Boomdansen

Photo by Andriyko Podilnyk on Unsplash

Vandaag heb ik met een boom gedanst. En nadien hebben twee mannelijke deelnemers aan de danssessie hun impressie van mijn dans gebracht. Het was verrassend te zien dat de ene man zich toelegde op het exploreren van de bast en de schors aan ‘zijn’ boom, terwijl de andere man aan ‘mijn’ boom vooral verkende in hoeverre hij de boom kon gebruiken om zijn eigen beweging vorm te geven.

Al langer dan vandaag voel ik de kriebel om eens te boom-knuffelen. Maar de moed ontbreekt me om me in publieke ruimte te verstrengelen met een boom en de eventuele commentaren van passanten te aanhoren.

Daarstraks ben ik eerst op verkenning gegaan naar de structuur van de boom. Heb mijn voorhoofd op de stam gelegd en mijn vingers laten ontdekken wat er te ontdekken viel. Tot mijn ogen een insect spotten en dat voor een tijdje volgden. Ik heb zachtjes geblazen op de boom en tussen de schors. De gladheid gevoeld daar waar de schors was losgekomen, de broosheid gevoeld van de loshangende schors.

Ruwheid, zachtheid, veerkracht.

Ik heb de boom gebruikt als anker. Met mijn voeten vlak tegen de stam, met één hand errond en me dan laten hangen. De boom was niet zo dik, een luttele twaalf centimeter aan doorsnede maar kon mijn gewicht vlotjes dragen. Ik liet me hangen, deinen, voortstappen en rond de boom cirkelen.

Ik ben op de grond gaan zitten met mijn benen rond de stam en mijn handen op de schors en heb daar op dat moment verdriet gevoeld voor wat wij mensen aanrichten in de natuur. Beide mannen hadden overigens geen verdriet gevoeld enkel vertrouwen in hoe veerkrachtig die bomen wel zijn.

Ik ben met mijn rug tegen de stam gaan zitten en heb een geel klein blaadje opgeraapt en op mijn handpalm gelegd. En terwijl ik naar de bewegingen van het blad keek, voelde ik hoe de boom me steunde in mijn rug. Mijn boom. Ik heb op het blad geblazen, zachtjes, mijn handen langzaam verticaal gebracht tot het blad me verliet.

Ik heb een foto van gemaakt van ‘mijn boom’. Om hem en de ervaring te koesteren.

Ik weet niet hoe lang de exploratie heeft geduurd maar het leek behoorlijk lang. Vooraf vroeg ik me af of ik het niet snel beu zou worden, dit samenspel met de natuur, maar neen hoor. Geen enkel moment voelde ik me verveeld of onrustig worden. Ik vond altijd wel iets nieuws om te exploreren.

Wat me doet besluiten meer op blote voeten te leven.
Mijn eigen tuintje is behoorlijk overwoekerd en het streepje gras staat intussen lekker lang. Als ik er mijn kleine grasmachine op loslaat loopt hij gegarandeerd weer vast elke meter en moet ik de messen elke meter weer vrije ruimte geven.

Misschien moet ik mijn tuin maar een beetje verwilderd laten en enkel daar actie ondernemen waar de harmonie verstoord wordt. En hup, met mijn blote voeten het gras in. Elke dag. Nat of droog. Sneeuw?! Waarom ook niet…

Ik herinner me zo hoe ik mijn oudste dochter als uk van een maand of acht gewoon op een groot deken in de tuin kon zetten en bij wijze van spreken zo achterlaten. Ze kwam niet van het deken omdat het gras aan haar beentjes kriebelde en ze daar angstig van werd. Twee vierkante meter tuingenot.

Langs de andere kant was het gegeven dat ze de vliegende mieren die haar gezelschap kwamen houden op het deken opat, niet zo voedend meer. Of net wel,…ik weet niet hoe het zit met de voedingswaarde van vliegende mieren…

Ja, ik heb dus vandaag met een boom gedanst en dat voelde helemaal naturel.
Keigelukkig word ik daarvan 🙂

EigenWijs

Photo by James Fuller on Unsplash
EigenWijs- ingesproken versie

Mijn intentie gisteren was om me te verontschuldigen omdat ik weer zo´n ochtend inging waarbij ik me niet stevig in mijn schoenen voelde. Maar ik schraapte mezelf bij elkaar en installeerde me op de plek waar ik rustig online in verbinding kon gaan voor een overleg. Een project en traject dat ik al van bij de start mee heb gelopen en waar ik in geloof. Dat uitbreidingen allerhande kent en kansen tot samenwerking biedt waardoor mijn voeling met activiteiten van andere actoren die op dit terrein actief zijn, toeneemt.

Nieuwsgierigheid gevoed? Yep!
Na de vergadering was ik dankbaar en geïnspireerd.
Een tikkeltje energetischer dan vóór het overleg.

Ik mis trajecten waarin ik een zinvolle bijdrage kan leveren. Trajecten waarbij mijn ‘aanwezig zijn’ genoeg is, omdat ik een schat aan ervaring meedraag en mijn ‘bewust-zijn’ en ‘alertheid’ actief onderhoud, bijvoorbeeld.
En gewoon een toffe madam ben om er bij te hebben ook. Woehaha!
Ervaring dus…die ik graag met participatie aan nieuwe projecten en trajecten aanvul om ‘mee’ te blijven en her of der te inspireren.

Neen, niet dat ik ‘passief’ wil deelnemen. Een spons wil zijn.
Het soort deelnemen waarin ik me het beste voel is waar ik het aanvoelen heb dat wat ik inbreng, van persoonlijke ervaring tot helikopterperspectief, in overweging genomen wordt. Ik niet de indruk heb dat ik er ‘voor het kunnen afvinken van’ het ‘cliëntperspectief’ bij zit.
Kortom, ernstig genomen word. Niet beluisterd maar gehoord…

Er zijn momenten geweest, ook in dit traject, waarbij ik voelde dat ik in een richting geduwd werd. Zoals op momenten dat een minister van Gezondheid in de media verschijnt om een project in de kijker te zetten waaraan ik meetrok en er vanuit allerhande kanalen druk werd gelegd om mijn ‘cliëntperspectief’ te verwoorden.
Dan pas ik. Ik ben iemand die het best werkt in de schaduw. Daar voluit mijn ding wil doen, zonder te moeten ‘geliked’ of ‘gedis-liked’ worden omdat dat nu eenmaal de manier van communiceren van vandaag is.
Overigens was ik in voornoemde gevallen een slechte keuze van ‘getuige’, omdat ik had meegewerkt aan de uitbouw van de projecten zonder er zelf gebruikerservaring mee te hebben. Getuigen over deelname aan een aanbod levert een ander verhaal dan mee bouwen aan de toekomst van een pilootproject. Enfin.
Ik hoop dat ik mijn perspectief en voorkeuren voldoende duidelijk heb gemaakt intussen.
En ik houd mijn sensoren scherp.

Ik hoef ook voor dit blog niet te weten hoeveel ‘hits’ ik heb. Dit blog is mijn manier om met de wereld te communiceren. Ik fluister mijn boodschap, wie goed kan luisteren pikt ze op. Ik heb lang alleen maar mijn pseudoniem gebruikt. Zodat ik in alle anonimiteit kon fluisteren en mijn gedachten kon ordenen. Intussen staat mijn naam in het groot bovenaan mijn ‘creatieve speelruimte’, ontdek ik her en der nog fijne nieuwe toeters en bellen die ik kan uitproberen en voel ik me goed als ik elke dag wat woorden kan publiek zetten. Al is het nonsens. Gedicht of geopend. Eenvoudig of meervoudig ver(ant)woord.

Mijn woorden zijn op elk moment een weerspiegeling van hoe ik me voel. Van wat me boeit of (ver)(ont)Waardigt. Van wat ik aan schoonheid zie.

Vandaag vraag ik me af hoe ik mezelf nog kan bijschaven om van mijn blogruimte nog iets mooiers te maken. Wat ik kan ondernemen om op meer terreinen gewoon te ‘zijn’ en te ‘geven’ om van daaruit inspiratie te putten voor nieuw te manifesteren sporen. Waar en hoe ik mijn leven en tijd verder kan en wil vormgeven. Onderzoeken waar ik echt ’thuis’ kom.

Het zou mooi zijn om elke dag een sprankel te kunnen plukken die me tot een nieuw schrijven aanzet. Want ja, dat is mijn ding, schrijven. Al ben ik niet altijd helemaal zeker over spelling en consoorten…voor mijn speeltuin hoeft het allemaal niet te perfect te zijn.
Dan gaat de lol eraf. Al blijf ik alert en zoek ik vaak wel de correcte schrijfwijze op. En laat dat ook vaak weten, tja…

Ja, ik ben onverbeterlijk nieuwsgierig.
Ja, ik maak graag verschil door te ‘zijn’.
Neen, ik houd helemaal niet van financiële en administratieve beslommeringen.

Onverbeterlijk eigenwijs, dat ben ik ook…

van Dale zegt over ‘eigenwijs’:
1) niet luisterend naar goede raad
2) eigenaardig-grappig

Ik ga voor de tweede optie.
En introduceer bij deze ‘anderwijs’ = wel luisterend naar goede raad

Veranderwijs bestaat ook…zoek maar op. Heel interessante piste…
Maar ik wijk af…
Tsss…Fiducia, inderdaad, stop nu maar…

Niets

waan jij je ogenschijnlijk niets
kijk dan naar buiten
vraag een dorpel of hij wil dat je hem kust

trek dan je fermste schoenen aan
en keer de dorpel heel bekwaam en stop
vraag nu opnieuw of hij die kriebel mist

ga weer naar binnen
berg je favoriete schoenen op hun plek
en haal die glimlach van je snuit

jij, ondeugende schavuit
van niets

Kantelpunt

Photo by Vitolda Klein on Unsplash

op wandel met de moed der wanhoop

zag ik hoe je stremde, stopte
niet geheel op je gemak
en vroeg of ik kon helpen

je knikte heel gedwee

voor jouw traject naar huis
was het verschil dat wij met twee
je fiets weer vleugels gaven

die ‘dank je’-mompel neem ik mee

De brief

Photo by Green Chameleon on Unsplash

Met dit bericht startte ik ooit mijn blogexperiment in 2014.
Vandaag de brief aan mijn overleden ‘baas’ van toen, in audio- en tekstvorm.

Dag professor,

Het voelt nog steeds een beetje vreemd, maar na jaren van aarzelen dan toch dit schrijven.
Al weet ik niet eens of u me nog onderscheidt in uw herinnering.

Voor mij begon een mooi verhaal halfweg 1997 toen ik bij u op sollicitatiegesprek kwam. De derde ronde. Mijn dochter, toen tien maanden oud, lag in het ziekenhuis maar u gaf me ruimte en een eerlijke kans op de job met een paar weken uitstel voor het beslissende gesprek. Ook al onderstel ik dat uw agenda niet erg veel vrije ruimte ademde. Bovendien was de start van het project urgent omwille van de contractuele afspraken met een handvol strategische partners.

Ik herinner me haarscherp wat het eerste was dat u me vroeg toen ik op gesprek kwam.
Hoe het met mijn dochter ging. Weet u dat nog?
Ik zie ook nog helder voor me hoe u non-verbaal reageerde toen ik aangaf dat mijn dochter er wellicht niet aan zou sterven. Hoe u toen een krimp gaf. Heel subtiel.
Ik was er even door uit evenwicht. Zag u mijn hapering toen, professor?

Ook later zou ik uw betrokkenheid en zorg ervaren. Elke vijf minuten overleg die ik aan één van uw secretaresses vroeg wanneer ik dreigde vast te lopen op een vraagstuk. U maakte tijd voor me.
Zette me telkens op het spoor dat toeliet dit internationale pilootproject, uw geesteskind, te doen slagen. En uw opzet slaagde. Met overweldigende respons.
Het project liep. Liep goed. Werd stilaan routine.

Maar u, u had kanker. En ik wist dat. Ik wist dat zelfs zeer snel.
Doordat de zus van uw schoonzoon me dit had toevertrouwd in mijn eerste werkweek.
‘Maar ik moest het zwijgen.’
Ik onderstel dat u dat bij leven nooit heeft geweten.

De krimp die u gaf bij het sollicitatiegesprek. Het daagde me.
Sterfelijkheid stond toen al enkele jaren vetgedrukt in uw agenda.

Ik had uw pijn bij onze eerste ontmoeting opgemerkt en detecteerde hem nog vele keren daarna.
Maar ik zweeg, ook al voelde ik de zwaarte van de last die u droeg.
Toen ik op een keer uw grimas zag toen u moeizaam opstond uit uw bureaustoel en ik stilletjes opperde om een ander moment terug te komen. Herinnert u zich dat moment en hoe u mijn voorstel toen weigerde?
U ging door. Dwars door de pijn. Zolang het kon.

Het is in tranen dat ik dit schrijven afrond. Het verhaal dat zo mooi startte meer dan twintig jaar geleden, het is niet af voor mij. Uw dood en wat daarop volgde waren te onwezenlijk. Ik kon en kan het nog steeds niet vatten.
Weet u, soms overspoelt me nog de vraag of ik deel uitmaakte van een interuniversitair experiment, toen, onder uw hoede…
Maar ook op die vraag wens ik intussen geen antwoord meer.
Wat levert het me op, nietwaar?!

Misschien klinkt het vreemd, maar ik ben u immens dankbaar voor uw mentorschap.
U geloofde in mij. U geloofde dat ik dit complexe project aankon.
Dat heeft mijn potentieel doen bewegen.
Mezelf dat herinneren, helpt ook nu nog.

In voor en tegenspoed.

U genegen,
Fiducia

Onderhand-delen

Photo by Andrew Neel on Unsplash

“Als je een euro hebt, krijg je mijn kar”, zei ik zelfverzekerd.
“Ik heb geen euro”, schudde de man terwijl hij zijn fiets vastmaakte, “ik heb geen kleingeld bij.”
“Ah, dan zal je niet binnen kunnen, want je moet hier een kar nemen en deze hier zijn er met geld.”
“Misschien heb ik een jeton”, sprak hij nog.

Ik ging tijdens het spreken verder met het wegstoppen van mijn luttele moestuinzaaiplan-aankopen en hij stond daar nog steeds aan zijn fiets en tasje te foefelen.
“Ik heb wel vijftig euro”, grapte hij.
“Dat is ook goed”, heb ik al glimlachend geantwoord, zonder hoop op een goeie deal overigens.

“Hier, neem de kar maar”, zei ik en ik gaf ze een klein duwtje.
“Ik kan je euro komen brengen”.
“Haha, neen, laat maar.”

Ik heb voor de voorzichtige volledigheid nog aangegeven dat de kar ontsmet was.
Hij wilde weten of de euro dat ook was.
Ook dat nog…
Een euro in ‘bruikleen’ krijgen en dan nog kieskeurig zijn ook…

Het was maar een euro, maar ik heb hem dus weggegeven hoewel ik had gehoopt een eerlijke deal te kunnen sluiten.
Zo goed ben ik dus in onderhandelen…

Het was ‘maar’ een euro maar ik had er eerder goed op gelet hem niet uit te geven omdat ik niet zo een jeton bezit om winkelkarren los te maken en de enige restjes van mijn kleingeld zo van die gelige en koperen muntjes zijn.

Dus zal ik opnieuw mijn onderhandelvaardigheden moeten boven halen bij de bakker of zo…
Of die al bereid zal zijn vijf ‘twintig-centiemp-jes’ te ruilen voor een euro…in deze tijd…
En anders wordt het winkelen in zaken waar de karren vrij van muntstuk zijn…en hopen dat ze hebben wat ik zoek.

Zucht. Dat het allemaal niet simpel is.

Of wie weet, reikt iemand ook gewoon ooit een keer zijn of haar kar aan mij aan zonder iets terug te vragen.
Of ik ga niet meer winkelen hé, dat is wellicht nog de verstandigste oplossing.

Ik herinner me wel nog de drie jongeren toen bij de broodautomaat, waar één van hen me niet alleen een euro gaf maar me ook het pompoenbrood adviseerde. Duizendmaal dank, waar je ook bent! Ik vrees dat ik de jongeman niet meer ga herkennen als ik hem tegenkom, maar ik ben nog altijd blij dat ik tenminste heb benadrukt dat hij en zijn makkers zichzelf moesten zien als ‘primair’ in plaats van ‘secundair’, zoals zij zichzelf noemden. Omdat ‘wij’ hen zo noemen.

Ik snor even het juiste blogbericht op. Voilà, bij deze de link.
Ook de spontane kus van de zwerver toen ik hem centjes gaf voor twee overnachtingen in de nachtopvang, herinner ik me. Daar schreef ik ook een berichtje over ooit…maar ik heb geen zin om het op te zoeken.

Inmiddels weet ik al langer dan vandaag dat ik anders in elkaar zit dan de doorsnee mens.
Zo herinner ik me de woorden van dezelfde zwerver over het ‘deksel-op-de-neus’ van een vrouw die hem radicaal had afgewimpeld toen hij haar alleen nog maar had aangesproken.

Misschien worden mensen niet graag geconfronteerd met kwetsbaarheid. Dat kan hé.
´t Zal daarom zijn dat geen kat mijn blogberichten leest 😊

Een euro opbrengst per klik.
Stel u voor dat dat kon…
Dan kan je na een tijd wellicht alle winkelkarren uitlenen, heel alleen in alle rust de keten doorstruinen en zonder file aan de kassa verschijnen.

Ik zal er eens over nadenken…
Zo, dat is ook weer gebeurd 😉

Over woorden, hun betekenis en hun afleidingen

Uitrusting

Photo by Matteo Catanese on Unsplash

“Ben je met de fiets?” vroeg hij.
Ik keek de man die me net met zijn winkelkar was gepasseerd wat verwonderd aan.
“Ja, hoezo?”
“Omdat je een regenbroek aan hebt.”
“Ah ja” zei ik, “dat heb je goed gezien.”
“Waar koop je dat?”
“In de fietswinkel” antwoordde ik een tikkeltje verbaasd.
“Kruipen die pijpen dan niet tussen uw ketting of uw trappers?”
“Neen, aan deze broek zijn velcro´s om aan te spannen en alles wat bij elkaar te houden aan mijn enkels.”

Vreemd gesprek vond ik dit.
Maar hij leek tevreden over de interactie want hij wandelde alweer door zonder verdere begroeting. “Succes ermee”, stuurde ik hem nog na.

Ik vervolgde mijn weg, stond daarna even aan te schuiven aan de kassa waarbij ik me plots realiseerde dat ik iets vergat. Ik keerde dus via een omweg terug op mijn passen en zag dezelfde man met een jonge Aziatische vrouw staan praten ter hoogte van de vleesproducten.

Aan haar gezicht af te lezen leek ze zich niet helemaal open te stellen voor de man.
Maar ik haalde mijn vergeten boodschap op, betaalde aan de kassa en stapte op mijn fiets af om mijn draagtassen ‘vloeiend’ in de fietszakken te schuiven.

“Ah, die schoenen ken ik” hoorde ik toen ik voorovergebukt een beetje stond te sukkelen.

Het was een vriend van me die ik de afgelopen dagen en weken al een paar keer ben tegengekomen in de stad. Soms omdat we afspraken, vaak ook toevallig, als hij ergens stond te praten en ik voorbijfietste of wandelde.

Los van mijn schoenen die hij de dag tevoren ook al had aanschouwd omdat ik er iets had over gezegd in de trant van “het zijn niet echt wandelschoenen maar mijn broek is te kort dus doe ik deze korte laarzen aan zodat het niet echt opvalt.”
Omdat we gingen wandelen was het wel een gedurfde keuze om een korte laars met hak te dragen natuurlijk, maar het wandelen lukte wonderwel.
We overschreden dan ook de 10km niet, misschien geen detail.

Ik begeef me vaak op straat om dan te vergeten hoe ik eruit zie. Met een regenbroek onder een regenjas, een muts over twee oren waaraan een mondmasker is gehaakt.
Een mondmasker dat ik al fietsend meestal gewoon onder mijn kin span om het aandampen van mijn bril te slim af te zijn.

Meestal consulteer ik ook het weerbericht niet.
Wat al eens tot verrassingen leidt al dan niet resulterend in een verkoudheid her of der.

Vroeger -en misschien moet ik ‘haar’ nog ergens hebben liggen – droeg ik bij regenweer op de fiets een cape. Maar als er dan een weerscombinatie was van regen én wind, kreeg ik vaak dat bodempje water in mijn gezicht gezwiept bij een windvlaag.

Als kind droeg ik dat niet graag om naar school te gaan. En de kansen om in de regen te rijden waren voor mij dubbel zo groot, omdat ik vele jaren thuis ben gaan middageten.
Zo heb ik ook ooit een broek verbrand door ze na de lunch snel even met de haardroger droog te blazen. Van iets te dichtbij.
Opbrengst: een zwarte schroeivlek en een gaatje. Het was een beige broek, dat herinner ik me nog. Eentje die ik graag droeg. Maar mijn ma heeft er een, hoe heet je dat, ‘applique’ op genaaid waarna ik ze nog heb gedragen.

Bijna net als die knielappen en ellebooglappen van (vooral) de jongenskledij in mijn kinderjaren.
Met die corona-proof ellebooggroeten moet dat misschien opnieuw een trend worden, zo van die zachte ellebooglappen die een beetje meeveren…

Soit. Genoeg geleuterd vandaag.

PS: Hieronder nog een geluidsopname die ik gisteren ‘inblikte’, naar aanleiding van het filmpje over de Vink dat ik er bij plaatste.

Return to sender

Photo by Priscilla Du Preez on Unsplash

you can pull me out of Love
way back into anxiety
but resilience and trust are rooted
deep inside a core of me

I move within my misery
and question my own pain
sometimes a simple shower helps
to get back on the train

moving towards UsTopia
where we´ll never arrive
the journey is worth feeling though
each moment we´re alive

just knowing that somewhere out there
somebody feels the same
and that maybe, a word or poem
could help to ease the pain

not sure of course, but nonetheless
just imagining a tale
is a cure to breath:  inhale – exhale
and return to Love again

Kind-ly

Photo by Matt Collamer on Unsplash

“Kunt ge in het vervolg iets zeggen in plaats van drie keer te bellen?”
Ik keek om en zag een jongedame ietwat onzeker op haar GSM turen vooraleer ze de bus verliet langs de draaideuren die de chauffeur speciaal voor haar had geactiveerd.
Ik zag het meisje staan dralen buiten net ter hoogte van mijn stoel, haar GSM intussen aan haar oor…

Was ze kort bij haar bestemming?
Of had ze toch een vierde keer moeten bellen…

De bus was inderdaad op korte tijd een paar keer gestopt.
En de buschauffeur stopt(e) wellicht niet graag als niemand de bus op- of afstapt(e).
Ik had niet gekeken, maar ik onderstel dat het zoiets moet zijn geweest.

Ik had wel met de chauffeur te doen. Je kiest een job omdat klantvriendelijkheid het belangrijkste aanwervingscriterium is, je wil je klanten, ongeacht hun achtergrond, op een veilige en aangename manier van halte tot halte brengen…en je wordt dan ineens door een virus waar je zelf niet voor gekozen hebt afgesneden van je reizigers. Met plastic nog wel.
Dat gaat wellicht al eens op je humeur werken. En dan weet je misschien op de duur niet zo goed meer wat dat inhield, klantvriendelijkheid…ik denk maar wat al typend…

Allemaal Ónderstellingen…

En toch…
Enkele haltes verder stopt de bus opnieuw en ik zie een man die heel netjes gekleed gaat ter hoogte van de deuren bij de chauffeur geduldig staan kijken en wachten. Wachten tot de deuren opengingen, onderstel ik. Ik zat klaar om hem teken te doen dat hij achter me moest opstappen, mocht hij mijn kant uitkijken, maar ik onderstel dat de chauffeur me voor was, aangezien de man zich naar de deuren achter me repte en een plaatsje zocht.

In deze ‘wachttijd’ hadden mijn oren nog de woorden ‘As get nu nog ni wet!‘ opgepikt. Maar die woorden had de brave man niet gehoord, omdat hij nog onderweg was van ’tegen zijn verwachting in’ naar ‘ah, hier is de opstap. Da´s raar…’
Of zo.

Later zou blijken dat hij wellicht in een andere taal dacht…maar daar kom ik nog.

De bus klotste verder.
Tot ik mijn eigen rit besloot af te ronden door te bellen.
Aan de afstap heb ik heel duidelijk en hartelijk ‘dankjewel’ geponeerd in de richting van de chauffeur. Mij had ze veilig van halte naar halte gebracht. Ik ben haar daar dankbaar voor. En tenslotte, het gedicht van Rilke reed mee met mij…dat van die draken en prinsessen en liefde nodig hebben en zo…

‘Excuse me’, hoorde ik zacht achter me.
Diezelfde man van de ‘wet et nog nu nog ni’ was blijkbaar ook afgestapt en stond wat rond te draaien met een papiertje en zijn GSM in de hand. Zijn vraag leek dringend.
Maar aangeziene ik het station wist zijn heb ik hem snel kunnen helpen.
Hij weg. Ik weg.

Voor de avondrit heb ik opnieuw de bus genomen. En ik voelde hoe mijn mondhoeken krulden telkens ik een autobus vanuit de tegenovergestelde richting zag aankomen en zo nonchalant dat handje van de chauffeurs de lucht in ging, al dan niet vanuit hun openstaande raampje. Een kleine begroeting tussen ‘ons’.

We stopten ook aan een halte die ‘grens’ heette.
Bijzonder vond ik dat.
En de bus durfde er zelfs voorbij…

Ook aan deze chauffeur heb ik hardop ‘dankjewel’ gezegd net voor ik afstapte.
Ik werd een beetje vertwijfeld aangestaard door de andere passagiers die afstapten.
Achter het stuur bleef het stil.

Maar dat begrijp ik wel…na een inspanning eventjes jezelf helemaal afsluiten en denken: dat heb ik mooi gedaan! Verstillen nu.

‘In a world where you can be anything, be kind’
Mijn excuses…ik weet niet echt wie bovenstaande woorden op deze manier samenstelde…
Overal waar ik ermee goochelde, kreeg ik ‘unknown’ als antwoord…

Maar mooi zijn ze wel, toch?!
Want is dat niet het enige dat er aan het eind van de rit echt toe doet?!