Alledaags

heping-271656

Photo by 和 平 on Unsplash

Ik word er moe van als ik hen hoor vertellen. Over veranderen van bewindvoerder voor een vader die wilsonbekwaam is. Wat dat met zich meebrengt aan administratie, procedures en heen en weer geloop en gebel. Over de procedures en valkuilen als je met een buurt beslist om er tegenin te gaan dat een brok natuur verkaveld wordt om er appartementen op te zetten. Over het gebruik van nieuwe software die totaal niet is afgestemd op de gebruiker. Waardoor het oplossen van fouten een soep wordt waar veel tijd in kruipt en een oplossing overigens niet gegarandeerd is.

Maar ik heb goed en in goed gezelschap gewandeld vandaag. Ben daarna wat in de bibliotheek onder de studenten en krantenlezers gaan zitten tokkelen in stilte en verbondenheid. Vreemd vond ik het dat de studenten werden aangemaand om in een andere ruimte te gaan studeren terwijl er tegen mij niets gezegd werd over het feit dat dit een leeszaal was terwijl ik met laptop toch ook de ruimte benam. Misschien gelden dezelfde regels niet voor eigen vrijwilligers, bedacht ik me. Al kende ik de dame die toezicht hield niet. Hoewel…was zij het niet die in ons gehuurde leslokaal binnenviel tijdens een schrijfcursus om de kortste doorsteek te maken naar een andere werkruimte?  Ondanks stil protest van mijn collega-cursusbegeleider. Ondanks het zicht op die acht mensen die rond een tafel aandachtig zaten te werken.
Respect is iets vreemds. Wordt niet altijd op dezelfde manier begrepen heb ik de indruk.

Collega opgezocht op mijn vrijwilligersstek. Hij was er niet. Post-it achtergelaten met onnozeliteit. Naar de inlees-sessie gefietst. Maar eerst nog een nieuw spatbord gaan halen voor de fiets van mijn jongste. Ze wilde met een half spatbord aan haar voorste wiel toch op stap vanochtend. Ik mocht het er niet afvijzen. Na een domme val van haar fiets sprong de andere helft van het spatbord de koer op gisterenavond. Resultaat van een ongelukkige botsing met mijn eigen fiets die ik ernaast wilde manoeuvreren. Heb haar vanochtend met mijn eigen fiets op stap gestuurd en ben zelf met de hare op wandel gegaan. Nadat ik het halve spatbord er alsnog had af gehaald. En het regende toen ik terugkwam. En fietsen zonder spatbord is … vettig. Broek in de was. Losse kleren aan.

Nog gesukkeld met het losvijzen van één en ander om haar kersverse voorste spatbord te installeren. De inbus…euh…ontvanger?? bleek dolgedraaid. Maar ik heb het gefikst. Ze kan morgen weer op stap.
Altijd wat last-minute commotie als er wat scheelt met die fietsen. Zo werd mijn oudste vorig weekend kwaad op haar te platte band. Reeds bij vertrek. ‘Hij is al een aantal weken plat.’ Ja, zo gaat dat als je die niet oppompt. Soms wordt het zelfs erger.
Ze hoopt misschien dat hij zich dik maakt als ze er tegen vloekt. Valt te proberen.
Maar na wat gezeur van mama hebben we beide banden samen intussen ook weer wat verse lucht gegeven.

Niet gedacht dat ik dit nog zou schrijven vandaag. Best wel gevuld dagje, realiseer ik me nu. Heb trouwens die collega op mijn vrijwilligerswerk opnieuw opgezocht na mijn inleessessie. Die ik overigens vroegtijdig afbrak omdat mijn tong vandaag te vaak in de knoop lag bij de onlogische zinnen. En de audiosoftware ook niet helemaal mee wilde. Nog dik twee derde van het boek te gaan. Nu stoppen is geen optie. Nieuwe afspraak volgende week.

Mijn collega zei trouwens dat ik moet stoppen met dreigementen op post-its te plaatsen.
Soms is er humor.
Vorige keer schreef ik ‘I´ll be back’.
Dat vond hij erover. Stalking.
Wat schreef ik vandaag weer?
‘I was here. Whoehaha.’
Weeral.

Hardleers.

 

Vinger aan de pols

hush-naidoo-382152

Photo by Hush Naidoo on Unsplash

Deze namiddag had ik een consult bij mijn specialist. En hij vertelde een anekdote over zijn werk toen ik aangaf waarmee ik worstel.
Dat vond ik wel fijn. Ik voelde me gehoord en begrepen.

Maar ik moet dus dingen leren loslaten die niet mijn verantwoordelijkheid zijn. En geen energie stoppen in te proberen ze te veranderen. Laat staan te proberen het gedrag van mensen te veranderen. Zelfs die raad accepteren valt me moeilijk. Want met zijn allen zeggen we dat we niet goed bezig zijn, dat ‘we’ het druk hebben ook, maar toch doen ‘we’ gewoon door.
Hoe raar is dat?

Na het consult had ik een onderonsje met een dierbare vriend alias ex-collega. En hoe ook hij vertelde over zijn werk en wat er misloopt. En hoe hij daarmee omgaat. Leerrijke momenten.

Daarover mijmerde ik op de trein richting thuis. Toen een jongeman naast me kwam zitten. Voorovergebogen zat hij op zijn smartphone te turen.
Pas toen ik de trein hoorde toeteren en vervolgens stevig remmen, richtte hij zich tot mij. En ik ben vergeten met welke zin. Haha, wat een blogbericht.
Alleszins, in mijn verbeelding lag er iemand onder de trein op dat eigenste moment.

Een beetje later luidde een signaal waarna geen bericht volgde. En even later nog eens. Vervolgens toch de boodschap van de conducteur dat er een noodstop was geweest omdat de bestuurder een persoon op de sporen had gesignaleerd. De machinist zou nu uitstappen en het spoor controleren.
Even later de boodschap dat er een persoon op het spoor had gestaan die zich nu naast het spoor had geïnstalleerd.
We konden niet doorrijden vooraleer hulp gearriveerd was.

Dan maar een babbeltje slaan met mijn buurman. Over best wel persoonlijke zaken.
En nu herinner ik me ineens hoe hij contact legde net na de noodstop:
‘Dit is zo´n moment om te kaarten’, sprak hij spontaan.
Waarop ik ‘Heb je kaarten bij?’
En hij ‘neen’.
‘Dan wordt het moeilijk’, zei ik nog.

Oxo en vier op een rij passeerden nog de revue, en vaders die lezingen geven over de geschiedenis van de wiskunde en ex-lieven en vals zingen. Onder andere.

Toen het bericht kwam dat de machinist de persoon op de trein had gekregen en we de reis verder konden zetten zag ik in mijn verbeelding al nieuwsgierige reizigers de arme man of vrouw aanstaren. En de factuur die hoogstwaarschijnlijk zou volgen. We reden overigens maar aan heel laag tempo verder omdat de seinen van enkele overwegen blijkbaar niet werkten.

Maar ik vond het best gezellig zo.
Fijn gezelschap om de avond in te luiden, meer moet dat niet zijn.

 

 

Judgement

ben-white-128604

Daar was hij dan zonet, mijn schrijflucifer.

In een kort filmpje van Social Value International dat ik vond op Linkedin: ‘7 principles of social value’, lees ik bij nummer zes over transparantie het volgende: ‘explain what is behind all of your judgements.’

Net nu ik alweer een paar dagen broed op iets om over te schrijven, komt alles samen bij datgene waar ik mee worstel. Oordelen. Hoewel ik vooral in verwondering naar de wereld wil kijken, merk ik dat ik een sterk oordeel kan hebben en uitspreken over dingen die niet lopen zoals ik ze zou doen lopen. En dat is lastig. Want door dat oordeel te uiten, spreek ik me onrechtstreeks uit over de mensen die de dingen doen lopen zoals ze lopen. En dat vind ik niet ok.

Al mag het ook gezegd, als ik zie dat iets moeizaam loopt, of die kans loopt (veel geloop hier), bied ik wel spontaan aan om bij te springen (ah, springen). Dan wacht ik af of de ander daarmee gediend is. Wil me niet opdringen. Al doe ik dat wellicht toch af en toe. Hoewel dat niet altijd met zoveel woorden gezegd en gezwegen wordt. Waardoor ik dan bij mijn onzekerheid terechtkom. Gestoeld op een eigenwaardegevoel dat niet stabiel is. Waar zat ik ook alweer? Oordelen?

Zo kan ik de ene keer vol vertrouwen een groot project in co-creatie aanvatten en me het volgende moment onzeker voelen over de vraag of de persoonlijke feedback die ik iemand gaf nu echt wel goed ontvangen werd. Of ik niet beter zwijg af en toe. Zelfs als het een compliment betreft.

Moe word ik daarvan.

Maar waarschijnlijk ben ik vooral nog het meest oordelend naar mezelf. Vorige week bijvoorbeeld. Wat ik mezelf allemaal toeschreef, u wil het niet weten. In mijn hoofd werd mijn to do-lijst een ramp en alle houvast was zoek. Vroeg in allerijl vrijdagochtend of mijn therapeut toevallig nog een plekje vrij had dezelfde dag. Niet dus. Maar wonder boven wonder wel op zaterdagnamiddag. Huilen, snotteren, zeuren…maar met een hoopje hoop weer buitenkomen. Ik ben daar nooit te euforisch over want dat gevoel kan snel wegebben als mijn neus de rauwe realiteit weer ontmoet. Maar toch. Het gevoel bleef. Dus liet ik hem deze opklaring gisteren even weten per sms.

Ik vraag me vaak af of therapeuten dat niet lastig vinden om altijd hun cliënten te zien als ze het moeilijk hebben en niets meer te horen als het goed gaat. Ik stuur af en toe een update naar therapeuten die me ooit hielpen. Helpt ook om mijn eigen herstelproces in kaart te brengen.

Maar ik wijk af. Wat heeft oordelen met herstellen te maken? Misschien net dat wat in het filmpje werd benadrukt. ‘Wees transparant en leg uit wat er achter je oordeel schuilt.’ Herstel dus wat je met je oordeel hebt afgebroken.

Waarom heb ik nu toch die term ‘hersteldeskundige’ losgelaten? Dat mooie woord klinkt steeds rijker. Toch eens naar de Dikke van Dale schrijven…

 

 

 

Hoe verwonderen ‘werkt’

rhendi-rukmana-193672

Ze kwam pal voor me staan en haakte zich vast in mijn ogen.
‘Mag ik een beetje drinken alsjeblieft?’
Niet met een uitdrukking van ‘ik sterf van de dorst, eindelijk water, ik smeek het je…’,
maar eerder met: ‘oh, een fles water, … tiens, ik wil wel drinken, … ik vraag het gewoon.’
Ik stak mijn fles water naar haar toe. ‘Je mag het hebben’, zei ik.

Ik had haar net de tramsporen zien oversteken naar het perron waar ik stond te wachten. De gedachten die bij me passeerden bij de observatie waren ‘wat een ingehouden energie, … helemaal kaal geschoren met uitzondering van een strook ingevette pikzwarte haardos naar achteren bovenop haar hoofd geplooid…ik hoop dat ze de boosheid die er volgens mij zit hier nu/seffens niet uit.’
Tien centimeter voor me stond ze dus stil. Veel te dicht. En ik merkte op dat ik geen angst voelde.

Ze nam met een bedankje de fles aan, draaide de dop open en dronk een paar teugen terwijl ze een paar passen verder liep. Stak de fles vervolgens gesloten terug naar me uit met een loom gebaar. Alsof ze enkel had onthouden dat ik ze haar gegeven had.
‘Je mag het hebben’, herhaalde ik.
Ik stond net vóór ze me ‘ontmoette’ nog te bedenken dat de fles te groot was voor mijn handtas, te onhandig in mijn jaszak en ook al niet zo praktisch in mijn handen. Eigenlijk stond ik er wellicht wat sullig mee te zeulen en was zij…mijn redder in nood. En ik die van haar.

Ze zei niets en liep wat verder het perron op. Intussen keek een oudere vrouw (what´s in a name) me aan met een blik van ‘maak dat mee, dat doet ge toch niet’. En ik gaf haar een mimiek, glimlach en handgebaar terug met de boodschap ‘Ik heb het ook nog nooit meegemaakt. Maar ik vind het best grappig. En ben blij dat ik haar kon helpen.’ Ik weet niet of we elkaar goed begrepen. De tram kwam er overigens aan.

In een flits bedacht ik me dat ik een beginnende verkoudheid heb en meteen voelde ik me schuldig. Moest ik nu…Neen, ik had de reflectie niet meteen gemaakt. Ik maak het ook niet alle dagen mee dat iemand uit mijn flesje wil drinken. Behalve mijn kroost zo nu en dan.
Ik heb haar er niet over aangesproken, het was toch al te laat, ze had er al van gedronken.
Ach, ik ook altijd met mijn impulsiviteit…

We stapten alle drie op. Ik zag de nieuwe eigenaresse van mijn flesje water een halve tram voor me een dubbel zitje bemannen. Ze legde meteen haar hoofd op haar armen op de leuning voor haar.
Ik vroeg me af waar ze mee zat. Maar niet voor lang.

De tweede halte stond een zevental mensen zich door de veel te smalle deuren een eindje vóór me te manoeuvreren om uit te stappen, terwijl de meeste blikken van de andere reizigers zich die kant uitdraaiden. Iedereen die eruit moest zette zijn weg verder op het voetpad. Nu probeerde de jonge vrouw die de hele tijd met een buggy op het voetpad had staan wachten het gevaarte met kind en al in haar eentje op te tillen om de twee hoge treden in de veel te smalle oude tramdeur te overbruggen. En iedereen bleef kijken en vroeg zich ongetwijfeld af waarom dat allemaal zo lang moest duren. Dus stoof ik recht en rende ietwat geïrriteerd voorbij de zittenblijvers de jonge vrouw tegemoet om haar aan boord te helpen. Ze bedankte me uitvoerig. Mogelijk kwam mijn ‘graag gedaan’ inclusief glimlach er niet helemaal spontaan uit door mijn irritatie naar de zittende reizigers, die ook hun plaats niet aan haar afstonden waardoor ze zich een weg moest wurmen in het smalle gangpad.

Iets meer dan tien minuten en zoveel keer verwonderd geweest. Zonder naar het theater te gaan zelfs…Nu ja, als ik mijn blik op de wereld werp zie ik één en al theater…

Maar nu is deze dag bijna om en zijn er eigenlijk nog tal van wonderbaarlijke dingen gebeurd. Maar ik zat zonet al aan 585 karakters (vóór ik de boel nakeek en her en der verbeterde) en meer wil ik u niet opsolferen zo in het weekend, zonder er een uitsmijter aan toe te voegen.

Fijn weekend!

 

Fijn moment gewenst

writing

‘Vind je dat dan niet erg, dat bijna niemand je blogberichten leest? Ik bedoel, je steekt er toch moeite in om ze te schrijven.’

Ik glimlachte naar haar. Neen, ik vind dat dus niet erg.
Meer nog, wellicht is het strategisch gezien wel heel dom om hier zo open en bloot te verkondigen dat bijna niemand mijn schrijfsels leest. Vermindert het lezerspubliek daardoor, omdat de toevallige passant hier dan eens door mijn eigen woorden bevestigd krijgt ‘Oei, normaal volk passeert hier niet. Ik zal ook maar wegblijven.’

Waarom ik dat dan allemaal schrijf?

Wel, beste zeldzame lezer, omdat schrijven voor mij een manier is om mijn leven even te vertragen. Als ik neerleg wat er allemaal in mijn hoofd langskomt, hoef ik het niet meer rond te dragen, het kreeg immers al een plekje. Net als al die ’to do´s’ die mijn hoofd bevolken. Gewoon, bij de afwas, die ik overigens met de hand doe, een blocnote en pen neerleggen op het aanrecht. En even handen afdrogen om een opborrelende ‘to do’ te noteren. En mijn gedachten kunnen weer vrijelijk vloeien langs schoon geschrobde borden en kookpotten. Niet zelden gevolgd door een zelf gefabriceerde aria trouwens.

Mijn eigen voornemen in mijn vorige blogbericht om dagelijks te schrijven lukt aardig. Al willen die dertig minuten ochtendpagina´s in plaats van vóór dag en dauw al wel eens na het avondeten geschreven worden.

Dagelijks mijn dankbaarheid uiten werkt ook heel krachtig.
Vandaag zal ik mijn schriftje wellicht met een glimlach ter hand nemen, schreef ze in ietwat omfloerste bewoordingen.
Klopt dat? Of is het ‘omfloersde’?
Neen, ‘omfloerste’ blijkbaar, want mijn tekst editor geeft een ‘fout-want-rood-onderlijnd’ bij de ‘d’-versie. Wat dit allemaal voor onzin is?
Taal, lieve mensen en een uiting van mijn liefde daarvoor. Ik kan het niet helpen…

Ik herinner me de laatste tijd vaker gemoedstoestanden uit mijn kindertijd. Hoe ik van opstellen hield, maar niet van de tekening die we er aan moesten toevoegen op de laatste bladzijde van het dubbele blaadje. En ook niet helemaal of misschien toch maar dan een heel klein beetje van het voorlezen ervan voor heel de klas.
Met of zonder idiote feedback van de leerkracht.

‘Mijn moeder was een druk bezette vrouw’.
Gelach van de leerkracht.
Alsof wij in het eerste middelbaar moeten weten waar hij met zijn gedachten rondwaart.
Wel 9,5/10 en voor de klas brengen.
Misschien net omdat hij dan de ruimte kon nemen me en plein public uit te lachen om mijn formulering.

Overigens, die 9,5/10 op de spreekbeurt die ik hield over spinnen datzelfde jaar was wellicht ook wat overdreven. Ik bedoel, waar haal je het (als zelfverklaarde mini-bioloog) om op de vraag uit de klas hoe lang het duurt voor een spin om een web te maken te antwoorden ‘soms wel een jaar’.
En niemand die reageert, terwijl jij ietwat onzeker de klas overschouwt.
De vraagsteller keek wel dromerig uit het raam na mijn antwoord.
Overtuigend juffrouw! Goed didactisch onderbouwd ook met uw bordtekening over de creatie van het spinnenweb.
Met een half dode spin – wegens de weken uitstel – in een stevig afgeplakt doorzichtig plastic doosje als studiemateriaal voor de klasgenoten.

Zalig. Me zo´n dingen herinneren.
Vermoeide zucht.

Even stilte.

Tevreden.
Dat is het woord dat nu het meest mijn gemoedsgesteldheid weergeeft.

Dankbaar ook. Voor die zeldzame mensen die wel mijn blogberichten lezen en me even laten weten dat ze er inspiratie uit halen. Het is overigens ook fijn om af en toe zelf één of ander bericht te herlezen. Dat roept herinneringen op. Dan sta ik opnieuw even stil.

En is het niet door even stil te staan dat vooruit gaan dat ietsje soepeler verloopt?

Fijn moment gewenst.