Inspinatie

Photo by Peter Fogden on Unsplash

Ze beweert dat ze een blogbericht van me in haar wachtkamer heeft hangen.
En dat ik haar met mijn laatste schrijven per e-mail ‘opnieuw’ op een idee bracht.
Zot vind ik dat!
Ik schrijf toch maar wat?!

De laatste tijd wil de inspiratie me niet echt ‘toevallen’, waardoor het uitreiken naar mijn laptop om ‘neer te pennen’ wat me gegeven wordt, niet aan de orde is.
Ik kan toch niet zomaar beginnen schrijven? Of wel?
De eerste letter typen en zien waar ik uitkom…

Meestal verloopt het bloggen wel op die manier, eerlijk is eerlijk.
De tijd dat ik elke dag wat woorden breide, ik mis hem.
De tijd dat ik weer woorden kan aanreiken, ik verwelkom hem. (Of is ‘tijd’ vrouwelijk?)
De tijd die ik nu neem om te schrijven wat zich in mijn hoofd ontvouwt, … ik dans hem.

Ik merk ook op dat mijn zus tegenwoordig bij wandelingen sneller vreemdsoortigheden of moois opmerkt dan ik. Ben ik teveel gericht op mezelf dezer dagen?

Zonet ontwaarde ik op de nok van een zonovergoten dak een stelletje meeuwen. Met hun borst naar de zon gericht, elk op een tweetal meter van elkaar. Dat beeld ontroerde me. Ik vroeg me even af of het duiven waren, want ik vond het een vreemde plek voor de meeuwen om zich even te ’nestelen’. Maar het waren wel degelijk meeuwen.
Inmiddels zijn ze weg en zit er een duif in haar uppie te duivelen.
Net zoals ik in mijn uppie zit te tokkelen.
Wat klankmatig wel erg op een kippenactiviteit lijkt 😊

Wat me dan weer doet denken aan de twee doosjes eieren die ik even geleden in de supermarkt kocht. De eieren waren elk enorm groot en bleken alle twaalf een dubbele dooier te bevatten. Ik zou kunnen opzoeken hoe dat komt, maar ik besluit even dat niet te doen. Ze waren smaakvol. Bijzonder smaakvol. En een beetje grappig, vond ik.

Wat me opnieuw brengt bij inspireren. Wat was er eerst, de kip of het ei? Het ei blijkbaar.
En wat komt eerst: de inspiratie of de transpiratie?

Zonet zat er een mini-spinnetje op mijn rechterhand. Inmiddels blijkt dat ze via een zelfgeweven draadje met mij verbonden is. Ik moet wel uitkijken waar ik mijn elleboog neerzet. Dat is niet met mijn gewicht mijn compagnon van het leven beroof.
Dancing with the stars…

Er heeft lange tijd een spinnenweb gehangen aan de buitenkant van het raam vlakbij mijn keukentafel. Ik vond het fascinerend om de spintaferelen te aanschouwen tijdens mijn maaltijden. Een gevleugelde formaatgenoot die per abuis in het web verstrikt geraakt. De efficiëntie waarmee de spin haar buit inblikt. Het deskundig renoveren van het web na stormschade. Het geduld. De eenvoud.

Ook aan mijn waslijn achteraan in mijn tuintje hangt er af en toe een kunstig spinnenweb. Daar zitten van die stevige kleppers in. Als je er zo eentje recht in je gezicht krijgt omdat je niet opmerkzaam bent bij het wegbrengen van je groente- en fruitafval naar de composthoop, dan ontstaat instant een dans die wild ‘exuberant’ is. En wat primitieve keelgeluiden verrassen daarbij dan de buren. Niets aan de hand, gewoon een spin die me ‘inspireert’. Inspinatie.

Ja, het is me wat. Ik kijk uit naar de komende dagen. Tot schrijfs!

Dromen tot het is

Photo by Ahmad Odeh on Unsplash

onder alle informatiestromen
schuilen woorden die doen dromen
harten raken en verwarmen
wat verkild is en gehard

ik wens je energie en kracht
om de onzekerheid van elke dag
met eenvoud en een sprankel
te omarmen in een dans

moge jij je glimlach vinden
door te dansen en verbinden
vol genieten van wat kan
en dromen tot het is

Pittige pirouette voor een dansbaar 2022

Laat mij

Photo by Jamez Picard on Unsplash

laat mij een nieuwe droom verleiden tot een tijdloos avontuur
waarin de camera beweegt en vat hoe liefde op elk uur
nieuwe herinneringen geeft

(eerder gepubliceerd: https://fiduciacaro.be/2018-09-21/laat-mij/)

Belevenissen

Photo by Jr Korpa on Unsplash

Vandaag was ik in de Opvoedingstraat in Gent om met een arbeidsgeneesheer te gaan spreken.
Ik was een tijdje later op de Korenmarkt in Gent op een bankje aldaar de gefilmde onwetende in een sociaal experiment. En daarbovenop was ik vandaag ook de klant in de onmogelijkheid om de klantendienst van de NMBS te bereiken via een contactformulier.
Technisch probleem. Technisch probleem. Technisch probleem…give me a clue please…
Overigens kon de bereidwillige conducteur me niet verder helpen en me ook geen e-mailadres van de klantendienst bezorgen.

Misschien moet ik de indrukken van vandaag maar eerst verwerken vooraleer ik erover schrijf…
Tot later dus! En geniet nog van de open hemel tussen de wolken door.

Let´s go for goesting

Photo by Yoab Anderson on Unsplash

Het gaat er hier pittig aan toe en ik zal het geweten hebben…

Elke ochtend  in de afgelopen week had ik een confrontatie met somberheid, soms doorspekt met angst en piekeren. Dan gaan tijd en ik aan de slag om die energie te keren. Door te gaan stappen, door vrienden te ontmoeten, door dingen te doen die me op dat moment erg zwaar vallen maar die ik waardevol vind.

Hoe makkelijk zou het zijn als een positief gevoel kon blijven hangen. Of dat ik in staat was het fijne gevoel van bijvoorbeeld een ontmoeting of verwondermoment weer op te pikken en aan te doen, als een zacht jasje om schouders van kwetsbaarheid.

Het valt niet of amper te zien door de buitenwereld. Tenzij aan de tranen die af en toe boven mijn oogrand wriemelen en prikken. De woordenstroom die wat moeilijker op gang komt. Het eigenwaardegevoel dat zich verstopt achter een venijnige wolk van zelfkritiek. Een pruttelpotje van zelfbeklag bijwijlen.

Tsss…pittig. Dat is het woord ja.

Misschien is er een gerecht dat pittig genoeg is om de pittigheid van moeilijke emoties te overstemmen. Een lekker Indisch schoteltje misschien.
Het valt te proberen, al is de ochtend daar wellicht toch een beetje een vreemd moment voor.

En toch…sta ik niet alleen in mijn strijd.
En dat hoeft geen zalfje te zijn op de open wonde. Ik blijf in contact met mensen en hoor hoe moeilijk bepaalde situaties door hen te dragen zijn. Hoe alleen zij zich voelen in hun strijd. En daar waar ik uitreik, reiken zij evenzeer uit. Daar waar ik een verbinding zoek, zoeken zij evenzeer een luisterend oor. Zijn we er voor elkaar en wordt het allemaal eventjes draaglijk omdat het gedragen wordt door meer dan de eigen schouders. Elk met een andere lading.

Ik blijf graag luisteren, al blijft niet alles hangen dezer dagen. Als er dan een vervolg komt op ons gesprek merk ik dat flarden van het verhaal van de ander me ontglipten. Een nieuwe trigger behoeven om weer ten volle tevoorschijn te komen.
En ik ervaar hoe ook dit wellicht niet enkel mijn verhaal is.

Binnenkort duik ik in verhalen en gedichten met mensen die daar ook goesting in hebben. Niet gewoon al lezend thuis en uitwissslend in een bijeenkomst, neen, al voorlezend en meelezend, al voelend en al dan niet delend. Met goesting als werkwoord. Goesten. Misschien komt dat wel van het Engelse woord ‘to go’ , we go, she goes and they go to do this thing with literature and poetry. Hoor mij…

Enfin. Het zal trouwens in het Nederlands zijn. Maar ik heb er zin in en ben er blijkbaar in geslaagd om ook enkele organisaties warm te krijgen en mee aan te haken. En nog enkele andere organisaties om mee te zorgen voor bekendmaking.

Voor mij mag het starten met een klein groepje. Ik weet nu al dat ik er heel mijn wezen in zal leggen. En dat ik moe zal zijn na afloop. Maar er staan en er met heel mijn wezen bij zijn op het moment zelf is wat ik wil. En als we samen de ladingen onderzoeken en dragen die ons aangereikt worden in literatuur en poëzie, ontwikkelen we misschien een instrumentarium om mee aan de slag te gaan in ons eigen leven.

Gelukkig kan en mag ik nog dromen…

Moed

Photo by Armand Khoury on Unsplash
Audioversie ‘Moed’

als je moet maar de moed je ontbreekt
je wel wil maar gemoed je bezeert
zit er niets anders op dan te doen wat je kan
zodat moed zich beweegt naar je doel

gevoel zich verroert in gemoed

je moet tot je wil
dat heet moed

Versluiering

Photo by David Kiriakidis on Unsplash

Het is opmerkelijk hoe de kleur van een bericht een donkere sluier krijgt als ik in een sombere bui ben.

Dan geeft meteen herlezen geen andere interpretatie dan deze die net binnenkwam als waarheid en pijn deed. Dan lijkt het of er maar één betekenis aan de andere kant wordt ingelegd. Eén die me neer wil sabelen. Dan kan je verstandelijk wel zeggen: ‘een uitspraak zegt meer over de zender dan over de ontvanger.’ Maar aan hoe de woorden binnenkomen en pijn triggeren, kan ik niets veranderen op dat moment. Dan wordt het voor dat moment de opdracht om gewoon de lading te doorvoelen, trachten te verteren en iets anders te gaan doen.

Maar als ik de volgende dag een beter humeur heb en ik bij wijze van dubbele check het betreffende bericht herlees met een nieuwe bril, dan klinkt het ineens frisser.
Niet meer als een persoonlijke aanval. Zelfs warmhartig, in uitzonderlijke gevallen.
Zo vreemd vind ik dat. Hoe mijn eigen gemoed mijn waarnemingen kleurt.

Ik weet hoe dat komt.
En dit schrijven gaat op dit moment weer vergezeld van tranen. Een inzicht, welaan.
Ik weet dat het komt doordat ik in se nog steeds niet op een duurzame manier geloof dat ik van waarde ben. Dat ik vind dat ik ‘iets moet betekenen’ of ‘ondernemen’ om menswaardig te zijn.
Elke boodschap die dan neigt mijn eigen overtuiging kracht bij te zetten, komt dan stevig binnen.

Als ik me goed voel, waan ik me waardig en onderneem ik ook allerlei acties.
Zit ik als het ware in een virtuose opwaartse spiraal.
Als ik me klein en kwetsbaar voel, vertoef ik vaak in een ‘lege ruimte’. En gedachten kronkelen zich in een vicieuze cirkel. Wat op zich wel maakt dat nederigheid gevoed wordt. Dat is dan weer een goede zaak voor intermenselijke contacten.

Ik merk het bij het schrijven van affirmaties in het kader van mijn traject met het  boek van Julia Cameron, ‘The Artist´s Way’. Dan schrijf ik zelfbevestigende uitspraken als ‘ik mag mijn creativiteit voeden’ een aantal keer onder elkaar en komt er doorheen het geschrijf een censor die soms de wreedste verwensingen naar mijn kop gooit. Het boek adviseert die zogenaamde ‘censoruitbarstingen’ ook op te schrijven, om ze nadien te transformeren tot uitspraken die als affirmatie kunnen dienen.

Waar de voorbeelden van affirmatieve zinnen in het boek over creativiteit gaan, zijn de nieuwe affirmaties die op bovenstaande manier gecreëerd worden nog belangrijker om te herhalen.
In het kader van je algehele welbevinden als mens. Om gaandeweg de weerstand voor de weg die je bewandelt en waard bent wat minder groot te maken. Jezelf wat liever te gaan zien. Stel u voor…

Ik weet niet waar die wrede uitspraken vandaan komen. Ik herinner me geen dergelijke uitvallen verbonden aan een persoon uit mijn jeugd. Ik heb er alleszins geen levendige herinneringen aan, hoewel ik wel een vermoeden heb waar ze vandaan komen.

Bij andere mensen merk ik die sluier ook op.
Ik durf al eens complimenten geven aan mensen en niet zelden geven die emotie of zelfs tranen bij de ander. Omdat ze iets raken waar kwetsbaarheid op zit.
Soms omdat er ongeloof bij de ander zit dat wat hij of zij hoort wel eens zou kunnen kloppen.

Ondertussen heb ik een idee voor een nieuw projectje.
Een kunstig experiment dat ik nog wat moet uitwerken. Kleinschalig maar denkelijk wel amusant.
Iets met toevallige ontmoetingen, luisteren en katalyserend vermogen.

Dit schrijven heeft me alvast deugd gedaan.
Mmmh. Voelt fijn.

Draken

Photo by Vlad Zaytsev on Unsplash

ik wil dat je weet dat ik in je geloof
tot je eigen geloof overtuigd is

ik hoop dat je voelt hoe je passie niet dooft
als één enkele taak niet volmaakt is

ga door en vrees geen donkere dagen
doorvoel wat zich aandient, heel zacht

vraag het beest dat je dooft wat het vreest
laat het vrij en ga door

kijk, je lacht

Afstemmen

Photo by Danielle MacInnes on Unsplash

Vreemdsoortige lichaamssensaties houden me alert dezer dagen.
Sensaties die ik niet herken en dus niet helemaal kan plaatsen of een waarde toekennen.
Mijn lichaam voelt aan als een leeg vat waar ik geen pijn of emoties in kan benoemen.
Alleen die bevreemdende ervaring van, ja, leeg zijn, anders krijg ik het niet verwoord.

Nu word ik niet snel ongerust wat betreft sensaties in dit voertuig van me. Ik tracht wel opmerkzaam te zijn om veranderingen die meer aandacht vergen dan mijn eigen waakzaamheid snel te bespeuren en indien nodig uit te reiken naar een gepaste extra kijk.
Zo heb ik gisteren aan mijn therapeute laten weten dat ik handvatten mis om in vertrouwen met die bevreemdende ervaringen om te gaan. Ze heeft nog deze week ruimte voorzien om mee te kijken. Mogelijk stuur ik haar al dit bericht door, ter inleiding of zo. Dat laat ik van het moment afhangen.

Ook bij de beoefening van de TRE (Trauma Releasing Exercises) merk ik verschillen op in sensaties. Daar waar meestal vooral mijn bovenbenen aan het trillen gaan, voelde ik de laatste sessies doorheen mijn onderlichaam heel subtiele vibraties, alsof er in heel diepe lagen iets wordt losgemaakt. Ook daar heb ik even telefonische hulp ingeroepen van een TRE-coach om één en ander wat te duiden. En na te gaan of ik misschien extra voorzichtig moet zijn en bijvoorbeeld de trilling korter moet laten duren dan de vooropgestelde tijd.

Ze stelde me gerust, zei dat het inderdaad om dieperliggende lagen ging die losgemaakt worden.
Ik hoef er volgens haar niet per se voorzichtiger mee om te springen.

Maar dat er oude pijnen losgemaakt worden en dat een invloed heeft op mijn algemeen welbevinden, dat is een feit. Daarnaast staat ook de wereld niet stil en moet ook daarop verder gesurfd worden. Ik las net in een boek de raad om niet meer te streven naar stevige verankering maar naar een stevig afgestemd geraken op de verandering en er voeling mee te houden. Om zodoende niet te verstarren of verstikken doordat de verandering je overspoelt.

Dat ik aan mezelf blijf werken en aldus zal geconfronteerd worden met meer ervaringen die bevreemdend zijn, daar ben ik me van bewust en ik ben er niet bang voor. Ik heb al wel wat ervaringen opgedaan, heel pijnlijke en minder pijnlijke. Groeimomenten. Inzichten.
Zolang ik hindernissen zie als uitdagingen komt het mijn leerproces tegoed en behoud ik wellicht een constructieve houding tegenover wat me overkomt.

Ik ben iemand die over het algemeen niet makkelijk uitreikt naar anderen. En ik merk wel dat vaak alleen al de bereidheid ervaren dat iemand mee wil kijken, zij het een vriend, familie of betaalde kracht, een kentering in mijn houding, mijn vertrouwen, kan geven.

Zelf heb ik me net ook gerealiseerd dat het afgelopen jaar best intens voor me was.
Zelfs los van de Corona-golf.
Volgens mij heeft het loslaten van situaties en me telkens ankeren op een nieuw pad, ertoe bijgedragen dat ik mijn systeem heb uitgeput. Wellicht heb ik onvoldoende gerouwd over oude en nieuwe verlieservaringen. Rouw over het doorleefd hebben van moeilijke sensaties en ervaringen. Voldoende tijd te besteden aan de emoties die ermee gepaard gaan. Voldoende in gesprek te gaan met die emoties.

Als dat de les is die ik hieruit moest leren, dan is dat mooi.
Dan heb ik een nieuw instrumentarium om me aan nieuwe uitdagingen te zetten.
Zonder de ervaringen achter me te laten die onvoldoende verteerd zijn.
Met de voeten op mijn surfplank en een rugzak die hanteerbaar is.
Deinend op het water of uitreikend naar een nieuwe golf.

Waar de reis me brengt weet ik niet, ik kan alleen terugkijken op de reis van vandaag, van het afgelopen jaar, van de afgelopen decennia.
Pittig, jawel.
Maar ik schrijf nog.

Als ik het kan, dan ligt het in ieders bereik.
I´m only human.

Hou je!

De brief

Photo by Green Chameleon on Unsplash

Met dit bericht startte ik ooit mijn blogexperiment in 2014.
Vandaag de brief aan mijn overleden ‘baas’ van toen, in audio- en tekstvorm.

Dag professor,

Het voelt nog steeds een beetje vreemd, maar na jaren van aarzelen dan toch dit schrijven.
Al weet ik niet eens of u me nog onderscheidt in uw herinnering.

Voor mij begon een mooi verhaal halfweg 1997 toen ik bij u op sollicitatiegesprek kwam. De derde ronde. Mijn dochter, toen tien maanden oud, lag in het ziekenhuis maar u gaf me ruimte en een eerlijke kans op de job met een paar weken uitstel voor het beslissende gesprek. Ook al onderstel ik dat uw agenda niet erg veel vrije ruimte ademde. Bovendien was de start van het project urgent omwille van de contractuele afspraken met een handvol strategische partners.

Ik herinner me haarscherp wat het eerste was dat u me vroeg toen ik op gesprek kwam.
Hoe het met mijn dochter ging. Weet u dat nog?
Ik zie ook nog helder voor me hoe u non-verbaal reageerde toen ik aangaf dat mijn dochter er wellicht niet aan zou sterven. Hoe u toen een krimp gaf. Heel subtiel.
Ik was er even door uit evenwicht. Zag u mijn hapering toen, professor?

Ook later zou ik uw betrokkenheid en zorg ervaren. Elke vijf minuten overleg die ik aan één van uw secretaresses vroeg wanneer ik dreigde vast te lopen op een vraagstuk. U maakte tijd voor me.
Zette me telkens op het spoor dat toeliet dit internationale pilootproject, uw geesteskind, te doen slagen. En uw opzet slaagde. Met overweldigende respons.
Het project liep. Liep goed. Werd stilaan routine.

Maar u, u had kanker. En ik wist dat. Ik wist dat zelfs zeer snel.
Doordat de zus van uw schoonzoon me dit had toevertrouwd in mijn eerste werkweek.
‘Maar ik moest het zwijgen.’
Ik onderstel dat u dat bij leven nooit heeft geweten.

De krimp die u gaf bij het sollicitatiegesprek. Het daagde me.
Sterfelijkheid stond toen al enkele jaren vetgedrukt in uw agenda.

Ik had uw pijn bij onze eerste ontmoeting opgemerkt en detecteerde hem nog vele keren daarna.
Maar ik zweeg, ook al voelde ik de zwaarte van de last die u droeg.
Toen ik op een keer uw grimas zag toen u moeizaam opstond uit uw bureaustoel en ik stilletjes opperde om een ander moment terug te komen. Herinnert u zich dat moment en hoe u mijn voorstel toen weigerde?
U ging door. Dwars door de pijn. Zolang het kon.

Het is in tranen dat ik dit schrijven afrond. Het verhaal dat zo mooi startte meer dan twintig jaar geleden, het is niet af voor mij. Uw dood en wat daarop volgde waren te onwezenlijk. Ik kon en kan het nog steeds niet vatten.
Weet u, soms overspoelt me nog de vraag of ik deel uitmaakte van een interuniversitair experiment, toen, onder uw hoede…
Maar ook op die vraag wens ik intussen geen antwoord meer.
Wat levert het me op, nietwaar?!

Misschien klinkt het vreemd, maar ik ben u immens dankbaar voor uw mentorschap.
U geloofde in mij. U geloofde dat ik dit complexe project aankon.
Dat heeft mijn potentieel doen bewegen.
Mezelf dat herinneren, helpt ook nu nog.

In voor en tegenspoed.

U genegen,
Fiducia