Alledaags

derek-thomson-406050-unsplash

Photo by Derek Thomson on Unsplash

Het is rond lunchtijd op een zondagse Zon-dag en ik heb al op mijn hoofd gestaan voor een groep kinderen en hun ouders, het zalige boek ‘Helemaal aan de rand van mij, ben jij‘ van Agnès de Lestrade en Valeria Docampo durven voorlezen als afsluiter van het voorleesmoment en een interview gegeven aan een eerstejaarsstudente orthopedagogie die naar mijn gevoel met een juiste houding in haar studie staat.

Naar de bakker ben ik ook geweest vanochtend. Maar dat is al zo lang geleden en zo alledaags dat u zich wellicht afvraagt waarom ik het hier vermeld.
Onalledaagse mensen kom je daar zelden tegen. Brood ontvangen, afrekenen en weg. Een eventuele goeiemorgen misschien. Of met glunderende ogen een gedurfd Astridje omdat het zondag is. Een enkeling die dat allemaal opmerkt en er plezier aan beleeft.

Dat ik net heb gechat van hier tot in India is wellicht ook niet om naar huis over te schrijven, omdat ik al thuis ben in de eerste plaats. En schrijven aan jezelf is op zijn minst vreemd.
Toch geef ik het vaak als opdracht aan mensen mee. Als perspectiefopdracht. Bijvoorbeeld ‘schrijf vanuit jezelf als tachtigjarige een brief aan jezelf nu’.
Wat wil je aan jezelf vertellen. Wat wil je aan jezelf adviseren of waar wil je jezelf een pluim voor geven.
Welke kwaliteit in jou wil je aanvuren om later tevreden op je leven terug te kijken?

Mister Bean deed het lang geleden al. Een kerstkaart aan zichzelf sturen.


Grappig om je te realiseren hoe een ingenieur vol overgave met een kersttafereeltje speelt. Ingenieus zaken met elkaar verbindt waar een ander, ouder dan pakweg zes jaar, de link niet zou leggen.
Opdat wij zouden kunnen lachen. Misschien omdat dat hem voldoening geeft.
Dat weet ik niet. Ik weet zelfs niet of hij zijn grappen zelf schrijft.
Of dat hij ze steelt van een ander als hij zich begint te realiseren dat ze goed werken.

Wat is ‘stelen’ trouwens anders dan ‘stellen’ en en route een ‘L’ weglaten.
Of ‘strelen’ terwijl de ander er geen zin in heeft. Hup, ‘R’ weg.

Belooft een inspirerende Zon-dag te worden, omdat het er al een is in de eerste plaats.

 

 

 

Wonderwoorden

picsea-357048
Photo by Picsea on Unsplash

Ik deed mijn toer doorheen de jeugdbibliotheek om kindjes en ouders warm te maken voor ons voorleesuurtje. Sommigen kwamen er speciaal voor naar de bibliotheek afgezakt. Anderen sprongen vlug binnen om gelezen of ongelezen boeken binnen te brengen en/of een nieuwe lading kinderboeken mee te nemen.
Snel, want de tekenacademie wacht.
En daarna een bezoek aan opa en oma.
En dan nog…

Dan zie je dat beteuterde gezicht van enkele kinderen met een blik die bijna smeekt om papa en mama te overhalen om alsnog te blijven. Maar de vaste tred van papa maakte dat ik deze keer niet aandrong of mijn verleidingstruukendoos bovenhaalde. Het zou ook geforceerd zijn vandaag.

Toch een dertiental kinderen met ongeveer evenveel volwassenen in ons theatertje.
Ik nam het woord, zoals mijn duo-voorleesmaatje had gevraagd. Eerst even voorstellen en wat praktische zaken weergeven, zoals de pipi-pauze na een half uur waar ook een drankje en koekje hun weg naar de welwillende buikjes konden vinden.
Waarbij ik met overtuiging uitsprak dat de kindjes wellicht geen van allen het koekje zouden lusten. En of die uitspraak commotie gaf…Zijn we alert?

Ik begon met Nijntje. Omdat er veel kleintjes zaten. Wat rijmen, wat eenvoudige tekeningen. Herkenbaarheid. Vertrouwen. Veiligheid. Mijn ‘maatje’ las ook herkenbare boekjes. Hoewel…het boek over een hoge hoed die spechten aantrekt en uiteindelijk een boom wordt is op zijn minst lichtjes gefantaseerd. Het boek over het potje dat bezet is door zus omdat haar potje bezet is door poes omdat…is dan weer typisch een peuterverhaal. Veel herhaling van dingen die ze kennen. Mijn op één na mooiste boek aller tijden ‘Het land van de grote woordfabriek’ bracht verwarring bij één van de grotere kinderen. Hij kon het verhaal moeilijk vatten. De volwassenen waren dan weer helemaal mee en stil aandachtig omdat er zoveel moois aan waarden schuilt in dat verhaal. Los van de prachtige tekeningen en het virtuoze taalgebruik.

Dit uurtje zou het hoogtepunt van mijn dag worden. Want somberheid overviel me zodra ik thuiskwam en bracht mijn plannen in de war. De zetel riep. En hij zou me het grootste gedeelte van mijn dag in zijn armen houden. Tot nu.

Ik vraag me teveel af.
Weet ondertussen wel dat ik gewoon die somberheid moet doorstaan.
Maar leven is draaglijker zonder.

En toen kwamen de tranen.

 

 

 

Zeweetniksje

brigitta-schneiter-466789

Photo by Brigitta Schneiter on Unsplash

Ik dacht, laat ik een blogbericht toevoegen. Zo één waarvan ik nog niet weet welke kant het uitgaat. Vanmiddag had ik tijdens mijn lunchpauze op mijn werk mijn schrift mee. Maar ik heb me niet aan freewriting gezet. Voelde dat er verdriet zat en wou het op dat moment geen ruimte geven. Ook het liedje op de radio kan ik op dit moment niet verdragen, dus gaat de boel af. Rust. Er is een tijd voor alles. En er is tijd voor niks. Ik neem hier en nu de tijd om te niksen. Tokkel tokkel. Zinloze woorden. Woordloze zinnen. Ver-zinsels misschien.

De hele avond van mij. Een geestrijk drankje dat me vergezelt. Een jongste dochter die me in hoofdletters schreef dat ze naar haar vriend gaat vanavond. Dat ik dat wist, daar doelde ze op. Maar dat ik geen hoofdletters verdien is wat ik in kleine letters antwoordde. Trouwens, als zij me in verwarring brengt met haar vraag of ik thuis ben, dan mag ik toch vragen of we samen eten. Maar hoofdletters dus.
Ik ben graag thuis als mijn dochters er zijn. Maar ik doe ook graag mijn zin als ze er niet zijn. Tja. Onze babylonische spraakverwarring. Hoe gaat dat in gezinnen. In de wereld.

Mijn oudste heb ik wakker gebeld. Haar stem naderde me van heel ver. Maar haar examen was goed geweest. Mama opgelucht. Over de draad weer oppikken en zo. Ook het examen van de jongste was goed geweest, al voegt ze er aan toe dat ze het natuurlijk niet weet.
Straffe dochters. Trotse mama. Met een geestrijk drankje. Bijna teut. Neen, niet echt. 🙂

Ben ik hier mijn hersencellen aan het laten aftakelen. Hoewel, hoewel…
Gisteren zocht ik naar ‘Blue Zones’ en ik vond dat dagelijks alcohol ‘nuttigen’ niet zo slecht is. Hoe is het met de lezers hier gesteld? Bega ik hier zonden door dit te schrijven? Zelf vind ik overigens dagelijks alcohol drinken niet fijn. Af en toe haal ik alcohol in huis en als ik er dan verbaasd op bots bij het openen van de (koel)kast kan ik echt genieten van een glas. Maar als het er elke dag zou staan dan is de leut er af. Ik wil verwonderd blijven.

Het liefst zou ik kaboutertjes hebben die mijn (koel)kast vullen. En die een potje koken tegen de tijd dat ik thuis ben. Dan hoef ik gewoon mijn benen onder tafel te schuiven en te genieten van een maaltijd, bereid met liefde. Kaboutertjes zullen wel liefde kennen, toch? Misschien halen ze dat uit hun paddestoelenkast. De afwas doen we samen. Zij mogen de druppeltjes opvangen. Als ik afwas gaat het er meestal nogal wild aan toe. En zingen, dat mogen ze ook. Het is beter dat ik zwijg als er gezongen wordt. Dat benadrukken mijn dochters altijd.

Oh oh…wat ben ik weer aan het zeveren.
Dat u dat allemaal leest. Wat zegt dat over u? 😉

Wat ‘het’ is

Weinig mensen vragen ernaar. Wat dat nu precies is, een psychose. Ik ben me ervan bewust dat ik in geen enkele eerdere blog deze term heb gebruikt. Omdat het er niet toe doet, welke stempel mijn gekte draagt.
Maar ik wil wel proberen het uit te leggen. Omdat u daar niet naar vraagt.
Tja, zo tegendraads ben ik dan weer wel…

Ik kan de beleving van een psychose het best verwoorden aan de hand van een ervaring met mijn kroost een tiental jaren geleden.
Op een avond stopte ik zoals elke avond mijn jongste dochter in bed, maakte aanstalten de deur op een kier te zetten en weg te gaan toen ik zag hoe ze me met angstige oogjes van onder haar dekbed bleef aankijken. Ik deed de deur opnieuw helemaal open en ging naar haar toe.
‘Scheelt er iets?’ vroeg ik. ´Je ziet er angstig uit.’
‘Soms denk ik dat er een man onder mijn bed zit’ flapte ze eruit.
‘Dat is niet leuk’, zei ik zachtjes.
‘Denk je dat nu ook?’
Ze knikte.
Ik vroeg of we samen eens zouden kijken. Ze gleed behoedzaam uit bed en drukte zich tegen me aan. Allebei op onze buik, gluurden we onder het bed.
‘Ik zie niks. Zie jij iets?’
Ze schudde neen.
Ik vroeg haar of ze nog ergens anders wilde kijken maar het was ok voor haar. Ze had niets meer nodig, nu wilde ze gewoon slapen. Met een zoen en een aai over haar hoofd stopte ik haar onder, liet de deur op een kier en zei haar dat ik later die avond nog even zou komen kijken hoe ze sliep.

Van waar die fantasie? Er heeft bij mijn weten nooit een man onder haar bed gelegen. Had ze er een verhaal over gehoord, het in een film gezien…dat kan. Feit is dat in haar beleving er daadwerkelijk een man onder dat bed zat. Je zou voor minder met de stuipen op het lijf stokstijf blijven liggen. Op zo´n moment is het goed dat iemand dat kind kan geruststellen met geloofwaardige argumenten. Word je als ouder boos en/of ga je de gedachte afdoen als larie, dan bestaat de kans dat dat kind op zijn eigen manier aan de slag gaat met die angst. En bijvoorbeeld elke avond in bed bij broer, zus of ouders kruipt…met een al evenzeer gefantaseerde smoes. En dan geraakt de link tussen de angst en het gedrag verloren.

Vergelijkbaar met de beleving van een psychose?

Bij mijn voorlaatste psychose stond ik in de tuin ‘het weer te regelen’.
Ja, u leest het goed.

Neen, ik lig niet ‘letterlijk’ wakker van de klimaatveranderingen. Maar op onbewust niveau beangstigt me de dat wel en probeer ik daar een oplossing voor te vinden, liefst op wereldschaal!
Op een dag was mijn moment daar en ging ik in de tuin aan de slag. In volle concentratie dirigeerde ik de wolken met mijn vingers strak naar hun contouren gericht, met amper aandacht voor mijn kinderen die stilaan erg ongerust werden over mama haar vreemde gedrag. Ik kan zeggen dat ik met de weergoden gestreden heb. En in mijn beleving, toen, heb ik het er goed vanaf gebracht. Diezelfde avond lag ik in het ziekenhuis.

Mijn oudste dochter zei nadien: ‘Mama, ik wist dat er iets niet klopte toen je zei dat je voor mooi weer ging zorgen.’
‘Ja schat, en kijk nu eens naar buiten…en hoe was het weer de afgelopen periode?’
‘Mmmh…daar zeg je zoiets.’
En er dan samen om glimlachen…Daar start dan herstel.

Het doorleven van een psychose is een heel intense ervaring. De beleving voor de omgeving van de persoon die opgaat in zijn fantasie is beangstigend en het besef dat je een psychose hebt gehad is ronduit zwaar om dragen. Meestal volgt er een depressieve periode.
Zelf herinner ik me heel veel van de acute fasen. Wat je kan vergelijken met dromen die je onthoudt. Alleen word je uit dromen wakker en kan je zeggen ‘oef, het was maar een droom’.
Terwijl ik moet zeggen ’tjonge, mijn fantasie ging weer met me op de loop, toen, daar, met dat gedrag…gênant…’

Maar dan vertel ik mijn ervaringen onder vrienden en maken we er samen grapjes over. Dat is het fijnste stuk. Aanvaard worden door mensen die je graag zien. Met of zonder. Het is wat ‘het’ is.