(Data)manipulatie: een verkenning

braydon-anderson-105552

Het sluimert al langer…via diverse berichten word ik deze richting uit geduwd.

Die van het schrijven dus. Over manipulatie van data, over manipulatie van mensen, rechtstreeks of onrechtstreeks, bewust maar meer nog onbewust.
Over de impact van dat alles op de geestelijke gezondheid. En ik heb geen flauw idee of dat al onderzocht is. Maar ik hoor mezelf afgelopen woensdag nog tijdens een receptie verkondigen dat ik voorspel dat het aantal psychoses zal toenemen. En dat het voor de hulpverleners in de geestelijke gezondheid steeds moeilijker zal worden om de waan in het verhaal van de realiteit te onderscheiden.

En dan worden we daar lekker met zijn allen angstig van en gaan we daarnaar handelen. Of kan het ook anders?

Ik heb het al eerder gezegd en geschreven: mijn hoopverlener is vertrouwen. Waar ik ook hang of steek, vertrouwen haalt me terug naar het hier en nu en wijst me op ‘de nodige actie’.

En ja, ook ik heb het gevoel dat ik gemanipuleerd word. Dat mijn computer gemanipuleerd wordt. Want dat kan toch, niet?
Ik had het nooit eerder voorgehad dat ‘iets’ beslist om twee namen van files die ik toevoegde aan een mail te verwisselen. Tot nu.
Ik had het ook nog nooit eerder voorgehad dat ik een file toevoegde aan een mail, dubbel checkte, op ‘verzenden’ drukte en ik in mijn verzonden berichten geen bijlage vond. Als mijn correspondentiepartner me er al niet op wees.
En ik had het nog maar beperkt voorgehad dat een programma bleef hangen. Of een sms niet toekwam. Of mijn internetverbinding mank liep.
Gelukkig rijden de auto´s straks zelf en vermijden we al die menselijke fouten. Toch?!

Hoe mijn brein dan redeneert als er iets ‘vreemds’ gebeurt?

  1. wie houdt me hier voor de gek
  2. niet erg, gewoon loslaten, ik herstel het wel
  3. de anekdote rondvertellen en veel te hard lachen met het voorval.
  4. tot daar. Maar me toch af en toe eens afvragen hoe het nu ‘echt’ zat
  5. er eventueel wat woorden aan wijden op deze blogpagina

Ach, manipuleren we niet allemaal onze omgeving? Zelfs zwijgen is manipuleren. Zelfs kijken is manipuleren.

We hebben nu gewoon wat meer kennis en technologie tot onze beschikking om het efficiënter te doen.

Het artikel dat Stef Kuypers een tijdje geleden schreef, ‘Entering the Era of Psychological Warfare’ is dus wel angstwekkend, maar overkomelijk.

Als mensen je gaan bewerken en angst aanpraten om zo je handelen te beïnvloeden, dan werken we inderdaad in een richting die niet zo gezond is. Is het niet eerder door het bewustzijn te verruimen dat we die angst leren hanteren? Counteren zelfs?
Door te beslissen eruit te stappen.

Ik ben ervan overtuigd dat ik beïnvloed word. Zelfs al ben ik amper actief op sociale media, kijk of beluister ik zelden nieuws en beweeg ik me niet in politieke kringen. Maar ik ben me ervan ‘bewust’ dat ik beïnvloed word.
Je eigen handel en wandel zowel initiëren, beleven als waarnemen, daar schuilt, volgens mijn kleine rechterteen, de sleutel om met manipulatie om te gaan.

En in het onderhouden van verbinding met mensen die je vertrouwt. Mensen wiens waarden en intenties zuiver aanvoelen. Aan wie je die kleine vreemde gebeurtenissen kan melden (oh, nu maken ze een film à la ‘The Truman Show’ over mij!) waar je samen mee om dagdagelijkse fratsen kan lachen en met wie je je waarden kan aftoetsen en fris houden.

En waarom niet, jij die in alle stilte en eenvoud je waarden verder uitpuurt. In de paasvakantie bijvoorbeeld.

Maar laat mij jou vooral niet beïnvloeden. Ik zou niet willen dat ik betekenis had.

Hoe verwonderen ‘werkt’

rhendi-rukmana-193672

Ze kwam pal voor me staan en haakte zich vast in mijn ogen.
‘Mag ik een beetje drinken alsjeblieft?’
Niet met een uitdrukking van ‘ik sterf van de dorst, eindelijk water, ik smeek het je…’,
maar eerder met: ‘oh, een fles water, … tiens, ik wil wel drinken, … ik vraag het gewoon.’
Ik stak mijn fles water naar haar toe. ‘Je mag het hebben’, zei ik.

Ik had haar net de tramsporen zien oversteken naar het perron waar ik stond te wachten. De gedachten die bij me passeerden bij de observatie waren ‘wat een ingehouden energie, … helemaal kaal geschoren met uitzondering van een strook ingevette pikzwarte haardos naar achteren bovenop haar hoofd geplooid…ik hoop dat ze de boosheid die er volgens mij zit hier nu/seffens niet uit.’
Tien centimeter voor me stond ze dus stil. Veel te dicht. En ik merkte op dat ik geen angst voelde.

Ze nam met een bedankje de fles aan, draaide de dop open en dronk een paar teugen terwijl ze een paar passen verder liep. Stak de fles vervolgens gesloten terug naar me uit met een loom gebaar. Alsof ze enkel had onthouden dat ik ze haar gegeven had.
‘Je mag het hebben’, herhaalde ik.
Ik stond net vóór ze me ‘ontmoette’ nog te bedenken dat de fles te groot was voor mijn handtas, te onhandig in mijn jaszak en ook al niet zo praktisch in mijn handen. Eigenlijk stond ik er wellicht wat sullig mee te zeulen en was zij…mijn redder in nood. En ik die van haar.

Ze zei niets en liep wat verder het perron op. Intussen keek een oudere vrouw (what´s in a name) me aan met een blik van ‘maak dat mee, dat doet ge toch niet’. En ik gaf haar een mimiek, glimlach en handgebaar terug met de boodschap ‘Ik heb het ook nog nooit meegemaakt. Maar ik vind het best grappig. En ben blij dat ik haar kon helpen.’ Ik weet niet of we elkaar goed begrepen. De tram kwam er overigens aan.

In een flits bedacht ik me dat ik een beginnende verkoudheid heb en meteen voelde ik me schuldig. Moest ik nu…Neen, ik had de reflectie niet meteen gemaakt. Ik maak het ook niet alle dagen mee dat iemand uit mijn flesje wil drinken. Behalve mijn kroost zo nu en dan.
Ik heb haar er niet over aangesproken, het was toch al te laat, ze had er al van gedronken.
Ach, ik ook altijd met mijn impulsiviteit…

We stapten alle drie op. Ik zag de nieuwe eigenaresse van mijn flesje water een halve tram voor me een dubbel zitje bemannen. Ze legde meteen haar hoofd op haar armen op de leuning voor haar.
Ik vroeg me af waar ze mee zat. Maar niet voor lang.

De tweede halte stond een zevental mensen zich door de veel te smalle deuren een eindje vóór me te manoeuvreren om uit te stappen, terwijl de meeste blikken van de andere reizigers zich die kant uitdraaiden. Iedereen die eruit moest zette zijn weg verder op het voetpad. Nu probeerde de jonge vrouw die de hele tijd met een buggy op het voetpad had staan wachten het gevaarte met kind en al in haar eentje op te tillen om de twee hoge treden in de veel te smalle oude tramdeur te overbruggen. En iedereen bleef kijken en vroeg zich ongetwijfeld af waarom dat allemaal zo lang moest duren. Dus stoof ik recht en rende ietwat geïrriteerd voorbij de zittenblijvers de jonge vrouw tegemoet om haar aan boord te helpen. Ze bedankte me uitvoerig. Mogelijk kwam mijn ‘graag gedaan’ inclusief glimlach er niet helemaal spontaan uit door mijn irritatie naar de zittende reizigers, die ook hun plaats niet aan haar afstonden waardoor ze zich een weg moest wurmen in het smalle gangpad.

Iets meer dan tien minuten en zoveel keer verwonderd geweest. Zonder naar het theater te gaan zelfs…Nu ja, als ik mijn blik op de wereld werp zie ik één en al theater…

Maar nu is deze dag bijna om en zijn er eigenlijk nog tal van wonderbaarlijke dingen gebeurd. Maar ik zat zonet al aan 585 karakters (vóór ik de boel nakeek en her en der verbeterde) en meer wil ik u niet opsolferen zo in het weekend, zonder er een uitsmijter aan toe te voegen.

Fijn weekend!

 

Waarden of geld? Vertrouwen of angst?

‘Ik ken je eigenlijk niet, maar sommige van de dingen die ik van je gelezen heb op LinkedIn hebben me al doen nadenken.’

Zo´n eenvoudig zinnetje van iemand die ik tot vóór zijn uitgebreide mail niet sprak of las, het raakte me. Ik die dacht dat ik de enige ben die mijn eigen schrijfsels leest.

Hij schreef me in het kort zijn verhaal en het klonk me zeer bekend in de oren. Werkt bij een multinational waar het al lang niet meer om mensen draait maar om geld. En dat doet pijn, als jij nog wel idealen hebt en je je werk net wél voor mensen wil doen. Dat jij op lange termijn denkt, maar je directie daar niet in mee gaat. Dat je enthousiasme plaats moet ruimen voor kortetermijndenken.

Net voor Nieuwjaar hoorde ik nog het verhaal van een leidinggevende die trots was dat de evaluatiegesprekken van zijn medewerkers zo goed verlopen waren. Doorheen het jaar had hij her en der moeten bijsturen, maar nu waren alle evaluatieverslagen positief. Althans, vóór de directie zich er mee ging moeien…Het kon niet in hun ogen, enkel positieve verslagen afleveren. Dus moest hij de dossiers bijsturen. En hij deed het, ook al worstelde hij ermee.

Of ik dat zou doen? Absoluut niet. Ik zou die medewerkers gewoonweg niet meer onder ogen kunnen komen als ik zoiets gedaan had. Liever je eigen nek veilig stellen dan die van je medewerkers? Ik ruik de angst tot hier. Waar zijn we mee bezig?

Heb ik mooi praten? Mijn laatste werkgever ontsloeg me in de negende maand van mijn proefperiode, tijdens een ziekteperiode. Ik ben al vele jaren langer dan die laatste werkgever chronisch ziek, maar het was de cultuur die me de das om deed. Dat ik mijn buikgevoel bij het sollicitatiegesprek had moeten volgen, heb ik mezelf vaak onder de neus gewreven. Het haantjesgedrag een waarde had moeten toekennen. Maar goed. Ik was ook een beetje uitgekeken op de drie jobs die ik toen deed dus moest er iets gebeuren. En het ontslag deed pijn, maar ik ben er niet meer rouwig om.

Momenteel zit ik wel weer in een woelige periode. Al die vrijwillige engagementen, waar leidt het naartoe? Ik wil betaald werken, maar weet dat ik een regulier arbeidsregime niet kan bolwerken.

De sociale zekerheid staat onder druk, activeren van chronisch zieken is een hot topic. Maar ten koste van wat?

Wat zouden al die werkende mensen doen als geld geen struikelblok was? Wat zou ik doen als geld geen struikelblok was?  Ik kreeg de vraag in een explorerend gesprek in het kader van een eventuele loopbaanbegeleiding. En ik antwoordde meteen ‘dan zou ik het geld investeren in het ‘warm huis’ waar ik van droom waar mensen met een psychische kwetsbaarheid gevormd, gekoesterd en uitgestuurd worden om tegen betaling hun talenten in te zetten. En valt er eens iemand uit, dan wordt die persoon door ons opgevangen, gekoesterd en bij de vragende partij vervangen door een andere werkkracht uit de talentenpool.’ Dat is waar ik zou voor gaan, als ik geld had. Dus ga ik er ook voor nu ik geen geld heb en ik voel de emotie opborrelen tijdens het schrijven. Is dat niet een mini-maatschappij waar vertrouwen mag bloeien in plaats van angst?

Waarom moet werken een worsteling zijn? Waarom vallen termen over je bijdrage als ‘heel waardevol’ maar is dit omgekeerd evenredig met de vergoeding die er tegenover staat?

Wat zou ik doen als ik gezond was? Nog zo een vraag die ik me kan stellen. Dan zou ik wellicht meedraaien in deze maatschappij en me geen vragen meer stellen. Of toch?

Ik ga dadelijk de kaartjes die ik maakte over de waarden die ik leef nog eens bestuderen en doorvoelen. Ik word hier somber van mijn eigen schrijfsel, dat kan niet de bedoeling zijn.

Effe los schudden. En weer verder. Tot hoors.

Wat ‘het’ is

Weinig mensen vragen ernaar. Wat dat nu precies is, een psychose. Ik ben me ervan bewust dat ik in geen enkele eerdere blog deze term heb gebruikt. Omdat het er niet toe doet, welke stempel mijn gekte draagt.
Maar ik wil wel proberen het uit te leggen. Omdat u daar niet naar vraagt.
Tja, zo tegendraads ben ik dan weer wel…

Ik kan de beleving van een psychose het best verwoorden aan de hand van een ervaring met mijn kroost een tiental jaren geleden.
Op een avond stopte ik zoals elke avond mijn jongste dochter in bed, maakte aanstalten de deur op een kier te zetten en weg te gaan toen ik zag hoe ze me met angstige oogjes van onder haar dekbed bleef aankijken. Ik deed de deur opnieuw helemaal open en ging naar haar toe.
‘Scheelt er iets?’ vroeg ik. ´Je ziet er angstig uit.’
‘Soms denk ik dat er een man onder mijn bed zit’ flapte ze eruit.
‘Dat is niet leuk’, zei ik zachtjes.
‘Denk je dat nu ook?’
Ze knikte.
Ik vroeg of we samen eens zouden kijken. Ze gleed behoedzaam uit bed en drukte zich tegen me aan. Allebei op onze buik, gluurden we onder het bed.
‘Ik zie niks. Zie jij iets?’
Ze schudde neen.
Ik vroeg haar of ze nog ergens anders wilde kijken maar het was ok voor haar. Ze had niets meer nodig, nu wilde ze gewoon slapen. Met een zoen en een aai over haar hoofd stopte ik haar onder, liet de deur op een kier en zei haar dat ik later die avond nog even zou komen kijken hoe ze sliep.

Van waar die fantasie? Er heeft bij mijn weten nooit een man onder haar bed gelegen. Had ze er een verhaal over gehoord, het in een film gezien…dat kan. Feit is dat in haar beleving er daadwerkelijk een man onder dat bed zat. Je zou voor minder met de stuipen op het lijf stokstijf blijven liggen. Op zo´n moment is het goed dat iemand dat kind kan geruststellen met geloofwaardige argumenten. Word je als ouder boos en/of ga je de gedachte afdoen als larie, dan bestaat de kans dat dat kind op zijn eigen manier aan de slag gaat met die angst. En bijvoorbeeld elke avond in bed bij broer, zus of ouders kruipt…met een al evenzeer gefantaseerde smoes. En dan geraakt de link tussen de angst en het gedrag verloren.

Vergelijkbaar met de beleving van een psychose?

Bij mijn voorlaatste psychose stond ik in de tuin ‘het weer te regelen’.
Ja, u leest het goed.

Neen, ik lig niet ‘letterlijk’ wakker van de klimaatveranderingen. Maar op onbewust niveau beangstigt me de dat wel en probeer ik daar een oplossing voor te vinden, liefst op wereldschaal!
Op een dag was mijn moment daar en ging ik in de tuin aan de slag. In volle concentratie dirigeerde ik de wolken met mijn vingers strak naar hun contouren gericht, met amper aandacht voor mijn kinderen die stilaan erg ongerust werden over mama haar vreemde gedrag. Ik kan zeggen dat ik met de weergoden gestreden heb. En in mijn beleving, toen, heb ik het er goed vanaf gebracht. Diezelfde avond lag ik in het ziekenhuis.

Mijn oudste dochter zei nadien: ‘Mama, ik wist dat er iets niet klopte toen je zei dat je voor mooi weer ging zorgen.’
‘Ja schat, en kijk nu eens naar buiten…en hoe was het weer de afgelopen periode?’
‘Mmmh…daar zeg je zoiets.’
En er dan samen om glimlachen…Daar start dan herstel.

Het doorleven van een psychose is een heel intense ervaring. De beleving voor de omgeving van de persoon die opgaat in zijn fantasie is beangstigend en het besef dat je een psychose hebt gehad is ronduit zwaar om dragen. Meestal volgt er een depressieve periode.
Zelf herinner ik me heel veel van de acute fasen. Wat je kan vergelijken met dromen die je onthoudt. Alleen word je uit dromen wakker en kan je zeggen ‘oef, het was maar een droom’.
Terwijl ik moet zeggen ’tjonge, mijn fantasie ging weer met me op de loop, toen, daar, met dat gedrag…gênant…’

Maar dan vertel ik mijn ervaringen onder vrienden en maken we er samen grapjes over. Dat is het fijnste stuk. Aanvaard worden door mensen die je graag zien. Met of zonder. Het is wat ‘het’ is.