Vrijheid

Photo by Lek Nikto on Unsplash

Ik was er niet goed van.
Daar zat ik op een bankje op de Korenmarkt in Gent, wachtend op een vriendin. Op de bank naast me kwam een jonge vrouw zitten. En even later, tussen ons tweetjes in, een andere jonge vrouw.

Opeens hoor ik de eerste vrouw iets zeggen in de trant van ‘waarom draag jij een hoofddoek? Het is toch niet normaal. Niemand hier bij ons draagt een hoofddoek, waarom jullie wel?’ Het meisje naast me antwoordde ‘laat me met rust alsjeblieft.’
‘Ik wil je helpen’, zei de eerste jongedame, ‘moet jij een hoofddoek dragen van je ouders? Waarom draag je die niet gewoon thuis en doe je die hier op straat af. Dat is toch lelijk. En hoe doe je dat met dat mondmasker?’

Ik boog me voorover en zei tot de eerste dame ‘mevrouw alsjeblieft!’

Opeens trekt de jongedame naast me haar hoofd naar mijn kant en zegt ‘blijf van me af alsjeblieft’ terwijl ze haar hoofddoek wegtrekt.
Als je wil kan je je aan de andere kant van mij zetten’ zei ik tegen haar. Waarop de jongedame met hoofddoek opstaat en aan mijn linkerkant komt zitten.

De eerste jonge vrouw ging verder ‘mogen we hier nu niet vrij over spreken? Mag je nu geen vragen meer stellen?’ Ik antwoordde geagiteerd iets in de trant van ‘daar gaat het niet om. Jij raakt haar aan, waar ligt jouw grens?’
De jongedame antwoordde niet meteen.

Toen ik weer recht voor me keek zag ik op een tiental meter mijn vriendin naar me zwaaien. Ik keek nog even naar de dame links van me en zei ‘sterkte’, waarna ik opstond en verder liep. Maar ik was dus wel wat van de kaart door dit gebeurde. Vroeg me ook af of het ok was om te vertrekken.

‘Het was een sociaal experiment’, hoorde ik nog roepen. Ik was doorgelopen met mijn vriendin, richting Vrijdagmarkt.

Ik kon het echter niet loslaten. Mijn vriendin vertelde, ik hoorde amper wat ze zei…Ik vond dat ik niet goed had gereageerd…vroeg me af hoe ik het anders had kunnen doen.

Opeens tikt iemand op mijn schouders en ik draai me om. De jongedame met hoofddoek spreekt me aan en zegt ‘mevrouw, het was een sociaal experiment. Mogen we het filmpje gebruiken op school?’
‘Hebben jullie dit gefilmd?’ vroeg ik. ‘Ja daar,’ ze wijst naar een jonge vrouw een tweetal meter verderop. ‘mijn zus heeft gefilmd.
‘Ja,’ zeg ik, ‘jullie mogen het filmpje gebruiken op school.’ Maar ik zeg er niet bij dat ik niet wil dat het op sociale media verschijnt.
En daar ben ik nu nog lastig over. Die jonge gasten gaan daar zo vlotjes mee om…

Ik ben me ervan bewust dat de conversatie van hierboven niet helemaal strookt met hoe het gesprek in werkelijkheid verliep. Daarvoor was ik teveel geraakt door wat er gebeurde. De vragen werden gesteld, maar niet noodzakelijk in de volgorde die ik hierboven beschreef. Maar de jongedame met hoofddoek zei nog ‘bedankt voor wat u heeft gedaan. We hebben het inderdaad vandaag niet zo gemakkelijk.’

Ik kon het niet loslaten.
En waar ik gisteren dit verhaal deelde in een groep met de mededeling dat ik vond dat ik niet adequaat had gereageerd, kreeg ik toch vooral te horen dat ik moedig was geweest om te reageren. En dat het onveilig moet hebben gevoeld, om te reageren maar zeker ook om te beseffen dat ik onderdeel was van een sociaal experiment.

De mensen die deze reactie gaven vonden dat er meer tijd had moeten worden besteed aan het kaderen van het sociaal experiment. Dat er beter voor me ‘gezorgd’ had moeten worden. Ik weet zelfs niet welke school deze drie jongedames lopen…

Het gebeurde vond niet plaats in de Opvoedingstraat in Gent. Daar had ik een andere ervaring.

Zucht. Ik kan alleen maar het gebeurde eens grondig herleven en uitmaken hoe ik in de toekomst wil reageren mocht soortgelijke situatie zich weer voordoen.
Voor mezelf uitmaken wanneer ik reageer en wanneer ik zwijg of opstap.

Doet me denken ook:
Wat is vrijheid?
Waar liggen de grenzen van vrijheid (van meningsuiting)?
Ligt de grens van vrijheid daar waar de vrijheid of integriteit van een ander in het gedrang komt?
En hoe ‘meet’ je dat? Met buikgevoel?

En hoe kan je op dat moment ‘gepast’ reageren hoewel allerlei emoties door je heen jagen?

Het zijn open vragen. Ik heb er nu geen antwoord op. Voor dergelijke vragen is het beter meer dan één hoofd erover te laten nadenken. Meer dan één hart te laten spreken. En ons buikgevoel goed in de gaten te houden.

Hey Man!

Tijdstippelen

Photo by Clay Banks on Unsplash

‘Mevrouw, weet u misschien hoe laat het is?’
Ik zocht mijn smartphone in mijn tas en zei ‘half twaalf’.

‘Ah, dan staat ze juist’, zei hij.
‘Ik heb deze horloge net gekocht en ik wou zien of ze juist gaat. Ik had een andere horloge binnen gedaan omdat het glas kapot is en dat is volgende week klaar. Dat kost maar vijftien euro gelukkig. Maar ik doe niet veel geld meer op hoor. Al is deze horloge wel een dure horloge eigenlijk, maar ik wil weten hoe laat het is. Ik spaar heel goed, als ik ga werken, allez…ik ga nu niet werken omdat mijn grootmoeder overleden is en zo…en ja, het is niet zo´n makkelijke periode. Maar als ik weer ga werken binnen een jaar of zo dan zet ik opnieuw de helft van mijn loon opzij. Neen, ik geef niet veel meer uit.’

Ik had begrijpend geknikt en gehumd.
Hij was blijkbaar gerustgesteld, nam afscheid en struinde verder.
Zich nu weer volop bewust van tijd.

Ik at alvast mijn lunch op, gezeten op het bankje waar ik even de tijd overbrugde.
Ik was met de fiets naar mijn bestemming gereden en bij het checken van het tijdstip ergens halverwege mijn traject was ik tot het inzicht gekomen dat ik een uur te vroeg was vertrokken. Maar het weer leende zich voor gemoedsrust en het bankje leek me prima om mezelf en mijn omgeving te bestuderen. Ook de winkelstraat liep ik daarna even door, maar op een Standaard boekhandel na waren bijna alle winkels gesloten. Vakantie wellicht, ik heb het niet nader bestudeerd.

De boekhandel ben ik wel even binnengegaan maar ik heb me ingehouden.
Schriftjes en boeken slechts overschouwd zonder ze nader te bestuderen. Mezelf toesprekend ‘je hebt niets nodig lieve dame…’

Hoewel onze uitgaven nu veel makkelijker te volgen zijn omdat vrijwel alle aankopen elektronisch verlopen, maakt dat op zich de stand van de rekening minder doorzichtig, vind ik. Bedragen tikken vlotjes weg zonder dat je het meteen voelt. Vroeger zag je cash geld verminderen in je hand. Nu moet je effectief naar de stand van je rekening gaan kijken om te zien hoeveel marge je nog hebt. En domiciliëringen maken het overzicht niet altijd doorzichtig.

Af en toe weten hoe laat het is omdat het bedrag van een domiciliëring niet van je rekening is kunnen gaan, het houdt je alert. Al heb je dat soort fouten niet altijd meteen door en moet een aanmaning je wakker schudden. Shame on us.

Weten hoe laat het is. Je kan het als kind ook aan de blik van je ouders merken. Als je bijvoorbeeld geld meekrijgt om naar de winkel te gaan en er een extraatje koopt omdat je vindt dat je dat wel verdient. En je wisselgeld dus niet klopt. Dat soort uitspattinkjes valt minder op wanneer je de bankkaart meekrijgt en de rekening ‘verliest’. Enfin. Er is allemaal wel een oplossing voor te vinden.

Het is trouwens op veel vlakken wel vijf voor twaalf…maar dat wordt een ander verhaal.

Ver-antwoord

Photo by Brooke Lark on Unsplash

‘Daar is nog een plek meneer’ sprak de vrouw die net op de bus was gestapt.
Op een boze manier reageerde de man vlak achter me ‘Waarom moet ik daar gaan zitten hé, ik moet er seffens af.’
‘Een andere toon graag meneer!’

‘Doe gij maar nen andere toon, ge hebt gedronken zeker?’
‘Neen meneer, hou u maar wat in. Ik zei alleen maar dat daar nog een plek is.’
‘Gij moet zwijgen gij, gij hebt aan mij niks te zeggen.’

De bus stopt aan de halte, de man heft zijn vuist naar de vrouw en stapt af.
‘Hola hola, hou u maar in’

De bus rijdt verder. Het gesprek continueert. Een Marokkaanse man met buggy en diens vrouw met dochter op schoot blijven rustig zitten en observeren.

De vrouw die eerder het woord voerde zegt nu ‘een man die een vrouw slaagt is een watje. Die mag thuis niks.’ De Marokkaanse vrouw knikt glimlachend en koestert verder haar dochtertje.
Wat ging er door dat kleine hoofdje zonet?

‘Hij zal zeker niet gemogen hebben van zijn vrouw.’ Die uitspraak is gericht aan de Marokkaanse vrouw. Ik weet niet of ze die uitdrukking kent en vraag me af wat ook zij over het verdere ontvouwen en dit gesprek denkt.

Ik sta op van mijn zitje en geef de woordvoerster ruimte om op mijn plek te gaan zitten.
‘Ja, wij konden niet door hé, daarmee wees ik hem op de stoel.’

Ik heb mijn halte bereikt en stap af.

Even verderop druk ik op de knop van de voetgangerszijde om toegang aan te vragen tot het zebrapad. Meerdere mensen sluiten aan en staan te wachten. Er verandert niets. Eén man steekt de straat over ondanks het rode voetgangerslicht en drukt op de middenberm opnieuw om een aanvraag te lanceren. Het licht springt nu op groen.

Ik heb het er wat moeilijk mee dat mensen dingen doen die opvoedkundig niet zo ok zijn als er kinderen in de buurt zijn. Hoe leer je je kinderen te wachten tot het licht groen is als een volwassene zomaar de straat oversteekt? Hoe leer je het dat roepen op de bus zelden goed overkomt?

Laatst ging ik op wandel met een vriend en hoewel een fietser met een kleine meisje ook stond te wachten, stak mijn vriend toch snel de straat over. Ik heb hem nageroepen dat ik dat niet ok vond, dat hij moest wachten tot het licht op groen sprong. Luid genoeg zodat de papa en dochter wat verderop op hun fiets het konden horen.

Tja…Fiducia stapt in haar rol als Tata. Tata, die de grote dingen vertaalt op kindermaat.
De papa fietste langs en gooide een ferme ‘FOEI-FOEI-FOEI!’ naar mijn vriend.
Een medestander, altijd fijn.

Mijn vriend voelde zich wat schuldig en repliceerde dat hij niet had gezien dat er een kind op haar fietsje stond te wachten om over te steken. Maar vulde aan dat hij het dom vindt om te wachten als er geen gevaar is. En zei tenslotte dat hij niet zou zijn overgestoken mocht hij het kind opgemerkt hebben.

Of het waar is? Geen idee.

Het is een uitleg als een andere.
Zou de man op de bus anders gereageerd hebben mocht de vrouw haar boodschap anders hebben geformuleerd, met een iets minder dwingende toon misschien?
Ook geen idee. Mogelijk had hij zelf al wat verdovende middelen binnen, of kwam hij van een plek waar hij geërgerd was vertrokken en leefde dit nog een beetje door? Of gewoon last met autoriteit misschien.

Moeten we ons op het openbaar vervoer beter gedragen met matu-riteit in plaats van auto-riteit. Om de busrit-tijd wat aangenamer te maken voor iedereen en in het bijzonder voor kinderen…
Onze kinderen…

In perspectief

Photo by Laib Khaled on Unsplash

Het werd me de laatste dagen een aantal keer gevraagd, in diverse vormen.

Wat zou je psychiater hiervan zeggen?’ of ‘Hoe zouden je kinderen hierop reageren?
Tot vanochtend: ‘Als je een meta-perspectief inneemt, wat merk je dan op?

Dat is inderdaad de kunst als je vastzit, om een ander perspectief in te nemen dan je gewoontedier en vanuit dat perspectief naar hetzelfde fenomeen te kijken. Waar je vastzit in een emotie en de uitspraak dat je vastzit in een emotie die zelfde emotie nog eens even benadrukt en bestendigt, waar net een ander perspectief opening kan brengen. De energie een andere vorm kan doen aannemen.

Neem verdriet of somberheid. Ik beschrijf het als potentiële energie die door fysieke beweging ook letterlijk in beweging kan komen en zo langzaamaan mag transformeren in een andere vorm. Misschien keert dezelfde emotie later wel terug. Maar op dat moment, het lokaliseren van de energie en haar zien, haar toelating te geven er te zijn maar intussen toch iets te gaan doen dat je waardevol vindt, daar schuilt de kracht richting transformatie.
Zoals schrijven hoewel je een zware lading mee draagt.

ACT (Acceptance and Commitment Therapy) spreekt over waardegerichte acties. Acties die stroken met de waarden die je belangrijk vindt.

Als ik vertrouwen leef, dan doe ik mijn stapschoenen aan en trek er op uit. Dan is bewegen mijn waardegerichte actie. Dan is aanvaarden dat ik me niet goed voel een erkenning voor het gevoel maar de keuze voor actie een gedrag waar ik mijn gevoel in meeneem met de intentie beweging te krijgen in wat vastzit.

In mijn geval is er naast somberheid nog een andere energie die me geregeld in de problemen brengt. Het versnelde denken. De enorme kinetische energie die dan leeft in mijn hoofd en handelen. Waardoor een veel en intens ‘doen’ zich opdringt waar ik vaak aan toegeef omdat het zo fijn voelt. Wat me vervolgens uitput en me weer richting vastzitten duwt. Depressed…lees het als ‘deep rest’. Omdat het lichaam niet meer kan.

Maar net in dat ‘snelle denken’, dat ik kan opmerken als ik even verstil, kan ik de keuze maken voor een waardegerichte actie die mijn denken wat vertraagt. Dat kan door bewust te vertragen in mijn bewegingen, langzaam te stappen. Of bewust de tijd te nemen om te koken en mindful te eten bijvoorbeeld. Te focussen op mijn adem. Minder in de ‘doe-modus’ te gaan zitten en meer te ‘zijn’.

Persoonlijk grijp ik alles aan wat me kan helpen mijn energie meer te doseren. En toch ben ik er nog geen kampioen in. Mijn therapeute zei me ooit dat ze me zou leren surfen op de golven van mijn ziektebeeld. Een kleine golf, een grote golf, een onverwachte golf, een druppel…van intens voelen, over gefocust handelen tot mezelf overgeven aan de energie. Loshouden, een mooi woord vind ik dat. Helemaal afstemmen op de energie die er is en de keuzes maken in de richting van mijn waarden.

Ik weet niet of dit bericht zo samenhangend is als ik zou willen. Maar het is wel geschreven in flow, al tokkel ik nog te hard op mijn toetsenbord om goed te zijn voor mijn collega-werkers hier.

Ik zal mijn woorden herlezen, vanuit het perspectief van de druppel zeewater, of hij nu mee de golven vorm geeft of even boven het wateroppervlak piept.

Eens zien waar dat me brengt en voelen of het stroomt.

zie me met jouw ogen
lonk me met jouw blik
voel me tot de avond valt
en steel de laatste snik

de zon in jouw vermogen
die horizonten peilt
leest trots nog mededogen
in een leven zonder spijt

Voorschrijvend Inzicht

Photo by Alexandre Brondino on Unsplash

Zeker ben ik niet dat het daaraan ligt. Maar ik ben nu eenmaal altijd een beetje nieuwsgierig naar dingen die ik in mijn leven tegenkom en niet meteen kan verklaren. Zoals daarstraks. Er sluimerde een inzicht doorheen mijn avond gisteren en toen ik dat vandaag een beetje grondiger onderzocht voelde ik een ‘zucht’...het inzicht landde en werd een ‘weten’.

Maar toen ik er dus daarnet even tussenuit trok op mijn trapmachien, om wat lucht te happen, gehuld in een andere jas dan doorgaans wat een herschikking van spullen allerhande noodzaakte…

(beetje te lange aanloop dit, zal dit seffens even herlezen…want ik heb gehoord dat schrijven schappen is…al heb ik die uitspraak ook nooit echt goed begrepen…
Is schrappen dan ook schrijven?
Of is het een logica van de orde “een vogel is geen mus”
…al volgt daarop: “en een stamp is gene kus”
Maar dat laatste is tenminste wel goed invoelbaar.)

En dat een mus wel degelijk een vogel is, is niet meer dan het gevolg van voortschrijdend inzicht…En nu schreef ik net ‘voorschrijVend inzicht’…vind ik ook wel iets hebben…een blogtitel werd geboren…

Dus…ondervond ik daar op trektocht dat ik teen en tander niet terugvond. Dus placeerde ik telkens (met engelengeduld) mijn rugzak op de grond, binnen zowel als buiten al naargelang wat ik koortsig zocht…want intussen blokkeerde ik wel de weg van de mensen die exact op de plek wilden zijn van ik en mijn rugzak. Dus gehurkt en rustend, bracht ik de inhoud tot uithoudens toe naar buiten. Al bij al vond ik dan telkens terug waar mijn onderbewustzijn mee gaan lopen was. Enfin, bij wijze van spreken dan.

Maar dat brengt me op het volgende: als ik me de dingen waarvan ik me bewust ben als het topje van de ijsberg voorstel, dan heet het hele deel onder de waterlijn, dat dus veel groter is dan dat wat vanop ons dobberende bootje of schoonschip zichtbaar is, het onderbewuste. Of onbewuste…heb ook nooit het verschil daartussen begrepen, hoewel ik me een vrouw herinner die zeer duidelijk stelde…dat ze kriebels kreeg van één van beide woorden. Ik weet dus niet meer welk van de twee…de indruk zal niet stevig genoeg gemaakt zijn.
Of ik was niet klaar voor het inzicht, dat kan ook.

Zucht…waar leidt dit naartoe, Fiducia?

Sssst!
Waar was ik: ah ja!
Al die wezens die onder de waterlijn kunnen kijken, die hebben dan toch een veel groter bewustzijn dan wij mensachtigen? Bovenwaterigen? En al die ruime bewustzijnswezens, die zijn zich dan wellicht niet bewust van wat er boven water allemaal gebeurt? Tenzij ze af en toe dolfijngewijs komen piepen of walvissproeien.

Zou er een taal bestaan die zowel zij, de onderwaterigen als wij, de bovenwaterigen ons kunnen eigen maken, zodat we van elkaar kunnen horen welke wijsheid ons zal vooruit helpen in datgene waar we nu mee worstelen?

Wellicht is niet alle wijsheid die we hebben even interessant of bruikbaar voor het deel van ons dat we ‘zij’ noemen. Maar had ik niet ergens gelezen dat ons bewustzijnscapaciteit voor 5% gebruiken om ons leven vorm te geven. En dat we 95% dus niet benutten?! Terwijl we dat ding dat we bewustzijn noemen kunnen inzetten voor groei in menselijkheid.
Neen, ruimer dan dat.
Groei in Levensenergie.

Wat als we daar eens op inzetten?

EigenWijs

Photo by James Fuller on Unsplash
EigenWijs- ingesproken versie

Mijn intentie gisteren was om me te verontschuldigen omdat ik weer zo´n ochtend inging waarbij ik me niet stevig in mijn schoenen voelde. Maar ik schraapte mezelf bij elkaar en installeerde me op de plek waar ik rustig online in verbinding kon gaan voor een overleg. Een project en traject dat ik al van bij de start mee heb gelopen en waar ik in geloof. Dat uitbreidingen allerhande kent en kansen tot samenwerking biedt waardoor mijn voeling met activiteiten van andere actoren die op dit terrein actief zijn, toeneemt.

Nieuwsgierigheid gevoed? Yep!
Na de vergadering was ik dankbaar en geïnspireerd.
Een tikkeltje energetischer dan vóór het overleg.

Ik mis trajecten waarin ik een zinvolle bijdrage kan leveren. Trajecten waarbij mijn ‘aanwezig zijn’ genoeg is, omdat ik een schat aan ervaring meedraag en mijn ‘bewust-zijn’ en ‘alertheid’ actief onderhoud, bijvoorbeeld.
En gewoon een toffe madam ben om er bij te hebben ook. Woehaha!
Ervaring dus…die ik graag met participatie aan nieuwe projecten en trajecten aanvul om ‘mee’ te blijven en her of der te inspireren.

Neen, niet dat ik ‘passief’ wil deelnemen. Een spons wil zijn.
Het soort deelnemen waarin ik me het beste voel is waar ik het aanvoelen heb dat wat ik inbreng, van persoonlijke ervaring tot helikopterperspectief, in overweging genomen wordt. Ik niet de indruk heb dat ik er ‘voor het kunnen afvinken van’ het ‘cliëntperspectief’ bij zit.
Kortom, ernstig genomen word. Niet beluisterd maar gehoord…

Er zijn momenten geweest, ook in dit traject, waarbij ik voelde dat ik in een richting geduwd werd. Zoals op momenten dat een minister van Gezondheid in de media verschijnt om een project in de kijker te zetten waaraan ik meetrok en er vanuit allerhande kanalen druk werd gelegd om mijn ‘cliëntperspectief’ te verwoorden.
Dan pas ik. Ik ben iemand die het best werkt in de schaduw. Daar voluit mijn ding wil doen, zonder te moeten ‘geliked’ of ‘gedis-liked’ worden omdat dat nu eenmaal de manier van communiceren van vandaag is.
Overigens was ik in voornoemde gevallen een slechte keuze van ‘getuige’, omdat ik had meegewerkt aan de uitbouw van de projecten zonder er zelf gebruikerservaring mee te hebben. Getuigen over deelname aan een aanbod levert een ander verhaal dan mee bouwen aan de toekomst van een pilootproject. Enfin.
Ik hoop dat ik mijn perspectief en voorkeuren voldoende duidelijk heb gemaakt intussen.
En ik houd mijn sensoren scherp.

Ik hoef ook voor dit blog niet te weten hoeveel ‘hits’ ik heb. Dit blog is mijn manier om met de wereld te communiceren. Ik fluister mijn boodschap, wie goed kan luisteren pikt ze op. Ik heb lang alleen maar mijn pseudoniem gebruikt. Zodat ik in alle anonimiteit kon fluisteren en mijn gedachten kon ordenen. Intussen staat mijn naam in het groot bovenaan mijn ‘creatieve speelruimte’, ontdek ik her en der nog fijne nieuwe toeters en bellen die ik kan uitproberen en voel ik me goed als ik elke dag wat woorden kan publiek zetten. Al is het nonsens. Gedicht of geopend. Eenvoudig of meervoudig ver(ant)woord.

Mijn woorden zijn op elk moment een weerspiegeling van hoe ik me voel. Van wat me boeit of (ver)(ont)Waardigt. Van wat ik aan schoonheid zie.

Vandaag vraag ik me af hoe ik mezelf nog kan bijschaven om van mijn blogruimte nog iets mooiers te maken. Wat ik kan ondernemen om op meer terreinen gewoon te ‘zijn’ en te ‘geven’ om van daaruit inspiratie te putten voor nieuw te manifesteren sporen. Waar en hoe ik mijn leven en tijd verder kan en wil vormgeven. Onderzoeken waar ik echt ‘thuis’ kom.

Het zou mooi zijn om elke dag een sprankel te kunnen plukken die me tot een nieuw schrijven aanzet. Want ja, dat is mijn ding, schrijven. Al ben ik niet altijd helemaal zeker over spelling en consoorten…voor mijn speeltuin hoeft het allemaal niet te perfect te zijn.
Dan gaat de lol eraf. Al blijf ik alert en zoek ik vaak wel de correcte schrijfwijze op. En laat dat ook vaak weten, tja…

Ja, ik ben onverbeterlijk nieuwsgierig.
Ja, ik maak graag verschil door te ‘zijn’.
Neen, ik houd helemaal niet van financiële en administratieve beslommeringen.

Onverbeterlijk eigenwijs, dat ben ik ook…

van Dale zegt over ‘eigenwijs’:
1) niet luisterend naar goede raad
2) eigenaardig-grappig

Ik ga voor de tweede optie.
En introduceer bij deze ‘anderwijs’ = wel luisterend naar goede raad

Veranderwijs bestaat ook…zoek maar op. Heel interessante piste…
Maar ik wijk af…
Tsss…Fiducia, inderdaad, stop nu maar…

Hou het leuk

Photo by Courtney Cook on Unsplash

We staken de straat net over toen ik zei: ‘Als ik goed in mijn vel zit ben ik best een toffe madam hé.’
Ze moest lachen, mijn zus, maar beaamde dat we tijdens ons traject vandaag al goed gelachen hadden.

Toen ze daarstraks naast me kwam zitten – ze kwam van de andere kant van waar ik haar verwachtte – ze was er dus al, wat bij de meeste van onze afspraakjes niet het geval is… Zij komt immers ‘altijd’ een vijftal minuten te laat en ik een vijftal minuten te vroeg op onze afspraken.
Maar we waren daarstraks dus op elkaar afgestemd en waar ik toe wou komen is dat ze me meteen vroeg hoe het ging.

Naar waarheid zei ik dat het opnieuw niet zo goed ging. De ochtend was heel zwaar geweest. Ik had een poging gedaan op een andere plek dan naar mijn gewoonte het freewriting op te nemen, maar heel mijn lichaam was een dik half uur in protest mijn schrijven aan het manipuleren en beoordelen.
Tranen rolden. Woede sluimerde. Toch zette ik door.
De oefeningen van week twee in het boek heb ik vandaag niet bekeken, maar dat kan alsnog. De ‘Julia-Cameron’-week loopt tot en met zondag. Daarna wordt het evalueren hoe de week verlopen is en het aanvatten van een nieuwe opdrachtenweek.
Hopelijk met een positieve switch één van de komende dagen. Van bij het opstaan al bijvoorbeeld. Zo vanuit het niets eens kiplekker uit bed kakelen met mijn juiste been.

Maar goed. Mijn zus en ik moesten een halfuurtje wachten vooraleer we de tentoonstelling van de eindwerken van de lokale academie konden bezoeken. Zij was de gratis toegangskaarten al gaan oppikken toen ik nog niet gearriveerd was.
Omwille van Corona-maatregelen mochten er maar een beperkt aantal mensen tegelijk binnen.

Wat bizarre maar ook zeer mooie werken zag ik. Geen idee hoe je dat allemaal maakt. Ook beneden hingen tekeningen waarvan ik dacht ‘mij lukt het nooit om zoiets te creëren’. Al heb ik nog geen traject gevolgd dat mijn tekenvaardigheden aanscherpt. Er liggen wel een aantal boeken klaar om in te duiken. Zoals één van Betty Edwards, met een aanpak waarvan ik me door een tekenaar heb laten wijsmaken dat hij haar veel vroeger in zijn professionaliseringstraject had willen leren kennen.

Vandaag twijfelde ik wel in de boekhandel of ik een tekenboekje zou aanschaffen om het maken van een dagelijkse schets te stimuleren. De juiste intentie in combinatie met een mooi schriftje. Het boekje had een mooie vormgeving.
Ik was altijd al dol op papierwerk en pennetjes allerhande. Als kind kon je me meestal in de papierwarenafdeling vinden in de supermarkt waar mijn ouders elke week naartoe gingen. Mijn ma deed dan de boodschappen, ik stond aan de papierwarenafdeling te genieten en mijn vader en broer snuisterden rond bij de tijdschriften.

In de boekhandel waar we na de tentoonstelling belandden, was ik mijn zus aan het plagen en de verkoper die haar aankoop afhandelde deed met me mee.
Ik nam een flyer bij de hand waarop stond:
Omdat spelen leuk moet blijven – ken uw limieten.’
‘Gok je nog zoveel?’
vroeg ik. ‘En hoe gaat het nu met je alcoholverslaving?’
‘Hier staat dat je je limieten moet kennen.’

Zus lachte.

De verkoper zei: ‘ja, gooi het in de groep.’
Voor de zekerheid en het imago van mijn zus voegde ik toe dat ik een grapje maakte.
De verkoper antwoordde dat hij dat doorhad. Wat ik eigenlijk wel besefte. Vanwaar dan toch al die woorden…

Ik nam de flyer mee en ga meteen even analyseren of mijn gewoonte om mezelf af te breken als ik me niet goed voel een goede raad mag horen van een foldertje dat gokverslaving wil aanpakken of vóór zijn.
Al vind ik het ook een beetje dubbel…dat foldertje lag bij loten van de Nationale Loterij…dan is het van ‘koop ze, speel mee, maar zeg niet dat we u niet verwittigd hebben.’
Dat lijkt in mijn ogen veel op ‘koop maar en rook ze, maar kijk hier alvast wat je te wachten staat.’

Wie is dan verantwoordelijk voor wat?
De koper of de verkoper, of de goede intentionalistenaar?

Ik lees verder op de flyer: ‘(…) Toch heeft 1 tot 2% van de westerse volwassenen een gokprobleem. Bij jongeren loopt dat zelfs op tot 5%. (…)

Dus voeg ik meteen ook maar de regel toe die past bij dit soort mededelingen:
Doe de test via www.ken-uw-limieten.be om te kijken of u een gokprobleem heeft.

En voor mezelf zal ik dan morgen op zoek gaan naar wat mensen die me willen laten weten of ik een toffe madam ben of niet. En dan eventueel verwijzen naar https://www.fiduciacaro.be

Verleg uw grenzen, Fiducia, maar let erop. 😉

Schoen´s meer

Photo by Road Trip with Raj on Unsplash

ieder schoentje heeft haar leest
waarop ze werd geschoeid
en ieder boek dat Zijn nog Leest
ervaart zich om de hoek

ook uit het Niets kan Bang ontstaan
zal mensheid het straks halen?
Verbeelden over Leven
Doet

Vermogendheden tanen

Obsolete

Photo by Mika Baumeister on Unsplash

“Jij begint onmisbaar te worden,” zei hij.
“Neen, dat wil ik niet. Ik wil overbodig zijn,” reageerde ik meteen.
“Overbodig? Maar dat is het tegenovergestelde van onmisbaar!?” gaf hij als reactie.

“Precies” zei ik.

Waarschijnlijk is er iets in mijn gedrag dat mensen doet denken dat ik onmisbaar ben.
Dat ze me nodig hebben.
Soms,…vaak…claimen ze me…

Noemen ze me “mijn Fiducia.”
Dan frons ik mijn wenkbrauwen en neem resoluut afstand.

Ja, zo gaat dat bij mij…
Fiducia bezit je immers niet.
Fiducia is vertrouwen, dat moet je verdienen…elke dag opnieuw.
Geen mooier geschenk dan me niet nodig hebben…maar wel graag zien…

Overbodig mogen zijn.
Obsolete.

Maar liefst wel zien dat er iets veranderd is waar ik passeerde…
Al is het een beetje…

Fiducia droomt nog…


Onderscheiding

Photo by Wolfgang Hasselmann on Unsplash

Wat een vreemd gesprek.

De slimste mens van het land heeft gesproken‘, zei hij.
Ik fronste mijn wenkbrauwen, vooral omdat ik daarmee de plooi tussen mijn ogen wat wou verdiepen. Altijd handig.
Een diepe groef tussen de ogen doet mensen denken dat je veel nadenkt.
Ja, mensen trekken nogal eens conclusies bij eenvoudige waarnemingen.
Maken er interpretaties van.
En gaan verder van daaruit handelen. Naar waarheid, zeggen ze dan…

Maar waar was ik.

Hoezo?‘ vraag ik.
De minister Vanonder Wijs heeft gezegd dat in januari de scholen weer openen.
Ah…’ zei ik.
Niet helemaal zeker of ik de clou van zijn boodschap goed begreep.

Is de minister Vanonder Wijs dan de slimste mens van het land?‘ vroeg ik als in een reflex.
Een kort en krachtig ‘ja‘, bevestigde wat hij eerder had gezegd.
Aangezien ik Licht Gelovig ben, concludeerde ik dat een engel tot de minister Vanonder Wijs was gekomen om hem te ….ja, hoe heet je dat…te bewijzelen.
Zoiets.

Adres: Vanonder
Bestemming: Wijs
Huidig level: NVT (?)

Maar mijn gedachten meanderden verder.
Dat moet wel fijn zijn, bedacht ik me. Bewijzeld worden voor een doel groter dan jezelf.

In eerste instantie liet ik het gezegde varen, … liet ik het onderwerp los, wil ik daarmee zeggen. Enerzijds omdat ik geen twee dingen tegelijk kan. Het was boterhammen-smeertijd en het is voor mijn VerstandHouding het beste dat ik maar met één ding tegelijk bezig ben. Anders ga ik wankelen.

Ja, helemaal…niet alleen mijn hoofd.
Ik vind het ook raar.
Heb het al tegen de dokter gezegd maar die antwoordt standvastig (ja, hij wel!):
‘één lepel olijfolie op een nuchtere maag.’

‘En hou de achterpoort open en laat je zorgen naar de duivel lopen.’

Dat zegt hij er trouwens niet bij.
Dat is een weishijt van …hoe heet hij ook alweer…ik schreef over deze dokter een paar blogberichten geleden…

Effe opgezocht, ik introduceerde hem in dit blog:
https://fiduciacaro.be/2020-12-09/tijd-en-grenzeloos-zorgzaam-zijn/
Herman Boerhaave dus.

Volgens betrouwbare bron zouden de twee regels die de achterpoort en de duivel voorafgaan de volgende zijn:
Hou je voeten warm
Stop niet te vol je dikke darm

en dan dus
Hou je achterpoort open
En laat je zorgen naar de duivel lopen

Op 9/12 durfde ik dat nog niet posten.
Maar intussen is er veel verandert.
Ja, ook de regels voor dt-twijfels.

Later, toen ik helemaal alleen op mezelf was, wat overigens ook een vreemde uitdrukking is in een wereld van verbondenheid….
Wel, toen begon ik het gezegde te herkauwen en stelde ik mezelf de vraag:

Hoe onderschijt een minister Vanonder Wijs zich van een
Staatssecretaris Vanboven Wijs?’

Geen eenvoudige vraag vond ik, zeker gezien de spelling.

Maar misschien moet ik me daar niet echt mee bezighouden.
Waar heb ik trouwens mijn smeerkaas gelegd?

La vache qui rit:
Elle dit: ‘hihi hihi!’