Vrijheid

Photo by Lek Nikto on Unsplash

Ik was er niet goed van.
Daar zat ik op een bankje op de Korenmarkt in Gent, wachtend op een vriendin. Op de bank naast me kwam een jonge vrouw zitten. En even later, tussen ons tweetjes in, een andere jonge vrouw.

Opeens hoor ik de eerste vrouw iets zeggen in de trant van ‘waarom draag jij een hoofddoek? Het is toch niet normaal. Niemand hier bij ons draagt een hoofddoek, waarom jullie wel?’ Het meisje naast me antwoordde ‘laat me met rust alsjeblieft.’
‘Ik wil je helpen’, zei de eerste jongedame, ‘moet jij een hoofddoek dragen van je ouders? Waarom draag je die niet gewoon thuis en doe je die hier op straat af. Dat is toch lelijk. En hoe doe je dat met dat mondmasker?’

Ik boog me voorover en zei tot de eerste dame ‘mevrouw alsjeblieft!’

Opeens trekt de jongedame naast me haar hoofd naar mijn kant en zegt ‘blijf van me af alsjeblieft’ terwijl ze haar hoofddoek wegtrekt.
Als je wil kan je je aan de andere kant van mij zetten’ zei ik tegen haar. Waarop de jongedame met hoofddoek opstaat en aan mijn linkerkant komt zitten.

De eerste jonge vrouw ging verder ‘mogen we hier nu niet vrij over spreken? Mag je nu geen vragen meer stellen?’ Ik antwoordde geagiteerd iets in de trant van ‘daar gaat het niet om. Jij raakt haar aan, waar ligt jouw grens?’
De jongedame antwoordde niet meteen.

Toen ik weer recht voor me keek zag ik op een tiental meter mijn vriendin naar me zwaaien. Ik keek nog even naar de dame links van me en zei ‘sterkte’, waarna ik opstond en verder liep. Maar ik was dus wel wat van de kaart door dit gebeurde. Vroeg me ook af of het ok was om te vertrekken.

‘Het was een sociaal experiment’, hoorde ik nog roepen. Ik was doorgelopen met mijn vriendin, richting Vrijdagmarkt.

Ik kon het echter niet loslaten. Mijn vriendin vertelde, ik hoorde amper wat ze zei…Ik vond dat ik niet goed had gereageerd…vroeg me af hoe ik het anders had kunnen doen.

Opeens tikt iemand op mijn schouders en ik draai me om. De jongedame met hoofddoek spreekt me aan en zegt ‘mevrouw, het was een sociaal experiment. Mogen we het filmpje gebruiken op school?’
‘Hebben jullie dit gefilmd?’ vroeg ik. ‘Ja daar,’ ze wijst naar een jonge vrouw een tweetal meter verderop. ‘mijn zus heeft gefilmd.
‘Ja,’ zeg ik, ‘jullie mogen het filmpje gebruiken op school.’ Maar ik zeg er niet bij dat ik niet wil dat het op sociale media verschijnt.
En daar ben ik nu nog lastig over. Die jonge gasten gaan daar zo vlotjes mee om…

Ik ben me ervan bewust dat de conversatie van hierboven niet helemaal strookt met hoe het gesprek in werkelijkheid verliep. Daarvoor was ik teveel geraakt door wat er gebeurde. De vragen werden gesteld, maar niet noodzakelijk in de volgorde die ik hierboven beschreef. Maar de jongedame met hoofddoek zei nog ‘bedankt voor wat u heeft gedaan. We hebben het inderdaad vandaag niet zo gemakkelijk.’

Ik kon het niet loslaten.
En waar ik gisteren dit verhaal deelde in een groep met de mededeling dat ik vond dat ik niet adequaat had gereageerd, kreeg ik toch vooral te horen dat ik moedig was geweest om te reageren. En dat het onveilig moet hebben gevoeld, om te reageren maar zeker ook om te beseffen dat ik onderdeel was van een sociaal experiment.

De mensen die deze reactie gaven vonden dat er meer tijd had moeten worden besteed aan het kaderen van het sociaal experiment. Dat er beter voor me ‘gezorgd’ had moeten worden. Ik weet zelfs niet welke school deze drie jongedames lopen…

Het gebeurde vond niet plaats in de Opvoedingstraat in Gent. Daar had ik een andere ervaring.

Zucht. Ik kan alleen maar het gebeurde eens grondig herleven en uitmaken hoe ik in de toekomst wil reageren mocht soortgelijke situatie zich weer voordoen.
Voor mezelf uitmaken wanneer ik reageer en wanneer ik zwijg of opstap.

Doet me denken ook:
Wat is vrijheid?
Waar liggen de grenzen van vrijheid (van meningsuiting)?
Ligt de grens van vrijheid daar waar de vrijheid of integriteit van een ander in het gedrang komt?
En hoe ‘meet’ je dat? Met buikgevoel?

En hoe kan je op dat moment ‘gepast’ reageren hoewel allerlei emoties door je heen jagen?

Het zijn open vragen. Ik heb er nu geen antwoord op. Voor dergelijke vragen is het beter meer dan één hoofd erover te laten nadenken. Meer dan één hart te laten spreken. En ons buikgevoel goed in de gaten te houden.

Hey Man!

Weifelen

Photo by Nicolas Hoizey on Unsplash

Hij vroeg of ik zou stoppen met schrijven.
Tot hiertoe gaf ik geen antwoord. Omdat ik geen antwoord vond in mijn arsenaal aan woorden.

Zolang er ruimte is, kunnen objecten worden waargenomen.
Zolang er stilte is, kan geluid zich ontvouwen.
Zolang er woorden zijn, kunnen ze verschil maken.

Ik weet vaak niet meer welke woorden nog schrijven. Alsof alles al gezegd is. Alsof een welgemeende en empathische stilte toch veel meer kan zeggen dan welke woordenstroom ook.

Ja, ik schrijf graag. Ja, ik krijg al eens uit onverwachte hoek een mooie reactie op mijn schrijven. Ga ik er daarom mee door? Ik weet het niet. Schrijven geeft betekenis aan mijn leven. Wat zich hier typt, wil gezegd worden. Wat zich hier droomt, wil manifestatie vinden. Wat boekdelen spreekt, wil gehoord worden ja.

Mijn kunstenaarsafspraakje, het opgelegde uitje van ‘me, myself and i‘ en de verwondering, wil zich vaak niet manifesteren. Het lijkt of ik er meer op vertrouw dat vanuit de beleving van diepe stilte de meest waardevolle woorden stromen. Wat moet ik met rond snuisteren in de Hema tussen de papiertjes en frutseltjes. Wat moet ik met in mijn eentje door de natuur struinen en niemand hebben om al wat ik opmerk mee te delen? Elk leeg blad draagt verwondering in zich.

Ik wil niet ‘leeg-geschreven’ zijn. Dus moet ik mezelf voeden met verwondering. Over de zon en de hitte van de afgelopen dagen. Die me behoorlijk immobiel maken. Maar wanneer de hitte er niet was, zouden we de verkoeling niet opmerken. Er zijn zo altijd minstens twee kanten aan een verhaal. En dan nog. Eigenlijk een oneindig aantal perspectieven om naar de dingen te kijken. Als je echt wil.

Wat levert verkoeling op?

Als ik gevoelig ben voor woordkeuze, waar moet ik dan de mosterd halen? In goede literatuur wellicht. Of in wijze quotes van mensen met bakken levenservaring. Zelf zou ik ook wel wijs willen zijn. Van een soort wijs dat verkoeling geeft op oververhitte dagen. Dat verfrissing geeft op oververhitte discussies. Misschien mag dat onder de vorm van een vraag zijn.

Gaat het me lukken?
Zal ik verfrissing vinden tussen waargenomen uitingsvormen?
Zal ik verwondering vangen en delen?

Schrijven maakt een verschil als het beweging brengt aan de lezerskant. Een glimp van een emotie, een straaltje empathie of een zaailing van mondkrullen. Dat die laatste dan stevig mogen wortelen, van oor tot oor. Die heb ik al wel eens veroorzaakt op dit blog, denk ik.

Laatst kregen mijn blogberichten de woorden ‘eerlijk en zacht’ van een lezer. Dat voelt wel fijn. Ik denk dat ik dat ook wel ben, eerlijk en zacht. Omdat ik niet anders kan zijn dan dat. Omdat anders zijn dan dat me teveel energie kost.

Het maakt me kwetsbaar ja. En sommige mensen durven daar al eens op inhakken.
Omdat ze zelf geen voeling willen of kunnen maken met die kwetsbaarheid, wellicht. En de mijne dan als een bedreiging aanvoelt.

Toch heb ik vooral de ervaring dat de manier dat ik me opstel naar mensen, me spiegelt in hun gedrag. Dat ik meer mag vernemen in een toevallige ontmoeting dan de gemiddelde mens.

Ach, eigenlijk doe ik maar wat. Zeer binnenkort dompel ik me nog eens onder in een schrijfcursus van een halve dag. Wie weet wat voor verfrissing dat brengt. Voor nu houd ik het op bruiswater. Misschien is het dat wel. Dat ik op de tafel van vermenigvuldiging van kwetsbaarheid het bruiswater mag zijn. Dat zorgt voor de bubbels, de al dan niet onderdrukte oprispingen en de verkoeling.

Een briesje Fiducia.
Graag tot schrijfs.

Omslag

Photo by Regös Környei on Unsplash
Omslag

ik zie het aan de ondeugd in je ogen
jij daagt intens plezier uit in ons zijn
twee woorden die mijn slotakkoord soms smoren
wat is intens, wat is plezier
als somberheid nog schijnt

wel, dat is kunnen zien hoe mensen stralen
dat is ervaren hoe een kind nog ongeremd
de pieren uit je neus wil ondervragen
om zonder omweg te vertellen
wie jij bent

ben jij een juf
jij bent toch psycholoog
of toch wel psychiater
maar welkom, hooggeacht en zacht
zo liefdevol woordloos gedacht

lijkt nu toch op een ommekeer naar later
de somberheid verlaat me en het dansen nodigt uit
na de komma toch een spatie met vers water
een nieuw ontstaan van nu
een beetje later dan voorzien

een tij dat keert
de rots begeert
de zee omarmt
ze lacht

ik zie je en ik hoor je
nu en later



Hou het leuk

Photo by Courtney Cook on Unsplash

We staken de straat net over toen ik zei: ‘Als ik goed in mijn vel zit ben ik best een toffe madam hé.’
Ze moest lachen, mijn zus, maar beaamde dat we tijdens ons traject vandaag al goed gelachen hadden.

Toen ze daarstraks naast me kwam zitten – ze kwam van de andere kant van waar ik haar verwachtte – ze was er dus al, wat bij de meeste van onze afspraakjes niet het geval is… Zij komt immers ‘altijd’ een vijftal minuten te laat en ik een vijftal minuten te vroeg op onze afspraken.
Maar we waren daarstraks dus op elkaar afgestemd en waar ik toe wou komen is dat ze me meteen vroeg hoe het ging.

Naar waarheid zei ik dat het opnieuw niet zo goed ging. De ochtend was heel zwaar geweest. Ik had een poging gedaan op een andere plek dan naar mijn gewoonte het freewriting op te nemen, maar heel mijn lichaam was een dik half uur in protest mijn schrijven aan het manipuleren en beoordelen.
Tranen rolden. Woede sluimerde. Toch zette ik door.
De oefeningen van week twee in het boek heb ik vandaag niet bekeken, maar dat kan alsnog. De ‘Julia-Cameron’-week loopt tot en met zondag. Daarna wordt het evalueren hoe de week verlopen is en het aanvatten van een nieuwe opdrachtenweek.
Hopelijk met een positieve switch één van de komende dagen. Van bij het opstaan al bijvoorbeeld. Zo vanuit het niets eens kiplekker uit bed kakelen met mijn juiste been.

Maar goed. Mijn zus en ik moesten een halfuurtje wachten vooraleer we de tentoonstelling van de eindwerken van de lokale academie konden bezoeken. Zij was de gratis toegangskaarten al gaan oppikken toen ik nog niet gearriveerd was.
Omwille van Corona-maatregelen mochten er maar een beperkt aantal mensen tegelijk binnen.

Wat bizarre maar ook zeer mooie werken zag ik. Geen idee hoe je dat allemaal maakt. Ook beneden hingen tekeningen waarvan ik dacht ‘mij lukt het nooit om zoiets te creëren’. Al heb ik nog geen traject gevolgd dat mijn tekenvaardigheden aanscherpt. Er liggen wel een aantal boeken klaar om in te duiken. Zoals één van Betty Edwards, met een aanpak waarvan ik me door een tekenaar heb laten wijsmaken dat hij haar veel vroeger in zijn professionaliseringstraject had willen leren kennen.

Vandaag twijfelde ik wel in de boekhandel of ik een tekenboekje zou aanschaffen om het maken van een dagelijkse schets te stimuleren. De juiste intentie in combinatie met een mooi schriftje. Het boekje had een mooie vormgeving.
Ik was altijd al dol op papierwerk en pennetjes allerhande. Als kind kon je me meestal in de papierwarenafdeling vinden in de supermarkt waar mijn ouders elke week naartoe gingen. Mijn ma deed dan de boodschappen, ik stond aan de papierwarenafdeling te genieten en mijn vader en broer snuisterden rond bij de tijdschriften.

In de boekhandel waar we na de tentoonstelling belandden, was ik mijn zus aan het plagen en de verkoper die haar aankoop afhandelde deed met me mee.
Ik nam een flyer bij de hand waarop stond:
Omdat spelen leuk moet blijven – ken uw limieten.’
‘Gok je nog zoveel?’
vroeg ik. ‘En hoe gaat het nu met je alcoholverslaving?’
‘Hier staat dat je je limieten moet kennen.’

Zus lachte.

De verkoper zei: ‘ja, gooi het in de groep.’
Voor de zekerheid en het imago van mijn zus voegde ik toe dat ik een grapje maakte.
De verkoper antwoordde dat hij dat doorhad. Wat ik eigenlijk wel besefte. Vanwaar dan toch al die woorden…

Ik nam de flyer mee en ga meteen even analyseren of mijn gewoonte om mezelf af te breken als ik me niet goed voel een goede raad mag horen van een foldertje dat gokverslaving wil aanpakken of vóór zijn.
Al vind ik het ook een beetje dubbel…dat foldertje lag bij loten van de Nationale Loterij…dan is het van ‘koop ze, speel mee, maar zeg niet dat we u niet verwittigd hebben.’
Dat lijkt in mijn ogen veel op ‘koop maar en rook ze, maar kijk hier alvast wat je te wachten staat.’

Wie is dan verantwoordelijk voor wat?
De koper of de verkoper, of de goede intentionalistenaar?

Ik lees verder op de flyer: ‘(…) Toch heeft 1 tot 2% van de westerse volwassenen een gokprobleem. Bij jongeren loopt dat zelfs op tot 5%. (…)

Dus voeg ik meteen ook maar de regel toe die past bij dit soort mededelingen:
Doe de test via www.ken-uw-limieten.be om te kijken of u een gokprobleem heeft.

En voor mezelf zal ik dan morgen op zoek gaan naar wat mensen die me willen laten weten of ik een toffe madam ben of niet. En dan eventueel verwijzen naar https://www.fiduciacaro.be

Verleg uw grenzen, Fiducia, maar let erop. 😉

Inner Child

Photo by Polox Hernandez on Unsplash

Soms ben ik met iets bezig waarvan ik denk dat het belangrijk is. Dan ga ik automatisch mijn rug rechten en begeleid ik mijn acties met woorden die ondersteunen wat ik aan het doen ben.
‘Berichtje van X…even antwoorden…tjoep…pets…boem…ok’

Waarna mijn focus zich vol-ledigheidshalve kan bezighouden met het volgende.
Al dan niet belangrijk, in mijn ogen.
Nu ja ‘belangrijkheid’…dat is relatief natuurlijk.

Vandaag had ik behoefte aan alleen zijn. De zon scheen, frisse-neuslucht, ideaal wandelweer. Ik ben eropuit getrokken. Heb de zon gespot achter elke schaduw, vogelvluchten opgemerkt en gevolgd en jongens zien opgaan in hun balspel.
Lachend, rennend. Hun ogen volop glans.

Ook heb ik mijn eigen jaren oude angstgrenzen verkend en ben tegen mijn gewoonte in een verlaten pad ingeslagen, heb een tunnel onderbrugd en handpalmgewijs mijn dank betuigd aan de bestuurder van de wagen die stopte om mij alle ruimte en tijd te geven over te steken.

Maar ik heb ook aan de oprit van een echtpaar (ik meende in hun blik te detecteren dat ze echt paren dus mag ik hen denk ik wel een echtpaar noemen), alleszins, de man vond het nodig zijn oprit af te rijden zonder me voorrang te geven op het voetpad. Ik ben tot vlak aan zijn auto gestapt, ben op een tiental centimeter van zijn carrosserie blijven staan en heb hen niet aangekeken. Waarna ik het voetpad verder heb bevrouwd.

Zij kregen mijn glimlach niet.
Waarom zou ik, als dank waarvoor?

Een hele trits fotos op unsplash heeft wel mijn glimlach gekregen. Met een kleine grinnik erbij zelfs. Om de dikke wangetjes onder de grote donkere ogen en dies meer. Tja…ik had weer het woordje ‘baby’ ingetypt…ben overigens niet tot aan het einde van de opbrengst van Unsplash geraakt. Heb wel één en ander aan interessante foto´s geplukt voor later gebruik of mijner vermaak.

Een hele poos geleden wilde ik fotografie verkennen. Ik kocht me een digitale reflexcamera en schreef me in voor een jaaropleiding. Een aantal weekends was het, voor beginners. Bleek echter dat mijn medecursisten niet helemaal tot de categorie ‘beginners’ konden gerekend worden en als overmaat van ramp (wat wel erg dramatisch klinkt), paste de docent zijn lesniveau aan aan de meer ‘ervaren’ cursisten. Volgens mij ben ik een drietal keer geweest, daarna hield ik het voor bekeken. Zonde van de centen, waar ik niet om geef…

Mijn bedoeling was om te leren mooie portretfoto´s te nemen. Liefst van mijn kinderen…
Al zijn die niet zo happig om zichzelf fotogewijs aan mij te presenteren. Twee keer zijn we naar een echte fotograaf geweest voor een fotoshoot. De eerste was ver weg, trein, bus en wandelgewijs…maar zeer de moeite van de verplaatsing waard.

Heb net nog twee foto´s van mijn kinderen uit die fotosessie teruggevonden en in mijn gezichtsveld gezet. Heel spontaan, heel speels…helemaal hoe ze in het echt zijn.
De tweede fotoshoot jaren later verliep anders dan gewenst…de fotograaf deed een wel erg ongelukkige uitspraak ‘dat het de bedoeling was dat we ook foto´s bestelden’, al kwamen we er terecht met een bongo-bon of aanverwante en wilden we er vooral een fijn moment met ons drietjes van maken. Alleszins, die woorden kwamen bij ons alle drie in een verkeerd keelgat terecht en mijn oudste dochter kon haar ongenoegen naar de man niet omgedraaid krijgen voor zijn lens. Haar gezicht op de foto´s straalt wat gemaaktheid uit.

En eerlijk gezegd sloeg mijn kapsel toen ook op niet veel. Maar soit.
Toch een vergroting besteld voor aan de muur en een originele presenteerdoos met drie foto´s. Heb ik hier allemaal in mijn buurt nu.

Wat me eraan herinnert dat ik ook ooit met de kinderen in Sint-Amandsberg ben terechtgekomen voor een fotoshoot…
Met mijn oudste dochter in de jurk van haar lentefeest. Mijn moeder had die jurk voor haar gemaakt, rekening houdend met alle makkelijke en wat minder makkelijke wensen van dochterlief. Maar ze was een plaatje…En oma wilde er wel een foto van.
Nu hebben we er dus een aantal plaatjes van.

Die enkele foto´s waar zij in haar jurk poseert, ronddraait ook met haar wapperende jurk en lange haren, mochten mijn andere dochter en ik en de twee vriendinnetjes/zussen die mee waren, niet in de studio blijven.
Ook die Gentse sessie leverde mooi materiaal op. Ook van de twee paar zussen samen. Jammer dat de fotograaf het toen nodig vond om met Photoshop te foeteren…waardoor mijn oudste dochter op één van de close-ups wel heel onnatuurlijk uit haar ogen kijkt. Zeer jammerlijk.
Afblijven van die puur natuur alsjeblieft!

Ach wat.

Vandaag ga ik op pad zonder fototoestel. Ik bekijk de wereld door de ogen van een kind en ‘inner’ wat ik tegenkom. Mijn fototoestel heb ik aan mijn jongste dochter geschonken, die een natuurlijk talent blijkt te hebben in het ‘kieken’. Ook van mama…het ‘mama-kieken’ dus…

Mmmh…dat klinkt wel een beetje vreemd natuurlijk…

De manier waarop ik zelf de wereld in ga is mooi verbeeld in onderstaande foto die ik ook op Unsplash tegenkwam:

Photo by __ drz __ on Unsplash

Fiducia met haar Inner Child op pad…en de juiste lenzen….Check!
Misschien toch ook een tutje voor de moeilijke momenten 😉
Daar aan de linkerkant van dat hoofdje, binnen handbereik is nog een plekje…

Onderscheiding

Photo by Wolfgang Hasselmann on Unsplash

Wat een vreemd gesprek.

De slimste mens van het land heeft gesproken‘, zei hij.
Ik fronste mijn wenkbrauwen, vooral omdat ik daarmee de plooi tussen mijn ogen wat wou verdiepen. Altijd handig.
Een diepe groef tussen de ogen doet mensen denken dat je veel nadenkt.
Ja, mensen trekken nogal eens conclusies bij eenvoudige waarnemingen.
Maken er interpretaties van.
En gaan verder van daaruit handelen. Naar waarheid, zeggen ze dan…

Maar waar was ik.

Hoezo?‘ vraag ik.
De minister Vanonder Wijs heeft gezegd dat in januari de scholen weer openen.
Ah…’ zei ik.
Niet helemaal zeker of ik de clou van zijn boodschap goed begreep.

Is de minister Vanonder Wijs dan de slimste mens van het land?‘ vroeg ik als in een reflex.
Een kort en krachtig ‘ja‘, bevestigde wat hij eerder had gezegd.
Aangezien ik Licht Gelovig ben, concludeerde ik dat een engel tot de minister Vanonder Wijs was gekomen om hem te ….ja, hoe heet je dat…te bewijzelen.
Zoiets.

Adres: Vanonder
Bestemming: Wijs
Huidig level: NVT (?)

Maar mijn gedachten meanderden verder.
Dat moet wel fijn zijn, bedacht ik me. Bewijzeld worden voor een doel groter dan jezelf.

In eerste instantie liet ik het gezegde varen, … liet ik het onderwerp los, wil ik daarmee zeggen. Enerzijds omdat ik geen twee dingen tegelijk kan. Het was boterhammen-smeertijd en het is voor mijn VerstandHouding het beste dat ik maar met één ding tegelijk bezig ben. Anders ga ik wankelen.

Ja, helemaal…niet alleen mijn hoofd.
Ik vind het ook raar.
Heb het al tegen de dokter gezegd maar die antwoordt standvastig (ja, hij wel!):
‘één lepel olijfolie op een nuchtere maag.’

‘En hou de achterpoort open en laat je zorgen naar de duivel lopen.’

Dat zegt hij er trouwens niet bij.
Dat is een weishijt van …hoe heet hij ook alweer…ik schreef over deze dokter een paar blogberichten geleden…

Effe opgezocht, ik introduceerde hem in dit blog:
https://fiduciacaro.be/2020-12-09/tijd-en-grenzeloos-zorgzaam-zijn/
Herman Boerhaave dus.

Volgens betrouwbare bron zouden de twee regels die de achterpoort en de duivel voorafgaan de volgende zijn:
Hou je voeten warm
Stop niet te vol je dikke darm

en dan dus
Hou je achterpoort open
En laat je zorgen naar de duivel lopen

Op 9/12 durfde ik dat nog niet posten.
Maar intussen is er veel verandert.
Ja, ook de regels voor dt-twijfels.

Later, toen ik helemaal alleen op mezelf was, wat overigens ook een vreemde uitdrukking is in een wereld van verbondenheid….
Wel, toen begon ik het gezegde te herkauwen en stelde ik mezelf de vraag:

Hoe onderschijt een minister Vanonder Wijs zich van een
Staatssecretaris Vanboven Wijs?’

Geen eenvoudige vraag vond ik, zeker gezien de spelling.

Maar misschien moet ik me daar niet echt mee bezighouden.
Waar heb ik trouwens mijn smeerkaas gelegd?

La vache qui rit:
Elle dit: ‘hihi hihi!’

Het concept tijd

Photo by JESHOOTS.COM on Unsplash

Wachten duurt soms lang.

Ik herinner me mijn petekind toen hij nog in de kleuterschool zat. Voor een periode ben ik hem onder de middag gaan afhalen van school, om hem daarna bij mij thuis een boterhammetje te geven en hem te slapen te leggen.

Op de fiets wees hij dan vanop zijn zitje aan het stuur op alle auto´s die hij zag en benoemde ze met hun merknaam en kleur. Een twintigtal minuten later, boven zijn boterham, zakte zijn spraakzaamheid dan al wel een ferm niveau en eens in bed verzonk hij snel zonder gemor in zijn middagdutje.

Als ik dan een uurtje of wat later mijn roepnaam hoorde, ging ik hem boven halen.
Ik verwittigde hem ook alvast dat ik hem gehoord had. Even roepen: ‘Ik kom.´
Maar tegen de tijd dat ik op de vijfde trede stond waren zijn woorden al veranderd in
‘goh zeg, waarom duurt dat altijd zo lang?’
Dan zag ik hem, vol verontwaardiging, rechtop in zijn bed zitten met een bedrukt gezichtje.
Ik vond dat best grappig.

Perceptie van tijd.
Ook ik ben er niet al te best in het begrip ‘tijd’ juist in te schatten.

Ooit deed ik mee aan een experiment waarbij we rechtop moesten staan in een ruimte, onze ogen gesloten, waarbij we onze hand moesten opsteken als we dachten dat er twee minuten verstreken waren.
Ik was te snel.
Er was toen wel één iemand in ons gezelschap van een twintigtal mensen die het volledig correct had ingeschat. Arm, check! Exact twee minuten voorbij.

‘Tijd heb je niet, die maak je met keuzes.’
Tijd verlies je ook, met sommige keuzes…
Nu ja…wat is verliezen als je de geplande invulling van de tijd vervangt door een andere invulling. Wellicht zijn er niet veel mensen die dat kunnen. Of, beter gezegd, die erin slagen die andere invulling ook interessant te vinden.

Als je aan de bushalte staat en er passeren op een half uur tijd vijf bussen waarop de melding ‘geen dienst’ staat, dan heb je verschillende keuzes.
Je kan kiezen erop te vertrouwen dat er binnen afzienbare tijd een bus zal opdagen die stopt en bereid is je mee te nemen.
Je kan kiezen je geplande activiteit op te geven en terug te keren op je passen om een andere invulling van tijd te vinden op of kortbij je vertrekpunt.
Of je kan wat observeren. Observeren wat je voelt, denkt, ziet…of overdenken wat de verborgen boodschap zou kunnen zijn achter zoveel ‘pech’.

Jaja, ik hoor je al zeggen…de auto, dat is inderdaad ook een optie maar nu even niet relevant in deze exploratie. 😉

Hoedanook. Ik heb vaak geen benul van tijd.
De dag van de week wil nog wel lukken, maar de exacte datum, het uur…tja.
Gelukkig zijn er hulpmiddelen. Of mensen in de buurt die graag nog eens een blik op hun fancy horloge werpen om je te helpen met dit vraagstuk. En je meteen trots te verkondigen hoeveel stappen ze al hebben gezet. En wat hun hartslag is. En te zwijgen over de prijs van dat horloge. Of net niet…

Jaja, tijd staat niet stil.
Vooruitgang kan je ook niet stoppen.
Maar stilstaan en voelen hoe je tijd echt wil invullen. Dat kan nooit kwaad…

Lichaamsgrenzen

Photo by Ben Wogl on Unsplash

Het is van het grootste belang te weten waar je zelf ophoudt en de rest van de wereld begint.’
Dat las ik in het boek van Midas Dekkers: ‘De thigmofiel: het verlangen naar geborgenheid.’

Thigmofilie, wat volgens hem zoveel betekent als ‘aanraking liefhebben’.

Ik denk wel dat de meeste mensen graag aangeraakt worden. Ons tastzintuig is ook het grootste zintuig dat we hebben. En met elke aanraking is er zowel een geven als een nemen. De hand streelt de onderarm, de onderarm ontvangt de streling. Gepaste aanraking geeft troost en geborgenheid.

In coronatijden waar afstand houden de boodschap is, wordt aanraken vooral een solo-activiteit.
Maar gelukkig bestaat zoiets als douchen, elke ochtend bijvoorbeeld. Waar je je ingekapseld weet door de douchecel en verwarmd wordt door de waterstralen.
Zo bestaat er een zacht deken waar je je in de sofa in kan duffelen en je geborgen weten.
En dan is er nog kleding. Kies je echt vrijwillig voor die naaldhakken of verlang je vooraf al naar het moment dat je ze uitdoet en je tenen weer ruimte en misschien wat massage krijgen?

Ik biecht op: ik heb een ‘koesterpull’.
Ik weet nog op welke rommelmarkt ik hem kocht, aan drie euro. Het is eigenlijk een mannenmodel in zuivere wol en ik draag hem graag als ik nergens naartoe moet.
De bakkerin van de zaak in de buurt kent het verhaal. Ze zegt telkens een woordje van troost als ik haar winkel betreed gehuld in mijn koesterpull.
Ik ben blij dat je je koesterpull draagt, dat betekent dat je goed voor jezelf zorgt,’ zegt ze dan.

Ik wens iedereen die zich wat verlaten voelt dezer dagen, een koester-outfit.
Een kledingkeuze die geborgenheid omvat. Iets makkelijks, dat lekker zit en zacht is. De huid verwent en niet leidt onder de zwaartekracht 🙂

Ik wens iedereen ook een bewust beleven van de eigen lichaamsgrenzen.
Hoe voelt de grond onder je voeten. Hij draagt jou, merk je dat?
Hoe voelt het hoofdkussen waaraan je je dromen ‘s nachts toevertrouwt? Ben je er dankbaar om?
Kan je wat bewuster je handen wassen, nu het zo vaak moet gebeuren? Of is het een opdracht waar je snel vanaf wil?

In zijn boek haalt Midas Dekkers al vrij snel het voorbeeld van katten aan. Hoe ze zich liefst in een doos of papieren zak murwen, omdat ze dan helemaal omvat zijn.
Bij gebrek aan zak of doos vleien ze zich tegen benen, kasten of deuren en aanverwanten. Ze voorzien in hun eigen thigmofilie.

Mijn verbeelding gaat er alvast mee aan de slag wat mensen betreft…

Ik hoor net op de radio dat mensen dansen en er filmpjes van posten op sociale media.
Wat als ze ook eens dansen met de grenzen van en in het huis…om zo in hun thigmofilie te voorzien…
Katgewijs dansen met muur, kast, stoel…
Zolang het maar subtiel is, zodat de huid ook nadien nog kan glimlachen…

Leren waarderen

Onlangs heb ik de film ‘Chocolat’ met Juliette Binoche en Johnny Depp nog eens gezien.

Het lijkt wel of ik elke keer als ik dergelijke films bekijk iets nieuws ontdek. Ik heb dat vooral bij films die over een thema gaan dat universeler is dan wat zich op het scherm ontvouwt. Nu, misschien moet je wel alle boeken, films, theatervoorstellingen, CD’s … cultuur tout court, meer dan één keer laten binnenkomen om het ten volle te leren waarderen.

Recent kreeg ik een aantal CD’s met klassieke muziek van iemand met wie ik een tijdje daarvoor een fijnzinnig klassiek concert had bijgewoond. Hij drukte me op het hart dat het zou kunnen dat ik één van de opnames niet meteen mooi vond. Hij adviseerde me de CD dan even opzij te leggen en er na een tijd toch nog een keer naar te luisteren. En eventueel nog eens en nog eens…
Te volharden in waardeerpogingen.

Zo adviseerde mijn ex-schoonvader me jaren geleden hetzelfde i.v.m. het consumeren van alcohol. Of dat zo een goed advies is daar kan je over discussiëren, maar zijn intentie was alleszins mooi. Hij wou me laten ervaren dat op een bepaald moment iets niet lusten niet per sé betekent dat je het een tijd later nog niet lust. En zo was het inderdaad. Ik lustte tot mijn vijfendertigste geen enkele alcoholische drank en nu kan ik wel genieten van een lekkere wijn of een fris bier.

Verslaafd worden aan cultuur zal wel niet kunnen, onderstel ik. Al zou ik me wel kunnen inbeelden dat ik binnenkort een poster van Johnny Depp boven mijn bed hang in de hoop dat hij eens voorbijvaart in mijn dromen.

Ik heb dat trouwens nooit gehad, de fase waar je idolen aan je muur hangt. Wat ik wel deed en waar ik van genoot is bekenden en onbekenden op ‘sprekende beelden’ overtekenen en die tekening dan aan de gladde deur van mijn ingebouwde kast hangen.
Aan mijn muur hing rond mijn zestiende enkel een grote foto van mezelf die ik bij wijze van sportprestatiegeschenk had gekregen. Al was ik ook toen zeker niet mijn eigen grootste idool.

Goed. Herhalen om te leren waarderen.
Je moet tot je wil, dan moet je niet meer.
Misschien is dat wel een mooie samenvatting.

Ik vind herhaling wel fijn. Ik ervaar het meestal niet als iets saais maar als een kans om nieuwe dingen te ontdekken.
Ga dus nog maar een beetje door met cultureluren, Fiducia.

Cryptogrammen

Photo by Caleb Woods on Unsplash

We hebben een viertal uren gebabbeld en het leek helemaal niet zo lang.
Nochtans had ik de afspraak bijna geannuleerd vanochtend. Niet dat ik er niet naar uitkeek, maar ik wou vooral mijn compagnon niet belasten met een gemoed dat al dagen zwaar om dragen valt. Omdat ik dan vrees dat hij me daarna misschien liever niet meer ziet komen. Een gedachte met een hoog fake-gehalte, moet ik voor mezelf bekennen…Want bestaat vriendschap niet in goede en kwade dagen?!

Eerder ondervond ik al dat ik zelfs in een schijnbaar hopeloze toestand toch nog in staat ben om mensen op te monteren. Soms omdat ze dankbaar zijn dat ze er niet zo slecht aan toe zijn als ik. En dat geven ze dan eerlijk toe. Soms omdat ik blijkbaar iets heb gezegd dat hun perspectief heeft verruimd en vastlopende gedachten heeft losgewrikt. Zonder dat ik het besef trouwens. Ik reageer gewoon op wat zich aandient. Ben dan verrast als ik enkele uren na onze babbel in een bericht te lezen krijg dat ik hen erg heb geholpen.
Hun woorden helpen op hun beurt om mijn gemoedstoestand in een ander perspectief te zien.

Ach ja, hoe gaat dat ook. ‘De enige constante is verandering’, is het niet, Fiducia?

De babbels van deze namiddag hebben me alleszins deugd gedaan. Het gegeven dat ik daarna met mijn favoriete nonkel op de trein terug zat, was een fijne surplus.

Maar terug naar dit blog.

Vandaag heb ik hulp ingeroepen van een bijzondere dame om een thema te vinden voor een blogbericht. En ik heb een tip gekregen. Ze verpakte hem in een woordenstroom met een poëtische inslag, woorden die ik later tracht te verwerken in een gedicht en aan haar voorleg. Maar eerst even dit blogbericht. Met mijn afdwalen ook altijd…

Misschien ga ik eens proberen haar suggestie niet te verklappen. Ga ik het woord zo in beeld brengen tot hopelijk duidelijk wordt waar het over gaat. Fiducia’s cryptogrammen.

Daar gaat ie. Tien omschrijvingen.

  • Het woord wurmt zich een weg als zij hem ziet en de waarheid van de vlinders in haar buik zich manifesteert in haar blik.
  • Het verraadt hem zodra hij hoopt te krijgen waar hij van droomde, als in een gebaar dat eenvoud spreekt.
  • Het is alleen dan besmettelijk als je ontvankelijk bent voor verwondering.
  • Sterren doen het ook, zelfs vóór ze bekend worden.
  • Als je werkelijk van het leven houdt, wordt het intenser.
  • Soms is het weg, maar nooit voorgoed.
  • Het lijkt in zekere zin wel een beetje op een favoriete nonkel.
  • Het verwarmt mijn hart als ik het opmerk bij iemand.
  • Het werk woordt zich in mijn ogen als ik nieuwsgierig ben.
  • Over kindjes zwijg ik, of ik verklap het helemaal 🙂

Tot daar denk ik.
Verder dan daar ga ik genieten van mijn avond, ontvankelijk wezen en mijn ogen boekdelen laten spreken. Of het paragrafen, hoofdstukken of de kaft betreft, dat weet ik nog niet.
In welke taal het zich allemaal zal afspelen weet ik ook niet.

Al heb ik hier inderdaad nog een film liggen die ik recent in de bib uitleende.
Mmmh…denk denk.