De laatste zon

Photo by Caseen Kyle Registos on Unsplash
De laatste zon

De laatste zon schijnt op de gevels
blik omhoog.

En kijk.

De weg vertrouwd maar nieuw vandaag
ik kijk omhoog.

Zo wijs.

De richting van oneindigheid
de zon nabij als vederlicht
ik aarzel niet
ik dicht de tijd

En morgen kom ik thuis.

Lorgnet

Photo by Bud Helisson on Unsplash

het duister wil niet wijken
ik geraak flink op de dool
een bril is aanbevolen
een lorgnet, ietwat frivool

met het handvat in mijn foute hand
kan ik de tijd doen keren
zo word ik wellicht weer bestand
tegen diep donk’re zeren

Inspinatie

Photo by Peter Fogden on Unsplash

Ze beweert dat ze een blogbericht van me in haar wachtkamer heeft hangen.
En dat ik haar met mijn laatste schrijven per e-mail ‘opnieuw’ op een idee bracht.
Zot vind ik dat!
Ik schrijf toch maar wat?!

De laatste tijd wil de inspiratie me niet echt ‘toevallen’, waardoor het uitreiken naar mijn laptop om ‘neer te pennen’ wat me gegeven wordt, niet aan de orde is.
Ik kan toch niet zomaar beginnen schrijven? Of wel?
De eerste letter typen en zien waar ik uitkom…

Meestal verloopt het bloggen wel op die manier, eerlijk is eerlijk.
De tijd dat ik elke dag wat woorden breide, ik mis hem.
De tijd dat ik weer woorden kan aanreiken, ik verwelkom hem. (Of is ‘tijd’ vrouwelijk?)
De tijd die ik nu neem om te schrijven wat zich in mijn hoofd ontvouwt, … ik dans hem.

Ik merk ook op dat mijn zus tegenwoordig bij wandelingen sneller vreemdsoortigheden of moois opmerkt dan ik. Ben ik teveel gericht op mezelf dezer dagen?

Zonet ontwaarde ik op de nok van een zonovergoten dak een stelletje meeuwen. Met hun borst naar de zon gericht, elk op een tweetal meter van elkaar. Dat beeld ontroerde me. Ik vroeg me even af of het duiven waren, want ik vond het een vreemde plek voor de meeuwen om zich even te ’nestelen’. Maar het waren wel degelijk meeuwen.
Inmiddels zijn ze weg en zit er een duif in haar uppie te duivelen.
Net zoals ik in mijn uppie zit te tokkelen.
Wat klankmatig wel erg op een kippenactiviteit lijkt 😊

Wat me dan weer doet denken aan de twee doosjes eieren die ik even geleden in de supermarkt kocht. De eieren waren elk enorm groot en bleken alle twaalf een dubbele dooier te bevatten. Ik zou kunnen opzoeken hoe dat komt, maar ik besluit even dat niet te doen. Ze waren smaakvol. Bijzonder smaakvol. En een beetje grappig, vond ik.

Wat me opnieuw brengt bij inspireren. Wat was er eerst, de kip of het ei? Het ei blijkbaar.
En wat komt eerst: de inspiratie of de transpiratie?

Zonet zat er een mini-spinnetje op mijn rechterhand. Inmiddels blijkt dat ze via een zelfgeweven draadje met mij verbonden is. Ik moet wel uitkijken waar ik mijn elleboog neerzet. Dat is niet met mijn gewicht mijn compagnon van het leven beroof.
Dancing with the stars…

Er heeft lange tijd een spinnenweb gehangen aan de buitenkant van het raam vlakbij mijn keukentafel. Ik vond het fascinerend om de spintaferelen te aanschouwen tijdens mijn maaltijden. Een gevleugelde formaatgenoot die per abuis in het web verstrikt geraakt. De efficiëntie waarmee de spin haar buit inblikt. Het deskundig renoveren van het web na stormschade. Het geduld. De eenvoud.

Ook aan mijn waslijn achteraan in mijn tuintje hangt er af en toe een kunstig spinnenweb. Daar zitten van die stevige kleppers in. Als je er zo eentje recht in je gezicht krijgt omdat je niet opmerkzaam bent bij het wegbrengen van je groente- en fruitafval naar de composthoop, dan ontstaat instant een dans die wild ‘exuberant’ is. En wat primitieve keelgeluiden verrassen daarbij dan de buren. Niets aan de hand, gewoon een spin die me ‘inspireert’. Inspinatie.

Ja, het is me wat. Ik kijk uit naar de komende dagen. Tot schrijfs!

Vrijheid

Photo by Bianca Ackermann on Unsplash

De behoefte aan vrijheid, ze uit zich op verschillende manieren.

De ene wil op restaurant gaan als hij of zij daar zin in heeft. Als dit betekent het bewijzen dat je ingeënt bent dan nemen ze dat er bovenop. Al betekent dit voor zij die de vrijheid willen hebben niet ingeënt te worden, om welke reden dan ook, dat ze niet kunnen genieten van deze deugd. Maar is het een redelijke ‘vrijheid’?

Er zijn mensen die niet de mogelijkheid hebben op restaurant te gaan, omdat hun land in oorlog is en de restaurants überhaupt niet open zijn. Zij hebben niet te kiezen voor vrijheid, of toch, in de handen van mensensmokkelaars misschien. Als ze geluk hebben landen ze ergens levend. Als ze nog meer geluk hebben komen ze in goede handen terecht. Wat is hun vrijheid? Ze mogen weinig. Kunnen misschien ook weinig.

Ikzelf was eerst van plan me niet te laten inenten. Ik had daar mijn redenen voor. Maar ik bedacht mezelf ook dat als ik dan ziek zou worden en in het ziekenhuis belanden, ik mogelijk in de intensieve zorgen de apparatuur in beslag zou nemen waar andere mensen ook bij gebaat zouden zijn. Dus concludeerde ik dat ik dan een wilsverklaring zou ondertekenen waarin ik duidelijk zou maken dat ik geen intensieve behandeling meer zou willen mocht ik ziek worden aan het virus.

Zover kwam het niet. Ik ontving een uitnodiging en heb me laten inenten. Door die daad heb ik nu de vrijheid om me in restaurants te begeven.

Tot op heden ben ik gelukkig niet ziek geweest. Ik had voor mijn inenting wel eens meer dan twee symptomen waarbij ik me moest laten testen. En ik was bloednerveus dat ik de ziekte zou dragen waardoor ik een bejaard persoon in mijn omgeving mogelijk had besmet.

Maar het was geen corona. Het was een paar dagen uitzieken en weer verdergaan.

Ik heb de vrijheid op restaurant te gaan, ik heb de vrijheid om me vrij in de openbare ruimte te bewegen. Door de keuze die ik gemaakt heb.

Vandaag werd in het nieuws vermeld dat een universitair ziekenhuis niet langer bedden op de intensieve zorgen vrijhoudt voor coronapatiënten. Is dat grof? Welke vrijheid heeft het zorgpersoneel dat al maanden onder druk staat? Hoe slagen zij erin vol te houden? Ik weet het niet. Voor mij is al de dagelijkse berichtgeving in het nieuws belastend, laat staan dat ik dagelijks ook de confrontatie zou moeten aangaan met leven en dood.

De sfeer is grimmig. Omdat er niet naar elkaar geluisterd wordt op de manier die gezond is. Ik neem bewust niet deel aan de sociale media-gekte, omdat ik niet het gevoel heb dat daar werkelijk geluisterd wordt  naar wat er wil verteld worden. Vandaag lees ik een mail van een dansdocente die een open brief heeft geschreven. Ze heeft er genoeg van. Ik lees haar stijl en vrees dat ze niet voluit zal gehoord worden omdat ze aanvallende woorden gebruikt.

We zijn allemaal op zoek naar vrijheid, we maken allemaal keuzes waar consequenties aanhangen. Alleen als er ruimte is om de minderheidsstemmen te horen, alleen als er echt geluisterd wordt naar de argumenten die schuilgaan achter bepaalde keuzes, kan een WIJ verschil maken.

Tot dan geloof ik niet in goed en fout. Ik geloof wel dat geen gedrag vreemd is als je de context in rekening brengt. Niet alleen de eigen context, vooral ook de context waarin je de ander ont-moet.

Daarvoor moet je tijd maken…met keuzes.

Rijexamen

Photo by Alexander Schimmeck on Unsplash

‘Juffrouw, naar rechts.’
‘Jaja’, zei ik opnieuw, en bleef intussen geduldig naar links pinken en uitkijken of de straat vrij was om linksaf te slaan.
Achteraf zei mijn grootvader ‘ik wist het, maar je had gezegd dat ik niets mocht zeggen.’

Maar ik ben uiteindelijk wel rechtsaf gegaan en was uiteindelijk ook voor het rijexamen geslaagd. Van de eerste keer. Hoewel ik ook even benauwd kreeg bij het begin van het traject op de straat, waar er een helling was net voor het verkeerslicht. Even de handrem opgezet en vlot opnieuw vertrokken, zorgend dat ik de baan vrijmaakte en daarmee de knoop op het kruispunt wat lichter maakte. Oef.

Ook bij de manoeuvres was ik even bang dat ik in de fout ging. Eerst moest ik achterin rechts in een parkeerplaats rijden. Daar had ik mijn raampje even naar beneden geschoven om ook even buiten de wagen te kijken. Waarvan mijn grootvader achteraf aangaf dat hij het koud had gehad bij mijn trip op de openbare weg, ‘maja, ik mocht niets zeggen.’

Ik was veel te bewust bezig met trachten geen fouten te maken waardoor ik niet doorhad dat ik mijn raampje nog niet had dichtgedraaid voor ik de straat opging. Waar ik dacht dat het examen eraan ging was bij het vooruit links in een parkeerplaats draaien. Ik moest het in twee stappen doen, maar blijkbaar was dat toegestaan.

Dat ‘ik mocht niets zeggen’ had trouwens een reden. Ik had mijn grootvader ingewreven dat hij tijdens het examen alleszins niet mocht zeggen of de baan vrij was om af te draaien. Bij het oefenen leunde hij vanop de passagiersstoel altijd helemaal naar voren om rechts te kijken of de baan vrij was om links af te slaan. Ik vond dat irritant, maar hij leerde het niet af. Deed het wellicht om goed te doen. Maar ik onderstelde dat de examinator het niet fijn zou vinden als mijn grootvader aanwijzingen gaf. Alleszins, manoeuvres en openbare weg, ik was dus geslaagd.

Dat aan het stuur zitten gebruiken ze ook om ACT (Acceptance and Commitment Therapy) uit te leggen. De metafoor beschrijft jou als chauffeur van je bus, van je leven, en verschillende ‘mensen/monsters’ stappen achterin op. Ze stellen gedachten, gevoelens en gewaarwordingen voor. Het is dan kunst om aan het stuur te blijven en de passagiers te ‘aanvaarden’ (acceptance) op je bus. Hen te negeren als ze veel lawaai maken en je te blijven focussen op de weg die jij uit wil gaan, volgens de waarden die je wil leven. Je niet te laten sturen door de aanwijzingen of gemopper van de passagiers op je bus. Dit vind ik wel een duidelijk filmpje over ACT: https://www.youtube.com/watch?v=ScwXgqO_d7Y

Al zijn er ook filmpjes te vinden met de bus als metafoor.

Misschien is het als chauffeur van je eigen leven ook wel interessant om de venster al eens open te zetten. Een frisse wind te laten waaien in de bus. Ook goed voor je medereizigers in tijden van Corona. Maar of het altijd zo aangewezen is om je te ‘committen’ tot je weg en je waarden en niet naar de stemmetjes van je passagiers te luisteren, weet ik niet zo goed. Ik denk inmiddels dat je er beter met mildheid naar kijkt en tracht te begrijpen wat ze willen vertellen. Welke behoefte er achter zit dat ze zo hardnekkig aandacht blijven vragen. Dat je ook als chauffeur van je bus (die je leven is) tenminste luistert naar je passagiers. Hen negeren zou wel eens een averechts effect kunnen hebben. Ze zouden harder kunnen gaan roepen waardoor je concentratie in het gevaar komt.

Dat doet me dan weer denken aan het gedicht van Rainer Maria Rilke over draken en prinsessen. Hoe de draken in ons leven misschien prinsessen zijn die er in angst en beven slechts naar haken ons eenmaal dapper en schoon te zien ontwaken.

Het volledig gedicht plaatste ik in mijn blogbericht van 28 november 2020: https://fiduciacaro.be/2020-11-28/begrip/

Raampjes en deuren open, af en toe een nieuwe wind en wat beweging brengen onder en in de passagiers. De energie die je meedraagt omvormen zeg maar.

Bestaan daar rijexamens voor?
Of bewustzijnsexamens…

Telefoon

Photo by Annie Spratt on Unsplash

“Wat zijn dat voor mensen, die hebben niet eens een telefoon.”
Dat had moeder gezegd, dik dertig jaar geleden, toen ze er niet in geslaagd was de bestemming van haar zoon op te snorren. Hij was afgeweken van de gefietste Vlaamse Gordel om zijn kersvers lief te komen opzoeken. Zo was hij niet op tijd thuis gearriveerd voor het eten.
Er waren nog geen mobiele telefoons toen. En quasi elke trotse bezitter van een telefoon stond nog met zijn telefoonnummer in de witte gids. Die zij had geraadpleegd.
Er was nog geen sprake van GDPR. Iedere telefoonbezitter kreeg jaarlijks een nieuwe gele en witte gids op de dorpel.

Nochtans had een telefoon toen al wel handig geweest.
Ik had enkele zomers voordien gesolliciteerd in de horeca en de eigenaresse wou me bellen als het druk was. Ik opperde nog dat ze zou kunnen bellen bij onze buren, zodat zij me konden verwittigen maar dat was niet echt werkbaar. Zo afhankelijk zijn van hen voor een studentenjob.

Ik weet niet hoeveel procent van de inwoners van België vandaag een eigen telefoon heeft. Of twee, als die van het werk een apart toestel is. Of drie, als er ook nog een quasi vast toestel rondwaart. En ik weet ook niet of het zo gezond is voor beller en ontvanger om continu bereikbaar te zijn. Zelf ervaar ik vaak onrust als mensen niet binnen afzienbare tijd reageren op een bericht of telefoontje. Dan gaat mijn fantasie met me aan de haal en dat zorgt zelden voor gemoedsrust. Al ben ik zelf ook niet graag continu bereikbaar.
Af en toe wil ik afgescheiden zijn. Alleen zijn met mijn gedachten of in gezelschap. Of herstellend in mijn slaap.

Zo herinner ik me ook nog CLIP en CLIR van enkele jaren later, toen ik bij een telefoonoperator werkte. CLIP = Calling Line Identification Protocol en CLIR = Calling Line Identification Rejection. Als ik het me goed herinner…Daar kon commercieel iets mee  gedaan worden. Toon je je nummer als je belt of verberg je het. Misschien het begin van bewustwording rond privacy.

Wat ik het mooist vind is wanneer ik aan iemand denk en die iemand tientallen tellen later ergens van zich laat horen. Dan is het de vraag of ik het bericht had voelen aankomen of dat telepathie niet meer dan dom toeval is. Bestaat toeval trouwens?

En wat dan als je telefoon het niet meer doet en je toevallig dringend iemand wil bereiken? Waar zijn die ‘telefoonkotjes’ als je ze nodig hebt? Eerst de gewone, volledig afgesloten hokjes. Met een dikke beduimelde witte gids. Later de zelfreinigende hokjes waar de privacy al iets minder was.

Waar een uitspraak al niet toe kan leiden…
En waar een vergeten telefoonkotje al niet voor kan dienen…

Vrijheid

Photo by Lek Nikto on Unsplash

Ik was er niet goed van.
Daar zat ik op een bankje op de Korenmarkt in Gent, wachtend op een vriendin. Op de bank naast me kwam een jonge vrouw zitten. En even later, tussen ons tweetjes in, een andere jonge vrouw.

Opeens hoor ik de eerste vrouw iets zeggen in de trant van ‘waarom draag jij een hoofddoek? Het is toch niet normaal. Niemand hier bij ons draagt een hoofddoek, waarom jullie wel?’ Het meisje naast me antwoordde ‘laat me met rust alsjeblieft.’
‘Ik wil je helpen’, zei de eerste jongedame, ‘moet jij een hoofddoek dragen van je ouders? Waarom draag je die niet gewoon thuis en doe je die hier op straat af. Dat is toch lelijk. En hoe doe je dat met dat mondmasker?’

Ik boog me voorover en zei tot de eerste dame ‘mevrouw alsjeblieft!’

Opeens trekt de jongedame naast me haar hoofd naar mijn kant en zegt ‘blijf van me af alsjeblieft’ terwijl ze haar hoofddoek wegtrekt.
Als je wil kan je je aan de andere kant van mij zetten’ zei ik tegen haar. Waarop de jongedame met hoofddoek opstaat en aan mijn linkerkant komt zitten.

De eerste jonge vrouw ging verder ‘mogen we hier nu niet vrij over spreken? Mag je nu geen vragen meer stellen?’ Ik antwoordde geagiteerd iets in de trant van ‘daar gaat het niet om. Jij raakt haar aan, waar ligt jouw grens?’
De jongedame antwoordde niet meteen.

Toen ik weer recht voor me keek zag ik op een tiental meter mijn vriendin naar me zwaaien. Ik keek nog even naar de dame links van me en zei ‘sterkte’, waarna ik opstond en verder liep. Maar ik was dus wel wat van de kaart door dit gebeurde. Vroeg me ook af of het ok was om te vertrekken.

‘Het was een sociaal experiment’, hoorde ik nog roepen. Ik was doorgelopen met mijn vriendin, richting Vrijdagmarkt.

Ik kon het echter niet loslaten. Mijn vriendin vertelde, ik hoorde amper wat ze zei…Ik vond dat ik niet goed had gereageerd…vroeg me af hoe ik het anders had kunnen doen.

Opeens tikt iemand op mijn schouders en ik draai me om. De jongedame met hoofddoek spreekt me aan en zegt ‘mevrouw, het was een sociaal experiment. Mogen we het filmpje gebruiken op school?’
‘Hebben jullie dit gefilmd?’ vroeg ik. ‘Ja daar,’ ze wijst naar een jonge vrouw een tweetal meter verderop. ‘mijn zus heeft gefilmd.
‘Ja,’ zeg ik, ‘jullie mogen het filmpje gebruiken op school.’ Maar ik zeg er niet bij dat ik niet wil dat het op sociale media verschijnt.
En daar ben ik nu nog lastig over. Die jonge gasten gaan daar zo vlotjes mee om…

Ik ben me ervan bewust dat de conversatie van hierboven niet helemaal strookt met hoe het gesprek in werkelijkheid verliep. Daarvoor was ik teveel geraakt door wat er gebeurde. De vragen werden gesteld, maar niet noodzakelijk in de volgorde die ik hierboven beschreef. Maar de jongedame met hoofddoek zei nog ‘bedankt voor wat u heeft gedaan. We hebben het inderdaad vandaag niet zo gemakkelijk.’

Ik kon het niet loslaten.
En waar ik gisteren dit verhaal deelde in een groep met de mededeling dat ik vond dat ik niet adequaat had gereageerd, kreeg ik toch vooral te horen dat ik moedig was geweest om te reageren. En dat het onveilig moet hebben gevoeld, om te reageren maar zeker ook om te beseffen dat ik onderdeel was van een sociaal experiment.

De mensen die deze reactie gaven vonden dat er meer tijd had moeten worden besteed aan het kaderen van het sociaal experiment. Dat er beter voor me ‘gezorgd’ had moeten worden. Ik weet zelfs niet welke school deze drie jongedames lopen…

Het gebeurde vond niet plaats in de Opvoedingstraat in Gent. Daar had ik een andere ervaring.

Zucht. Ik kan alleen maar het gebeurde eens grondig herleven en uitmaken hoe ik in de toekomst wil reageren mocht soortgelijke situatie zich weer voordoen.
Voor mezelf uitmaken wanneer ik reageer en wanneer ik zwijg of opstap.

Doet me denken ook:
Wat is vrijheid?
Waar liggen de grenzen van vrijheid (van meningsuiting)?
Ligt de grens van vrijheid daar waar de vrijheid of integriteit van een ander in het gedrang komt?
En hoe ‘meet’ je dat? Met buikgevoel?

En hoe kan je op dat moment ‘gepast’ reageren hoewel allerlei emoties door je heen jagen?

Het zijn open vragen. Ik heb er nu geen antwoord op. Voor dergelijke vragen is het beter meer dan één hoofd erover te laten nadenken. Meer dan één hart te laten spreken. En ons buikgevoel goed in de gaten te houden.

Hey Man!

Weifelen

Photo by Nicolas Hoizey on Unsplash

Hij vroeg of ik zou stoppen met schrijven.
Tot hiertoe gaf ik geen antwoord. Omdat ik geen antwoord vond in mijn arsenaal aan woorden.

Zolang er ruimte is, kunnen objecten worden waargenomen.
Zolang er stilte is, kan geluid zich ontvouwen.
Zolang er woorden zijn, kunnen ze verschil maken.

Ik weet vaak niet meer welke woorden nog schrijven. Alsof alles al gezegd is. Alsof een welgemeende en empathische stilte toch veel meer kan zeggen dan welke woordenstroom ook.

Ja, ik schrijf graag. Ja, ik krijg al eens uit onverwachte hoek een mooie reactie op mijn schrijven. Ga ik er daarom mee door? Ik weet het niet. Schrijven geeft betekenis aan mijn leven. Wat zich hier typt, wil gezegd worden. Wat zich hier droomt, wil manifestatie vinden. Wat boekdelen spreekt, wil gehoord worden ja.

Mijn kunstenaarsafspraakje, het opgelegde uitje van ‘me, myself and i‘ en de verwondering, wil zich vaak niet manifesteren. Het lijkt of ik er meer op vertrouw dat vanuit de beleving van diepe stilte de meest waardevolle woorden stromen. Wat moet ik met rond snuisteren in de Hema tussen de papiertjes en frutseltjes. Wat moet ik met in mijn eentje door de natuur struinen en niemand hebben om al wat ik opmerk mee te delen? Elk leeg blad draagt verwondering in zich.

Ik wil niet ‘leeg-geschreven’ zijn. Dus moet ik mezelf voeden met verwondering. Over de zon en de hitte van de afgelopen dagen. Die me behoorlijk immobiel maken. Maar wanneer de hitte er niet was, zouden we de verkoeling niet opmerken. Er zijn zo altijd minstens twee kanten aan een verhaal. En dan nog. Eigenlijk een oneindig aantal perspectieven om naar de dingen te kijken. Als je echt wil.

Wat levert verkoeling op?

Als ik gevoelig ben voor woordkeuze, waar moet ik dan de mosterd halen? In goede literatuur wellicht. Of in wijze quotes van mensen met bakken levenservaring. Zelf zou ik ook wel wijs willen zijn. Van een soort wijs dat verkoeling geeft op oververhitte dagen. Dat verfrissing geeft op oververhitte discussies. Misschien mag dat onder de vorm van een vraag zijn.

Gaat het me lukken?
Zal ik verfrissing vinden tussen waargenomen uitingsvormen?
Zal ik verwondering vangen en delen?

Schrijven maakt een verschil als het beweging brengt aan de lezerskant. Een glimp van een emotie, een straaltje empathie of een zaailing van mondkrullen. Dat die laatste dan stevig mogen wortelen, van oor tot oor. Die heb ik al wel eens veroorzaakt op dit blog, denk ik.

Laatst kregen mijn blogberichten de woorden ‘eerlijk en zacht’ van een lezer. Dat voelt wel fijn. Ik denk dat ik dat ook wel ben, eerlijk en zacht. Omdat ik niet anders kan zijn dan dat. Omdat anders zijn dan dat me teveel energie kost.

Het maakt me kwetsbaar ja. En sommige mensen durven daar al eens op inhakken.
Omdat ze zelf geen voeling willen of kunnen maken met die kwetsbaarheid, wellicht. En de mijne dan als een bedreiging aanvoelt.

Toch heb ik vooral de ervaring dat de manier dat ik me opstel naar mensen, me spiegelt in hun gedrag. Dat ik meer mag vernemen in een toevallige ontmoeting dan de gemiddelde mens.

Ach, eigenlijk doe ik maar wat. Zeer binnenkort dompel ik me nog eens onder in een schrijfcursus van een halve dag. Wie weet wat voor verfrissing dat brengt. Voor nu houd ik het op bruiswater. Misschien is het dat wel. Dat ik op de tafel van vermenigvuldiging van kwetsbaarheid het bruiswater mag zijn. Dat zorgt voor de bubbels, de al dan niet onderdrukte oprispingen en de verkoeling.

Een briesje Fiducia.
Graag tot schrijfs.

Omslag

Photo by Regös Környei on Unsplash
Omslag

ik zie het aan de ondeugd in je ogen
jij daagt intens plezier uit in ons zijn
twee woorden die mijn slotakkoord soms smoren
wat is intens, wat is plezier
als somberheid nog schijnt

wel, dat is kunnen zien hoe mensen stralen
dat is ervaren hoe een kind nog ongeremd
de pieren uit je neus wil ondervragen
om zonder omweg te vertellen
wie jij bent

ben jij een juf
jij bent toch psycholoog
of toch wel psychiater
maar welkom, hooggeacht en zacht
zo liefdevol woordloos gedacht

lijkt nu toch op een ommekeer naar later
de somberheid verlaat me en het dansen nodigt uit
na de komma toch een spatie met vers water
een nieuw ontstaan van nu
een beetje later dan voorzien

een tij dat keert
de rots begeert
de zee omarmt
ze lacht

ik zie je en ik hoor je
nu en later



Hou het leuk

Photo by Courtney Cook on Unsplash

We staken de straat net over toen ik zei: ‘Als ik goed in mijn vel zit ben ik best een toffe madam hé.’
Ze moest lachen, mijn zus, maar beaamde dat we tijdens ons traject vandaag al goed gelachen hadden.

Toen ze daarstraks naast me kwam zitten – ze kwam van de andere kant van waar ik haar verwachtte – ze was er dus al, wat bij de meeste van onze afspraakjes niet het geval is… Zij komt immers ‘altijd’ een vijftal minuten te laat en ik een vijftal minuten te vroeg op onze afspraken.
Maar we waren daarstraks dus op elkaar afgestemd en waar ik toe wou komen is dat ze me meteen vroeg hoe het ging.

Naar waarheid zei ik dat het opnieuw niet zo goed ging. De ochtend was heel zwaar geweest. Ik had een poging gedaan op een andere plek dan naar mijn gewoonte het freewriting op te nemen, maar heel mijn lichaam was een dik half uur in protest mijn schrijven aan het manipuleren en beoordelen.
Tranen rolden. Woede sluimerde. Toch zette ik door.
De oefeningen van week twee in het boek heb ik vandaag niet bekeken, maar dat kan alsnog. De ‘Julia-Cameron’-week loopt tot en met zondag. Daarna wordt het evalueren hoe de week verlopen is en het aanvatten van een nieuwe opdrachtenweek.
Hopelijk met een positieve switch één van de komende dagen. Van bij het opstaan al bijvoorbeeld. Zo vanuit het niets eens kiplekker uit bed kakelen met mijn juiste been.

Maar goed. Mijn zus en ik moesten een halfuurtje wachten vooraleer we de tentoonstelling van de eindwerken van de lokale academie konden bezoeken. Zij was de gratis toegangskaarten al gaan oppikken toen ik nog niet gearriveerd was.
Omwille van Corona-maatregelen mochten er maar een beperkt aantal mensen tegelijk binnen.

Wat bizarre maar ook zeer mooie werken zag ik. Geen idee hoe je dat allemaal maakt. Ook beneden hingen tekeningen waarvan ik dacht ‘mij lukt het nooit om zoiets te creëren’. Al heb ik nog geen traject gevolgd dat mijn tekenvaardigheden aanscherpt. Er liggen wel een aantal boeken klaar om in te duiken. Zoals één van Betty Edwards, met een aanpak waarvan ik me door een tekenaar heb laten wijsmaken dat hij haar veel vroeger in zijn professionaliseringstraject had willen leren kennen.

Vandaag twijfelde ik wel in de boekhandel of ik een tekenboekje zou aanschaffen om het maken van een dagelijkse schets te stimuleren. De juiste intentie in combinatie met een mooi schriftje. Het boekje had een mooie vormgeving.
Ik was altijd al dol op papierwerk en pennetjes allerhande. Als kind kon je me meestal in de papierwarenafdeling vinden in de supermarkt waar mijn ouders elke week naartoe gingen. Mijn ma deed dan de boodschappen, ik stond aan de papierwarenafdeling te genieten en mijn vader en broer snuisterden rond bij de tijdschriften.

In de boekhandel waar we na de tentoonstelling belandden, was ik mijn zus aan het plagen en de verkoper die haar aankoop afhandelde deed met me mee.
Ik nam een flyer bij de hand waarop stond:
Omdat spelen leuk moet blijven – ken uw limieten.’
‘Gok je nog zoveel?’
vroeg ik. ‘En hoe gaat het nu met je alcoholverslaving?’
‘Hier staat dat je je limieten moet kennen.’

Zus lachte.

De verkoper zei: ‘ja, gooi het in de groep.’
Voor de zekerheid en het imago van mijn zus voegde ik toe dat ik een grapje maakte.
De verkoper antwoordde dat hij dat doorhad. Wat ik eigenlijk wel besefte. Vanwaar dan toch al die woorden…

Ik nam de flyer mee en ga meteen even analyseren of mijn gewoonte om mezelf af te breken als ik me niet goed voel een goede raad mag horen van een foldertje dat gokverslaving wil aanpakken of vóór zijn.
Al vind ik het ook een beetje dubbel…dat foldertje lag bij loten van de Nationale Loterij…dan is het van ‘koop ze, speel mee, maar zeg niet dat we u niet verwittigd hebben.’
Dat lijkt in mijn ogen veel op ‘koop maar en rook ze, maar kijk hier alvast wat je te wachten staat.’

Wie is dan verantwoordelijk voor wat?
De koper of de verkoper, of de goede intentionalistenaar?

Ik lees verder op de flyer: ‘(…) Toch heeft 1 tot 2% van de westerse volwassenen een gokprobleem. Bij jongeren loopt dat zelfs op tot 5%. (…)

Dus voeg ik meteen ook maar de regel toe die past bij dit soort mededelingen:
Doe de test via www.ken-uw-limieten.be om te kijken of u een gokprobleem heeft.

En voor mezelf zal ik dan morgen op zoek gaan naar wat mensen die me willen laten weten of ik een toffe madam ben of niet. En dan eventueel verwijzen naar https://www.fiduciacaro.be

Verleg uw grenzen, Fiducia, maar let erop. 😉