Keilekkergek

keilekkergek.jpg

Hij kwam binnengelopen en liep meteen naar de snoeptaart. In een wip stond ik vlak naast hem.
Even lekker intimideren, zo met mijn groene pruik op.

‘Wat kom je doen, wil jij een snoepje pakken of wat?’
‘Ja’
‘Heb jij al niet genoeg snoep gepakt?’
Aarzeling. ‘Maar  mijn papa had me gestuurd hij wou dat ik een snoepje pakte  voor hem’.
‘Dus jouw papa stuurt jou naar hier met de vraag om een snoepje voor hem te komen halen? Vind jij dat ok?’
Aarzeling.
‘Ik vind dat als jouw papa een snoepje wil van onze snoeptaart dat hij dat zelf moet komen halen. Maar de snoeptaart is eigenlijk voor kindjes. Wat denk je zelf?’
‘Ik ga het zeggen tegen mijn papa.’. En weg was hij, zonder snoepje.

Ik heb geen papa meer gezien. En hemzelf ook niet meer.

Intussen lichte paniek aan de stempeltafel: ‘Dit klopt niet!’
Ik vlieg er naartoe.
‘Oh oh, jij hebt een naam met een M of een N in? Tja, er zitten twee fopstempels tussen. Op het blokje met de N, plakt stempel M en op het blokje met de M plakt stempel N. Wil je opnieuw beginnen? Maar dan goed opletten dat je niet opnieuw de verkeerde neemt hé?
Ja-knik. Rust hersteld.

Er was trots. Om de boeken die ze gevist hadden en mochten meenemen naar huis, zonder dat ze ze opnieuw moesten binnenbrengen. Weggeefboeken, in cadeaupapier en met een touwtje eromheen waar de haak van de geïmproviseerde vislijn zich om moest krullen.
En er werd parmantig geposeerd naast de zelfgemaakte gedichten, met lekker gekke woorden. Met hun zelf-gestempelde naam eronder.

En ik mocht dat allemaal meebeleven. Van onder mijn groene pruik.
Wat is het fijn om keilekkergek ongeoorloofd levensecht even groot als klein te zijn.

Liefde door dummies

liefde-voor-dummies

Laat ik eens over de liefde schrijven, dacht ik zo. En ik googlede wat.
Zo botste ik op ‘…op een gezonde manier liefde geven en ontvangen kan alleen als je van jezelf houdt en beseft dat je de moeite waard bent om bemind te worden.’ En dan vraag ik me af of ik in die situatie zit. Op zijn minst niet altijd.

Tot een dikke week geleden was ik in mijn nopjes. Al twee weken energiek, ondernemend en inventief. Ik durfde zowaar weer hopen dat dit jaar wel eens ‘mijn’ jaar zou mogen worden. Er paradeerden ook al een aantal leuke gebeurtenissen en vooruitzichten in mijn verhalen aan vrienden. Maar afgelopen dinsdag voelde ik de somberte weer roeren, ik verontschuldigde me voor enkele afspraken en tegen donderdagochtend was ik zo´n hoopje zielige ellende dat ik me dergelijke pijn zelfs niet meer kon herinneren. Mijn danstherapeute reageerde kordaat ‘Als je geen actie onderneemt moet ik ingrijpen. In situaties als deze grijpt een reguliere hulpverlener sowieso in.’

En wat heb ik gedaan? Me mondjesmaat bij elkaar geschraapt. En ik schreef die avond nog onderstaand gedicht.

***

Verlangen

en dan komt eens een duim
die in aandacht nog een traan wegveegt
een wang omvat met huid
mijn ogen zachtjes sluit
en zweert,

dit leven is niet uit

Fiducia

***

Inderdaad, ik doe het zelden maar hier toch ondertekend met mijn pseudoniem Fiducia. Het Italiaanse woord voor vertrouwen. Als ik dat woord dicht genoeg op mijn huid plak, lukt het me om houvast te hervinden, waar ik ook steek. Houvast in mezelf. Want het gebeurt zelden dat één van mijn vrienden er is als ik zo diep zit. Ik laat het hen domweg niet weten. Vrijdag ben ik toch op bezoek gegaan bij mijn beste vriendin. En beiden in tranen kreeg ik een dikke knuffel van haar. Dat heet liefde, denk ik. Zelfs haar hond was ongewoon lief voor me, alsof dat beest aanvoelde dat ik wat likjes en kopjes kon gebruiken.

Ik heb het mijn danstherapeute Christie nog laten weten, van mijn gedicht. En ze schreef me terug: ‘Als je in het moment van je diepste afgrond, nog zo veel schoonheid in simpliciteit kan creëren, dan is zeker dat leven nog lang niet gedaan is… in tegenstelling… moet nog beginnen… van dat zaadje… en… nothing else matters…Slaapwel, Christie’

En dan ben ik dankbaar. En voel ik liefde. Voor al die mensen die in mijn leven een blijvertje zijn. En zelfs voor zij die het niet (meer) zijn. En zij die ik op straat tegenkom en mijn glimlach beantwoorden. Neen, ik voel me niet altijd de moeite waard om bemind te worden – schreef ze hier met een traan – maar ik doe mijn best te geven wat ik heb. Als ik kan. Zoveel ik kan. Ik denk dat er een grote brok liefde in me schuilt, maar dat ik dat juiste deurtje voor mezelf nog moet vinden.

En toch blijf ik geven wat in mijn ogen liefde mag heten.
Misschien doe ik het niet juist, maar hey, hoe ben je zelf ooit begonnen?

Hersteldeskundige. Huh?!

Ik noem mezelf hersteldeskundige, omdat ik in de achttien jaar ervaring in leven met psychische kwetsbaarheid deskundig ben geworden in herstellen. Waar onder herstellen in mijn geval moet verstaan worden uit een situatie van diepe somberheid, onredelijke angst, wilde bevlogenheid of intense vermoeidheid terugkomen naar een evenwicht waar ik gewoon kan ‘zijn’. Zonder mijn best te moeten doen om de situatie bij te sturen. Ik huil terwijl ik dit schrijf. Omdat ‘mijn’ herstellen zo verdomd vermoeiend is. Misschien omdat het zich in cycli van pakweg twaalf dagen herhaalt.

Permanente mentale alertheid om die eerste signalen op te vangen. Slaan mijn gedachten niet op de vlucht, is mijn lichaam niet te gespannen, klopt mijn hart niet te snel, heb ik weer doodsgedachten, en hoe vaak en hoe planmatig dan. Ben ik onredelijk waar het veiligheid betreft? Vooral naar de kinderen toe. Mezelf inperken om geen angst te moeten ervaren heeft op lange termijn niet zo´n grote consequenties als de vrijheid van mijn kinderen inperken.

Neen, hersteld ben ik niet. En ik streef dat ook niet na.
Mijn psychotherapeute meldde me een poosje geleden parmantig dat ze me zou leren surfen op de golven van mijn ziektebeeld. Ik denk dat dat mijn proces wel goed omschrijft.
Ik surf, op een verdomd woelige zee. In een intussen bijzonder woelige wereld, die evenzeer mijn gevoelige sensoren binnendringt en aandacht opeist. En dan bestaat de oefening erin om de binnen- en buitenwereld op elkaar af te stemmen zonder mezelf te verliezen.

Misschien moet ik me maar surfdeskundige noemen. En lesgeven over hoe je dat doet, droog blijven in stormweer op zee.

Ach, als ik dan toch zou mogen dromen, zou ik ervoor gaan om ‘geheeld’ te zijn. In de zin van één met mijn omgeving. Zonder bijsturen. Zonder kompas. Gewoon varen.

Zalig idee. Even op verder surfen…

Let´s go for EHPO: Eerste Hulp bij Psychisch Ongemak

Vorige vrijdag nam ik deel aan een brainstorm over de toekomst van de Geestelijke Gezondheidszorg (GGZ) georganiseerd door Zorgnetvlaanderen en begeleid door FlandersDC. Twaalf deelnemers aan twaalf tafels bogen zich in het provinciehuis van Leuven over een zestal vragen m.b.t. de toekomst van de GGZ. Er werd in kleine groepjes in overleg gegoocheld met post-its, gekleurde bolletjes en stiften, vragen en eerste ideeën werden doorgeschoven en langzaam maar zeker kristalliseerden zich enkele afgebakende concepten.

Ik ging tevreden huiswaarts. Want aan mijn tafel werd ‘mijn’ idee met negen stemmen op twaalf als beste uitgekozen en uiteindelijk ook plenair gepresenteerd door een enthousiaste tafelgenote. Een cursus EHPO, Eerste Hulp bij Psychisch Ongemak. Nu ja, ‘mijn’ idee…in Canada is het idee bijvoorbeeld al helemaal uitgewerkt.

Wringt daar inderdaad niet het schoentje op dit moment … eerste symptomen van psychisch ongemak die uit onhandigheid vaak verkeerd worden benaderd.

Hoe reageer jij als een kind in de supermarkt op de grond ligt te krijsen?
Hoe reageer je op de zatte nonkel die je nichtjes lastigvalt?
Wat doe je als een collega erg in zichzelf gekeerd is en wel heel vaak het toilet bezoekt?

Een poos geleden volgde ik een cursus EHBO bij het Rode Kruis. Het viel me op dat bij het binnenkomen van de simulanten vaak wel correct werd ingeschat wat het probleem was, maar als het op contact met het slachtoffer aankwam was er vaak onbeholpenheid. Eén van de lesgevers gaf zelfs aan dat ‘het contact met het slachtoffer het moeilijkste gedeelte was’. Vreemd vond ik dat. Is het dan zo moeilijk om iemand gerust te stellen? Duidelijk te maken dat je voor hulp zal zorgen en dat je in tussentijd bij het slachtoffer blijft.

Zelf zou ik mensen graag leren ‘luisteren’. Niet in de zin van ‘nu doe ik wat je zegt’ maar in de zin van ‘ik ben nieuwsgierig naar wat je te vertellen hebt’. ‘Ik wil je begrijpen.’

Ik lees verhaaltjes voor in de lokale jeugdbibliotheek. Over blote beer die zich schaamt. Over een meisje dat tegen de stroom in loopt en in een diepe put valt. Over de moedige giraf die met vallen en opstaan leert fietsen. Superleuk.
Maar hoe je ‘echt luisteren’ aan volwassenen moet leren, daar ben ik nog niet uit…
En daar begint nochtans EHPO, bij luisteren en met heel je wezen aanwezig zijn.

Mocht dit bericht je inspireren en wil je EHPO uitwerken? Graag!
Mocht je me willen adviseren over hoe ik mensen kan leren luisteren. Ook graag!

Laat ik nu maar eerst mijn afwas doen dan.

Een fijn gesprek

‘Ik vond het een fijn gesprek’. Zo besloot hij na een consult van één uur en twintig minuten.

Het was de eerste keer dat ik deze arts/osteopaat raadpleegde, mijn zenuwbanen liet testen (Au!), me liet kraken en inspuiten… In de hoop een hernia van een paar maanden wat draaglijker te maken. Ik had al drie behandelingen bij een andere osteopaat achter de rug, zes behandelingen bij een kinesist, maar niets van dat alles gaf verlichting. Ook de pijnstillers van de huisarts brachten geen soelaas.

‘Het zou kunnen dat de pijn erger wordt de eerste dagen maar kom volgende week terug, dan zien we of we de behandeling kunnen afronden.’
Ja, kom maar op pijn, ik kan nog wel wat dragen…

Intussen heb ik mijn tweede behandeling gehad en voel ik verlichting. Jippie!
Pijn werkt danig op het gemoed en laat dat gemoed op zich al een eigen leven leiden bij mij.

Maar waarom vond hij het een goed gesprek?
Hij had het fijn gevonden dat ik blijkbaar snapte wat hij uitlegde. Dat gaf hij aan. Dat was bij de meeste patiënten niet het geval.
Maar was hij hier niet vooral zelf aan het woord geweest? Is het dat niet?
Vinden mensen een gesprek fijn als ze zichzelf hebben horen praten?

Twee keer ben ik zo bij een werkgever begonnen. Ik kwam het sollicitatiegesprek buiten met een knoop in mijn maag en dacht ‘die heeft niet echt naar mij geluisterd’. En twee keer moest ik vaststellen dat ik wel degelijk naar mijn buik moet luisteren bij het maken van een jobkeuze in plaats van mijn ego te volgen.

Onlangs zat ik op de trein en bij één van de haltes nam er een kleine man met donkere huidskleur plaats op de bank voor me. Hij begon een praatje en we kwamen al snel bij zijn passie terecht: voetbaltalent opsporen en aanbieden bij clubs.
Dat was nu eens een gesprek waar ík van genoten heb, ik denk er met een glimlach aan terug. Omdat hij niet bleef door ratelen. Hij was niet vol van zichzelf. Hij antwoordde op de vragen die ik stelde en aan de lichtjes in zijn ogen zag ik dat hij er plezier in had. Ik ken zijn naam niet. Het zou zowaar een bekende ex-topvoetballer kunnen zijn maar wat maakt dat uit.

Die kleine menselijke ontmoetingen, tijd maken om te luisteren…
Ik denk dat daar mijn vreugde ligt…

Op de koffie

Ik zie ze passeren. Mensen met wie ik heb samengewerkt. Studiegenoten van weleer. Hulpverleners ook die me door goede en kwade tijden hebben begeleid. Of dat nog doen. Maar ik blijf het een vreemd gebeuren vinden. Komen kijken en niets zeggen. Ik preciseer: op linkedin. Alsof er hier iemand door mijn raam zou komen staren om te zien waar ik mee bezig ben en dan verder de straat uitloopt. En ik aan mijn raam zie wie er binnenkeek…Enfin. De gordijnen heb ik inmiddels dicht getrokken want de fantasie dreigt weer op hol te slaan.

Maar het zou toch fijn zijn dat al die mensen die even kwamen kijken hoe het met je gaat, waar je mee bezig bent, dat ook even zouden melden. Zo van ‘hey, ik kwam even kijken hoe het met je gaat, maar ik laat je alweer.’ ‘Want ik heb haast’ of ‘ik vond niets interessants’ hoeven ze er zelfs niet bij te vermelden.

Ik denk dat ik daarin wel verschil van andere mensen. Op doordeweekse dagen kunnen er kennissen door mijn gedachten flitsen die dan prompt een sms of mailtje of belletje krijgen. Omdat ik dierbaren graag laat weten dat ik aan hen denk. Omdat ik oprecht hoop dat het goed met hen gaat en de enige manier om dat te achterhalen is om even te polsen. Tenzij die mensen hun leven open en bloot online etaleren uiteraard. Ik zwijg maar even stil.

Hoe het ook zij, hou je taai daar. Ik houd het kort deze keer. Tot op de koffie.

Dromen van meer

Ze staat voorover gebogen haar veters te knopen in de hal. ‘Mama, je moet er niets achter zoeken en je moet niet triest worden om mijn vraag, maar verlang jij nooit naar meer dan dit? Dan wat je nu doet?’

‘Ik begrijp je vraag en ik worstel er inderdaad mee. Maar telkens ik me goed voel en durf dromen, word ik als puntje bij paaltje komt geconfronteerd met mijn energiehuishouding die weer niet meewerkt. Dan moet ik terugschroeven. Het is de laatste tijd zelfs vaak alle hens aan dek om er gewoon voor jullie te kunnen zijn. En dat wil ik in de eerste plaats.’

De vraag kwam van mijn oudste dochter die net achttien is geworden en straks aan de universiteit start. Gisteren zei ze bij een avondwandeling in onze buurt nog dat ze niet wil zijn als papa, want die is nooit tevreden met wat hij heeft. Maar ik lijk geen ambitie meer te hebben en dat vindt ze ook maar niks. De jongste vroeg een week na mijn ontslag uit het ziekenhuis overigens ook ‘of ik eigenlijk nog solliciteer’.

Ik ben blij dat ze me die vragen durven stellen. Maar ze zien het volledige plaatje niet, de inwendige worsteling. Mijn vrienden horen die worsteling wel. De uitersten waartussen ik een pad tracht uit te zetten.

Wat ik bovenal wens is dat de thuis van mijn kinderen een warme thuis is. Dat zij niet de zorg om hun zieke alleenstaande moeder moeten dragen. De afgelopen twee jaar zijn er twee momenten geweest dat zij aan de alarmbel moesten trekken omdat mama ‘vreemd deed’. Ik vind dat geen rol voor een kind om op te nemen. Ook al zijn ze niet meer zo klein, een veilige, warme thuis is wat ik hen wil bieden. Zij zijn ook mijn spiegel. Ik zie aan hen hoe het met mij gaat. Dat intunen en bijsturen vergt continu aandacht en energie.

Hoewel de jongste bij haar eerste bezoek in het ziekenhuis heel erg de kat uit de boom keek, is het evenwicht intussen mooi hersteld. Ze mag weer vooral ‘puber’ zijn…en mama mag het weten…

Mijn oudste dochter zei één van de laatste dagen vóór mijn ontslag uit het ziekenhuis met een huppelpasje ‘mama, ik ben zo blij dat je niet meer raar doet’. Dat soort momenten blijft bij. Dat ze mogen ‘kind’ zijn. Liefst zo lang mogelijk. Maar zich toch ook volwassen vragen mogen stellen en daar bij iemand mee terecht durven.

Ik ben blij dat het schooljaar weer begonnen is. Met de routine van school en sportactiviteiten en afspraakjes her en der. Met mijn rol als moeder die zorgt dat alles vlotjes verloopt. Was, plas, eten…Al zijn het niet mijn favoriete bezigheden. Ik probeer die huishoudelijke taken nu ‘meditatief’ te doen. In liefde voor de ruimtes, voorwerpen en zij die hier leven. Maar cognitief zit er een ventje dat toch steeds weer commentaar geeft…’jaja, uit liefde… saai saai…’

Ik droom van meer. En ik voel de pijn tijdens het schrijven.
Ja dochter, ik droom van meer en ik laat niet los.

Een hoopje hoop om te delen

‘Zet u hier even neer, binnen een vijftal minuutjes zal er iemand u komen halen voor een bloedafname.’

Ik zette me neer in één van de vier sofa´s vlakbij de deur en keek wat rond in de recreatieruimte. Een zestal patiënten zat wat te lezen, te handwerken of op de computer te werken.
Het was er aangenaam stil. Een blonde jongeman stond op en liep de gang in. Het donkerharige meisje dat bij hem aan tafel zat keek hem na, plooide haar krant dicht en kwam in de sofa naast de mijne zitten. Ze vroeg of ik ook op de afdeling kwam voor een opname. Ik legde haar uit dat ik ambulant consult had bij mijn psychiater in het ziekenhuis. Voor de bloedafname moest ik even op de afdeling terecht en aangezien het nog teamgesprek was kwam ik hier even wachten. We raakten wat aan de praat en ze legde ook haar situatie uit. Dat ze nog maar sedert maandag op de afdeling was en haar ouders vanavond op gesprek kwamen om te bekijken of verdere opname zinvol was.

Even later kwam de jongeman opnieuw de ruimte binnen. Hij leunde twee minuten tegen de deurlijst en posteerde zich daarna in de sofa tegenover me met een krant op schoot. Hij was onrustig en vond duidelijk zijn draai niet. Hij uitte het ook. Dat het hem soms als ‘vanuit het niets’ overvalt.

Ik blijf het vreemd vinden dat mensen zo makkelijk hun verhaal tegen me doen. Maar beter zo dan zwijgen.

Het is een hele poos geleden dat ik hier mijn laatste blog schreef en dat heeft zijn redenen. De afgelopen maand was niet eenvoudig. Volgens de dokter zit ik nog in de ‘sombere’ nasleep van mijn ziekenhuisopname. Het is meer overleven dan leven. En daarbij kruip ik in mijn schulp en trek me terug. Alsof me wentelen in eenzaamheid het herstelproces versnelt… Oh ja, goede raad aan anderen, dat wel. Maar als het op mezelf aankomt mag ik ook best eens een lesje leren. Feit is dat schrijven de voorbije weken gewoon niet lukte. En dan zie ik dat er mensen op de blog komen kijken en die vinden enkel oud nieuws en daar voel ik me dan ook nog rot om.

Deze zaterdag verjaar ik. En mijn dochters willen een groot feest geven met veel vrienden. Ik hou het liever in beperkte kring. Nu toch. Misschien kom ik er ooit aan toe de hele bende mensen die om me geven rond een tafel te brengen en te laten toekijken als ik de talrijker wordende kaarsjes uitblaas. Misschien lukt het niet. Voor nu troost ik me met de gedachte dat er inderdaad een hele bende mensen zijn die om me geven. Mensen die het me durven zeggen dat het hen pijn doet als ik in mijn pijn geen uitweg meer zie. Verre contacten die me schrijven ‘jij verdient het om gelukkig te zijn’ of ‘geef nooit op’. En wellicht niet eens beseffen hoe warm die enkele woorden binnenkomen.

Ik voel opnieuw een sprankeltje hoop. En ik grijp het zachtjes beet. Morgen ga ik met mijn kinderen taarten bakken voor mijn verjaardag. Met al het bloed dat ik vandaag moest geven mag er best wat lekkers gesmuld worden.

En laat me intussen stiekem hopen dat mijn hoopje hoop mag groeien…zodat ik weer kan delen.