Vrijheid

Photo by Lek Nikto on Unsplash

Ik was er niet goed van.
Daar zat ik op een bankje op de Korenmarkt in Gent, wachtend op een vriendin. Op de bank naast me kwam een jonge vrouw zitten. En even later, tussen ons tweetjes in, een andere jonge vrouw.

Opeens hoor ik de eerste vrouw iets zeggen in de trant van ‘waarom draag jij een hoofddoek? Het is toch niet normaal. Niemand hier bij ons draagt een hoofddoek, waarom jullie wel?’ Het meisje naast me antwoordde ‘laat me met rust alsjeblieft.’
‘Ik wil je helpen’, zei de eerste jongedame, ‘moet jij een hoofddoek dragen van je ouders? Waarom draag je die niet gewoon thuis en doe je die hier op straat af. Dat is toch lelijk. En hoe doe je dat met dat mondmasker?’

Ik boog me voorover en zei tot de eerste dame ‘mevrouw alsjeblieft!’

Opeens trekt de jongedame naast me haar hoofd naar mijn kant en zegt ‘blijf van me af alsjeblieft’ terwijl ze haar hoofddoek wegtrekt.
Als je wil kan je je aan de andere kant van mij zetten’ zei ik tegen haar. Waarop de jongedame met hoofddoek opstaat en aan mijn linkerkant komt zitten.

De eerste jonge vrouw ging verder ‘mogen we hier nu niet vrij over spreken? Mag je nu geen vragen meer stellen?’ Ik antwoordde geagiteerd iets in de trant van ‘daar gaat het niet om. Jij raakt haar aan, waar ligt jouw grens?’
De jongedame antwoordde niet meteen.

Toen ik weer recht voor me keek zag ik op een tiental meter mijn vriendin naar me zwaaien. Ik keek nog even naar de dame links van me en zei ‘sterkte’, waarna ik opstond en verder liep. Maar ik was dus wel wat van de kaart door dit gebeurde. Vroeg me ook af of het ok was om te vertrekken.

‘Het was een sociaal experiment’, hoorde ik nog roepen. Ik was doorgelopen met mijn vriendin, richting Vrijdagmarkt.

Ik kon het echter niet loslaten. Mijn vriendin vertelde, ik hoorde amper wat ze zei…Ik vond dat ik niet goed had gereageerd…vroeg me af hoe ik het anders had kunnen doen.

Opeens tikt iemand op mijn schouders en ik draai me om. De jongedame met hoofddoek spreekt me aan en zegt ‘mevrouw, het was een sociaal experiment. Mogen we het filmpje gebruiken op school?’
‘Hebben jullie dit gefilmd?’ vroeg ik. ‘Ja daar,’ ze wijst naar een jonge vrouw een tweetal meter verderop. ‘mijn zus heeft gefilmd.
‘Ja,’ zeg ik, ‘jullie mogen het filmpje gebruiken op school.’ Maar ik zeg er niet bij dat ik niet wil dat het op sociale media verschijnt.
En daar ben ik nu nog lastig over. Die jonge gasten gaan daar zo vlotjes mee om…

Ik ben me ervan bewust dat de conversatie van hierboven niet helemaal strookt met hoe het gesprek in werkelijkheid verliep. Daarvoor was ik teveel geraakt door wat er gebeurde. De vragen werden gesteld, maar niet noodzakelijk in de volgorde die ik hierboven beschreef. Maar de jongedame met hoofddoek zei nog ‘bedankt voor wat u heeft gedaan. We hebben het inderdaad vandaag niet zo gemakkelijk.’

Ik kon het niet loslaten.
En waar ik gisteren dit verhaal deelde in een groep met de mededeling dat ik vond dat ik niet adequaat had gereageerd, kreeg ik toch vooral te horen dat ik moedig was geweest om te reageren. En dat het onveilig moet hebben gevoeld, om te reageren maar zeker ook om te beseffen dat ik onderdeel was van een sociaal experiment.

De mensen die deze reactie gaven vonden dat er meer tijd had moeten worden besteed aan het kaderen van het sociaal experiment. Dat er beter voor me ‘gezorgd’ had moeten worden. Ik weet zelfs niet welke school deze drie jongedames lopen…

Het gebeurde vond niet plaats in de Opvoedingstraat in Gent. Daar had ik een andere ervaring.

Zucht. Ik kan alleen maar het gebeurde eens grondig herleven en uitmaken hoe ik in de toekomst wil reageren mocht soortgelijke situatie zich weer voordoen.
Voor mezelf uitmaken wanneer ik reageer en wanneer ik zwijg of opstap.

Doet me denken ook:
Wat is vrijheid?
Waar liggen de grenzen van vrijheid (van meningsuiting)?
Ligt de grens van vrijheid daar waar de vrijheid of integriteit van een ander in het gedrang komt?
En hoe ‘meet’ je dat? Met buikgevoel?

En hoe kan je op dat moment ‘gepast’ reageren hoewel allerlei emoties door je heen jagen?

Het zijn open vragen. Ik heb er nu geen antwoord op. Voor dergelijke vragen is het beter meer dan één hoofd erover te laten nadenken. Meer dan één hart te laten spreken. En ons buikgevoel goed in de gaten te houden.

Hey Man!

Zelf gemaakt

Photo by Randi Wilson on Unsplash

We hadden het erover of we vroeger iets tekortkwamen. Zij heeft vier zussen en alleen de papa werkte. Ze had nooit het gevoel gehad dat ze iets tekortkwam, ook al kenden ze geen excessen.

‘We gingen wel geen kleding kopen in die chique winkel waar jullie gingen.’ Ik was het al vergeten. Maar inderdaad, voor onze kleding weigerde mijn ma confectie. Omdat we dan hetzelfde droegen als zoveel andere mensen. We gingen voor mijn kleding en die van mijn broer vaak kijken in een kinderkledingwinkel in een galerij die er nu niet meer is. Een enkele keer vond mijn ma de kleding toch te duur. Zoals toen ik een pull had gezien die ik mooi vond. We zijn ervoor in de winkel geweest, hebben onthouden hoe het in elkaar zat, groen vooraan, donkerpaars op de rug en blauwe strepen op de mouwen. Alleszins heb ik op elfjarige leeftijd die pull zelf gebreid. Mijn ma heeft hem in elkaar gezet en ik heb er toch enkele jaren van kunnen genieten. Met trots, toch wel.

Toen we jonger waren kwam het geregeld voor dat ik thuiskwam van school en er een nieuw kledingstuk voor me klaar hing, Aan een kapstok die over de staanlamp in de living gehaakt was. Goed in het zicht zodra ik de living binnenkwam.
Een rokje, een jurk, een blouse…fijn was dat wel.

Nu vind ik het jammer dat mijn ma die kennis niet heeft doorgegeven aan mij. Ik heb ooit een tweedehands naaimachine gekocht, maar ik gebruik haar het meest voor het verkorten van broeken. Toen ik zwanger was heb ik ook een aantal babyspullen gemaakt voor elke dochter die op komst was. Met goede raad her en der van mijn ma. Zo had het kruippakje dat ik voor mijn oudste maakte een print. Die moest van mijn ma uitkomen aan de naden. Dat hoeft voor mij eigenlijk allemaal niet. Een slaapzak heb ik ook gestikt en een mini-vestje met knoopjes heb ik gebreid.

Fijn vond ik dat, om met mijn gedachten bij dat kleine groeiende ukje in mijn buik alvast iets persoonlijks te creëren.
Vandaag zijn het mijn dochters die hun ‘bonneke’ raadplegen om kragen te veranderen, mouwen om te vormen en een eigen ontwerp een realistische uitwerking te geven.
Co-creaties over generatiegrenzen heen.

Ik vind het best fijn dat mijn dochters die kriebel voor naaiwerkjes hebben overgeërfd. Zoals ook het koken niet meer systematisch van generatie op generatie wordt doorgegeven, geldt dat over het algemeen ook voor handwerk heb ik de indruk. Een uitdovende ambacht, of herleeft ze dezer dagen??

Ooit was ik jaloers op een klasgenootje die heel mooi kon breien. Dat moet in het vierde studiejaar of zo geweest zijn. Zij had het van haar oma geleerd. Ik had de truuk nog niet ontdekt om de draad langs mijn pink te laten glijden bij het breien, waardoor mijn breiwerkje heel erg rommelig uitdraaide. Dan weer strak, dan weer los. Terwijl dat van mijn klasgenootje mooi egaal gebreid was. Maar de jaloezie heeft me doen bijleren en ze is een goede vriendin nu dus…iedereen content.

Ik heb trouwens nog altijd de breitas die ik in het eerste studiejaar mee naar school nam. Er zitten iets meer breipriemen in dan toen…

Vandaag kan je van handwerk veel terugvinden op het Internet. Zo heb ik een jongste dochter die vooraf altijd eerst het Internet raadpleegt alvorens aan de slag te gaan, terwijl mijn oudste dochter gewoon begint en aan alle knoppen van de naaimachine begint te draaien tot ze heeft wat ze wil hebben. Of tot er hulp ingeroepen moet worden omdat de hele boel ontregeld is…

Laatst wilde ik een broek verkorten en vond de steek wel erg rommelig.
Een hendeltje waar ik nooit eerder op gelet had stond in een andere stand. Tja…
Vloeken doe ik daarop niet meer.

Soms leidt de eigenwijze manier van werken van mijn oudste me naar een nieuwe manier van kijken. Dan staan er spullen in de kast op een andere manier en denk ik ‘ja inderdaad, zo kan het ook.
Morgen wordt ze 25 jaar. De helft van mijn leeftijd…

Tijd om onze talenten in kaart te brengen…en te blijven leren van elkaar.

Ont-Moeten

Photo by Louis Hansel on Unsplash

Ik had touche. Hij wou me zijn kaartje geven omdat hij niet alleen wil zijn. Ik heb geweigerd en gezegd dat hij eens moet gaan snuisteren in het verenigingsleven.

Om kwart voor zes moest ik in het ziekenhuis zijn bij de endocrinoloog. De vorige afspraak dateerde van 2019 omdat ik door Corona dergelijke routine-gezondheidscontacten tot een minimum herleidde.

De tandarts was ook al heel lang geleden…ik was best een beetje ongerust toen ik terugging. Dat er her en der wat problemen opdoemden in mijn mond. Had een grijze zone gespot maar het bleek een vulling die verkleurd was. Foto´s gaven uitsluitsel. Geen grote schade. Oef.

Wel raadde de tandarts me aan om een elektrische tandenborstel aan te schaffen, om te voorkomen dat ik door mijn ‘te stevig poetsen’ mijn tandvlees verder zou doen terugtrekken waardoor het poreuze gedeelte van de wortel tevoorschijn zou komen. Ze had een type tandenborstel en opzetstuk voorgesteld en me voorgedaan hoe ik moest poetsen. Intussen poets ik elektrisch, maar niet met plezier. Ik vind het een beetje knoeien en de tandpasta vliegt alle kanten op. Niets fijner dan een gewone tandenborstel eens ferm met vaste hand over mijn gebit rondrazen. Good old fashioned way…
Waarom elektriciteit verknoeien voor een activiteit die niet veel inspanning vraagt?
Overigens poetste ik wel grondig, getuige de tandplak die ik bijna nooit had bij een tandartsbezoek.

Enfin, ik wijk weer af. Ik moest dus naar de endocrinoloog en de man die later mijn ‘touche’ zou blijken, had me daar gespot in de grote inkomhal. Hij sprak me aan toen ik aan het frietkot luttele kilometers verderop stond te wachten om mijn avondmaal lekker kokkerelvrij te laten verlopen.
En ja, ik had ook wel gewoon zin in frietjes.

Ik verstond bijna niet wat hij zei. Heb het hem een aantal keren gezegd maar zijn stemvolume steeg niet. Het leek wel een ‘onder-ons’ gefezel tussen hem en zijn mondmasker.

Toen ik me met mijn (hoe heet zo´n ding eigenlijk?…even goochelen…een gasten oproepsysteem en coaster, buzzer of pieper) aan een tafeltje posteerde vroeg hij of hij bij me mocht komen zitten. Ik stemde toe, waarom ook niet. Hij had duidelijk behoefte aan een babbel en ik zat toch maar te wachten.

Wat ik begreep uit zijn verhaal is dat zijn moeder in de palliatieve zorg ligt in het ziekenhuis waar ik naar de endocrinoloog moest. Dat hij er uren slijt en dat het niet lang meer zal duren voor ze sterft. En dan is hij alleen. En hij wil helemaal niet alleen zijn.

Dus stelde hij me de gedurfde vraag of ik alleen ben. Want hij is alleen en zoekende. Maar wil zijn zoektijd niet slijten achter een scherm terwijl je niet weet wie er aan de andere kant van het scherm zit. Hij wil ‘live‘ mensen ontmoeten. Hij vertrouwde me de straat toe waar hij woont. Hij zou het huis gaan verkopen. De details heb ik niet verstaan. Ik had mijn vraag om luider te spreken gestaakt na ettelijke herhalingen.

Toen mijn ‘kaske’ biepte, ging ik mijn bestelling halen en bij het buitenkomen en naar mijn fiets tronen, wenste ik hem nog succes. Hij kwam achter me aan met zijn kaartje. Dat hij zo alleen is en niemand kent. Ik raadde hem het verenigingsleven aan om zich in te bewegen. Ik weigerde het kaartje te aanvaarden en ik voel me daar helemaal niet schuldig over.

Hem was wel mijn jurk opgevallen in het ziekenhuis. Dat gaf hij ook aan. Misschien begon hij daar zelfs mee. Dat hij het een mooie jurk vindt.
Ik moet hem nageven dat hij weet hoe te charmeren…op fezeltoon.

Het is inderdaad mijn lievelingsjurk. Ze gaat al jaren mee en is superfijn om te dragen. Makkelijk te wassen ook, al heb ik hem dat allemaal niet gezegd. Een mens moet niet alles prijsgeven tenslotte.

Ik in mijn jurk met schoenen die ook mogen gezien worden. Op mijn koertje met mijn frietjes. Met een maneblusser erbij…een ingeving van het moment.
Een mens mag al eens gek doen.

Sommige mensen dansen zelfs met bomen, dat hoorde ik onlangs ook ergens vertellen. Hoe zot is dat? 😉

Mijn jurk en ik, we mogen er zijn. Maar de schoenen gaan zoveel mogelijk uit om voluit de aarde te voelen die ons draagt. Die mij en mijn jurk draagt.
Moeder aarde en haar wonderen.
Een pakje friet af en toe.
Eenvoud.

Soms is het leven simpel.
Soms maken we het onszelf moeilijk. Wedden we op één paard bijvoorbeeld…terwijl de wereld meer wonderen te verkennen geeft als we onze ogen wagenwijd open houden.

Ubuntu.

Boomdansen

Photo by Andriyko Podilnyk on Unsplash

Vandaag heb ik met een boom gedanst. En nadien hebben twee mannelijke deelnemers aan de danssessie hun impressie van mijn dans gebracht. Het was verrassend te zien dat de ene man zich toelegde op het exploreren van de bast en de schors aan ‘zijn’ boom, terwijl de andere man aan ‘mijn’ boom vooral verkende in hoeverre hij de boom kon gebruiken om zijn eigen beweging vorm te geven.

Al langer dan vandaag voel ik de kriebel om eens te boom-knuffelen. Maar de moed ontbreekt me om me in publieke ruimte te verstrengelen met een boom en de eventuele commentaren van passanten te aanhoren.

Daarstraks ben ik eerst op verkenning gegaan naar de structuur van de boom. Heb mijn voorhoofd op de stam gelegd en mijn vingers laten ontdekken wat er te ontdekken viel. Tot mijn ogen een insect spotten en dat voor een tijdje volgden. Ik heb zachtjes geblazen op de boom en tussen de schors. De gladheid gevoeld daar waar de schors was losgekomen, de broosheid gevoeld van de loshangende schors.

Ruwheid, zachtheid, veerkracht.

Ik heb de boom gebruikt als anker. Met mijn voeten vlak tegen de stam, met één hand errond en me dan laten hangen. De boom was niet zo dik, een luttele twaalf centimeter aan doorsnede maar kon mijn gewicht vlotjes dragen. Ik liet me hangen, deinen, voortstappen en rond de boom cirkelen.

Ik ben op de grond gaan zitten met mijn benen rond de stam en mijn handen op de schors en heb daar op dat moment verdriet gevoeld voor wat wij mensen aanrichten in de natuur. Beide mannen hadden overigens geen verdriet gevoeld enkel vertrouwen in hoe veerkrachtig die bomen wel zijn.

Ik ben met mijn rug tegen de stam gaan zitten en heb een geel klein blaadje opgeraapt en op mijn handpalm gelegd. En terwijl ik naar de bewegingen van het blad keek, voelde ik hoe de boom me steunde in mijn rug. Mijn boom. Ik heb op het blad geblazen, zachtjes, mijn handen langzaam verticaal gebracht tot het blad me verliet.

Ik heb een foto van gemaakt van ‘mijn boom’. Om hem en de ervaring te koesteren.

Ik weet niet hoe lang de exploratie heeft geduurd maar het leek behoorlijk lang. Vooraf vroeg ik me af of ik het niet snel beu zou worden, dit samenspel met de natuur, maar neen hoor. Geen enkel moment voelde ik me verveeld of onrustig worden. Ik vond altijd wel iets nieuws om te exploreren.

Wat me doet besluiten meer op blote voeten te leven.
Mijn eigen tuintje is behoorlijk overwoekerd en het streepje gras staat intussen lekker lang. Als ik er mijn kleine grasmachine op loslaat loopt hij gegarandeerd weer vast elke meter en moet ik de messen elke meter weer vrije ruimte geven.

Misschien moet ik mijn tuin maar een beetje verwilderd laten en enkel daar actie ondernemen waar de harmonie verstoord wordt. En hup, met mijn blote voeten het gras in. Elke dag. Nat of droog. Sneeuw?! Waarom ook niet…

Ik herinner me zo hoe ik mijn oudste dochter als uk van een maand of acht gewoon op een groot deken in de tuin kon zetten en bij wijze van spreken zo achterlaten. Ze kwam niet van het deken omdat het gras aan haar beentjes kriebelde en ze daar angstig van werd. Twee vierkante meter tuingenot.

Langs de andere kant was het gegeven dat ze de vliegende mieren die haar gezelschap kwamen houden op het deken opat, niet zo voedend meer. Of net wel,…ik weet niet hoe het zit met de voedingswaarde van vliegende mieren…

Ja, ik heb dus vandaag met een boom gedanst en dat voelde helemaal naturel.
Keigelukkig word ik daarvan 🙂

Weifelen

Photo by Nicolas Hoizey on Unsplash

Hij vroeg of ik zou stoppen met schrijven.
Tot hiertoe gaf ik geen antwoord. Omdat ik geen antwoord vond in mijn arsenaal aan woorden.

Zolang er ruimte is, kunnen objecten worden waargenomen.
Zolang er stilte is, kan geluid zich ontvouwen.
Zolang er woorden zijn, kunnen ze verschil maken.

Ik weet vaak niet meer welke woorden nog schrijven. Alsof alles al gezegd is. Alsof een welgemeende en empathische stilte toch veel meer kan zeggen dan welke woordenstroom ook.

Ja, ik schrijf graag. Ja, ik krijg al eens uit onverwachte hoek een mooie reactie op mijn schrijven. Ga ik er daarom mee door? Ik weet het niet. Schrijven geeft betekenis aan mijn leven. Wat zich hier typt, wil gezegd worden. Wat zich hier droomt, wil manifestatie vinden. Wat boekdelen spreekt, wil gehoord worden ja.

Mijn kunstenaarsafspraakje, het opgelegde uitje van ‘me, myself and i‘ en de verwondering, wil zich vaak niet manifesteren. Het lijkt of ik er meer op vertrouw dat vanuit de beleving van diepe stilte de meest waardevolle woorden stromen. Wat moet ik met rond snuisteren in de Hema tussen de papiertjes en frutseltjes. Wat moet ik met in mijn eentje door de natuur struinen en niemand hebben om al wat ik opmerk mee te delen? Elk leeg blad draagt verwondering in zich.

Ik wil niet ‘leeg-geschreven’ zijn. Dus moet ik mezelf voeden met verwondering. Over de zon en de hitte van de afgelopen dagen. Die me behoorlijk immobiel maken. Maar wanneer de hitte er niet was, zouden we de verkoeling niet opmerken. Er zijn zo altijd minstens twee kanten aan een verhaal. En dan nog. Eigenlijk een oneindig aantal perspectieven om naar de dingen te kijken. Als je echt wil.

Wat levert verkoeling op?

Als ik gevoelig ben voor woordkeuze, waar moet ik dan de mosterd halen? In goede literatuur wellicht. Of in wijze quotes van mensen met bakken levenservaring. Zelf zou ik ook wel wijs willen zijn. Van een soort wijs dat verkoeling geeft op oververhitte dagen. Dat verfrissing geeft op oververhitte discussies. Misschien mag dat onder de vorm van een vraag zijn.

Gaat het me lukken?
Zal ik verfrissing vinden tussen waargenomen uitingsvormen?
Zal ik verwondering vangen en delen?

Schrijven maakt een verschil als het beweging brengt aan de lezerskant. Een glimp van een emotie, een straaltje empathie of een zaailing van mondkrullen. Dat die laatste dan stevig mogen wortelen, van oor tot oor. Die heb ik al wel eens veroorzaakt op dit blog, denk ik.

Laatst kregen mijn blogberichten de woorden ‘eerlijk en zacht’ van een lezer. Dat voelt wel fijn. Ik denk dat ik dat ook wel ben, eerlijk en zacht. Omdat ik niet anders kan zijn dan dat. Omdat anders zijn dan dat me teveel energie kost.

Het maakt me kwetsbaar ja. En sommige mensen durven daar al eens op inhakken.
Omdat ze zelf geen voeling willen of kunnen maken met die kwetsbaarheid, wellicht. En de mijne dan als een bedreiging aanvoelt.

Toch heb ik vooral de ervaring dat de manier dat ik me opstel naar mensen, me spiegelt in hun gedrag. Dat ik meer mag vernemen in een toevallige ontmoeting dan de gemiddelde mens.

Ach, eigenlijk doe ik maar wat. Zeer binnenkort dompel ik me nog eens onder in een schrijfcursus van een halve dag. Wie weet wat voor verfrissing dat brengt. Voor nu houd ik het op bruiswater. Misschien is het dat wel. Dat ik op de tafel van vermenigvuldiging van kwetsbaarheid het bruiswater mag zijn. Dat zorgt voor de bubbels, de al dan niet onderdrukte oprispingen en de verkoeling.

Een briesje Fiducia.
Graag tot schrijfs.

Ver-ant-woord

Photo by Mike Perrotta on Unsplash

Ze stonden aan de overkant van de straat. Klaprozen en wat leek op een grotere vorm van madeliefjes. Even overwoog ik om een foto te nemen met mijn smartphone, maar ik besloot het zo te laten. Het rood opgelichte fietsje aan mijn oversteekplaats stond immers al een tijdje alert zodat het prutsen met smartphone wellicht zou interveniëren met het groene fietsertje dat weldra kwam aandraven. De afstand was wellicht ook te groot om een degelijke foto te krijgen.

Ik kon natuurlijk ook het mooie bloemenveldje van naderbij gaan bekijken, van mijn route afwijken. Maar heb ook dat niet gedaan. De verwondering bleef in het moment. Zoals de meeste ervaringen, die her of der wel een opkikker krijgen via een associatie op een onbewaakt moment. Als vanuit het niets komt een beeld weer voor het geestesoog verschijnen. Eventueel vergezeld van een emotie.

Daarstraks heb ik wel een foto genomen van kleine paarse bloemetjes die zich uit een muur leken te murwen. Mijn zus vertelde me dat er een app bestaat die je zegt over welk bloemetje het gaat als je er de foto aan geeft. Ik weet niet hoe die app heet. En ik zoek het ook niet op. Niet alles hoeft een naam. Het bloemetje was niet symmetrisch. Het leek op een bepaalde manier op een konijntje met dikke wangen met de twee oortjes ferm de lucht in. Misschien heet het wel ‘konijnenkruid’.

Hoe zou het zijn om dingen opnieuw te gaan benoemen, los van de naam die ze al hebben? Eventueel om als pseudoniem te gebruiken tijdens het gevecht om weer de overhand te krijgen als natuur…Rainbow-Warrior-kruid, ik zeg maar wat.

Vergeet-me-nietjes. Wie heeft ooit dat bloemetje zo genoemd? Omdat ze in de schaduw te vinden/vergeten zijn? Laatst ging ik wandelen met een vriend en toen ik hem wees op vergeet-me-nietjes trok hij er prompt eentje uit en gaf het me. Ik pruttelde tegen. Dat is niet de bedoeling natuurlijk. Dat die bloempjes maar mooi blijven staan waar ze staan. Ze zijn nog zo schoon.
Van mij mogen ze ‘zie-me-hier-staantjes’ heten. Of ‘wij-wagen-ons-hier-stilletjes’.

Welaan, ziedaar komt ineens een associatie op mijn pad. Hoe ik als kind met mijn grootouders naar hun caravan in de Ardennen trok en samen met mijn grootmoeder in het bos op zoek ging naar meiklokjes. Ze bracht er ook geregeld mee na hun weekendjes Ardennen. Ze geuren zo lekker, …
Een bosje op tafel. En dan van de meiklokjes associeer ik naar de meikevers die langs het terras zoemden van het appartement waar ik als kind woonde. Ik zie ze niet meer.

Mijn pa had trouwens zowel als kind als op oudere leeftijd de gewoonte om insecten en kevers die hij ving in luciferdoosjes te stoppen. Waar mijn grootmoeder dan geregeld bijna een aanval kreeg als ze een lucifer wou nemen. Ik heb ooit een spreekbeurt gemaakt over spinnen. En mijn pa had een dikke huisspin voor me gevangen als didactisch materiaal. Ze zat in een plastic doosje, goed vastgeplakt om geen ongelukken te krijgen in mijn boekentas.

Ik ben na wat uitgestelde lessen aan mijn leerkracht Nederlands gaan vragen of ik ‘alsjeblieft nu’ mijn spreekbeurt mocht houden, ‘anders is mijn spin dood.’ Het mocht. Onverantwoord wat het beestje betreft, achteraf beschouwd. Ik heb wel goed gescoord. Zowel bij de medeleerlingen als in punten.

Wat is ver-ant-woord?

Hou het leuk

Photo by Courtney Cook on Unsplash

We staken de straat net over toen ik zei: ‘Als ik goed in mijn vel zit ben ik best een toffe madam hé.’
Ze moest lachen, mijn zus, maar beaamde dat we tijdens ons traject vandaag al goed gelachen hadden.

Toen ze daarstraks naast me kwam zitten – ze kwam van de andere kant van waar ik haar verwachtte – ze was er dus al, wat bij de meeste van onze afspraakjes niet het geval is… Zij komt immers ‘altijd’ een vijftal minuten te laat en ik een vijftal minuten te vroeg op onze afspraken.
Maar we waren daarstraks dus op elkaar afgestemd en waar ik toe wou komen is dat ze me meteen vroeg hoe het ging.

Naar waarheid zei ik dat het opnieuw niet zo goed ging. De ochtend was heel zwaar geweest. Ik had een poging gedaan op een andere plek dan naar mijn gewoonte het freewriting op te nemen, maar heel mijn lichaam was een dik half uur in protest mijn schrijven aan het manipuleren en beoordelen.
Tranen rolden. Woede sluimerde. Toch zette ik door.
De oefeningen van week twee in het boek heb ik vandaag niet bekeken, maar dat kan alsnog. De ‘Julia-Cameron’-week loopt tot en met zondag. Daarna wordt het evalueren hoe de week verlopen is en het aanvatten van een nieuwe opdrachtenweek.
Hopelijk met een positieve switch één van de komende dagen. Van bij het opstaan al bijvoorbeeld. Zo vanuit het niets eens kiplekker uit bed kakelen met mijn juiste been.

Maar goed. Mijn zus en ik moesten een halfuurtje wachten vooraleer we de tentoonstelling van de eindwerken van de lokale academie konden bezoeken. Zij was de gratis toegangskaarten al gaan oppikken toen ik nog niet gearriveerd was.
Omwille van Corona-maatregelen mochten er maar een beperkt aantal mensen tegelijk binnen.

Wat bizarre maar ook zeer mooie werken zag ik. Geen idee hoe je dat allemaal maakt. Ook beneden hingen tekeningen waarvan ik dacht ‘mij lukt het nooit om zoiets te creëren’. Al heb ik nog geen traject gevolgd dat mijn tekenvaardigheden aanscherpt. Er liggen wel een aantal boeken klaar om in te duiken. Zoals één van Betty Edwards, met een aanpak waarvan ik me door een tekenaar heb laten wijsmaken dat hij haar veel vroeger in zijn professionaliseringstraject had willen leren kennen.

Vandaag twijfelde ik wel in de boekhandel of ik een tekenboekje zou aanschaffen om het maken van een dagelijkse schets te stimuleren. De juiste intentie in combinatie met een mooi schriftje. Het boekje had een mooie vormgeving.
Ik was altijd al dol op papierwerk en pennetjes allerhande. Als kind kon je me meestal in de papierwarenafdeling vinden in de supermarkt waar mijn ouders elke week naartoe gingen. Mijn ma deed dan de boodschappen, ik stond aan de papierwarenafdeling te genieten en mijn vader en broer snuisterden rond bij de tijdschriften.

In de boekhandel waar we na de tentoonstelling belandden, was ik mijn zus aan het plagen en de verkoper die haar aankoop afhandelde deed met me mee.
Ik nam een flyer bij de hand waarop stond:
Omdat spelen leuk moet blijven – ken uw limieten.’
‘Gok je nog zoveel?’
vroeg ik. ‘En hoe gaat het nu met je alcoholverslaving?’
‘Hier staat dat je je limieten moet kennen.’

Zus lachte.

De verkoper zei: ‘ja, gooi het in de groep.’
Voor de zekerheid en het imago van mijn zus voegde ik toe dat ik een grapje maakte.
De verkoper antwoordde dat hij dat doorhad. Wat ik eigenlijk wel besefte. Vanwaar dan toch al die woorden…

Ik nam de flyer mee en ga meteen even analyseren of mijn gewoonte om mezelf af te breken als ik me niet goed voel een goede raad mag horen van een foldertje dat gokverslaving wil aanpakken of vóór zijn.
Al vind ik het ook een beetje dubbel…dat foldertje lag bij loten van de Nationale Loterij…dan is het van ‘koop ze, speel mee, maar zeg niet dat we u niet verwittigd hebben.’
Dat lijkt in mijn ogen veel op ‘koop maar en rook ze, maar kijk hier alvast wat je te wachten staat.’

Wie is dan verantwoordelijk voor wat?
De koper of de verkoper, of de goede intentionalistenaar?

Ik lees verder op de flyer: ‘(…) Toch heeft 1 tot 2% van de westerse volwassenen een gokprobleem. Bij jongeren loopt dat zelfs op tot 5%. (…)

Dus voeg ik meteen ook maar de regel toe die past bij dit soort mededelingen:
Doe de test via www.ken-uw-limieten.be om te kijken of u een gokprobleem heeft.

En voor mezelf zal ik dan morgen op zoek gaan naar wat mensen die me willen laten weten of ik een toffe madam ben of niet. En dan eventueel verwijzen naar https://www.fiduciacaro.be

Verleg uw grenzen, Fiducia, maar let erop. 😉

Draken

Photo by Vlad Zaytsev on Unsplash

ik wil dat je weet dat ik in je geloof
tot je eigen geloof overtuigd is

ik hoop dat je voelt hoe je passie niet dooft
als één enkele taak niet volmaakt is

ga door en vrees geen donkere dagen
doorvoel wat zich aandient, heel zacht

vraag het beest dat je dooft wat het vreest
laat het vrij en ga door

kijk, je lacht

Een waarheid

Photo by Markus Winkler on Unsplash

Toch altijd spannend. Een gansch nieuw schoon en maagdelijk versch bericht initiëren, en dan hopen dat er een interessante energie zich aandient om te transformeren naar informatie. Zodat de Big Data nog wat dikker worden, zij het dan met nonsensch in haar mondhoek.

‘Om met Ulrich Libbrecht te praten heb je wel een medium nodig.’ schreef hij.
Je hebt het misschien ook gelezen.
En er stond nog een omgekeerde lach achter. Hebt ge die ook gezien?

Nu ja, het is natuurlijk maar hoe je het bekijkt. Met realiteit heb je dat ook: kijk je vanuit een rationeel oogpunt naar de dingen of voel je wat het met je doet? Beide tegelijk is moeilijk. Maar als teen tander aanvult kunt ge uw nonsensch misschien ver-ijken.

Ik heb het natuurlijk niet letterlijk over u.
Ik bedoel, wie ben ik om te beweren dat wat u ‘uit’ nonsens is.
Toch?!
Over wat u ‘slikt’ dan nog gezwegen.

Neen, een medium dan maar. Ik ga me afstemmen op het sterretje dat Ulrich Libbrecht wellicht geworden is. Of één van zijn andere staten. Ik zal moeten ondervinden of ik hem gemakkelijker kan bereiken op een analoge dan wel een digitale manier.
Duikt ge in de data, de informatie, Big or Small, of houdt ge u bij zijn energie?
Wat is het properst?
En welke strategie bevuilt onze @most-sphere het minst:

Twitter of de intentie om een medium te ontwikkelen waarlangs wijsheid in spreukvorm beschikbaar wordt? En wie is dan in staat om zijn wijsheid in minder dan of gelijk aan, hoeveel zijn het er, 144 karakters(?!) te formuleren?
Ik zoek het niet op, doe het zelf als het u interesseert en uw ‘ervan’ bewust-zijn even stokt.

Neen, een medium dus om wijsheden uit te wisselen.
Mooi toch!

Beter vogelgeluiden thuisbrengen dan getjilp van een zotte mus te analyseren als ornitoloog. Al kan van dat soort mensen mogelijk wel beweerd worden dat ze ‘een’ waarheid spreken. Dan moeten ze dus een opwaardering krijgen naar ornito-sprakeenwaarheid. Maar dan komen al die mensen die hun eigen waarheid op de voorgrond zetten wellicht in opstand.
Of in de bijstand, als ze zich omscholen tot wijsheid-quote-teraars onder de 145.
Stel u toch eens achter!
Neen, dat mag niet ‘geburen’.

Zucht. Zal maar even herlezen of dit bericht tot hiertoe steek houdt of dat haar intentioneel vermogen weer een steek laat vallen en daardoor manifestatie weer stokt. Al is dat ook nog geen zwaar probleem want hier vlakbij heb ik breinaalden en een haakpen liggen.
Om de steek op te rapen, bedoel ik.
Eerste hulp bij omgevallen, noem ik het.

Thuis is waar de TV nu opstaat.
Of is ook dat al gedaan?

Zucht…waarom is alles toch zo tijdelijk…

Obsolete

Photo by Mika Baumeister on Unsplash

“Jij begint onmisbaar te worden,” zei hij.
“Neen, dat wil ik niet. Ik wil overbodig zijn,” reageerde ik meteen.
“Overbodig? Maar dat is het tegenovergestelde van onmisbaar!?” gaf hij als reactie.

“Precies” zei ik.

Waarschijnlijk is er iets in mijn gedrag dat mensen doet denken dat ik onmisbaar ben.
Dat ze me nodig hebben.
Soms,…vaak…claimen ze me…

Noemen ze me “mijn Fiducia.”
Dan frons ik mijn wenkbrauwen en neem resoluut afstand.

Ja, zo gaat dat bij mij…
Fiducia bezit je immers niet.
Fiducia is vertrouwen, dat moet je verdienen…elke dag opnieuw.
Geen mooier geschenk dan me niet nodig hebben…maar wel graag zien…

Overbodig mogen zijn.
Obsolete.

Maar liefst wel zien dat er iets veranderd is waar ik passeerde…
Al is het een beetje…

Fiducia droomt nog…