Aankondiging

Photo by Erik Odiin on Unsplash

Dan neem ik de bus en zie ik ze niet aangekondigd staan op het elektronisch paneel aan de halte.
Dus neem ik de bus eigenlijk niet.
Of toch, want voor de zekerheid ga ik even kijken op een algemeen aankondigingsbord een eindje verder en inderdaad, daar staat ‘mijn’ autobus wel tussen.

Dan maar wachten aan het juiste perron. De twee aangekondigde autobussen dienen zich niet aan. Plots popt ‘mijn’ lijnbus er toch tussen op het paneel. Maar een kwartier voorbij tijd daagt diezelfde lijnbus nog steeds niet op en is ze inmiddels ook alweer van het paneel verdwenen wegens ’tijd verstreken’.

De vrouw die op me afstapt ken ik. Bij een eerdere busrit heb ik haar aangesproken omdat ze in lagere schooltijd naast een klasgenootje van me woonde. Ze heeft het over de vertraging en dat deze bus toch meestal op tijd is. En ze heeft het ook over de wegomlegging die binnen enkele dagen gepland staat.

Ze is geduldiger dan ik.
Ik neem afscheid van haar, wens haar nog succes voor de rit en ga eens koekeloeren of ik bij de spoorwegen wat meer geluk vind.

‘Mijn trein’ (oh wat voel ik me rijk) stond op mijn smartphone aangekondigd en heeft blijkbaar enkele minuten vertraging. Dus print ik snel een ticket aan de vernieuwde automaten en vervoeg de wachtenden op het perron waar ‘onze’ trein zal vertrekken (en toen waren we samen rijk en dat is leuker dan alleen).
Vertrekken doet hij ook, beetje te laat, maar netjes bollend. De machinist regelt de weerstand prima bij elk vertrek.
Puik werk om je stroom zo in de gaten te houden.
Onze stroom. (Oh, wat zijn…)
Ik dwaal af.

Waarom ik de bus wil nemen als ik ook de trein kan nemen? Dat laatste gaat toch sneller?
Wel, omdat ik eigenlijk wel graag met de bus rijd. Dan observeer ik de mensen die op- en afstappen. Beoordeel de rijstijl van de chauffeur, vooral in de hevigheid van remmen, in muziekkeuze soms. In vriendelijkheid en geduld ook. Het heeft me trouwens al een paar blogberichten opgeleverd.

Maar waarom ik begon met dit bericht was dat ik echt niet begrijp dat anno 2019 de aankondiging op de panelen niet is afgestemd op de realtime situatie. Als we met de smartphone onze locatie kunnen bepalen, dan moet dat toch ook met autobussen kunnen. En dan kan dat toch niet wereldschokkend zijn om één en ander te linken zodat de mensen weten waar ze echt aan toe zijn als ze aan een halte staan te wachten. Toch?!
Misschien werkt het alleen via app en niet op de panelen die er staan…

Een vriendin van me zei eens dat haar partner een app had geïnstalleerd bij haar en hun kroost om ieders geografische locatie te kunnen zien, realtime.
Dat vind ik er een beetje over. Beetje creepy zelfs, toch?!

Maar ‘busje komt zo’ kan een nieuw melodietje krijgen als het aftellen ook werkelijk gevolgd wordt door het opdagen van je duurzame vervoermiddel.

Als er dan maar geen speelvogels opdagen die al die busjes beginnen manipuleren en andere wegen laten rijden. Stel u voor. Misschien is dat wel wat nu gebeurt met die aankondigingspanelen.
Beetje spielerei van medewerkers bij de openbare vervoersmaatschappij.
De deugnieten.

Zei ik niet ooit ergens dat werken ‘spelen’ moet worden?
Lap, weer een bericht dat pas ergens op slaat als het geschreven is.
(Oh, wat zijn het/zij/wij deugnieten)

Balletje opgooien

Photo by Tienda Bandera on Unsplash

Zoals elke ochtend kwam ik beneden in de keuken, zette water op voor de koffie en schoof vervolgens het schuifraam naar mijn koertje open. Even diep in- en uitademen, naar de hemel kijken en van de bloesems genieten.

De felgekleurde zachte bal op het klaptafeltje lonkte me en ik nam hem mee onder mijn arm toen ik buitenstapte. Nog onwetend wat ik ermee zou aanvangen. Ik kocht hem als surrogaat voor de ballon die me kon helpen bij een eutonie-oefening die ik net aangeleerd kreeg.
Dan zou ik de bal tussen schouders en muur moeten stoppen en langzaam, aandachtig voelend, het contact en de interactie waarnemen.

Mijn ondeugende glimlach kondigde echter een ander plan aan.
Ik nam de bal in mijn rechterhand en gooide hem pittig verticaal omhoog.
Ving hem gezwind weer op.
Tweede keer. Iets minder hoog.
Derde keer, oeps beetje schuin, beetje hard…oeps, bal weg…

Ik strompel terug naar binnen in een lachbui.
Ja Fiducia, ga nu maar bij je buren bedelen om je bal terug te krijgen. Wat ga je hen zeggen he, dat het ‘onze’ bal is? Dat ‘wij’ hem per ongeluk over het tuinhuis van de buren hebben gekeild? Kan je dat, Fiducia?

Neen, Fiducia kan dat niet. Als Fiducia iets zots doet neemt ze daar de volledige verantwoordelijkheid voor op en doet ze wat ze moet doen. Niet erg zwaarwichtig in dit geval, maar wel met een beetje onbehaaglijk doemdenken dat als de bal lang zou moeten blijven liggen, de regen er wel eens een compleet andere bal van zou kunnen maken.

Ik schreef een briefje, nog steeds schuldbewust binnenprettig:
Beste, mijn bal is vermoedelijkin uw tuintje beland. Kan ik die komen oppikken? Dank. Ik, en mijn GSM-nummer
Ik schreef dit briefje alvast zodat ik de boodschap kon achterlaten mocht er niemand thuis zijn.

Dus ik in mijn kleren geschoten en met GSM, briefje en sleutel richting buren.
Aangebeld.
Even later opent een oudere dame de deur.
Luistert met een frons naar mijn verhaal, waar ik blijkbaar toch een beetje struikel tussen we en ik, maar ze concludeert dat ze meteen gaat kijken. Ik mag even binnenkomen maar doe het niet.
Even later zie ik mijn bal flirtend in haar rechterhand op me toekomen.

‘Zo leer ik mijn achterburen ook eens kennen’ zegt ze nog.
Nu kennen we alvast elkaars naam.
Ik bedank haar en blijf mezelf op de terugweg heel erg ondeugend voelen.

Zie die vrouw daar lopen met die bal in haar handen…hoor ik mijn fantasieburen denken.

U moest eens weten mensen, zo zot als een deur is die.
Dat zetten we er in de kranten bij als ze nog eens een balletje opgooit zo vroeg in de ochtend.
Wat denkt ze wel, dat de wereld een speeltuin is?

In-zicht

Photo by Aron Visuals on Unsplash

Omdat vandaag het morgen van gisteren is en ik mijn belofte wil houden, brei ik hier verder op mijn aanzet uit het blogbericht van gisteren.

Wat voorafging:
“Ik moest hierdoor denken aan de Engelse arts Sir Arthur Eddington, die op memorabele wijze uitlegde hoe het universum in elkaar steekt: ‘Iets onbekends doet dingen waar wij geen weet van hebben.’ Maar het mooiste komt nog: ik hoef het ook niet te weten.”

Hoe ging mijn onderbewuste hiermee aan de slag?
Die vraag zou ik kunnen beantwoorden met een fractaal van bovenstaande uitspraak: ‘Iets onbekends (mijn onderbewuste) doet dingen waar ik (maar wie is die ik?)  geen weet van heb.’

Ik denk dat ik vannacht gedroomd heb, maar aangezien ik niet de moeite heb genomen om die droom op te schrijven, is hij intussen verdwenen uit mijn bewustzijn. Misschien moet ik toch maar weer eens een schriftje en pen binnen handbereik leggen voor heldere nachtmomenten. (Of volle maandagen. Of halve zondagen.)

Wat ik wel opmerk door kersverse meditatieoefeningen te doen, is dat bij het opmerken van een ‘flirt’ en te onderzoeken welke essentie daaraan ten gronde ligt, er zich een wondere wereld openbaart. Van beelden, van bewegingen, van woorden en inzichten ook. Het zijn allerindividueelste manifestaties voor allerindividueelste ervaringen. Maar wonderwel kom ik via diverse wegen vaak dezelfde onthullingen tegen.

Klopt het dan dat ik ‘het’ ook niet hoef te weten, zoals Elizabeth Gilbert zich uitsprak?
Waarom doe ik die meditatieoefeningen dan?
Waarom lees ik boeken over quantum denken?

Wat ik vooral wil leren is mezelf en mijn bijhorende fenomenen begrijpen. Om daarna bewust wat wijzigingen aan te brengen in mezelf of de context en na te gaan welk effect dat heeft. Ik ben ook iemand die veel liever van veel dingen een beetje weet dan één ding tot op het bot uitpluist. Voor dat laatste ben ik te ongeduldig. Het moet vooruit gaan. Grote lijnen, af en toe een detail, maar niet alles tot in het detail. Misschien grote lijnen en een detail om te oordelen of de metafoor van de fractalen toepasbaar is.

Linken leggen tussen op het eerste zicht zeer uiteenlopende domeinen. Dat doe ik ook graag.
Omdat het afgescheiden zijn slechts een beperkende illusie uit de ‘Consensus Realiteit‘ is.

De Kunsten begeven zich op het non-consensusterrein.
Waarom ben ik gedichten beginnen schrijven toen ik houvast zocht op het moment dat ik besloot niet langer bij mijn vorige psychiater in behandeling te gaan?
Ja, ik stel me die vraag.
Ik had helemaal niks met poëzie. Pas later ben ik me daarin gaan interesseren. Nu heb ik zowaar kunstboeken in mijn boekenkast en luister ik het vaakst naar Klara Continuo.

Ik vind het verrijkend om ook die ‘uitingen’ te gaan analyseren bij het in kaart brengen van mijn herstel.
Hoe ben ik geëvolueerd?
Wat heeft me geholpen?
Wanneer laat ik een bepaalde houvast los?

Ik weet nu al wat ik bij mijn volgende consultatie bij mijn psychiater ga vertellen. Omdat ik één en ander bij elkaar heb gesprokkeld omdat iemand me vroeg een getuigenis te brengen over hoe verbeelding me heeft geholpen bij mijn herstel.
En de afgelopen twee weken waren misschien hels om te doorleven, zo met gebrek aan energie en met een heel laag zelfbeeld en sombere wolken rondom mijn hoofd. Maar ik voel de progressie die ook die twee weken teweeg hebben gebracht.

Consensustijd deed dingen met me waar ik geen grip op had.
Non-consensustijd heeft me creatief aan de slag gehouden en inzichten bijgebracht.

Wanneer was het ook alweer, dat ik de inspiratie niet opmerkte?
Neen, ik hoef niet te weten wat de toekomst me brengt.
Ik maak wel Tijd, met keuzes.

Ochtendsprokkel

Photo by Vasily Koloda on Unsplash

daar stond hij in het midden
het zebrapad voor hem alleen
lange rijen in de file
wachtend tot het groen verscheen

in de bus waar ik hem spotte
zeldzaam her en der een lach
kegels graaiden door de lucht
jong-leren in de straat, dat mag

Gespot  en neergeschreven op 3 maart 2016

Lucidity

Lucidity
without those words you were just sound
the unfolding of a seed in me
no sense of meaning in the cloud
this force within shall sing to thǒu

Lieve heer en beestjes

Photo by Florence Landry on Unsplash

Sta ik me net aan mijn afwas af te vragen waarover ik zal schrijven vanavond, komt mijn jongste dochter naar me toe en vraagt bedeesd ‘doe jij open?’

Ze had net de gordijnen dichtgetrokken had ik gehoord.
Ik had geen bel of geklop gehoord maar omwille van de al verstreken tijd heb ik me gezwind post-douchig in pyjama met een lekker warme vest erover en een schort die niet om aan te zien is naar de deur gerept.
Maar dat realiseerde ik me pas toen ik oog in oog stond met mijn buurman.

‘Ik heb schoenen voor jou’, zei hij.
‘Euh, eigenlijk heb ik genoeg schoenen maar is je vrouw aan het ruimen misschien?’
‘Neen, een vriendin heeft net uitverkoop gehad en ik had gezegd dat ik zou proberen bij jullie. Welke maat heb jij?’
Hij kijkt naar mijn voeten, die gehuld zitten in dikke (gezellige) zwarte lange kousen met van die antislip onder.
En dan moet ik ook nog mijn schoenmaat aan mijn buur verklappen…
Maar dat schrijf ik hier nu echt niet neer, ik ben tenslotte boven de veertig. Privacykwestie 😉

‘Mmmh, die heb ik niet. En welke maat heeft je dochter?’. Ik kijk met pretogen naar haar en ze stamelt ‘een 39’.
‘Ik zal gaan kijken’ zegt hij.
En even later komt hij terug met een schoendoos met zwarte korte laarsjes met veters, best wel mooi.
Ik toon er ogenblikkelijk (zot woord) één aan mijn dochter maar ze trekt een beetje aarzelend haar neus op en schudt met een blos op de wangen haar hoofd.
‘Neen? Ok, dat is niet erg, ik had aan mijn vriendin gezegd dat ik het ging proberen. Ze komt de schoenen straks halen.’

En zo blijven mijn dochter en ik wat verdwaasd achter nadat ik de deur heb gesloten.
En dan vinden we elkaar en lachen we allebei om het bizarre moment.

Waarna ik dus meteen dit idee had om over mijn dag te schrijven.
Wat ik nu dus bezig ben, met een glaasje witte wijn binnen handbereik.
Want er was na de afwas een glazen potje overgebleven dat onderin wat aangekalkt was.
Bij het openen van de kast waar de azijn haar onderkomen heeft, trof ik een fles witte wijn aan. Goedkope versie, om sauzen mee te maken. Maar ik kon het toch niet laten. Al heb ik nog maar één nipje genomen, behoorlijk scherpe smaak en nu voel ik mijn wangen al gloeien. Misschien ook door het verhaal van zonet. Misschien ook door de afwas, of de zalige douche die ik nam vóór ik aan het eten begon.

Immers de hele dag aan het poetsen geweest. Trots op mezelf.
Dat moet ik misschien meer doen, al zie ik het effect dan minder wellicht…:-)

Ik had ook nog een ontmoeting met een lieveheersbeestje. Wat me deed terugdenken aan een ervaring van toen ik als zevenjarige tijdens de zomervakantie lieveheersbeestjes in een emmertje ving en ermee schudde opdat ze niet zouden gaan vliegen. Ik had er wel wat verzameld…
Toen de volgende dag het hele strand vergeven zat van de lieveheersbeestjes dacht ik dat het mijn schuld was. Het stond zelfs in de kranten.

Ik heb nog steeds af en toe de gedachte dat dingen gebeuren omwille van mij. Woehaha!

Tata Tovertante


Photo by Erik Stine on Unsplash

Hoe zo´n ding heet weet ik niet. Maar als je aan een zebrapad staat te wachten kan je door op de knop op dat ding aan de verkeerspaal te drukken, registreren dat je als voetganger wil oversteken. Dan volgt een tikkend geluid. Mogelijk gebeurt er alleen dat en verandert er helemaal niets aan je wachttijd. Alleszins vind ik het gebruik van die dingen niet doorzichtig. Al amuseer ik me soms wel door op die stip te blijven drukken, dansend met mijn vingers en dan telkens, tot vervelens toe, het registratiegeluidje te produceren.
En intussen schijnbaar onverstoorbaar te observeren hoe mijn mede-wachters daarop reageren.

Alleszins. Daarstraks begaf ik me, behoedzaam het verraderlijke fietspad overstekend, naar het dichtsbijzijnde zebrapad vlakbij het centraal station in Antwerpen. Mijn hand bewoog spontaan naar de stip toen mijn oog viel op de ronde sticker die erop plakte.
De boodschap: ‘Push to reset the world’ en ondertekend met #spaceutopian.
Ik kreeg spontaan een glimlach op mijn gezicht en de wat zware gevoelens die ik sinds gisteren al meedraag maakten plaats voor een verbonden gloed.
Het gegoogle van zonet bracht bij mij de vraag op hoe lang ik erover heb gekeken. Ik, de zelfverklaarde ‘verwondermomentjes’-spotter.

En dan de vraag of ik op zo´n knop zou drukken wetende dat de wereld ermee gereset zou worden. Wat is dan het domein dat gereset moet worden? Wat is dan het pijnpunt dat even tilt moet slaan om dan op een andere, meer duurzame manier, de draad weer op te pikken? Of een andere draad. Waarom ook altijd een rode draad trouwens?

Ik denk dat het geld is. Dat als we geld even stagneren, niemand het meer kan laten groeien, afhalen, storten, whatever…dan zal één en ander zich herschikken. Geen geld, dus consumptiedrang vermindert gedwongen. Wat met voeding dan? Zij die het hebben versus zij die er geen toegang toe hebben? Als je helpt, krijg je een deel.
Kan dat snel weer scheef trekken? Doe me denken aan een vervolgverhaal dat ik las op de webstek waar ik begon met het publiek maken van mijn schrijfsels. Bijna acht jaar geleden alweer. Even opsnorren. Economie in een notedop, op maat van boswezens.
De vervolgdelen zijn aanklikbaar in de rechter bovenhoek. Ik heb het niet gelezen als kritische lezer, maar heb er wel van genoten met een kinderlijke blik.

Mensen hebben van niets zoveel last als van het niet hebben van geld indien een behoefte zich aandient. Als het al geen obsessie is.
Dat onze moeder aarde in razend tempo dreigt uit te hongeren…Ver van mijn bed.
Dat sociale ongelijkheid mensen tot wanhoopsdaden drijft… hun eigen schuld. Ver van mijn bed ook.
Mensen die opbranden? Ja, dat komt dichter. En dat is een lastige…want dat kost ons veel…euh…geld.

Ik ging nog een filmpje inladen en nu ben ik vergeten welk…ah ja…
Over tijd. Misschien is het ook een optie om de tijd even stil te zetten. En dan katapulteer ik even opnieuw naar die magische televisiereeks uit mijn kindertijd.
Tita tovenaar. Ik laat me inspireren. Mogelijk werden door het kijken naar die reeks de zaadjes gelegd voor mijn wondere gedachtekronkels. Die ik koester.

Tata de voorleesjuf. Fiducia de verwonderaarster. Tata Tovertante.
Ik voel dat mijn krachten wegebben. Even resetten.
Tot hoors.

Wonderwoorden

picsea-357048
Photo by Picsea on Unsplash

Ik deed mijn toer doorheen de jeugdbibliotheek om kindjes en ouders warm te maken voor ons voorleesuurtje. Sommigen kwamen er speciaal voor naar de bibliotheek afgezakt. Anderen sprongen vlug binnen om gelezen of ongelezen boeken binnen te brengen en/of een nieuwe lading kinderboeken mee te nemen.
Snel, want de tekenacademie wacht.
En daarna een bezoek aan opa en oma.
En dan nog…

Dan zie je dat beteuterde gezicht van enkele kinderen met een blik die bijna smeekt om papa en mama te overhalen om alsnog te blijven. Maar de vaste tred van papa maakte dat ik deze keer niet aandrong of mijn verleidingstruukendoos bovenhaalde. Het zou ook geforceerd zijn vandaag.

Toch een dertiental kinderen met ongeveer evenveel volwassenen in ons theatertje.
Ik nam het woord, zoals mijn duo-voorleesmaatje had gevraagd. Eerst even voorstellen en wat praktische zaken weergeven, zoals de pipi-pauze na een half uur waar ook een drankje en koekje hun weg naar de welwillende buikjes konden vinden.
Waarbij ik met overtuiging uitsprak dat de kindjes wellicht geen van allen het koekje zouden lusten. En of die uitspraak commotie gaf…Zijn we alert?

Ik begon met Nijntje. Omdat er veel kleintjes zaten. Wat rijmen, wat eenvoudige tekeningen. Herkenbaarheid. Vertrouwen. Veiligheid. Mijn ‘maatje’ las ook herkenbare boekjes. Hoewel…het boek over een hoge hoed die spechten aantrekt en uiteindelijk een boom wordt is op zijn minst lichtjes gefantaseerd. Het boek over het potje dat bezet is door zus omdat haar potje bezet is door poes omdat…is dan weer typisch een peuterverhaal. Veel herhaling van dingen die ze kennen. Mijn op één na mooiste boek aller tijden ‘Het land van de grote woordfabriek’ bracht verwarring bij één van de grotere kinderen. Hij kon het verhaal moeilijk vatten. De volwassenen waren dan weer helemaal mee en stil aandachtig omdat er zoveel moois aan waarden schuilt in dat verhaal. Los van de prachtige tekeningen en het virtuoze taalgebruik.

Dit uurtje zou het hoogtepunt van mijn dag worden. Want somberheid overviel me zodra ik thuiskwam en bracht mijn plannen in de war. De zetel riep. En hij zou me het grootste gedeelte van mijn dag in zijn armen houden. Tot nu.

Ik vraag me teveel af.
Weet ondertussen wel dat ik gewoon die somberheid moet doorstaan.
Maar leven is draaglijker zonder.

En toen kwamen de tranen.

 

 

 

Doorbomen

redd-angelo-249352

Photo by Redd Angelo on Unsplash

Jonge bomen vragen niet om
loopbaanonderbreking in de lente
van hun leven

Ze bomen gewoon door van wortel tot knop
en als ze groot zijn zwammen ze tegen elkaar
over het weer

Ze zweren bij hoog en bij laag
dat ze nooit hout zullen worden
En kijk dan toch.