwaar om dragen. Meestal volgt er een depressieve periode.
Zelf herinner ik me heel veel van de acute fasen. Wat je kan vergelijken met dromen die je onthoudt. Alleen word je uit dromen wakker en kan je zeggen ‘oef, het was maar een droom’.
Terwijl ik moet zeggen ’tjonge, mijn fantasie ging weer met me op de loop, toen, daar, met dat gedrag…gênant…’

Maar dan vertel ik mijn ervaringen onder vrienden en maken we er samen grapjes over. Dat is het fijnste stuk. Aanvaard worden door mensen die je graag zien. Met of zonder. Het is wat ‘het’ is.