Ogenblik

Photo by Marina Vitale on Unsplash

Daarnet herinnerde ik me ineens dat ik ooit recruiter had kunnen worden, als ik alleen maar ja had gezegd. Het ene rekruteringsbureau bevond zich in Brussel toen ik er nog woonde. Het andere in Putte toen ik al niet meer in Brussel woonde.

In Putte had ik nochtans gewoon gereageerd op een aldaar vacante job, maar de man die me te woord stond en mijn woorden onder de loep nam, gaf me een speciale uitdrukking over voor de blik in mijn ogen.

‘Je hebt er de blik voor’, vertelde hij me. Wellicht heb ik daarop authentiek gefronst.

Dus heb ik mijn interesse wat opengesteld en is hij beginnen vertellen hoe het er allemaal aan toe ging in zijn bureau. Zo had hij het ook over het zoeken naar geschikte kandidaten. En dat je wel wat leugentjes moest gebruiken om de juiste man of vrouw aan de lijn te krijgen in een organisatie.

En dat, lieve lezers, dat zag ik dus niet zitten.

Ik zou het zelf ook irritant vinden als iemand mij met een smoes aan de lijn krijgt en daarna vertelt dat hij de droomjob voor mij heeft gevonden. Of dat ik de ideale kandidaat ben voor een wel heel speciale job.

En hier had ik dus een zin geschreven die ik voor de zekerheid maar heb geschrapt. Ik gebruikte immers een uitdrukking die een vriend van me net in zijn sms-mond nam zonder het eerst op te zoeken. Heb ik dus voor de zekerheid toch maar gedaan en vandaar de schrapping en verduidelijking. Voor de duidelijkheid, uiteraard.

Rekruteren…

Wat ik wel graag doe is op zoek gaan naar unieke talenten van mensen en hen daar een beetje rond kriebelen om hen in gang te zetten. De vriend waarover ik net cursief schreef doet dat met mij ook.

Ik dacht gewoon wat op mijn luie zetel te zitten vanavond maar door het heen en weer leuteren kreeg ik ineens inspiratie om te schrijven. Dus dankjewel R.!!

Het gedicht over de kiwi heb ik overigens ook voor de helft aan hem te danken. Is hier wel ergens te vinden op mijn blog. Gewoon even zoeken op kiwi…denk ik toch…

Die blik in mijn ogen heeft overigens al meer voor uitspraken gezorgd:
‘Je kijkt zo streng’, ‘Leg zachtheid in je ogen’, maar ook ‘je kijkt zo vreemd uit je ogen’, in mijn pijnlijkste momenten. ‘Jij werkt in het onderwijs he, ik zie het aan je ogen.’

‘Fiducia met de mooie ogen’ heeft ook wel eens iemand zo ongeveer tegen me gezegd. Vreemd vond ik dat. Ik had ze niet eens in de verf gezet.

Maar goed.
Waar liggen mijn talenten en wat kan ik er nog mee betekenen voor de toekomst van onze kinderen?
Ik leg de vraag maar even voor aan mijn onbewuste en rep me terug naar mijn luie zetel op deze zondag.

En later op de avond laat ik mijn ogen boekdelen spreken.
Zomaar, voor de lol.

Poortwachter

Photo by Photoholgic on Unsplash

haar blik was een meesterwerk zonder gelijken
wij plooiden ons woordeloos naar haar gezag
zijn beklag was wat mager zo zonder een ijkpunt
mevrouw hield de wacht aan de poort van gedrag

Hoedanook

Photo by Debby Hudson on Unsplash

ik schrijf je dat ik aan je denk
onwetend of je ´t fijn vindt

ook hoop ik dat het blij is
wat je voelt doorheen de dag

beklijven is een woord
dat aan mijn tongpunt plakt

ik schrijf je dat ik aan je denk
maar hoe dan ook verzwijg ik

Knipoog

Photo by Robert Collins on Unsplash

wil je van me leren, houden
of een keer mijn fietspomp lenen
maak me iemand in je leven
iets meer dagelijks dan ooit

begroet me ergens op de valreep
tussen hagelslag en sla
zodra ontmoeten aardig klinkt
valt tijd best goed, te maken

Vrijheid

Photo by Lek Nikto on Unsplash

Ik was er niet goed van.
Daar zat ik op een bankje op de Korenmarkt in Gent, wachtend op een vriendin. Op de bank naast me kwam een jonge vrouw zitten. En even later, tussen ons tweetjes in, een andere jonge vrouw.

Opeens hoor ik de eerste vrouw iets zeggen in de trant van ‘waarom draag jij een hoofddoek? Het is toch niet normaal. Niemand hier bij ons draagt een hoofddoek, waarom jullie wel?’ Het meisje naast me antwoordde ‘laat me met rust alsjeblieft.’
‘Ik wil je helpen’, zei de eerste jongedame, ‘moet jij een hoofddoek dragen van je ouders? Waarom draag je die niet gewoon thuis en doe je die hier op straat af. Dat is toch lelijk. En hoe doe je dat met dat mondmasker?’

Ik boog me voorover en zei tot de eerste dame ‘mevrouw alsjeblieft!’

Opeens trekt de jongedame naast me haar hoofd naar mijn kant en zegt ‘blijf van me af alsjeblieft’ terwijl ze haar hoofddoek wegtrekt.
Als je wil kan je je aan de andere kant van mij zetten’ zei ik tegen haar. Waarop de jongedame met hoofddoek opstaat en aan mijn linkerkant komt zitten.

De eerste jonge vrouw ging verder ‘mogen we hier nu niet vrij over spreken? Mag je nu geen vragen meer stellen?’ Ik antwoordde geagiteerd iets in de trant van ‘daar gaat het niet om. Jij raakt haar aan, waar ligt jouw grens?’
De jongedame antwoordde niet meteen.

Toen ik weer recht voor me keek zag ik op een tiental meter mijn vriendin naar me zwaaien. Ik keek nog even naar de dame links van me en zei ‘sterkte’, waarna ik opstond en verder liep. Maar ik was dus wel wat van de kaart door dit gebeurde. Vroeg me ook af of het ok was om te vertrekken.

‘Het was een sociaal experiment’, hoorde ik nog roepen. Ik was doorgelopen met mijn vriendin, richting Vrijdagmarkt.

Ik kon het echter niet loslaten. Mijn vriendin vertelde, ik hoorde amper wat ze zei…Ik vond dat ik niet goed had gereageerd…vroeg me af hoe ik het anders had kunnen doen.

Opeens tikt iemand op mijn schouders en ik draai me om. De jongedame met hoofddoek spreekt me aan en zegt ‘mevrouw, het was een sociaal experiment. Mogen we het filmpje gebruiken op school?’
‘Hebben jullie dit gefilmd?’ vroeg ik. ‘Ja daar,’ ze wijst naar een jonge vrouw een tweetal meter verderop. ‘mijn zus heeft gefilmd.
‘Ja,’ zeg ik, ‘jullie mogen het filmpje gebruiken op school.’ Maar ik zeg er niet bij dat ik niet wil dat het op sociale media verschijnt.
En daar ben ik nu nog lastig over. Die jonge gasten gaan daar zo vlotjes mee om…

Ik ben me ervan bewust dat de conversatie van hierboven niet helemaal strookt met hoe het gesprek in werkelijkheid verliep. Daarvoor was ik teveel geraakt door wat er gebeurde. De vragen werden gesteld, maar niet noodzakelijk in de volgorde die ik hierboven beschreef. Maar de jongedame met hoofddoek zei nog ‘bedankt voor wat u heeft gedaan. We hebben het inderdaad vandaag niet zo gemakkelijk.’

Ik kon het niet loslaten.
En waar ik gisteren dit verhaal deelde in een groep met de mededeling dat ik vond dat ik niet adequaat had gereageerd, kreeg ik toch vooral te horen dat ik moedig was geweest om te reageren. En dat het onveilig moet hebben gevoeld, om te reageren maar zeker ook om te beseffen dat ik onderdeel was van een sociaal experiment.

De mensen die deze reactie gaven vonden dat er meer tijd had moeten worden besteed aan het kaderen van het sociaal experiment. Dat er beter voor me ‘gezorgd’ had moeten worden. Ik weet zelfs niet welke school deze drie jongedames lopen…

Het gebeurde vond niet plaats in de Opvoedingstraat in Gent. Daar had ik een andere ervaring.

Zucht. Ik kan alleen maar het gebeurde eens grondig herleven en uitmaken hoe ik in de toekomst wil reageren mocht soortgelijke situatie zich weer voordoen.
Voor mezelf uitmaken wanneer ik reageer en wanneer ik zwijg of opstap.

Doet me denken ook:
Wat is vrijheid?
Waar liggen de grenzen van vrijheid (van meningsuiting)?
Ligt de grens van vrijheid daar waar de vrijheid of integriteit van een ander in het gedrang komt?
En hoe ‘meet’ je dat? Met buikgevoel?

En hoe kan je op dat moment ‘gepast’ reageren hoewel allerlei emoties door je heen jagen?

Het zijn open vragen. Ik heb er nu geen antwoord op. Voor dergelijke vragen is het beter meer dan één hoofd erover te laten nadenken. Meer dan één hart te laten spreken. En ons buikgevoel goed in de gaten te houden.

Hey Man!

Belevenissen

Photo by Jr Korpa on Unsplash

Vandaag was ik in de Opvoedingstraat in Gent om met een arbeidsgeneesheer te gaan spreken.
Ik was een tijdje later op de Korenmarkt in Gent op een bankje aldaar de gefilmde onwetende in een sociaal experiment. En daarbovenop was ik vandaag ook de klant in de onmogelijkheid om de klantendienst van de NMBS te bereiken via een contactformulier.
Technisch probleem. Technisch probleem. Technisch probleem…give me a clue please…
Overigens kon de bereidwillige conducteur me niet verder helpen en me ook geen e-mailadres van de klantendienst bezorgen.

Misschien moet ik de indrukken van vandaag maar eerst verwerken vooraleer ik erover schrijf…
Tot later dus! En geniet nog van de open hemel tussen de wolken door.

Vaarwel professor

Photo by Tra Nguyen on Unsplash

Het voelt een beetje dubbel om dit te schrijven.
Of beter, om dit NU te schrijven.
Maar ik zet door en zal ermee handelen op een manier die ik gepast vind, zodra dat ik het helemaal doorvoel.

Vandaag kreeg ik een berichtje van een vriendin. Haar broer, een partner, ouder en professor waar ik nog les van heb gekregen, is gisterenavond overleden.
Een plots overlijden, onaangekondigd.
Op leeftijd maar toch te jong om te sterven.

Vorige week was ik er nog over aan het denken eens op de dienst waar hij gisteren nog werkte langs te gaan. Omdat ik daar ook ooit zelf gewerkt heb in een eerste job, zowel mijn vriendin als haar broer er werken en de andere oude bekenden ook nog eens ontmoeten me wel fijn leek.
Dit idee was vrij hardnekkig aanwezig maar nog net niet in mijn agenda ingepland.
Misschien doe ik het nu alsnog één van de komende weken…

Hem zal ik nu niet meer kunnen spreken hoewel ik naar een kleine uitwisseling zoals de laatste keer had uitgekeken. Het academiejaar start nu zonder hem. Vreemd is dat.

Ik vond hem altijd grappig en vinnig. Hoe hij daar beneden in het leslokaal aan het bord stond met zijn niet zo grote gestalte. Hoe ik op een gegeven moment mijn vrouwelijke studiegenoten naast me er op attent maakte dat hij zo´n klein ‘poepke’ had en ik, toen hij zich prompt omdraaide en me recht aankeek, het akelige gevoel kreeg dat hij dat gehoord had. Focus terug op mijn blad. Verder schrijven en dimmen. Blozende wangen.

Hij was het ook die kennis uit me trok toen ik gegeneerd, met een rood en schilferig aangezicht van de stress in mijn laatste jaar het antwoord op zijn vraag poogde te formuleren op het bord en in woord. Het was op het krijtbord in het koffiekot. Met af en toe een medewerker die zijn bakje koffie kwam bijtanken, gelukkig geen praatje maakte. Toen nog niet…

Toen ik een dik jaar nadien op de dienst werkte en al enkele maanden zwanger was van mijn oudste dochter, kwam ik na de lunch verontwaardigd terug in datzelfde ‘koffiekot’ met de boodschap dat iemand me had gezegd dat ik een ‘kwakkelgangetje’ had. Ik zocht naar steun in mijn verontwaardiging. Onze professor zei boudweg ‘dat heb je altijd al gehad.’ Met een monkellachje.

Hij was een mooi mens. Mens onder de mensen, eenvoudig complex en rechtvaardig. Het was op zijn onderzoeksdomein dat ik mijn thesis maakte, met als voorbereidende opdracht een naslagwerk doornemen dat hij en enkele collega´s hadden geschreven.

Jaren later heb ik vaak nog gedroomd dat ik geen thesis vond die eenvoudig genoeg was voor me. Dan werd ik angstig wakker en daalde langzaam het besef in dat ik al een tijdje was afgestudeerd. Ook al had ik mogelijk nog steeds mijn thesis niet afgerond mocht mijn broer mij geen ‘sjot onder mijn kont’ zijn komen geven toen ik lag weg te kwijnen in de zetel bij mijn ouders thuis. Die zomer. Mijn ouders op reis en ik met het gevoel dat ik helemaal ‘niet voldoende was’ om dit diploma te halen.

Als mens heb je op je pad mensen nodig die (onvoorwaardelijk) in jou geloven en die geen moeite getroosten om je in je kracht te zetten.
Een leerkracht of professor kan die rol opnemen.

Aan R. houd ik bijzondere herinneringen over.
Ik wens zijn zus en familie veel sterkte toe.
Dat de mooie herinneringen zijn energie in leven mogen houden.  

Lieve groet aan hen, van mij.