Potentie

De ochtenden gaan al een aantal dagen erg moeizaam. Dus houd ik me als eerste dagactiviteiten aan mijn mentale hygiëne van drie pagina´s schrijven en een pagina in mijn dankbaarheidsschriftje vullen.
Bij het slurpen van mijn ochtendkoffie met Monin siroop.
Heb recent de vanille ontdekt en die kan mijn smaakzin wel bekoren.

Dan merk ik dat langzaamaan het potentieel van de ochtend zich aandient. En vraag ik me af welke van de drie bezigheden de doorslag gaf. Of misschien is het gewoon het feit dat ik uit bed stap en beslis de dag te beginnen. Heb overigens in bed ook eerst een geleide meditatie gedaan, om mijn bewustzijn wat te verruimen. In de hoop de fysieke en mentale pijn naar de achtergrond te laten bewegen.
Proper meiske, al zeg ik het zelf. Zal maar niet schrijven dat ik nog in nachtjapon zit. Toch maar even nakijken of de bode van dat tweedehandsboek uit Nederland niet net vandaag, dixit vanochtend, aan mijn deur zal aanbellen…dan sta ik daar schoon in mijn gewaad…of toch maar snel provisoir wat toonbare kleding aantrekken…dilemma…

Ach, ik neem het risico. Al wil ik wel ten laatste binnen een dik half uur onder de douche stappen en me klaarmaken voor mijn voorleesmomentje in het park deze namiddag.
Heb de verzamelde prentenboeken zonet ook al doorgenomen, om niet voor verrassingen te komen staan. Zoals wanneer ik onderstel dat het laatste gelezen blad het laatste blad niet is en mijn intonatie samen met het boek de mist in draait.

Gisteren ben ik de nieuwe voorleesplek gaan verkennen. Ze kan me niet helemaal bekoren. Allemaal strobalen in een kring onder een boom. De balen van de voorlezers tegen de boomstam en net iets hoger gestapeld dan die van het publiek. Waar is dat magische plekje onder die andere boom in het park waarvan de takken de grond kusten? Met kleine boomstammetjes en dekens om op te zitten. Hoe we als kabouters samen het verhaal in ons magisch stekje tot leven brachten. Sommige dappere kinderen tijdens het luisteren in de boom klommen.
Dat was de eerste zomer dat het parklezen werd georganiseerd. Een zomer waar ik vier zondagen paraat stond voor de parkbezoekertjes en hun ouders. Voor twee uur lezen als ik me goed herinner.
Vier jaar geleden intussen.

Een voorleesplek is op zijn mooist als ze niet gekunsteld is. Als de fantasie aan de slag mag om de magie in het leven te roepen die nodig is om verhalen te laten leven. Elk jaar verliest de nieuw gekozen plek in het park wat aan magie. Jammer.
Maar ik zal me er niet minder voor inzetten. Zelfs al voorzien ze dit jaar nog slechts een uurtje.

Ik heb gisteren in het park nog iets anders gedaan. Mijn voornemen om mijn radslag zonder handen te oefenen in de praktijk gezet. Ik vond er ´s avonds nog een Nederlands instructiefilmpje over. Daar heet het de ‘losse radslag’. Ik ken de technieken nog. Ik voel ze nog in mijn lijf zitten. Maar het gaat toch wat moeizamer. Heb mijn handen nog niet durven wegtrekken. Dat hoeft zeker nog niet de eerste keer. Ik heb wel ondervonden dat mijn gewone radslag en handstand nog vers in dat lichaamsgeheugen zitten. Net als die lenigheid. Al voel ik vandaag wel mijn rug wat zeuren.

Naargelang hoeveel volk er in het park is ga ik straks opnieuw een halfuurtje aan de slag. De kleren die ik voorzien heb lenen zich daartoe. Ik had trouwens wel beziens gisteren. Een jong koppel dat zich naar me toe draaide, enkele jongeren aan het andere eind van het terrein. En toen kwam ineens die herinnering aan de zomermomenten als kind waar een oudere turnster op het grasveld bij haar appartement een lange mat uitrolde en we onze zomer door turnden.

Of hoe herhaling het potentieel in beweging zet.

Scherpstellen

Het opstaan deed pijn vanochtend, maar ik heb zonder veel draaien en keren doorgezet. Flinke ik.

Uiteindelijk arriveerde ik nog te vroeg aan mijn vrijwilligerswerk, want de deur was nog gesloten. Gelukkig kwam er net een stagiaire aan, ik denk toch aan haar jeugdigheid te merken dat het een stagiaire was. Alleszins, zij had een code. Ik niet, ik ben maar vrijwilliger. Die hebben geen code-privilege.
Vind dat niet erg trouwens. Tegenwoordig heb ik het toch behoorlijk moeilijk om al die paswoorden en codes te onthouden. Of is mijn aandacht door vermoeidheid te verslapt waardoor ik zit in te loggen in systemen met paswoorden van andere systemen. En nog eens en nog eens…nu ja. Het kan ook de ouderdom zijn.

Maar wat voorafging aan de gesloten deur was dat ik op de fiets mijn buurman spotte. Een vijftigtal meter voor me op zijn fiets. Zal ik versnellen, vroeg ik me nog af. Maar hij reed zo traag dat ik niet eens hoefde te versnellen om hem bij te benen. We stopten even allebei. Ik vroeg hoe het met hem ging. Of de verbouwingen aan de verwachtingen voldoen. Hij vertelde me met een wat somber gezicht dat ze net een brief hadden ontvangen van de stad dat het huis onbewoonbaar is verklaard. De verbouwingen bleken onvoldoende. Zoals ik had verwacht trouwens, want aan de schimmel in hun kamer hebben ze niets gedaan. Ik voel me er nu toch niet helemaal comfortabel bij…hoewel mijn verstand zegt dat ik het juiste heb gedaan.
Maar wat schreef ik ook alweer, dat ik me op een co-housing project zou storten en hen mijn woonst toevertrouwen.
En hoe ik dan nu voel dat daar weerstand op zit. Te snel? Te onzeker? Te ‘conservatief’?

Mijn jongste dochter heeft een studentenkamer aangevraagd voor volgend academiejaar. Nu afwachten of het goedgekeurd wordt.
Dan woon ik hier minstens tien dagen op veertien in mijn eentje. Wil ik dat? Het co-housing project waar ik me aan verbonden heb, is een meerjarentraject. Ik dacht er eerst uit te stappen, omdat ik vermoed dat het financieel niet haalbaar is. Maar ik heb er een niet-rationele oefening op gedaan en blijkt dat mijn nieuwsgierigheid het wint op de praktische bezwaren. ‘Ik ga ervoor en zorg dat ik het geld heb’. Voilà, zo simpel is dat 🙂

Het was fijn in de bureau vandaag. Goed gelachen. Ook goed doorgewerkt. Wat wederzijdse frustraties geuit. Meer moet dat niet zijn. Vanmiddag ben ik naar de optieker geweest en heb me een nieuw montuur laten aanmeten. Morgen laat ik mijn ogen opmeten (vijf meter schittering :-)) en dan ga ik binnenkort hopelijk iets meer loepzuiver door het leven. Best een gedurfd montuur. Subtiel, verfijnd en gedurfd. Helemaal zo on-ik 🙂
Eén van de monturen was drie-D geprint. Knalblauw. Te streng voor mij. Naar het schijnt kijk ik zo al streng genoeg, op zijn minst toch af en toe.

In de namiddag kreeg ik mijn klop van de hamer, had ook geen zin meer in de dingen die ik eventueel nog zou kunnen doen.

Ik had na lange stilte de studio nog eens opgebeld voor een nieuwe afspraak om mijn boek verder in te lezen. Dat ben ik om vier uur gaan doen en verdomd, ik heb goed gelezen en vond er plezier in. Als de software niet mee wil, krijg ik het op mijn heupen. Maar het liep vlotjes. Misschien dat mijn dagelijkse avondlijke blogbericht-inlees-sessie mijn voice-overgehalte scherp houdt.

Maar ik voel mijn nek weer zeuren. En waarom heb ik vanavond toch ook weer naar koffie gegrepen. En de afwas verder geen blik gegund.
Niet beginnen zeuren Fiducia. First things first. Lees nu maar in, bijschaven en hup. Publiceren die wandel.

Fijn zo…deze avondlijke stilte.

Luistermodus

skyler-king-527288-unsplash

Photo by Skyler King on Unsplash

Vanochtend ben ik met een beklemd gevoel opgestaan, een gevoel dat al een aantal dagen ´s ochtends zegt ‘blijf in bed’ maar waarvan de onrust in hoofd en angst in mijn lijf echt ELKE KEER ietwat opklaart zodra ik me naar de trap begeef.

Ik nestelde me met een boterham en een kop heet water in de zetel en doorvoelde hoe ik erbij zat. Treinstaking vandaag, dus had ik me sowieso voorgenomen om verlof te nemen. Maar deze namiddag is er een bijeenkomst voor een project dat me heel erg boeit. En er had zich gisterenavond al een oplossing aangediend om er te geraken. Dus nam ik met een gonzend hoofd de laatste mail vast en probeerde aan de slag te gaan met de vragen waarover we ter voorbereiding van het overleg moesten reflecteren.
En ik formuleerde antwoorden. Vlotter dan gedacht.

Intussen was mijn boterham op en mijn tas heet water leeg, dus doorvoelde ik of nu een gepast tijdstip was om te douchen.
Plichtsgevoel riep. Ik sleepte me naar de douche, met een zeurende hernia. Buigen, au!
Volgende dilemma was of ik dan nu mijn haar zou wassen of morgen…wetend dat ik dat dan ook als een grote opdracht zou ervaren en wetend dat als ik het nu waste, ik me op dat vlak morgen al fris zou voelen. Dus waste ik mijn haar. Shampoo, bukken, au!
De temperatuur van het water was niet helemaal een constante, wat me een beetje irriteerde. Ik droog bijna nooit mijn haar, dus die rompslomp was er niet. Kammen. Klaar.

Intussen zit ik fris gewassen op de zetel met laptop op schoot. Mobieltje binnen handbereik. Kreeg ik net drie superfijne berichtjes. Iemand die aan me dacht, genietend van het zonnetje van achter een raam. Iemand die met me wil gaan wandelen maar nog aarzelt omwille van het kleine kwetsbare neusje van haar zoontje in combinatie met de kou. Heen en weer berichtjes.
En mijn energie kriebelt. Intussen ook een tijdstip afgesproken om in de auto te wippen richting afspraak. Dankbaar.

Wat luisteren daarmee te maken heeft, vraag ik me dan af. Wel, ik ben er vrij sterk van overtuigd dat ik in elk moment tussen beslissen om op te staan en hier dit woord te typen, onbewust op zoek ben gegaan naar kansen. Al mijn sensoren in ‘luistermodus’ heb gezet. Om kansen te vinden waar ik mee aan de slag ga.

En ik denk dat één van die eerste kansen bij mijn jongste dochter lag, die ik hoorde opstaan toen ik nog in bed lag. Die vandaag het huis niet uitgaat omdat ze maar weinig les heeft en mogelijk hinder ondervindt van de treinstaking.
En de douche…Vreemd toch, omdat net douchen maakt dat je je frisser voelt. En misschien als ‘frisdenker’ meer kansen ziet dan door het vertroebelende vuil dat aan je lijf plakt door de nacht in te duiken.
En dan nog de verbinding. Het gegeven dat je niet alleen bent.

Toen kriebelde een oneliner:
‘Een nieuwe prikkel elke dag, maakt van een oude traan een lach.’

Evidenties

evidenties.png

Een tijdje geleden beluisterde ik via een link op Linkedin een podcast van Maarten Van Damme. Hij noemt zichzelf People and Life Enthusiast. In het interview vertelt hij over zijn carrièrepad en zijn passies en aan het einde van het half uur geeft hij zijn visie over drie vragen die een HRMeetup inleiden die op 12 september in Evere doorgaat. Over reïntegratie op de werkvloer na langdurige ziekte.

Dus wat doet bibi? Ze gaat naar die HRMeetup op zoek en schrijft zich in. Stuurt aansluitend nog een mailtje naar de organisatoren met verwijzing naar haar laatste blog over, inderdaad, de eigen reïntegratie op de werkvloer na langdurige ziekte, en krijgt prompt een uitnodiging om zelf een podcast te cocreëren. En madam zegt ja, en ze schrijft dat in haar agenda en denkt, ‘zo, dat is snel geregeld.’

Tot de dag nadert en de twijfels opsteken. Wat zei Michel, mijn contactpersoon, ook alweer? De Podcasts worden tweehonderdduizend keer beluisterd…waarvan  een kleine helft door HR mensen…
Maar wil ik wel op deze manier mijn verhaal de wereld insturen? Zitten mensen daarop te wachten? Stemmetjes pro en contra in mijn hoofd. Maar de stap is gezet, bovendien blog ik nu ook al open en bloot over pijnlijke dingen dus ‘gaan’ zal ik.
Maar tweehonderdduizend…dat is toch behoorlijk wat…

Zodoende stap ik afgelopen vrijdagavond het gebouw in Evere binnen en ontmoet op de eerste verdieping een jongedame van een jaar of vijf die naar vier mensen in een studio wijst. Ik ben veel te vroeg (dat heb je soms als je met de trein gaat en anticipeert op vertragingen) en zet me in een zeteltje een eindje verder op de gang. Een tiental minuten later komt het meisje vergezeld van Michel, haar papa en tevens studiomeester van dienst, me ont-moeten. We lopen naar de vergaderruimte recht tegenover de studio. Een fijne kennismaking volgt en ik ontdek ook de tekenkunsten van Manon, de kleine jongedame, en werp een blik op de stapel prentenboeken die naast haar op tafel ligt. Michel zegt me dat er nog een interview loopt met een werkgever en een medewerkster die na een burn-out weer aan de slag is gegaan. Dat ik dus even moet wachten en best mijn GSM al af zet.

Michel verdwijnt weer de studio in dus ga ik in gesprek met Manon over haar tekening en vraag of ze het leuk zou vinden als ik een verhaaltje voorlas.
Als haar ogen op dat moment geluid konden maken, moest de lopende opname hernomen worden! Schitterend!
Ze kiest een verhaal uit over kleine Mol die in het donker kan zien en daarmee heel alleen staat in zijn verhaal. We gaan af en toe tussen het voorlezen door in dialoog over de gebeurtenissen en ik ontdek al snel dat hier een pientere dame naast me zit. Het boek is nog niet uit of Michel komt me halen. Het duo uit de studio wil in de vergaderruimte nog wat vragen voorbereiden en intussen kan mijn interview afgenomen worden. Manon komt naast me zitten in de studio en krijgt strikte instructies. Zwijgen en stilzitten.
Nog even de micro afstellen, een stemtest en we zijn vertrokken.

Het half uur is zo om, hier en daar was ik mijn draad kwijt maar ‘dat knipt Michel er wel uit’ wordt me gezegd. Ook niet helemaal zeker of wat ik zeg over mijn nieuwe job goed verwoord is ‘maar ook dat kan geknipt worden’, als mocht blijken dat ik of mijn werkgever aan wie ik de proefversie wil voorleggen, niet tevreden is. En als er straks zoveel geknipt wordt dat er niets overblijft, wel dan ben ik alvast toch een ervaring en enkele fijne ontmoetingen rijker.

Manon zit naast me als haar mama Caroline, die me interviewde, me als afsluiter vraagt wat ik nu ga doen. En ik kijk naar Manon en zeg ‘ik denk dat ik nu het verhaaltje van Manon verder ga voorlezen.’ De kleine dame draait met een ruk haar hoofd naar me toe en doet haar ogen weer schitteren.
‘Ja!’ zegt ze enthousiast en laat zich meteen van haar stoel glijden.

En ik lees verder over klein Mol in ‘onze’ vergaderruimte, terwijl de eerdere opname wordt verdergezet. En ik brei er nog een boekje aan over de lotgevallen van Barbie en Ken en consoorten, ook al ligt die verhaallijn me veel minder.  Op een bepaald moment zeg ik na een blik op de tijd tegen Manon toch ‘het spijt me, het boekje is niet uit maar ik moet nu wel echt gaan want mijn trein komt.’

‘Dat is goed’, zegt ze nuchter. ‘Volgende keer kan je verder lezen.’ En reikt me ferm de hand.
Er zijn nog heerlijke evidenties in het leven!

En mijmerend op de trein bedenk ik me, wat vond ik nu eigenlijk het leukst aan deze uitstap?

 

Participatie… Huh?!

‘Waar heb je die werkgever gevonden?’
De adviserend geneesheer van de mutualiteit leek oprecht nieuwsgierig.
‘Ik heb hem niet gevonden, hij heeft mij gevonden. Op Linkedin. Ik ben nogal actief op dat platform en hij vond me daar na het opgeven van enkele zoektermen.’

Het was 18 maart 2016 toen ik een verzoek kreeg om te connecteren via Linkedin. Even gesnuisterd op het profiel en het leek me ok dus connecteerde ik. Enkele dagen later kreeg ik de boodschap  ‘De reden waarom ik je contacteerde is dat we in onze startup op zoek zijn naar een partner die ons als senior/co-founder kan vervoegen in onze activiteit om steden/overheden te helpen met burgerparticipatie. Als dit thema, ondernemen en een start-up je interesseren mag je me contacteren.´

En of ik nieuwsgierig was. Ik gunde mezelf wat tijd en nam me voor twee dagen later terug te bellen na de website bestudeerd te hebben. Dat meldde ik ook. Daarop kreeg ik prompt een presentatie toegestuurd over een Europees project waar wij partner in zijn.

Zo gezegd zo gedaan, twee dagen later belde ik…met een bang hartje…
Je zal maar moeten meedelen dat je een invaliditeitsstatuut hebt en slechts deeltijds aan de slag durft…
Helaas, geen connectie.
We schrijven 22 maart 2016, aanslag in Zaventem en Brusselse metro, telefoonnetwerk volledig plat. Wat heen en weer pogingen, alvast een berichtje via Linkedin waaruit mijn enthousiasme voor het project mocht blijken.

Op 23 maart telefonisch contact, behoorlijk diepgaand interview over de projecten die ik jaren geleden coördineerde met middelen van de Koning Boudewijnstichting. Op het puntje van mijn stoel in een poging me te herinneren waarom ik o.a. anno 2008 bepaalde keuzes had gemaakt.
En wonder boven wonder…ik bracht het er blijkbaar goed van af. Na het telefoongesprek stuurde ik nog mijn net gepimpte CV door en kreeg de reactie ‘Het gevoel zit heel goed. Wat me ook aanspreekt in je profiel is dat je ook technische achtergrond hebt. Dus vertalen van wat we met de groep willen bereiken naar technische interactiemogelijkheden, die twee werelden linken.’

Inmiddels zijn we 19 juli 2016 en werk ik nu bijna drie maanden bij de startup als Participation Catalyst aan 10u per week. Mijn werkrooster is volledig variabel, ik mag van thuis uit werken en krijg ook de kans om in een internationale omgeving mijn talen weer bij te schaven.

Ja, ik ben trots. En neen, het is niet altijd even eenvoudig. Niet voor mij, maar zeker ook niet voor mijn werkgever. Ik ben onzeker, heb faalangst, wil het (meteen) goed doen en voel in heel mijn wezen hoe lang het geleden is dat ik nog een betaalde job had.
En ja, betaald worden maakt een verschil. Omdat ik dan alvast de druk voel dat het ‘goed’ moet zijn. Al weet ik diep vanbinnen dat ik goed werk kan afleveren. Zo zie en hoor ik wat mijn vrijwillige engagementen binnen o.a. de geestelijke gezondheidszorg teweegbrengen. Waarom dan niet daarbuiten? Waarom die twijfel?
Of het dus eenvoudig is, neen.

Er zijn al een drietal momenten geweest dat ik dacht ‘hier stopt het voor mij.´
‘Zie je wel dat ik niets kan’ komt ook vaak bovendrijven.
Maar ergens diep vanbinnen is er de drang om er iets van te maken. Al is het maar uit dankbaarheid voor de kans die ik nu krijg. Al is het maar omdat ik geloof dat dit ook een participatieverhaal is dat een voorbeeld kan zijn.
En ja, dwars door de angst en pijn gaan, ik ken het.
Ik voel me groeien. Ik voel het vertrouwen groeien.

Tien uur is overigens bitter weinig om je in te werken. Maar behoorlijk wat als je gezondheid er één is van onvoorspelbaarheid. Gelukkig ken ik mezelf intussen erg goed en weet ik wat  ik nodig heb om snel te herstellen.
Maar al bij al… ja, ik ben best wel trots op mezelf.

Laat dat op deze zomerse dinsdagavond maar mijn conclusie zijn.

Als een rots

‘Ik vind het fantastisch wat jij allemaal doet als vrijwilliger, heel waardevol ook, maar word je er zelf gelukkiger van? Als je vertelt over je schrijven, voorlezen en vertellen, ja dan zie ik je stralen.’ Woorden van een dierbare vriend.

Mmmh. Ik worstel er wel mee. Want inderdaad, het werk dat ik doe voor de GGZ (Geestelijke GezondheidsZorg) is niet wat mijn hart sprongetjes doet maken. Daarvoor is het teveel geworstel om bestaansrecht. Maar ik ga door tot ik het gevoel heb dat de sector ‘klaar’ is om hersteldeskundigen als volwaardig op te nemen en naar waarde in te schakelen op basis van hun talenten. Ik zie heel veel mensen met psychische kwetsbaarheid die graag een rol willen opnemen binnen de sector. Vaak als begeleider van cliënten. Vaker nog om lezingen of getuigenissen te geven. Minder voor een plaats in beleidsoverleg. En ik heb nog niemand gehoord die als bestuurder aan de slag wou, een cultuur-waakhond bijvoorbeeld…maar dat is een kwestie van tijd en af en toe eens een ballonnetje oplaten.

Wil ik dan zeggen dat al die mensen die verlangen naar dergelijke jobs, die daarin een toekomst zien voor hun geworstel met hun kwetsbaarheid, niet zelf die weg vrij kunnen maken? Neen, dat beweer ik niet. Maar de mensen die nu al een rol opnemen hier in Vlaanderen worden zo overvraagd dat ze continu hun grenzen moeten bewaken. Er is ook weinig ondersteuning. En de initiatieven zijn enorm versnipperd. Sommige lotgenoten worden als vrijwilliger ingeschakeld, een enkeling ontvangt een loon. Recent hoorde ik het relaas van een lotgenote die een bon van twintig euro kreeg voor een vorming van twee dagen. Je moet maar durven als organisatie, denk ik dan.

Mijn pleidooi op dit punt? Een vzw oprichten. Een organisatie die haar hersteldeskundigen (oh, wat vind ik dat woord ervaringsdeskundige toch een nietszeggend gedrocht…vergeef me mijn woorden Dikke van Dale) koestert, vormt, bijschoolt en uitstuurt, aan een eerlijke prijs. Ik vind weerklank, ook vandaag nog. Want in Nederland mogen ze dan misschien veel langer ervaring hebben met het tewerkstellen van hersteldeskundigen, goed draaien doet het systeem daar toch blijkbaar ook niet. Laat ons kijken, leren en het anders en beter doen.

Zucht. Daar ging ik toch weer even op in mijn woorden.

Laat mij maar een nar zijn, die kritische vragen stelt of, zoals vandaag, ter voorbereiding van een subsidiedossier een gedicht opstuurt met de woorden ‘mijn bijdrage voor de achterflap’. Met smiley uiteraard, ik zou niet anders durven. En een rots wil ik ook blijven, vooral voor mijn kinderen dan. Luk Dewulf omschrijft het in zijn boek ‘Ik kies voor mijn talent’ als ‘heeft anderen niet nodig om te weten hoe ze goed moet handelen en durft daarvoor te gaan’.

En word ik daar blij van, van een rots te zijn?
Bwa…als er maar een zee in de buurt is om naar te verlangen.

Vallen en opstaan: uk en zijn puck

Ik schat hem vier jaar. Aan de hand van zijn vader wordt hij het ijs op geleid. Volledig in zwart-witte uitrusting: helm, scheenbeschermers, bodybeschermer…zijn stick zwiept in zijn linkerhand vervaarlijk boven het ijs. Wanneer hij een tiental kleine wankele pasjes heeft gezet, valt hij achterover. Hij draait zich om en duwt zich op zijn knieën. Met zijn linkerhand steunend op de stick op het ijs steekt hij zijn rechterhand en hoofd de lucht in. De coach komt toegesneld, geeft hem een hand en de jongen krabbelt recht. Coach wacht even tot de telg goed en wel  rechtstaat en schaatst dan naar de zijkant van de baan om de doelen te plaatsen.

Ze staan met een vijftiental ijshockeyers op de schaatsbaan. De oudste jongen schat ik zestien. Een erg virtuoos kind van een jaar of acht blijkt een meisje te zijn. Onvervaard. Net als onze kleinste telg, die intussen alweer gevallen is. Zo gaat het een tiental keer het eerste kwartier. Soms is het de coach die toesnelt, soms één van de andere spelers. Af en toe zet coach zich zelf op zijn knieën en toont hoe je recht kan komen door op de stick te steunen. Maar als het een paar bungelende pirouettes en een hangend hoofdje later nog niet lukt, besluit de coach hem toch weer recht te trekken.

Intussen is uk toch tot vlakbij het doel gesukkeld. Coach heeft ook een puck voor hem klaargelegd. De anderen spelers doen hun ding aan de andere kant van de ijsbaan. Ik verdeel mijn aandacht tussen mijn boek en het speelveld, waar mijn oog toch telkens weer blijft rusten op de kleine zwart-wit wroetende kledingmassa. Ik zie hem met de stick in zijn linkerhand naar de puck uithalen, maar meestal zwiept hij boven het ijs. Als hij al niet valt. Een ander spelertje toont hem hoe je de stick met twee handen moet vasthouden.

Op een bepaald moment klinkt er een luide kreet. Coach kijkt op, uk roept iets en beiden steken de duimen in de lucht. Als ik hem even later zie vallen en weer opstaan begrijp ik dat hij ‘het rechtkomen’ beet heeft. En een tiental minuten later klinkt er nog een kreet. En weer gaan de duimen in de lucht. De puck is immers in het doel beland. Dat er geen doelman stond is slechts  een detail.

Vallen en weer opstaan. En weer doorgaan en weten dat het niet de laatste keer zal zijn dat je valt. Mijn afgelopen week was afschuwelijk. Dus kwam er geen blog. Ging alle energie weer even naar overleven. Maar vanochtend heb ik me aan het schrijven gezet, niet het doelgericht schrijven maar het leegschrijven. En stilaan voelde ik de ‘levensenergie’ weer stromen. Dus zette ik me aan de beloofde tekst voor een schoolopdracht van mijn oudste dochter, waarin ik als moeder moest argumenteren waarom geneeskunde de juiste studiekeuze voor haar is. En vond ik plezier in het verwoorden van haar droom. En toen dacht ik aan uk en zijn puck. En waar het om draait. Gaan voor je droom, met vallen en opstaan.