Let´s go for goesting

Photo by Yoab Anderson on Unsplash

Het gaat er hier pittig aan toe en ik zal het geweten hebben…

Elke ochtend  in de afgelopen week had ik een confrontatie met somberheid, soms doorspekt met angst en piekeren. Dan gaan tijd en ik aan de slag om die energie te keren. Door te gaan stappen, door vrienden te ontmoeten, door dingen te doen die me op dat moment erg zwaar vallen maar die ik waardevol vind.

Hoe makkelijk zou het zijn als een positief gevoel kon blijven hangen. Of dat ik in staat was het fijne gevoel van bijvoorbeeld een ontmoeting of verwondermoment weer op te pikken en aan te doen, als een zacht jasje om schouders van kwetsbaarheid.

Het valt niet of amper te zien door de buitenwereld. Tenzij aan de tranen die af en toe boven mijn oogrand wriemelen en prikken. De woordenstroom die wat moeilijker op gang komt. Het eigenwaardegevoel dat zich verstopt achter een venijnige wolk van zelfkritiek. Een pruttelpotje van zelfbeklag bijwijlen.

Tsss…pittig. Dat is het woord ja.

Misschien is er een gerecht dat pittig genoeg is om de pittigheid van moeilijke emoties te overstemmen. Een lekker Indisch schoteltje misschien.
Het valt te proberen, al is de ochtend daar wellicht toch een beetje een vreemd moment voor.

En toch…sta ik niet alleen in mijn strijd.
En dat hoeft geen zalfje te zijn op de open wonde. Ik blijf in contact met mensen en hoor hoe moeilijk bepaalde situaties door hen te dragen zijn. Hoe alleen zij zich voelen in hun strijd. En daar waar ik uitreik, reiken zij evenzeer uit. Daar waar ik een verbinding zoek, zoeken zij evenzeer een luisterend oor. Zijn we er voor elkaar en wordt het allemaal eventjes draaglijk omdat het gedragen wordt door meer dan de eigen schouders. Elk met een andere lading.

Ik blijf graag luisteren, al blijft niet alles hangen dezer dagen. Als er dan een vervolg komt op ons gesprek merk ik dat flarden van het verhaal van de ander me ontglipten. Een nieuwe trigger behoeven om weer ten volle tevoorschijn te komen.
En ik ervaar hoe ook dit wellicht niet enkel mijn verhaal is.

Binnenkort duik ik in verhalen en gedichten met mensen die daar ook goesting in hebben. Niet gewoon al lezend thuis en uitwissslend in een bijeenkomst, neen, al voorlezend en meelezend, al voelend en al dan niet delend. Met goesting als werkwoord. Goesten. Misschien komt dat wel van het Engelse woord ‘to go’ , we go, she goes and they go to do this thing with literature and poetry. Hoor mij…

Enfin. Het zal trouwens in het Nederlands zijn. Maar ik heb er zin in en ben er blijkbaar in geslaagd om ook enkele organisaties warm te krijgen en mee aan te haken. En nog enkele andere organisaties om mee te zorgen voor bekendmaking.

Voor mij mag het starten met een klein groepje. Ik weet nu al dat ik er heel mijn wezen in zal leggen. En dat ik moe zal zijn na afloop. Maar er staan en er met heel mijn wezen bij zijn op het moment zelf is wat ik wil. En als we samen de ladingen onderzoeken en dragen die ons aangereikt worden in literatuur en poëzie, ontwikkelen we misschien een instrumentarium om mee aan de slag te gaan in ons eigen leven.

Gelukkig kan en mag ik nog dromen…

Lijdend voorwerp

Photo by Tim Mossholder on Unsplash

Het was zijn suggestie gisteren aan telefoon. Om het over het lijdend voorwerp te hebben in mijn volgende blogbericht. Het lijdend voorwerp als onderwerp van een blogbericht dus. Huh?!

Gisteren liet zich echter niet meer schrijven. Dus zal het voor vandaag zijn.

Zodoende, bij deze een poging om van een lijdend voorwerp een onderwerp te maken.
Een lijdend voorwerp te onderwerpen aan nader onderzoek, waarbij het ontleedmatig ineens al een onderwerp wordt.
En na te gaan, bij wijze van exploratie, hoe een lijdend voorwerp via zachtjes sudderen mag groeien zodat het misschien kans maakt een leidend voorwerp te worden.

Van Lijdend, via onderwerping tot leidend.
Wat de taal allemaal niet vermag!
btw, Dat laatste woord is de IK-vorm van ver-mogen. Tot waar reikt dat? Of rijkt dat alleen?

Alle gekheid op een stokje.
Ja, daar hadden we het ook over aan telefoon, over die prent die een aantal duiven op een hiërarchische til uitbeeldt, waar de duiven op de onderste stok volkomen ondergescheten worden (dat is een speciale vorm van onderscheiding) door de bovenzittende duiven. En de tussenlagen daarbij opkijken (dat is een speciale vorm van adorering) naar de assholes boven hen die behoren aan die duiven die die uiting geven aan hun cloacaiaans vermogen.

Maar leidt dit alles wel tot een betekenisvol antwoord op de onderzoeksvragen die je hierboven hebt gestipuleerd, Fiducia? Dat ik het begot niet weet. Ik doe maar wat.

Bovenal wil ik eigenlijk de kinderen die volop met zinsontleding aan de slag zijn niet verwarren.
Stel dat zo een kind een toets maakt. En moet aangeven wat in dat eigenste zinnetje het lijdend voorwerp is. Dan kan het naar waarheid zeggen: ‘ik, want ik heb van zinsontleding niets begrepen.’

Dat op zich zou waardering moeten krijgen omdat het getuigt van persoonlijk inzicht. Wat op zich kan leiden tot studie en persoonlijke groei. Van bewust incompetent, zeg maar, naar bewust competent via studie van zinsontleding. Met intrinsieke motivatie dit keer. Maar dat antwoord valt binnen het perspectief van de les Nederlands een beetje buiten de scope, dus zal dat kind nog een keer moeten nadenken en er misschien toch een gooi naar moeten doen.

We weten nu iets meer. Deze toets verwart het kind. Als ik het me allemaal goed herinner, is in deze zin ‘het kind’ het lijdend voorwerp. Wat helemaal klopt voor onze dappere leerling, die dat al bij de eerste gooi heeft aangegeven. Maja, op dit soort inzicht staan geen punten in de Nederlandse les. Dus zal hij het tactischer moeten spelen. We hebben hier trouwens ook meteen van het lijdend voorwerp ‘een toets’ een onderwerp gemaakt en er een ‘de’ aan gehangen. Misschien schrijft het kind dus bij wijze van antwoord op zijn toets:

Dit kind verwart de toets met persoonlijk inzicht. En kijk me daar eens. Zo wordt het kind een Leidend Voorwerp dat van zijn zwakte een sterkte maakt en de juf of meester daarbij aangeeft dat er meerdere perspectieven zijn van waaruit je de les Nederlands kan benaderen. Meerdere manieren om aan zinsontleding te doen. Op zich ook een mooi woord eigenlijk: Zins-ontleding.
Wat met Zijns-ontleding…in elke les geïntegreerd…(Ik wijk weer waf)

Ben ik nu rond? Even spieken naar de intenties die ik hierboven heb geformuleerd.
Baja…, leidend voorwerp zijn hangt toch wel samen met het hebben en aanwenden van voldoende persoonlijk inzicht.
 

Vogelballen

Photo by Paolo Chiabrando on Unsplash

Vanmiddag heb ik een regenboog gedeeld.
Ik was op wandel en zag eerst de zon moedig doorheen het wolkendek priemen.
Enkele straten verder torende hoog en ver voor me uit een kleurrijke halve regenboog.
Een man stapte mijn richting uit en ik was druk doende mijn mondmasker over mijn neus te trekken vooraleer we elkaar zouden kruisen toen ik hem even met mijn hand teken deed achteruit te kijken.

Hij stak zijn duim op naar me, om aan te geven dat hij dankbaar was dat ik hem op zoveel moois attent had gemaakt.

Omdat ik geen specifiek doel had met de wandeling bedacht ik me onderweg dat ik tot aan de supermarkt zou kunnen stappen om nieuwe ‘vogelballen’ te halen.

Mijn huisgenoot houdt ervan vanuit zijn zetel naar de bezoekers van de ‘vogelballen’ in de boom te kijken. Af en toe met een stuk van de krant te zwaaien als de vogels die komen eten te groot zijn naar zijn zin.
Die ballen zijn alleszins snel opgesmikkeld, waarna ik weer met nieuwe ballen naar de boom moet trekken. Maar ze waren allemaal piepe-op nu.

Trouwens, weet ik veel hoe die dingen officieel heten.

Alleszins vindt mijn huisgenoot het woord ‘vogelballen’ hilarisch.
Getuige zijn meestal slappe lachsalvo als ik het woord uitspreek.

Weet niet goed waar die fantasie van hem naartoe leidt met dat woord…

Dus stond ik daar in de rij aan een kassa in de supermarkt, met alleen een grote zak ‘vogelballen’ in mijn winkelkar die enkel een laag draagvlak had en een kleine mand aan het handvat. De andere karren waren allemaal in gebruik.
Toen ik rondkeek aan de kassa zag ik karrenvrachten vol…waarbij ik dacht ‘die moeten wel grote bubbels hebben om samen mondmaskergewijs kerst te vieren.’
Maar wie ben ik om na te denken…

De kassadame sprak me streng toe…dat ik met die kar aan een andere kassa had moeten aanschuiven en dat ze het voor één keer door de vingers zou zien en me toch verderhelpen.

Bleek mijn klantenkaart niet te werken en snapte ze niet waarom.
‘Het is toch een nieuwe. Heb je een andere kaart?’
Neen dus.

Ongesnaptheden zo kort bij kerst.
´t Is allemaal Danny.
Een mens zou voor minder ‘vogelballen’ in de kerstboom hangen, in de hoop dat de kleine meesjes er op af komen en zo de bubbel komen betwitteren met kerstliederen.

Toen ik de supermarkt buitenging was het zwaar aan het regenen.
Maar ik vond het wel iets hebben.
Een kinderhand is gauw gevuld.

In een plas is inderdaad snel stiekem gesprongen.
Alhoewel…met die nieuwe schoenen…tsss. Wat zegt je mama daarvan? Hé? Hé?



Altijd hetzelfde met jou hé Fiducia…

Le Petit Prince

Photo by Casey and Delaney on Unsplash

Het boekje steekt al heel lang in mijn handtas. Pas vandaag las ik het helemaal uit. Tijdens een gedwongen terrasbezoek, met een halve liter bruiswater als compagnie. Met mijn rechterbeen op een lege stoel. Omdat een vreemdsoortige kramp zich had meester gemaakt van mijn rechter kuit.
Misschien maar goed zo. Anders was ik wellicht oeverloos blijven rond drentelen.

Mijn verwachte compagnie had zich verontschuldigd waardoor ook de avondlijke uren vrijkwamen. Jammer van de niet gedeelde ervaringen. Maar beter voor de niet-gedeelde beestjes en hun consequenties. Een pannenkoek met suiker leek me dan een welkom alternatief.
Geen zoetgevooisde woorden. Wel zinnenprikkelende zoetigheden.

Het was genieten.
Ik realiseerde me dat mijn mondhoeken zich geregeld tot een glimlach plooiden en dat dat voor de andere terrasbezoekers mogelijk voor wat nieuwsgierigheid zorgde. Als ze zich al met iets anders dan zichzelf bezighielden.

Het kon en kan me niet deren.

‘De kleine Prins’ van Antoine de Saint Exupéry. Ik heb er verschillende uitgaven van. Degene die ik bij me droeg bevatte de tekeningen van de schrijver zelf. In mijn kast staat er nog eentje in prentenboekversie. Zelfs het Franstalige exemplaar heb ik.

Een ander verhaal dat ik koester is ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carroll. En daar heb ik…euh…een tiental varianten van. En ook voor dat verhaal heb ik nooit de tijd genomen om het in stilte helemaal te consumeren.
Stukjes, dat wel.

Vooral het grote prentenboek met tekeningen van Rebecca Dautremer vind ik bijzonder.
Past niet in een handtas. Alvast toch niet in één van de mijne.

Leeftijdloze verhalen.
Verwondering die aanstekelijk werkt.
Vragen om bij stil te staan.
Mooie prenten om in te verdwalen.

Het voelen kriebelen. En dan die kriebel doorgeven.

Ik durf kinderboeken cadeau doen aan volwassen mensen. Geen boek dat beter omschrijft hoe we in elkaar zitten of met emoties of gebeurtenissen moeten omgaan dan een goed geschreven kinderboek.
‘Het land van de grote woordfabriek’ van Agnès de Lestrade en Valeria Docampo was lang mijn lievelingsboek. Beklijft niet bij alle kinderen, maar meestal wel bij de ouders die hen vergezellen in het luistermoment.

Volwassen informatieve boeken draaien vaak serieus rond de pot. Tonnen achtergrondinformatie. Terwijl de essentie te vatten is in een paar welgemikte woorden.
Pannenlapje nog aan toe.

Dit zijn minder woorden vandaag dan gangbaar is op dit blog. Omdat ik zweeg over de vrouw die ik ontmoette. Ze begroette me hartelijk. Ik groette haar terug. Ze zei dat ze niet ver meer kon lopen. Ik vroeg hoe dat kwam. Ze wees naar haar rechtervoet waar een verband rond zat. Ik zei dat ik het jammer vond. En vroeg of het zou gaan. Ze beaamde. Ik vroeg nog of ze dacht dat we elkaar kenden. ‘Neen’, zei ze, ‘ik zeg goeiedag aan iedereen’. Ik besloot met ‘Dat is mooi’ en we vervolgden ieder onze weg.

Later op de dag kreeg ook ik kramp. Maar ik sprak er niemand over aan.
Het werd een geheim dat De Kleine Prins wellicht meenam naar zijn planeet.

Ssst! Hou het stil.

Leren waarderen

Onlangs heb ik de film ‘Chocolat’ met Juliette Binoche en Johnny Depp nog eens gezien.

Het lijkt wel of ik elke keer als ik dergelijke films bekijk iets nieuws ontdek. Ik heb dat vooral bij films die over een thema gaan dat universeler is dan wat zich op het scherm ontvouwt. Nu, misschien moet je wel alle boeken, films, theatervoorstellingen, CD’s … cultuur tout court, meer dan één keer laten binnenkomen om het ten volle te leren waarderen.

Recent kreeg ik een aantal CD’s met klassieke muziek van iemand met wie ik een tijdje daarvoor een fijnzinnig klassiek concert had bijgewoond. Hij drukte me op het hart dat het zou kunnen dat ik één van de opnames niet meteen mooi vond. Hij adviseerde me de CD dan even opzij te leggen en er na een tijd toch nog een keer naar te luisteren. En eventueel nog eens en nog eens…
Te volharden in waardeerpogingen.

Zo adviseerde mijn ex-schoonvader me jaren geleden hetzelfde i.v.m. het consumeren van alcohol. Of dat zo een goed advies is daar kan je over discussiëren, maar zijn intentie was alleszins mooi. Hij wou me laten ervaren dat op een bepaald moment iets niet lusten niet per sé betekent dat je het een tijd later nog niet lust. En zo was het inderdaad. Ik lustte tot mijn vijfendertigste geen enkele alcoholische drank en nu kan ik wel genieten van een lekkere wijn of een fris bier.

Verslaafd worden aan cultuur zal wel niet kunnen, onderstel ik. Al zou ik me wel kunnen inbeelden dat ik binnenkort een poster van Johnny Depp boven mijn bed hang in de hoop dat hij eens voorbijvaart in mijn dromen.

Ik heb dat trouwens nooit gehad, de fase waar je idolen aan je muur hangt. Wat ik wel deed en waar ik van genoot is bekenden en onbekenden op ‘sprekende beelden’ overtekenen en die tekening dan aan de gladde deur van mijn ingebouwde kast hangen.
Aan mijn muur hing rond mijn zestiende enkel een grote foto van mezelf die ik bij wijze van sportprestatiegeschenk had gekregen. Al was ik ook toen zeker niet mijn eigen grootste idool.

Goed. Herhalen om te leren waarderen.
Je moet tot je wil, dan moet je niet meer.
Misschien is dat wel een mooie samenvatting.

Ik vind herhaling wel fijn. Ik ervaar het meestal niet als iets saais maar als een kans om nieuwe dingen te ontdekken.
Ga dus nog maar een beetje door met cultureluren, Fiducia.

A sense of wonder

‘If I was a good fairy, my gift to each child in the world would be a sense of wonder that would last throughout life.’

De spreuk die ik gisteren in mijn postvakje ontving vanwege gratefulness.org was iets te lang naar mijn goesting. Dus maakte ik er bovenstaande van.
Maja…ik ben geen goede fee. Ook geen oude feeks denk ik, maar iets ergens daar tussenin. En ik heb alleszins wel wat met die nieuwsgierige energie van kinderen.

Het werd alweer een vreemde dag vandaag. Vanochtend had ik een overleg waar ik zodanig geïnspireerd geraakte dat ik plotsklaps heel mijn huidige waarheid in twijfel trok. En een gevoel van onzekerheid beklemde me op de trein richting mijn werk, waar een afscheidsetentje voor een collega me wachtte.
Ik smste er even over aan mijn therapeut. En ik kreeg prompt een bericht terug met in de aanhef een mannennaam. Mmmh. Dat maar even geseind.
Hij had zich vergist van bestemmeling. Bleek dat ons beider berichtjes over onzekerheid gingen. Gelukkig ben ik iemand die dat niet aan de grote klok hangt. Daarvoor moet ik te hoog de kerktoren in 😉

Maar gaandeweg de namiddag ebte of ebde…ebde dus mijn onzekerheid weg (dank u dikke van Dale). Soms is het nemen van een woordenboek voldoende om onzekerheid weg te nemen. Of het antwoord van je therapeut dat je vermoeden bevestigt. Soms is het ook de kennisgeving van een podcast die zo erg tot je verbeelding spreekt dat je het ‘Jiehaa!!-gevoel’ prompt wil delen.

Bij deze: https://zigzagpod.com/

Zalig vind ik dat. Twee jonge moeders die van hun passie hun beroep maken omdat er mensen in hen geloven en dus in hun werk willen investeren.
Twee grappige dames die dat ondernemerspad wat onzeker bewandelen en net ook die onzekerheid delen. Niet met hun therapeut in stilte, neen, open en bloot met de luisteraars.
Krachtig vind ik dat, Fiducia nog an toe.

Dus deze dame, fee, feeks (in wording :-)) sluit hier en nu al schrijvend haar dag af met deze korte reflectie.
A sense of wonder. Omdat geluk schuilt in de kleine dingen en in podcasts met de microfoon, de waarden en de onzekerheid op de juiste plaats.

Wat er gebeurt nu die onzekerheid bij mij plaats heeft gemaakt voor ‘goesting’?
Plannen, om mijn tanden te zetten in obstakels als daar zijn rode verkeerslichten aan het zebrapad waar ik sta te wachten. Toch maar niet…
Mijn resterende dagen voor de deadline van mijn schrijfsel voluit benutten om alles uit de kast te halen. En wat er niet thuishoort desnoods naar de kringloopwinkel te brengen. Of naar de krokodil van het boek dat ik zondag voorlas…die at letters, woorden, zinnen…
Een gepimpt krokodillenboek terugbezorgen aan de bib.
En moed, om die boeken die ik halverwege heb doorworsteld nu verder gestaag door te worstelen en er meteen overzichtelijk een geheugensteun over neer te pennen. Systematiek in de fysiek.

Ik ben bij de analyse van het proces waar ik van onzekerheid naar ‘goesting’ overging, tot de ontdekking gekomen dat het steeds weer ‘vertrouwen’ is dat me de overgang van het één naar het ander doet maken. Ik heb mijn pseudoniem destijds juist gekozen, al besefte ik zelf niet helemaal de reikwijdte van die keuze.
Het woord vertrouwen zit overigens veel meer in het doorvoelen van de betekenis dan in het rationeel de keuze maken om te vertrouwen.

Geef mij maar voeltherapie in plaats van cognitieve therapie. Mmmmh. Klinkt fout. Zal de warmte zijn.
Ik zal mijn orchideeën eens gaan verzorgen zie.

Tijdmaker

soren-astrup-jorgensen-137467

Photo by Søren Astrup Jørgensen on Unsplash

Vandaag ben ik naar een werkgroep geweest over ‘kwartiermaken’. Van Dale leert me dat een kwartiermaker een ‘militair van een detachement is die uitgezonden wordt om voor de legering van zijn eenheid te zorgen.’  In de geestelijke gezondheidszorg is een kwartiermaker iemand die gastvrije plaatsen creëert voor kwetsbare mensen. Zodat ze zich ook buiten de muren van de zorginstellingen durven begeven zonder teveel extra opdoffers te krijgen door vooroordelen allerhande.

Er werden op de werkgroep goede praktijken voorgesteld als een concept van inclusief samenhuizen, het sociaal geïnspireerd kunstenaarscollectief OXOT en Enchanté, een concept geïnspireerd op de Carillon in Parijs, waarmee handelaars daklozen kunnen verwelkomen via een stikker op hun raam. Voor een stoel om even op adem te komen, een kop koffie, het gebruik van sanitair…en hopelijk een warm woord.

Vandaar mijn voorstel voor het volgend project of beroep: ‘Tijdmaker’.
Want het vergt niet zoveel van je om je deuren even open te zetten. Het geeft misschien zelfs een goed gevoel om iets te kunnen betekenen voor de ander.
Maar wil je echt iets betekenen, maak dan tijd om te luisteren.
En heb je geen tijd, maak die dan, met keuzes.

Met de vermaatschappelijking van de geestelijke gezondheidszorg zullen meer en meer ziekenhuisbedden worden afgebouwd en zal zorg meer in de natuurlijke omgeving van de patiënt gebeuren. Met zorg aan huis, ondersteuning van het netwerk en bouwend op de eigen mogelijkheden en krachten van patiënten.
Maar de verhalen die leven, moeten een kanaal krijgen. Zowel de verhalen van de patiënten als die van hun directe omgeving.
Wie zal daar naar luisteren als niemand de tijd ‘heeft’? Als niemand hiervoor tijd maakt?

Ik wil wel tijd maken.
Zo heb ik vandaag om naar de vergadering te gaan de bus genomen. Anderhalf uur op en anderhalf uur terug. Ik wou immers verhalen vangen. Het openbaar vervoer is daar ideaal voor. Tijdens de heenrit merkte ik vooral op dat veel reizigers een praatje gingen maken met de chauffeur. En aan diens animo te merken apprecieerde deze dat wel. Eerst  een mevrouw (duidelijk een kennis) dan een allochtone man die de procedure om met GSM te betalen vergeten was. Geharrewar. Daarna hevige discussie met drie over de dienstverlening van De Lijn. Over de houding van sommige buschauffeurs. Toen de allochtone man afstapte stond een andere reiziger recht om het gesprek aan te gaan over lastige allochtonen. En ik merkte op dat de eerdere evenwaardige houding van de chauffeur er nu één was geworden vol vooroordelen.
Ik luister en neem waar.

De bus terug liet een dik kwartier op zich wachten. Een Aziatische vrouw die meer dan een maand geleden blond wou zijn had het hoofd van een slapende tienjarige jongen op haar linkerschouder. Ik vleide me op de bank achter hen. Iets te hoog om comfortabel te zitten. Een meisje van een jaar of zeven zat rechts op de zitjes naast het gangpad te slapen met haar hoofd tegen het raam. Roze legging en sportschoentjes.
Twee jonge blonde tienermeisjes met sporttas en ingevlochten haar installeerden zich protserig aan de achterste deur. Dansers?
Twee andere iets oudere Aziatische sportsters met strakke loopbroek en sporttas zaten wat giechelend gebogen over hun smartphone naast elkaar vooraan in de bus.

Mensen stappen af. Andere mensen stappen op.
Verhalen kruisen. Gedachten ‘wanderen’.

Mevrouw voor me bereidt zich voor op het verlaten van de bus.
Zoon stilletjes wekken. Kapje opzetten. Zachtheid.
Meisje stevig dooreen duwen. Haar naam sissen. Optillen en meenemen.

Onderscheid?

Mijn wens voor 2018 heeft bij deze vorm gekregen:
Maak tijd, met keuzes. Luister. En verwonder bijzonder.

 

(W)anderen

Zoals Nathalie het op haar website www.anderen.be omschrijft:

Werkwoord ‘anderen’ = ‘verschil bewonderen en koesteren, de ander nieuwsgierig onderzoeken. De neiging de ander te veranderen, zonder zelf te veranderen, weerstaan.’

Ik ga de komende dagen anderen.
Onderstaande stek is een fijne plek om daarvan thuis te komen.

https://zwijgenisgeenoptie.be/