Kappersbezoek

Photo by PHOTO RES on Unsplash

twee versgeperste roddels
een halve kilo achterklap
zeven sneetjes ondeugd
en wat water voor de hond

meer moet dat niet zijn
dan een weerborstel of drie
in vijfenzestig tinten grijs
met duurzaamheid verzameld

mijn kapper was content
mijn hond blafte zich kater

Niets

waan jij je ogenschijnlijk niets
kijk dan naar buiten
vraag een dorpel of hij wil dat je hem kust

trek dan je fermste schoenen aan
en keer de dorpel heel bekwaam en stop
vraag nu opnieuw of hij die kriebel mist

ga weer naar binnen
berg je favoriete schoenen op hun plek
en haal die glimlach van je snuit

jij, ondeugende schavuit
van niets

Schoen´s meer

Photo by Road Trip with Raj on Unsplash

ieder schoentje heeft haar leest
waarop ze werd geschoeid
en ieder boek dat Zijn nog Leest
ervaart zich om de hoek

ook uit het Niets kan Bang ontstaan
zal mensheid het straks halen?
Verbeelden over Leven
Doet

Vermogendheden tanen

Klein en Lief

Photo by Guillermo Ferla on Unsplash

als er niets meer te vertellen valt
geen land meer te bezeilen
geen golf meer te overzien
geen reden om te blijven

slechts wachten tot de ommekeer
van grote angst tot klein en lief
je motor net iets zachter draait
ruis knispert tot een lied

de tijd gedwee wordt omgedraaid
de ruimte toch weer krimpt
alle zieltjes zich een weg gebaand
tussen sterren en wat beatjes

wordt stilte alomtegenwoordig
net voor de toekomst teruggedraaid
melodietjes en akkoordjes
weer naar het punt waar tijd ontstond

langs platgetreden paden
waar niets meer te vertellen valt
door verenigde nomaden
tot sterrenstof gekneed

met tig gewone dagen
in verandering verkleed
ach, kleine angsten roeren zich
tot platgetreden paden

maar dat is pas voor morgenvroeg
grote angst wil ons versmaden

Gegronde punten

Photo by Ava Sol on Unsplash

Puntje

jij bent de hij niet
die ik mis
in alles
wat ik zie

maar soms

als zout
mijn wangen wast
snakt puntje
naar de i

Ge-dicht op 14 januari 2013
Vandaag weer ge-opend, omdat…

… ik op sommige plekken waar ik ooit ben gepasseerd een puntje zie, heb zien verschijnen. Dat een beetje van haar i verwijderd is. Alsof het puntje toont waar de rest van de i naartoe ‘moet’ om gezond te blijven of worden, of om haar intentie zuiver voor ogen te houden.

Verbeelding brengt je overal. Wie zei dit ook alweer?

Vandaag heb ik een audiocursus van Peter E. Levine afgerond. Zijn naam is gelinkt aan een webstek: https://traumahealing.org
Ik consumeerde hem in partjes, omdat mijn systeem nogal heftig reageerde bij bepaalde fragmenten. Zelfzorg. Je grenzen aanvoelen. En leren respecteren.

De aangereikte oefeningen zijn heel helder en krachtig. Klinken heel logisch en eenvoudig ook. Ze zijn gericht op het leren aanvoelen van sensaties in het lichaam die erop wijzen dat je grenzen bewandeld of overschreden worden. Of die je door trauma gefragmenteerde energie, de ‘bevroren stukken’, leren lokaliseren en zachtjesaan, door zogenaamd ‘pendelen’ tussen veilige en minder veilige stukken, helen. Wat een mooi woord is dat je helpt groeien naar meer ‘heelheid’, ‘wholeness’. Ook in deze cursus, net als bij TRE (Trauma Releasing Exercises) waarover je meer vindt op https://traumaprevention.com, wordt het lichaam als de belangrijkste partner beschouwd om trauma te helen.

Omdat, inderdaad ja, woorden vaak niet toereikend zijn.
De wonde te diep zit en zich niet laat verwoorden en bovenal omdat we wat betreft onze reactie op bedreigende situaties meer gelijken op dieren dan op bewust denkende en handelende mensachtigen. Dieren trillen de ‘frozen energy’ los, die is vastgelopen als reactie op een (levens)bedreigende situatie. Bij TRE ervaar je dat hetzelfde met jou gebeurt als je de oefeningen ernstig neemt die je systeem klaarmaken om wat vastzit los te maken. Je trilt.

Dat het hoofd daarbij rust kent is een aangename surplus.
Hoe kan je immers al denkend oplossen wat je bewustzijn (nog) niet heeft bereikt, omdat je lichaam je wil beschermen tegen een nieuwe overweldigende ervaring.

Als ik het puntje ben.
En de rest van de i me volgt.
Dan zou ik nu graag een prentenboek zien ontstaan dat kinderen leert hoe ze hun grenzen kunnen leren voelen en aangeven en bij wie ze hulp moeten vragen als ze niet ‘gehoord’ worden. Het mag in partjes.

Elk kind dat gisteren leerde dat hij of zij als puntje bij de i hoort
en dat alleen hij of zij mag aangeven hoe groot de afstand tot die i moet of mag zijn.
Zal groeien in het Zijn.
Verbonden.
Met een veilig gevoel.

Dat is wat ik hoop.

En als mijn puntje haar i blijft voelen,
zal kleine ik zich veilig weten
en grote Ik zich durven binden.



Quantum surfen

Photo by Mathieu CHIRICO on Unsplash

Hoe zou het zijn om te schrijven wat ik allemaal voel.
Wat ik denk.
Wat ik hoop.
Wat ik denk te hopen.
Wat ik hoop te voelen.
Wat ik meen te weten. Voorbij de kennis … die ik niet draag…

Voorbij de tranen van nietigheid.

Ronduit. Ongecensureerd. Schrijven wat er is.

Wie zou me dan dit keer geloven?
De hoeveelste keer zou ik mezelf belachelijk maken?
De hoeveelste keer zou de hoop die ik vandaag koester, morgen weer niet vervuld zijn maar de verbeelding opnieuw aansturen om het daarmee te redden tot de volgende dag.
Van hoop langs onvervulde paden naar nieuwe hoop op … en tijd die voortschrijdt.

En wat met geven. Langsheen genieten bij het zien van een flinter dankbaarheid.
De glans kunnen waarnemen in ogen die nog niet ontgoocheld werden.
Of erin slagen voorbij de ontgoocheling te reiken naar elk volgend avontuur.

Wie niet waagt, niet wint.
Hoe zou het zijn om mij te zijn?
Hier en nu?

Punten in plaats van vraagtekens. Het zijn nochtans vragen die ik stel.

Gelukkig is de muziek die dezer uren mijn oren bereikt rauw en eerlijk.

Misschien weet ik zelf niet hoe je dat doet.
Leven.
Doen leven.
Laten leven.

******

En toch…
Ik liet mijn schrijven los – verliet mijn blogruimte – doorvoelde wat was…

En toen botste ik bij een geïnitieerd goochelmoment rond quantum denken op onderstaande Ted Talk:

En los van de ietwat, hoe zou ik het verwoorden, ‘commerciële look and feel‘ in de presentatie, …. voelde ik mijn energie een tandje hoger schakelen.
Een vibratie hoger trillen.

Tot het punt waar ik niet, zoals ik me voorgenomen had, mijn blogruimte weer opende en weggooide wat ik hier boven schreef om opnieuw te beginnen … omdat ik bovenstaande woorden niet an sich wilde openstellen omwille van de “lading” die erin ligt, …
Tot hetzelfde punt waar ik besloot eerlijk de energie te tonen waar ik uit vertrok om al surfend te landen in een energie die weer fijn voelt…weer vloeit…

En zo te vertrouwen dat ik telkens weer die energie vind waar het fijn is om op te surfen.
En te concluderen dat als ik dat kan…het niet moeilijk kan zijn…

Liefs.
Omdat dat weer eerlijk voelt…
Fiduciaans…



Obsolete

Photo by Mika Baumeister on Unsplash

“Jij begint onmisbaar te worden,” zei hij.
“Neen, dat wil ik niet. Ik wil overbodig zijn,” reageerde ik meteen.
“Overbodig? Maar dat is het tegenovergestelde van onmisbaar!?” gaf hij als reactie.

“Precies” zei ik.

Waarschijnlijk is er iets in mijn gedrag dat mensen doet denken dat ik onmisbaar ben.
Dat ze me nodig hebben.
Soms,…vaak…claimen ze me…

Noemen ze me “mijn Fiducia.”
Dan frons ik mijn wenkbrauwen en neem resoluut afstand.

Ja, zo gaat dat bij mij…
Fiducia bezit je immers niet.
Fiducia is vertrouwen, dat moet je verdienen…elke dag opnieuw.
Geen mooier geschenk dan me niet nodig hebben…maar wel graag zien…

Overbodig mogen zijn.
Obsolete.

Maar liefst wel zien dat er iets veranderd is waar ik passeerde…
Al is het een beetje…

Fiducia droomt nog…


Le Petit Prince

Photo by Casey and Delaney on Unsplash

Het boekje steekt al heel lang in mijn handtas. Pas vandaag las ik het helemaal uit. Tijdens een gedwongen terrasbezoek, met een halve liter bruiswater als compagnie. Met mijn rechterbeen op een lege stoel. Omdat een vreemdsoortige kramp zich had meester gemaakt van mijn rechter kuit.
Misschien maar goed zo. Anders was ik wellicht oeverloos blijven rond drentelen.

Mijn verwachte compagnie had zich verontschuldigd waardoor ook de avondlijke uren vrijkwamen. Jammer van de niet gedeelde ervaringen. Maar beter voor de niet-gedeelde beestjes en hun consequenties. Een pannenkoek met suiker leek me dan een welkom alternatief.
Geen zoetgevooisde woorden. Wel zinnenprikkelende zoetigheden.

Het was genieten.
Ik realiseerde me dat mijn mondhoeken zich geregeld tot een glimlach plooiden en dat dat voor de andere terrasbezoekers mogelijk voor wat nieuwsgierigheid zorgde. Als ze zich al met iets anders dan zichzelf bezighielden.

Het kon en kan me niet deren.

‘De kleine Prins’ van Antoine de Saint Exupéry. Ik heb er verschillende uitgaven van. Degene die ik bij me droeg bevatte de tekeningen van de schrijver zelf. In mijn kast staat er nog eentje in prentenboekversie. Zelfs het Franstalige exemplaar heb ik.

Een ander verhaal dat ik koester is ‘Alice in Wonderland’ van Lewis Carroll. En daar heb ik…euh…een tiental varianten van. En ook voor dat verhaal heb ik nooit de tijd genomen om het in stilte helemaal te consumeren.
Stukjes, dat wel.

Vooral het grote prentenboek met tekeningen van Rebecca Dautremer vind ik bijzonder.
Past niet in een handtas. Alvast toch niet in één van de mijne.

Leeftijdloze verhalen.
Verwondering die aanstekelijk werkt.
Vragen om bij stil te staan.
Mooie prenten om in te verdwalen.

Het voelen kriebelen. En dan die kriebel doorgeven.

Ik durf kinderboeken cadeau doen aan volwassen mensen. Geen boek dat beter omschrijft hoe we in elkaar zitten of met emoties of gebeurtenissen moeten omgaan dan een goed geschreven kinderboek.
‘Het land van de grote woordfabriek’ van Agnès de Lestrade en Valeria Docampo was lang mijn lievelingsboek. Beklijft niet bij alle kinderen, maar meestal wel bij de ouders die hen vergezellen in het luistermoment.

Volwassen informatieve boeken draaien vaak serieus rond de pot. Tonnen achtergrondinformatie. Terwijl de essentie te vatten is in een paar welgemikte woorden.
Pannenlapje nog aan toe.

Dit zijn minder woorden vandaag dan gangbaar is op dit blog. Omdat ik zweeg over de vrouw die ik ontmoette. Ze begroette me hartelijk. Ik groette haar terug. Ze zei dat ze niet ver meer kon lopen. Ik vroeg hoe dat kwam. Ze wees naar haar rechtervoet waar een verband rond zat. Ik zei dat ik het jammer vond. En vroeg of het zou gaan. Ze beaamde. Ik vroeg nog of ze dacht dat we elkaar kenden. ‘Neen’, zei ze, ‘ik zeg goeiedag aan iedereen’. Ik besloot met ‘Dat is mooi’ en we vervolgden ieder onze weg.

Later op de dag kreeg ook ik kramp. Maar ik sprak er niemand over aan.
Het werd een geheim dat De Kleine Prins wellicht meenam naar zijn planeet.

Ssst! Hou het stil.

Curieuzeneus

Photo by Jametlene Reskp on Unsplash

‘Hoe gaat het met je blog?’ vroeg ze.

‘Goed’, antwoordde ik. ‘Al moet ik die van vandaag nog schrijven. Weet jij een onderwerp?’

‘Neen’ antwoordde ze. En even verderop boog ze zich naar me toe en zei fluisterend: ‘Hij daar gaat je een onderwerp bezorgen, maar hij weet het zelf nog niet.’ Waarop die ‘hij’ zijn wenkbrauwen fronste om al dat gekonkelfoes en ik even verklaarde dat we een binnenpretje hadden.

Een tiental minuten later passeerde ze me opnieuw en zei eenvoudigweg ‘Pinokkio’.
‘Moet ik over Pinokkio schrijven?’ vroeg ik.
‘Ja’ was haar antwoord.
Simpel, toch?!

Dus heb ik me losgerukt van mijn plakkende relatie met de stoel en me aan de computer neergepoot. U las al wat er eerst verscheen en zag niet hoe ik net een zoekopdracht op mijn eigen blog lanceerde om na te gaan of ik niet ooit al over Pinokkio had geschreven.
Niet dus.

Ik zou hier nu leugens kunnen vertellen en nagaan of mijn eigen neus groeit naarmate dit blogbericht zich ontvouwt. Maar dat zou absurd zijn.
Ik zou kunnen nagaan in hoeverre ook ik vroeger van ‘hout’ was. Decennia voor ik ‘oud’ werd. Hoe ‘houdt’ me meer pijn deed dan loslaten. ‘Koud’ niet het juiste woord is om deze dag samen te vatten. ‘Out’ nog niet aan de orde is. Maar wat winnen we daarmee?

Volgens mijn broer vertelde ik vroeger veel leugens. En kreeg hij daardoor de schuld van dingen die hij niet gedaan had.
Zegt hij. Vaak.
Ik herinner het me niet.

Misschien is het een kunst om vol overtuiging te liegen.

Toen mijn jongste dochter verjaarde in één van de klasjes van de kleuterschool, bracht papa haar naar school en gaf een appelcake mee, eentje van de supermarkt.
Mijn dochter ging prompt de klas binnen en verkondigde ‘mijn mama heeft die cake zelf gemaakt’.
Daarop vroeg de juf ‘hoe kan dat dan, er zit een plastic verpakking rond.’
Daarop gaf mijn dochter eenvoudigweg de repliek ‘maar ze heeft hem helemaal zelf gekocht.’
Toen papa ook deze waarheid even ontkende, zei mijn dochter verder niets meer, maar had er klaarblijkelijk ook geen last van dat haar waarheid volwassen krullen had gekregen.

Op de ouderavond kreeg ik te horen van de juf ‘Het is vreemd. Ze liegt vaak en ik weet niet waarom. Ze is best wel populair in de klas.’

Later kreeg ik ergens te horen dat slimme kinderen vaker liegen op jonge leeftijd.
Misschien om zelf na te gaan hoe rekbaar waarheid is.
Ik heb ook ooit gehoord dat duimzuigen meer door slimme kinderen wordt gedaan dan tutten. Misschien om later ook nog verhalen uit hun duim te kunnen zuigen als de waarheid te pijnlijk is.

Wat er ook van zij, ik ben Geppetto niet. Ik had niet de touwtjes in handen toen mijn dochters klein waren. Ik liet ze ‘vieren’ en haalde de lijntjes pas weer aan als ze dreigden te verdwalen in hun eigen avontuur.

Nog niet zo lang geleden beweerden mijn dochters dat hun belangrijkste richtinggever mijn blik was. Als die op scherp stond, wisten ze hoe laat het was.

Vandaag hoor ik hen graag vertellen over wat hen bezighoudt. Word ik graag deel gemaakt van hun ervaringen en de koers die ze varen. En ik zou houterig worden als ik beweerde dat ik daar ooit genoeg van krijg.

Het zal wel nieuwsgierigheid zijn.
Een curieuzeneus van vlees en bloed.
Check!