Leer-kracht

Photo by Omotayo Tajudeen on Unsplash

Ik weet niet meer waar ik het model voor de eerste keer onder ogen zag, maar het is me bijgebleven. Hoe ik daarbij hoop dat ook andere concepten me bijblijven…kennis tout court echt blijft plakken…

Van onbewust incompetent naar onbewust competent. Kennis, vaardigheden, attitudes,…
Je doorloopt vier fasen van vervolmaking in een leerproces.

Neem autorijden. Je rijdt als uk op de achterbank mee met je ouders en bent je er niet van bewust dat jij nog niet kan autorijden. Je bent onbewust incompetent.
Tegen de leeftijd van 15 jaar ben je je je ervan bewust dat je niet kan autorijden, maar heb je de rijvaardigheden nog niet geoefend. Je bent bewust incompetent. Tenzij je een durver bent en heel goed elke bestuurder gadesloeg om te kijken wat er allemaal van handelingen komt kijken bij autorijden. Misschien heb je zelfs eens op een stiekem moment de auto ‘geleend’ en het samenspel aan acties geheel zelfstandig uitgeprobeerd. Zonder voluit te beseffen dat je nog bewust incompetent bent en nog menig uurtje te oefenen hebt richting competentie.
Met een beetje veel geluk hebben je ouders je uitstap niet gemerkt…

Dan starten je rijlessen officieel en leer je de pedalen kennen, de koppeling, de richtingaanwijzers…het samenspel, en mag je intussen niet vergeten dat er buiten je vehikel ook nog van alles gebeurt dat je best in de gaten houdt. Oefenen en oefenen tot je bewust competent wordt. En je uiteindelijk, jaren later, beseft dat je de auto nam en je niet meer herinnert hoe je ineens op je bestemming bent geraakt.
Je bent onbewust competent geworden.

Dan is het zaak nog wel opmerkzaam te blijven omdat het gevaar nu eenmaal van alle kanten kan komen. De handelingen gebeuren echter heel natuurlijk, alsof de auto een verlenging werd van jezelf.

Zo had ik net mijn rijbewijs en reed op een middag naar huis na het thuisbrengen van een vriendin waarmee ik een dansles had bijgewoond. Ik kende de autoradio nog niet goed en zat er al rijdend aan te prutsen tot ik opmerkte dat ik op de rijbaan van de tegenliggers reed.
Even bijgestuurd, niets gebeurd, maar elke seconde telt. Ik had geluk…

Als je geluk hebt, ben je omringd door mensen die je met nieuwe dingen laten kennismaken. Die je aansporen je grenzen te verruimen en te onderzoeken of een bepaalde competentie voor jou is weggelegd. En vervolgens met je op zoek willen gaan naar een goede leerschool.

De school is weer gestart. Binnenkort starten ook de hogescholen en aan het einde van de maand de universiteiten.

Mijn loopbaan speelde zich af op de rode lijn van vorming en opleiding.
Inmiddels ben ik nog steeds behoorlijk nieuwsgierig, maar onthouden is en was nooit mijn sterkste kant. Aan de universiteit moest ik soms wiskundige formules gebruiken om vraagstukken op te lossen. Ik kende meestal wel de basisformule en kon zo de lange formules die ik nodig had er wel uit afleiden, maar dat kostte me natuurlijk tijd die ik beter voor de essentie van het vraagstuk kon gebruiken.

Daarstraks heb ik een geleide wandeling gevolgd in de natuur. De gids vertelde ons allerlei weetjes onderweg. Ook daar merk ik dan op hoe weinig blijft hangen. Ik moet het me maar niet aantrekken.

Intussen lees ik na de laatste opleiding die ik volgde gedichten op een andere manier. Met meer ‘goesting’ om te begrijpen in plaats van de bladzijde om te slaan na een eerste lezing zonder inzicht. Ik lees ze een paar keer nu, vooral ook als ik ze niet meteen begrijp. En ik bereid me voor om ze te delen zodat ik het er samen met anderen over kan hebben.
Wellicht kijken we met veel brillen op een rijkere manier naar dezelfde woorden.

En ach, zolang ik bewust incompetent ben, valt er bij te leren.
En te ont-dekken wat ik fijn vind.

Misschien is dat wel de opdracht van een leer-kracht:
de verwondering helpen ont-dekken…zodat nieuwsgierigheid het leerpad verder vormgeeft.

Ont-Moeten

Photo by Louis Hansel on Unsplash

Ik had touche. Hij wou me zijn kaartje geven omdat hij niet alleen wil zijn. Ik heb geweigerd en gezegd dat hij eens moet gaan snuisteren in het verenigingsleven.

Om kwart voor zes moest ik in het ziekenhuis zijn bij de endocrinoloog. De vorige afspraak dateerde van 2019 omdat ik door Corona dergelijke routine-gezondheidscontacten tot een minimum herleidde.

De tandarts was ook al heel lang geleden…ik was best een beetje ongerust toen ik terugging. Dat er her en der wat problemen opdoemden in mijn mond. Had een grijze zone gespot maar het bleek een vulling die verkleurd was. Foto´s gaven uitsluitsel. Geen grote schade. Oef.

Wel raadde de tandarts me aan om een elektrische tandenborstel aan te schaffen, om te voorkomen dat ik door mijn ‘te stevig poetsen’ mijn tandvlees verder zou doen terugtrekken waardoor het poreuze gedeelte van de wortel tevoorschijn zou komen. Ze had een type tandenborstel en opzetstuk voorgesteld en me voorgedaan hoe ik moest poetsen. Intussen poets ik elektrisch, maar niet met plezier. Ik vind het een beetje knoeien en de tandpasta vliegt alle kanten op. Niets fijner dan een gewone tandenborstel eens ferm met vaste hand over mijn gebit rondrazen. Good old fashioned way…
Waarom elektriciteit verknoeien voor een activiteit die niet veel inspanning vraagt?
Overigens poetste ik wel grondig, getuige de tandplak die ik bijna nooit had bij een tandartsbezoek.

Enfin, ik wijk weer af. Ik moest dus naar de endocrinoloog en de man die later mijn ‘touche’ zou blijken, had me daar gespot in de grote inkomhal. Hij sprak me aan toen ik aan het frietkot luttele kilometers verderop stond te wachten om mijn avondmaal lekker kokkerelvrij te laten verlopen.
En ja, ik had ook wel gewoon zin in frietjes.

Ik verstond bijna niet wat hij zei. Heb het hem een aantal keren gezegd maar zijn stemvolume steeg niet. Het leek wel een ‘onder-ons’ gefezel tussen hem en zijn mondmasker.

Toen ik me met mijn (hoe heet zo´n ding eigenlijk?…even goochelen…een gasten oproepsysteem en coaster, buzzer of pieper) aan een tafeltje posteerde vroeg hij of hij bij me mocht komen zitten. Ik stemde toe, waarom ook niet. Hij had duidelijk behoefte aan een babbel en ik zat toch maar te wachten.

Wat ik begreep uit zijn verhaal is dat zijn moeder in de palliatieve zorg ligt in het ziekenhuis waar ik naar de endocrinoloog moest. Dat hij er uren slijt en dat het niet lang meer zal duren voor ze sterft. En dan is hij alleen. En hij wil helemaal niet alleen zijn.

Dus stelde hij me de gedurfde vraag of ik alleen ben. Want hij is alleen en zoekende. Maar wil zijn zoektijd niet slijten achter een scherm terwijl je niet weet wie er aan de andere kant van het scherm zit. Hij wil ‘live‘ mensen ontmoeten. Hij vertrouwde me de straat toe waar hij woont. Hij zou het huis gaan verkopen. De details heb ik niet verstaan. Ik had mijn vraag om luider te spreken gestaakt na ettelijke herhalingen.

Toen mijn ‘kaske’ biepte, ging ik mijn bestelling halen en bij het buitenkomen en naar mijn fiets tronen, wenste ik hem nog succes. Hij kwam achter me aan met zijn kaartje. Dat hij zo alleen is en niemand kent. Ik raadde hem het verenigingsleven aan om zich in te bewegen. Ik weigerde het kaartje te aanvaarden en ik voel me daar helemaal niet schuldig over.

Hem was wel mijn jurk opgevallen in het ziekenhuis. Dat gaf hij ook aan. Misschien begon hij daar zelfs mee. Dat hij het een mooie jurk vindt.
Ik moet hem nageven dat hij weet hoe te charmeren…op fezeltoon.

Het is inderdaad mijn lievelingsjurk. Ze gaat al jaren mee en is superfijn om te dragen. Makkelijk te wassen ook, al heb ik hem dat allemaal niet gezegd. Een mens moet niet alles prijsgeven tenslotte.

Ik in mijn jurk met schoenen die ook mogen gezien worden. Op mijn koertje met mijn frietjes. Met een maneblusser erbij…een ingeving van het moment.
Een mens mag al eens gek doen.

Sommige mensen dansen zelfs met bomen, dat hoorde ik onlangs ook ergens vertellen. Hoe zot is dat? 😉

Mijn jurk en ik, we mogen er zijn. Maar de schoenen gaan zoveel mogelijk uit om voluit de aarde te voelen die ons draagt. Die mij en mijn jurk draagt.
Moeder aarde en haar wonderen.
Een pakje friet af en toe.
Eenvoud.

Soms is het leven simpel.
Soms maken we het onszelf moeilijk. Wedden we op één paard bijvoorbeeld…terwijl de wereld meer wonderen te verkennen geeft als we onze ogen wagenwijd open houden.

Ubuntu.

Weifelen

Photo by Nicolas Hoizey on Unsplash

Hij vroeg of ik zou stoppen met schrijven.
Tot hiertoe gaf ik geen antwoord. Omdat ik geen antwoord vond in mijn arsenaal aan woorden.

Zolang er ruimte is, kunnen objecten worden waargenomen.
Zolang er stilte is, kan geluid zich ontvouwen.
Zolang er woorden zijn, kunnen ze verschil maken.

Ik weet vaak niet meer welke woorden nog schrijven. Alsof alles al gezegd is. Alsof een welgemeende en empathische stilte toch veel meer kan zeggen dan welke woordenstroom ook.

Ja, ik schrijf graag. Ja, ik krijg al eens uit onverwachte hoek een mooie reactie op mijn schrijven. Ga ik er daarom mee door? Ik weet het niet. Schrijven geeft betekenis aan mijn leven. Wat zich hier typt, wil gezegd worden. Wat zich hier droomt, wil manifestatie vinden. Wat boekdelen spreekt, wil gehoord worden ja.

Mijn kunstenaarsafspraakje, het opgelegde uitje van ‘me, myself and i‘ en de verwondering, wil zich vaak niet manifesteren. Het lijkt of ik er meer op vertrouw dat vanuit de beleving van diepe stilte de meest waardevolle woorden stromen. Wat moet ik met rond snuisteren in de Hema tussen de papiertjes en frutseltjes. Wat moet ik met in mijn eentje door de natuur struinen en niemand hebben om al wat ik opmerk mee te delen? Elk leeg blad draagt verwondering in zich.

Ik wil niet ‘leeg-geschreven’ zijn. Dus moet ik mezelf voeden met verwondering. Over de zon en de hitte van de afgelopen dagen. Die me behoorlijk immobiel maken. Maar wanneer de hitte er niet was, zouden we de verkoeling niet opmerken. Er zijn zo altijd minstens twee kanten aan een verhaal. En dan nog. Eigenlijk een oneindig aantal perspectieven om naar de dingen te kijken. Als je echt wil.

Wat levert verkoeling op?

Als ik gevoelig ben voor woordkeuze, waar moet ik dan de mosterd halen? In goede literatuur wellicht. Of in wijze quotes van mensen met bakken levenservaring. Zelf zou ik ook wel wijs willen zijn. Van een soort wijs dat verkoeling geeft op oververhitte dagen. Dat verfrissing geeft op oververhitte discussies. Misschien mag dat onder de vorm van een vraag zijn.

Gaat het me lukken?
Zal ik verfrissing vinden tussen waargenomen uitingsvormen?
Zal ik verwondering vangen en delen?

Schrijven maakt een verschil als het beweging brengt aan de lezerskant. Een glimp van een emotie, een straaltje empathie of een zaailing van mondkrullen. Dat die laatste dan stevig mogen wortelen, van oor tot oor. Die heb ik al wel eens veroorzaakt op dit blog, denk ik.

Laatst kregen mijn blogberichten de woorden ‘eerlijk en zacht’ van een lezer. Dat voelt wel fijn. Ik denk dat ik dat ook wel ben, eerlijk en zacht. Omdat ik niet anders kan zijn dan dat. Omdat anders zijn dan dat me teveel energie kost.

Het maakt me kwetsbaar ja. En sommige mensen durven daar al eens op inhakken.
Omdat ze zelf geen voeling willen of kunnen maken met die kwetsbaarheid, wellicht. En de mijne dan als een bedreiging aanvoelt.

Toch heb ik vooral de ervaring dat de manier dat ik me opstel naar mensen, me spiegelt in hun gedrag. Dat ik meer mag vernemen in een toevallige ontmoeting dan de gemiddelde mens.

Ach, eigenlijk doe ik maar wat. Zeer binnenkort dompel ik me nog eens onder in een schrijfcursus van een halve dag. Wie weet wat voor verfrissing dat brengt. Voor nu houd ik het op bruiswater. Misschien is het dat wel. Dat ik op de tafel van vermenigvuldiging van kwetsbaarheid het bruiswater mag zijn. Dat zorgt voor de bubbels, de al dan niet onderdrukte oprispingen en de verkoeling.

Een briesje Fiducia.
Graag tot schrijfs.

Ver-ant-woord

Photo by Mike Perrotta on Unsplash

Ze stonden aan de overkant van de straat. Klaprozen en wat leek op een grotere vorm van madeliefjes. Even overwoog ik om een foto te nemen met mijn smartphone, maar ik besloot het zo te laten. Het rood opgelichte fietsje aan mijn oversteekplaats stond immers al een tijdje alert zodat het prutsen met smartphone wellicht zou interveniëren met het groene fietsertje dat weldra kwam aandraven. De afstand was wellicht ook te groot om een degelijke foto te krijgen.

Ik kon natuurlijk ook het mooie bloemenveldje van naderbij gaan bekijken, van mijn route afwijken. Maar heb ook dat niet gedaan. De verwondering bleef in het moment. Zoals de meeste ervaringen, die her of der wel een opkikker krijgen via een associatie op een onbewaakt moment. Als vanuit het niets komt een beeld weer voor het geestesoog verschijnen. Eventueel vergezeld van een emotie.

Daarstraks heb ik wel een foto genomen van kleine paarse bloemetjes die zich uit een muur leken te murwen. Mijn zus vertelde me dat er een app bestaat die je zegt over welk bloemetje het gaat als je er de foto aan geeft. Ik weet niet hoe die app heet. En ik zoek het ook niet op. Niet alles hoeft een naam. Het bloemetje was niet symmetrisch. Het leek op een bepaalde manier op een konijntje met dikke wangen met de twee oortjes ferm de lucht in. Misschien heet het wel ‘konijnenkruid’.

Hoe zou het zijn om dingen opnieuw te gaan benoemen, los van de naam die ze al hebben? Eventueel om als pseudoniem te gebruiken tijdens het gevecht om weer de overhand te krijgen als natuur…Rainbow-Warrior-kruid, ik zeg maar wat.

Vergeet-me-nietjes. Wie heeft ooit dat bloemetje zo genoemd? Omdat ze in de schaduw te vinden/vergeten zijn? Laatst ging ik wandelen met een vriend en toen ik hem wees op vergeet-me-nietjes trok hij er prompt eentje uit en gaf het me. Ik pruttelde tegen. Dat is niet de bedoeling natuurlijk. Dat die bloempjes maar mooi blijven staan waar ze staan. Ze zijn nog zo schoon.
Van mij mogen ze ‘zie-me-hier-staantjes’ heten. Of ‘wij-wagen-ons-hier-stilletjes’.

Welaan, ziedaar komt ineens een associatie op mijn pad. Hoe ik als kind met mijn grootouders naar hun caravan in de Ardennen trok en samen met mijn grootmoeder in het bos op zoek ging naar meiklokjes. Ze bracht er ook geregeld mee na hun weekendjes Ardennen. Ze geuren zo lekker, …
Een bosje op tafel. En dan van de meiklokjes associeer ik naar de meikevers die langs het terras zoemden van het appartement waar ik als kind woonde. Ik zie ze niet meer.

Mijn pa had trouwens zowel als kind als op oudere leeftijd de gewoonte om insecten en kevers die hij ving in luciferdoosjes te stoppen. Waar mijn grootmoeder dan geregeld bijna een aanval kreeg als ze een lucifer wou nemen. Ik heb ooit een spreekbeurt gemaakt over spinnen. En mijn pa had een dikke huisspin voor me gevangen als didactisch materiaal. Ze zat in een plastic doosje, goed vastgeplakt om geen ongelukken te krijgen in mijn boekentas.

Ik ben na wat uitgestelde lessen aan mijn leerkracht Nederlands gaan vragen of ik ‘alsjeblieft nu’ mijn spreekbeurt mocht houden, ‘anders is mijn spin dood.’ Het mocht. Onverantwoord wat het beestje betreft, achteraf beschouwd. Ik heb wel goed gescoord. Zowel bij de medeleerlingen als in punten.

Wat is ver-ant-woord?

Versluiering

Photo by David Kiriakidis on Unsplash

Het is opmerkelijk hoe de kleur van een bericht een donkere sluier krijgt als ik in een sombere bui ben.

Dan geeft meteen herlezen geen andere interpretatie dan deze die net binnenkwam als waarheid en pijn deed. Dan lijkt het of er maar één betekenis aan de andere kant wordt ingelegd. Eén die me neer wil sabelen. Dan kan je verstandelijk wel zeggen: ‘een uitspraak zegt meer over de zender dan over de ontvanger.’ Maar aan hoe de woorden binnenkomen en pijn triggeren, kan ik niets veranderen op dat moment. Dan wordt het voor dat moment de opdracht om gewoon de lading te doorvoelen, trachten te verteren en iets anders te gaan doen.

Maar als ik de volgende dag een beter humeur heb en ik bij wijze van dubbele check het betreffende bericht herlees met een nieuwe bril, dan klinkt het ineens frisser.
Niet meer als een persoonlijke aanval. Zelfs warmhartig, in uitzonderlijke gevallen.
Zo vreemd vind ik dat. Hoe mijn eigen gemoed mijn waarnemingen kleurt.

Ik weet hoe dat komt.
En dit schrijven gaat op dit moment weer vergezeld van tranen. Een inzicht, welaan.
Ik weet dat het komt doordat ik in se nog steeds niet op een duurzame manier geloof dat ik van waarde ben. Dat ik vind dat ik ‘iets moet betekenen’ of ‘ondernemen’ om menswaardig te zijn.
Elke boodschap die dan neigt mijn eigen overtuiging kracht bij te zetten, komt dan stevig binnen.

Als ik me goed voel, waan ik me waardig en onderneem ik ook allerlei acties.
Zit ik als het ware in een virtuose opwaartse spiraal.
Als ik me klein en kwetsbaar voel, vertoef ik vaak in een ‘lege ruimte’. En gedachten kronkelen zich in een vicieuze cirkel. Wat op zich wel maakt dat nederigheid gevoed wordt. Dat is dan weer een goede zaak voor intermenselijke contacten.

Ik merk het bij het schrijven van affirmaties in het kader van mijn traject met het  boek van Julia Cameron, ‘The Artist´s Way’. Dan schrijf ik zelfbevestigende uitspraken als ‘ik mag mijn creativiteit voeden’ een aantal keer onder elkaar en komt er doorheen het geschrijf een censor die soms de wreedste verwensingen naar mijn kop gooit. Het boek adviseert die zogenaamde ‘censoruitbarstingen’ ook op te schrijven, om ze nadien te transformeren tot uitspraken die als affirmatie kunnen dienen.

Waar de voorbeelden van affirmatieve zinnen in het boek over creativiteit gaan, zijn de nieuwe affirmaties die op bovenstaande manier gecreëerd worden nog belangrijker om te herhalen.
In het kader van je algehele welbevinden als mens. Om gaandeweg de weerstand voor de weg die je bewandelt en waard bent wat minder groot te maken. Jezelf wat liever te gaan zien. Stel u voor…

Ik weet niet waar die wrede uitspraken vandaan komen. Ik herinner me geen dergelijke uitvallen verbonden aan een persoon uit mijn jeugd. Ik heb er alleszins geen levendige herinneringen aan, hoewel ik wel een vermoeden heb waar ze vandaan komen.

Bij andere mensen merk ik die sluier ook op.
Ik durf al eens complimenten geven aan mensen en niet zelden geven die emotie of zelfs tranen bij de ander. Omdat ze iets raken waar kwetsbaarheid op zit.
Soms omdat er ongeloof bij de ander zit dat wat hij of zij hoort wel eens zou kunnen kloppen.

Ondertussen heb ik een idee voor een nieuw projectje.
Een kunstig experiment dat ik nog wat moet uitwerken. Kleinschalig maar denkelijk wel amusant.
Iets met toevallige ontmoetingen, luisteren en katalyserend vermogen.

Dit schrijven heeft me alvast deugd gedaan.
Mmmh. Voelt fijn.

Klein en Lief

Photo by Guillermo Ferla on Unsplash

als er niets meer te vertellen valt
geen land meer te bezeilen
geen golf meer te overzien
geen reden om te blijven

slechts wachten tot de ommekeer
van grote angst tot klein en lief
je motor net iets zachter draait
ruis knispert tot een lied

de tijd gedwee wordt omgedraaid
de ruimte toch weer krimpt
alle zieltjes zich een weg gebaand
tussen sterren en wat beatjes

wordt stilte alomtegenwoordig
net voor de toekomst teruggedraaid
melodietjes en akkoordjes
weer naar het punt waar tijd ontstond

langs platgetreden paden
waar niets meer te vertellen valt
door verenigde nomaden
tot sterrenstof gekneed

met tig gewone dagen
in verandering verkleed
ach, kleine angsten roeren zich
tot platgetreden paden

maar dat is pas voor morgenvroeg
grote angst wil ons versmaden

Toekomst

Photo by Dollar Gill on Unsplash

Laat me, haat me, ga mijn gang
in weten dat het anders kan

ruimte is slechts een illusie
van een tijdloos avontuur
het avonduur bedriegt me
soms zijn daguren vol vuur

mijn voeten in het water
en mijn hoofd ver in de lucht
smeed ik dromen in hun toekomst
ook al ben ik op de vlucht

van muizenissen in mijn hoofd
tot wind tussen mijn armen
als energie die niet ontdooit
langs uitgebluste darmen

weet ik hét natuurlijk nooit
alsof waarheid ook echt bestaat
verstaan is nog een ampel woord
twee lettergrepen later

tracht ik eenheid terug te vinden
in versnipperde gedachten
wat is jouw of mijn of hun
ach, niemand zit daarop te wachten

laat me, haat me, ga je gang
ik sluit nog kort in spe
Miss Piggy in gedachten
neemt ze Kermit met zich mee

wees gegroet, meneer, mevrouw
artificieel natuurlijk mens
wie stuurt het roer, vergis je niet
vernis me, roer je eigen geest

want straks is lang geleden ook
een toekomst die geneest
geweest of over gaat
in platgetreden paden…

Een waarheid

Photo by Markus Winkler on Unsplash

Toch altijd spannend. Een gansch nieuw schoon en maagdelijk versch bericht initiëren, en dan hopen dat er een interessante energie zich aandient om te transformeren naar informatie. Zodat de Big Data nog wat dikker worden, zij het dan met nonsensch in haar mondhoek.

‘Om met Ulrich Libbrecht te praten heb je wel een medium nodig.’ schreef hij.
Je hebt het misschien ook gelezen.
En er stond nog een omgekeerde lach achter. Hebt ge die ook gezien?

Nu ja, het is natuurlijk maar hoe je het bekijkt. Met realiteit heb je dat ook: kijk je vanuit een rationeel oogpunt naar de dingen of voel je wat het met je doet? Beide tegelijk is moeilijk. Maar als teen tander aanvult kunt ge uw nonsensch misschien ver-ijken.

Ik heb het natuurlijk niet letterlijk over u.
Ik bedoel, wie ben ik om te beweren dat wat u ‘uit’ nonsens is.
Toch?!
Over wat u ‘slikt’ dan nog gezwegen.

Neen, een medium dan maar. Ik ga me afstemmen op het sterretje dat Ulrich Libbrecht wellicht geworden is. Of één van zijn andere staten. Ik zal moeten ondervinden of ik hem gemakkelijker kan bereiken op een analoge dan wel een digitale manier.
Duikt ge in de data, de informatie, Big or Small, of houdt ge u bij zijn energie?
Wat is het properst?
En welke strategie bevuilt onze @most-sphere het minst:

Twitter of de intentie om een medium te ontwikkelen waarlangs wijsheid in spreukvorm beschikbaar wordt? En wie is dan in staat om zijn wijsheid in minder dan of gelijk aan, hoeveel zijn het er, 144 karakters(?!) te formuleren?
Ik zoek het niet op, doe het zelf als het u interesseert en uw ‘ervan’ bewust-zijn even stokt.

Neen, een medium dus om wijsheden uit te wisselen.
Mooi toch!

Beter vogelgeluiden thuisbrengen dan getjilp van een zotte mus te analyseren als ornitoloog. Al kan van dat soort mensen mogelijk wel beweerd worden dat ze ‘een’ waarheid spreken. Dan moeten ze dus een opwaardering krijgen naar ornito-sprakeenwaarheid. Maar dan komen al die mensen die hun eigen waarheid op de voorgrond zetten wellicht in opstand.
Of in de bijstand, als ze zich omscholen tot wijsheid-quote-teraars onder de 145.
Stel u toch eens achter!
Neen, dat mag niet ‘geburen’.

Zucht. Zal maar even herlezen of dit bericht tot hiertoe steek houdt of dat haar intentioneel vermogen weer een steek laat vallen en daardoor manifestatie weer stokt. Al is dat ook nog geen zwaar probleem want hier vlakbij heb ik breinaalden en een haakpen liggen.
Om de steek op te rapen, bedoel ik.
Eerste hulp bij omgevallen, noem ik het.

Thuis is waar de TV nu opstaat.
Of is ook dat al gedaan?

Zucht…waarom is alles toch zo tijdelijk…

Cryptogrammen

Photo by Caleb Woods on Unsplash

We hebben een viertal uren gebabbeld en het leek helemaal niet zo lang.
Nochtans had ik de afspraak bijna geannuleerd vanochtend. Niet dat ik er niet naar uitkeek, maar ik wou vooral mijn compagnon niet belasten met een gemoed dat al dagen zwaar om dragen valt. Omdat ik dan vrees dat hij me daarna misschien liever niet meer ziet komen. Een gedachte met een hoog fake-gehalte, moet ik voor mezelf bekennen…Want bestaat vriendschap niet in goede en kwade dagen?!

Eerder ondervond ik al dat ik zelfs in een schijnbaar hopeloze toestand toch nog in staat ben om mensen op te monteren. Soms omdat ze dankbaar zijn dat ze er niet zo slecht aan toe zijn als ik. En dat geven ze dan eerlijk toe. Soms omdat ik blijkbaar iets heb gezegd dat hun perspectief heeft verruimd en vastlopende gedachten heeft losgewrikt. Zonder dat ik het besef trouwens. Ik reageer gewoon op wat zich aandient. Ben dan verrast als ik enkele uren na onze babbel in een bericht te lezen krijg dat ik hen erg heb geholpen.
Hun woorden helpen op hun beurt om mijn gemoedstoestand in een ander perspectief te zien.

Ach ja, hoe gaat dat ook. ‘De enige constante is verandering’, is het niet, Fiducia?

De babbels van deze namiddag hebben me alleszins deugd gedaan. Het gegeven dat ik daarna met mijn favoriete nonkel op de trein terug zat, was een fijne surplus.

Maar terug naar dit blog.

Vandaag heb ik hulp ingeroepen van een bijzondere dame om een thema te vinden voor een blogbericht. En ik heb een tip gekregen. Ze verpakte hem in een woordenstroom met een poëtische inslag, woorden die ik later tracht te verwerken in een gedicht en aan haar voorleg. Maar eerst even dit blogbericht. Met mijn afdwalen ook altijd…

Misschien ga ik eens proberen haar suggestie niet te verklappen. Ga ik het woord zo in beeld brengen tot hopelijk duidelijk wordt waar het over gaat. Fiducia’s cryptogrammen.

Daar gaat ie. Tien omschrijvingen.

  • Het woord wurmt zich een weg als zij hem ziet en de waarheid van de vlinders in haar buik zich manifesteert in haar blik.
  • Het verraadt hem zodra hij hoopt te krijgen waar hij van droomde, als in een gebaar dat eenvoud spreekt.
  • Het is alleen dan besmettelijk als je ontvankelijk bent voor verwondering.
  • Sterren doen het ook, zelfs vóór ze bekend worden.
  • Als je werkelijk van het leven houdt, wordt het intenser.
  • Soms is het weg, maar nooit voorgoed.
  • Het lijkt in zekere zin wel een beetje op een favoriete nonkel.
  • Het verwarmt mijn hart als ik het opmerk bij iemand.
  • Het werk woordt zich in mijn ogen als ik nieuwsgierig ben.
  • Over kindjes zwijg ik, of ik verklap het helemaal 🙂

Tot daar denk ik.
Verder dan daar ga ik genieten van mijn avond, ontvankelijk wezen en mijn ogen boekdelen laten spreken. Of het paragrafen, hoofdstukken of de kaft betreft, dat weet ik nog niet.
In welke taal het zich allemaal zal afspelen weet ik ook niet.

Al heb ik hier inderdaad nog een film liggen die ik recent in de bib uitleende.
Mmmh…denk denk.