Voorschrijvend Inzicht

Photo by Alexandre Brondino on Unsplash

Zeker ben ik niet dat het daaraan ligt. Maar ik ben nu eenmaal altijd een beetje nieuwsgierig naar dingen die ik in mijn leven tegenkom en niet meteen kan verklaren. Zoals daarstraks. Er sluimerde een inzicht doorheen mijn avond gisteren en toen ik dat vandaag een beetje grondiger onderzocht voelde ik een ‘zucht’...het inzicht landde en werd een ‘weten’.

Maar toen ik er dus daarnet even tussenuit trok op mijn trapmachien, om wat lucht te happen, gehuld in een andere jas dan doorgaans wat een herschikking van spullen allerhande noodzaakte…

(beetje te lange aanloop dit, zal dit seffens even herlezen…want ik heb gehoord dat schrijven schappen is…al heb ik die uitspraak ook nooit echt goed begrepen…
Is schrappen dan ook schrijven?
Of is het een logica van de orde “een vogel is geen mus”
…al volgt daarop: “en een stamp is gene kus”
Maar dat laatste is tenminste wel goed invoelbaar.)

En dat een mus wel degelijk een vogel is, is niet meer dan het gevolg van voortschrijdend inzicht…En nu schreef ik net ‘voorschrijVend inzicht’…vind ik ook wel iets hebben…een blogtitel werd geboren…

Dus…ondervond ik daar op trektocht dat ik teen en tander niet terugvond. Dus placeerde ik telkens (met engelengeduld) mijn rugzak op de grond, binnen zowel als buiten al naargelang wat ik koortsig zocht…want intussen blokkeerde ik wel de weg van de mensen die exact op de plek wilden zijn van ik en mijn rugzak. Dus gehurkt en rustend, bracht ik de inhoud tot uithoudens toe naar buiten. Al bij al vond ik dan telkens terug waar mijn onderbewustzijn mee gaan lopen was. Enfin, bij wijze van spreken dan.

Maar dat brengt me op het volgende: als ik me de dingen waarvan ik me bewust ben als het topje van de ijsberg voorstel, dan heet het hele deel onder de waterlijn, dat dus veel groter is dan dat wat vanop ons dobberende bootje of schoonschip zichtbaar is, het onderbewuste. Of onbewuste…heb ook nooit het verschil daartussen begrepen, hoewel ik me een vrouw herinner die zeer duidelijk stelde…dat ze kriebels kreeg van één van beide woorden. Ik weet dus niet meer welk van de twee…de indruk zal niet stevig genoeg gemaakt zijn.
Of ik was niet klaar voor het inzicht, dat kan ook.

Zucht…waar leidt dit naartoe, Fiducia?

Sssst!
Waar was ik: ah ja!
Al die wezens die onder de waterlijn kunnen kijken, die hebben dan toch een veel groter bewustzijn dan wij mensachtigen? Bovenwaterigen? En al die ruime bewustzijnswezens, die zijn zich dan wellicht niet bewust van wat er boven water allemaal gebeurt? Tenzij ze af en toe dolfijngewijs komen piepen of walvissproeien.

Zou er een taal bestaan die zowel zij, de onderwaterigen als wij, de bovenwaterigen ons kunnen eigen maken, zodat we van elkaar kunnen horen welke wijsheid ons zal vooruit helpen in datgene waar we nu mee worstelen?

Wellicht is niet alle wijsheid die we hebben even interessant of bruikbaar voor het deel van ons dat we ‘zij’ noemen. Maar had ik niet ergens gelezen dat ons bewustzijnscapaciteit voor 5% gebruiken om ons leven vorm te geven. En dat we 95% dus niet benutten?! Terwijl we dat ding dat we bewustzijn noemen kunnen inzetten voor groei in menselijkheid.
Neen, ruimer dan dat.
Groei in Levensenergie.

Wat als we daar eens op inzetten?

Voeding

Photo by Pushpak Dsilva on Unsplash

Liever nog was ik oogstaandeelhouder gebleven van een CSA boerderij (Community Supported Agriculture). Om zelf te oogsten wat ik wil eten aan biologisch geteelde groenten en fruit. Maar de afstand en mijn (vaak) beperkte fysieke energie doen me nu besluiten te kiezen voor een initiatief dat voor mij meer kans op duurzaamheid kent.

Zo heb ik me geabonneerd op een biologisch geteeld groenten- en fruitpakket dat ik op een bepaalde weekdag oppik in een afhaalpunt in de buurt. Ik weet niet vooraf wat er in het pakket zal zitten. Het aanbod volgt wat Moeder Natuur te bieden heeft op dat moment. Groenten die aangekondigd werden maar nog niet rijp zijn voor oogst worden niet alsnog geoogst maar vervangen door iets anders. Zo surf je mee op het ritme van de natuur.

Hier komt dan wel de tussenstap van het oogsten en in bakken aanbieden op een bepaald tijdstip bij in het takenpakket van de initiatiefnemer, waar deze tussenstap bij een CSA boerderij wordt overgeslagen.

Bovendien maakt ook het feit dat je ‘oogstaandeelhouder’ bent bij de zelfoogst-oplossing dat je een stem hebt in de coöperatie en verdere uitbouw ervan.

Maar goed. Dit systeem van groenten- en fruitpakket werkt nu voor me, ik ben er tevreden over.
Het is alleszins heel anders dan vooraf een gerechtenlijst uitvinden en naar de supermarkt gaan voor groenten en fruit. Al dan niet biologisch geteeld.
Wat zit er eigenlijk allemaal in een winkelprijs?
In een groentenpakket-prijs?
In de dagprijs voor zelfoogst?

Verduurzamen wil ik.
Eén stap per keer…
Een voor mij haalbare stap. Op maat dus van mijn mogelijkheden.

Zelf heb ik ook enkele zaailingen nu, die ik weldra zal uitplanten. Het leek erop dat de pompoen en rabarber geen zin hadden om te kiemen, de rucola was snel tevoorschijn gekomen. Maar intussen heb ik in elk turfpotje wat opbrengst die verdere zorg en aandacht en een volgende fase verdient.

Dit is nog een zoeken voor me. Ik zet slechts mijn eerste stappen op bet vlak van moestuinieren.
Jammer toch, dat dat soort kennis niet meer overal van generatie op generatie wordt doorgegeven.

Ook daarom was ik aangesloten bij een CSA boerderij, om zelf te leren van wat ik er allemaal tegenkwam aan niet-exotische groenten allerhande. Hoe ik precies moest oogsten ook, zonder schade aan te brengen.

Maar goed.

Misschien, als ik werk maak van mijn conditie, vind ik alsnog de weg naar de boerderij.
Al zou ik het naar de boerderij fietsen ook als werken aan mijn conditie kunnen zien, zo deed ik het tevoren eigenlijk, … maar het werkte niet.
Onvoldoende discipline in het inzetten op beweging die de conditie ten goede komt. Ik schreef er al eerder over en sindsdien is  beweging nog steeds niet systematisch in mijn wekelijkse planning opgenomen. Shame on me.

Tut -tut, niet te streng voor jezelf, Fiducia!
De afgelopen sombere periode was heel hardnekkig en die ben je pas te boven gekomen. Rome is ook niet in één dag gebouwd heb ik horen zeggen. Al hoor in het in Keulen ook niet altijd donderen, hoewel dat ook wordt verteld.

Wat moet je nog geloven vandaag?
Dat biologisch geteelde groenten en fruit veel rijker is aan smaak?
Dat er meer groenten kunnen aarden in ‘onze grond’ dan wat in de supermarkt te vinden is?

Ik zeg vaak, ik betaal liever wat meer voor een product en eet er minder van, dan me dagelijks te vullen met eten dat geen smaak heeft. Toch?!

Ik herinner me dat er in het ziekenhuis op de koelkast in de kamer een sticker plakte met de boodschap ‘geen bederfbare voeding’.
Een rare uitspraak vond ik dat. Tot wanneer is voeding nog voeding?

In datzelfde ziekenhuis heb ik ook een foto gemaakt van een heel omvangrijke brownie die ik op mijn plateau vond voor de avondmaaltijd. Ik stuurde de foto door naar een vriend met de boodschap: ‘klantenbinding in een universitair ziekenhuis: volgende afspraak op de diabetesafdeling…’

Wie geeft vandaag het voorbeeld op het vlak van voeding,
walks the talk
values (the) difference?

Wie definieert wat ‘voeding’ is?
Voor lichaam. Voor geest. Voor persoonlijke interacties.

Om-doen

Photo by Rafaela Biazi on Unsplash

Vandaag heb ik me voorgenomen elke dag iets op een andere manier te doen.
Gewoon, om mezelf open te stellen voor verwondering en zo mijn creativiteit te voeden.

Eergisteren nam ik trouwens al een omweg om naar de supermarkt te rijden.
Het leverde me een gedicht op.

Een tijdje geleden besliste ik ook om mijn afwas op een andere manier te doen. Dat klinkt wellicht gek. Maar daar waar ik eerder eerst alles afwaste en op mijn kleine aanrecht ‘installeerde’ voor de afdroog, doe ik nu de afwas in porties. Alsof ik de afwas niet alleen doe maar opsplits in afwasser en afdroger die meer op elkaar zijn afgestemd. En op de grootte van mijn aanrecht.

Op één of andere manier geeft die manier van werken me meer rust.
Het is als aan de lopende band staan en sneller kunnen switchen tussen taken.
Zo heb ik minder het gevoel dat wat ik doe ‘saai’ is.

Daarstraks heb ik dan beslist welke bestemming ik mijn aanrecht geef, weg van ‘parkeerruimte’.
Dat voelt echt veel ruimer, een ‘zo-goed-als-leeg’ aanrecht.

Gisteren heb ik ook het boek ‘The Artist´s Way’ van Julia Cameron opnieuw vastgenomen.
Meteen ook een eerste planning gemaakt van wanneer ik welke opdrachten ga maken deze week.
Ik had blijkbaar de vorige datum dat ik met hoofdstuk één begon genoteerd in het boek.
Dat was september tweeduizenddertien. We zijn een dikke zeven jaar verder.
Benieuwd van waar dit nieuwe traject van twaalf weken me brengt.

Hopelijk zal de inspiratie daardoor ook weer soepeler haar weg tot me vinden.
De criticus is dezer dagen zeer sterk aanwezig en mezelf afbreken hoort daar iets te stellig bij om nog aangenaam te zijn. Daar omschrijft ze weer haar gemoedstoestand op een eufemistische manier.

Ik kan ook eens op zoek gaan naar het doosje dat ik ooit kreeg aan het einde van een cursus improvisatie gecombineerd met meditatie. Het stak vol met opgerolde oranje papiertjes met suggesties om dingen op een andere manier te doen. Suggesties die even doen stil staan.

Omdenken.nl geeft ook inspiratie op dat vlak. Je kan je er bijvoorbeeld inschrijven om dagelijks ‘omdenk’spreuken in je mailbox te ontvangen.

En verder wil ik eindelijk stellig werk maken van ontspullen. Op een duurzame manier.
Dus niet van ‘iets aanschaffen dus eerst iets wegdoen’, maar ‘wegdoen’ tout court, omdat ik het nu eenmaal niet vastneem laat staan echt nodig heb.
Wegdoen omdat het mijn ruimte bezet.
Ontspullen om naast fysieke ook mentale ruimte vrij te maken, die dan mag gevuld worden met nieuwe ervaringen.

Overigens zijn in het boek van Julia Cameron de ochtendpagina´s en het kunstenaarsafspraakje de belangrijkste instrumenten om de creativiteit weer te doen stromen. En, heel confronterend, opschrijven wat de criticaster in mezelf allemaal aan ‘waarheden’ spuit.
Om er dan een weerwoord bij te verzinnen en dat weerwoord in affirmaties te gieten die de eigen energie hopelijk wat meer met positiviteit voedt.

Waar ik straks zal uitkomen weet ik niet.

Ik heb me gerealiseerd dat ik een zevental jaren verder ben in mijn relatie met schrijven en dat ik nu wellicht andere dingen oppik uit het boek. Ook mijn blog dateert van zesentwintig maart tweeduizendveertien. Ook een zevental jaar geleden.
Ik heb voor maandag een brief klaar die ik vorig jaar schreef als reactie op een opdracht in een schrijfcursus. Een brief gerelateerd aan het allereerste blogbericht dat ik publiceerde.

Ik begreep uit een webinar die ik onlangs volgde dat een volwaardig leerproces zowat zeven jaar in beslag neemt. En dat er daarna een nieuwe periode van zeven jaar start waar de relatie met het geleerde een andere vorm aanneemt.

Benieuwd wat zich aandient en waar ik binnen zeven jaar sta in mijn relatie tot schrijven…

Toiletbezoek

Photo by Marc Schaefer on Unsplash
Petrarca poem – voice: Fiducia

Tja, wellicht een beetje een vreemd onderwerp, maar het wil zich laten schrijven vandaag.

Een vriendin van me laat haar badkamer renoveren. En ze had de ervaring dat op een verhoogd toilet haar rugpijn minder opspeelt. Dus zocht ze ook naar een verhoogd toilet en laat dat installeren ter vervanging van het oude exemplaar. Met het oog op haar nog-oudere-dag dan vandaag wellicht.

Ik heb ook recent op een verhoogd toilet ervaring opgedaan. Beetje grappige manier om te zeggen dat als ik naar het toilet moest, ik met mijn voeten een 10-tal centimeter van de grond op een houten blok rustte. Ik had dan altijd de neiging om ‘tijdens het geduldig wachten’ mijn benen te inspecteren op wildgroei. Of mijn tenen. Als ik dan sokken aan had was het een hele evenwichtsoefening om die uit te trekken en te kijken of mijn teennagels geen knipbeurt behoefden. Dat hoefde ik uiteraard niet elke dag te doen, wildgroei gaat nu ook weer niet zo snel.

Meer nog, ik heb de indruk dat met de jaren de wildgroei wat minder snel verloopt. Al heb ik ook al opgemerkt dat af en toe, schijnbaar willekeurig, een haar wil groeien op plekken van waar je zou zeggen, ‘zeg, wat komt gij hier doen?’
Dan gaat de pincet in de aanslag en kan de haarpijl-aanval beginnen.

Niet op de WC uitdehaard…Daar ben ik al blij als ik toiletpapier binnen handbereik heb. Blijkbaar slaag ik er nooit in dat even op voorhand te checken. Mmmh…een gewoonte die verandering behoeft.

Op hetzelfde toilet als waar ik mijn voeten op een verhoogje moest zetten, was ook een raam aan mijn rechterkant. Ik liet het badstoffen overgordijn meestal dicht als ik naar het toilet moest, maar af en toe piepte ik toch even door de, hoe noem je die, ondergordijnen.
Als ik beweging hoorde op straat of zo. Heel stiekem allemaal. Een klein beetje piepen.

Ik herinner me ergens in mijn twintiger jaren dat er bij de Humo een plastuit zat. Moet ter aanloop naar het festival Torhout-Werchter geweest zijn. Nu kan ik me met jaren vergissen omdat ik wat tijd betreft helemaal geen betrouwenswaardig bewustzijn heb. Vergeef me…
Alleszins, ik heb die plastuit in beslag genomen binnen ons gezin en heb ze uitgeprobeerd. En wonderwel, dat was mega-handig. Wel maar één keer te gebruiken omdat dat kartonnetje best een beetje wak werd.

Ik herinner me ook als kind uitgeprobeerd te hebben hoe het is om als man te plassen. Ik had al snel door dat het niet haalbaar was met mijn te korte beentjes vóór het toilet te gaan staan, omdat dan alles op de grond zou lopen, maar ik stelde me in spreidstand boven het toilet. Ook daar kwamen mijn voeten niet op de grond en het leek ook nodig dat ik me aan de bril vasthield, want heel standvastig was het allemaal niet.

Dat leek me niet voor verder onderzoek geschikt. Ook niet zo makkelijk om weer voeten aan grond te krijgen na de boodschap van algemeen nut.

Mijn ouders hebben ook eens in het kleine toilet op het appartement uit mijn kindertijd een poster met een-aap-op-een-toilet aan de achtermuur gehangen.
Ik herinner me nog hoe mijn nicht, die enkele jaren jonger was dan ik, niet alleen op het toilet durfde door die poster. Dus zat ze een beetje bibberig, de beentjes bungelend boven de grond en de handjes naast zich aan de bril vasthoudend, voorovergebogen en met een bedremmeld gezichtje ‘haar toilet-tijd’ uit te zitten.

Trouwens, ik heb eens ergens gelezen (en als ik me goed herinner was het een uroloog die het geschreven had), dat de voeten best op de grond steunen bij een toiletbezoek om op een ontspannen manier de blaas volledig leeg te maken. Dus kindjes: zo lang mogelijk op het potje of een trapje vóór de WC.
Over de plastuit moet ik dan nog eens nadenken.
Over de menstruatiecup heb ik overigens ook wat te vertellen…Maar dat zal ik voor een andere keer houden.

Wat de relatie is tussen het gedicht van Petrarca in het audiobestand en mijn toilet-relaas hier?
Ongetwijfeld!
(Allez, ik toch!)

Een paar djingles

Photo by Matthew Henry on Unsplash

Ze vond het geen goed idee, mijn dochter. Had ik net gezegd dat ik bezig was in enkele boeken van de bibliotheek, kreeg ik van mijn jongste dochter onder mijn voeten dat ik eerst de boeken uit mijn eigen bibliotheek moet uitlezen.

Daar zit iets in natuurlijk.

Maar een gegeven is dat die bibliotheek van mij niet echt een mooie bibliotheek is, maar eerder een allegaartje van boeken die her en der in kasten staan, terwijl de meerderheid ervan in een garage van mijn ouders staan gestockeerd…wegens te weinig plaats in huis…Ik probeer er wel iets aan te doen. Heb al een inventaris gemaakt van alle exemplaren die ik op ‘moment X’ in mijn bezit had. Maar ik kon het toen nog niet over mijn hart krijgen om ze weg te doen. En intussen leek het nog niet mogelijk mijn boek-aankopen in te perken…

Inmiddels heb ik nog eens aan de aankoper in de lokale bibliotheek gevraagd of ze nieuw materiaal, als gift, aannemen nu. Maar blijkbaar nopen de Coronamaatregelen ook om dat proces even ‘on hold’ te zetten.
Vandaar dus dat mijn boekeninventaris nog niet is geslonken. Want ik doe eerst de bib aan, zodat meerdere mensen van ‘mijn boek’ kunnen genieten. En daarna nog enige verkoop- dan wel gift- actie naar een tweedehandszaak.

Die boeken staan daar eigenlijk wel goed in de garage. Vochtvrij op zijn minst. Veel daglicht krijgen ze niet. Nu en dan ga ik er nog eens langs om een boek op te pikken dat ik op dat moment ‘absoluut’ wil lezen.
Overigens denk ik dat ik op een andere manier lees dan de meeste mensen. Ik houd het zelden bij één boek tegelijk. Op dit moment ben ik er drie aan het lezen. Eentje gaat over ‘ontspullen’. Want ik ken mezelf, ik kan dat willen en een eerste goede stap in die richting zetten, beetje overmoedige stap zelfs, maar dergelijke processen vormen zelden een duurzame verandering bij mij.

Ik heb een vriendin die ongelooflijk gemotiveerd en doortastend is als ze een verandering wil aanbrengen in haar leven. ‘Ik wil leren hoela-hoepen’. Hup, ze snort filmpjes op en gaat doortastend door tot ze het onder de knie heeft. ‘Ik wil ukelele leren spelen’, idem dito. Ze gaat door tot ze het onder de knie heeft.

En ik start, …en verlies de moed of geef het zomaar op omdat ik het saai begin te vinden…

Vandaag ervoer ik een moment dat ik somber werd van tussen de rommel te zitten. En hoewel ‘poetsen’ bij mij ook nooit op het hoogste treetje staat van activiteit die ik graag doe en goed onderhoud…hoe eufemistisch geformuleerd alweer…alleszins, ik heb de grondzaken op tafelhoogte gebracht en ben door de benedenverdieping geraasd om wat orde en frisheid op zaken te stellen. Een beetje met een keer. Geen overdaad. Want dat is ook ooit anders geweest. ‘Ik zou eens moeten poetsen’ en dan daar zo doorgedreven in gaan, ineens ook maar beginnen kleding te triëren en badkamerkastjes uit te mesten dat ik tenslotte compleet uitgeteld naar een proper huis kijk en denk ‘nooit meer’.

Maar hoe lang kan je het volhouden om je huis uitgemest te houden?
Hoe ik dus al schrijvend van een bibliotheekboek uitkom op poetsen.

Ik heb ook ooit een boek met de titel ‘de huishoudcoach’ aangeraden gekregen van een vriendin. Daar ben ik ook ooit naarstig in begonnen met de juiste emmers, dozen, vodden en dergelijke om van het poetsen en huishouden een haalbare kaart te maken.
Het ligt opnieuw binnen bereik. Ik wil er nu mijn administratie mee onder handen nemen.
En nu ik al ver gevorderd ben in mijn boek over ontspullen, merk ik dat ik toch nog werk zal hebben om na te gaan wat voldoet aan ‘nodig’ en wat ‘overnodig’ is…wat misschien hetzelfde is als ‘over’bodig…

Dat laatste woord doet me dan denken aan een (b)postbode. Die brengt ook vaak papieren en boekjes die mijn aandacht of tijd liever niet vangen. Of omgekeerd. Zo wil ik me nu door een stapeltje administratie en lectuur werken dat ik heb bijeengeraapt de afgelopen maanden.
Geen vers nieuws meer natuurlijk, maar misschien nog fijne weetjes.

‘Wie weetjes’ om een beetje uitgebreider op in te gaan in een blogbericht.
‘Yamazonikes’, altegadder.

Djingle, sowieso!

Schoen´s meer

Photo by Road Trip with Raj on Unsplash

ieder schoentje heeft haar leest
waarop ze werd geschoeid
en ieder boek dat Zijn nog Leest
ervaart zich om de hoek

ook uit het Niets kan Bang ontstaan
zal mensheid het straks halen?
Verbeelden over Leven
Doet

Vermogendheden tanen

Artificial Intelligence v16.3.21

Photo by Markus Winkler on Unsplash

Ik vroeg het me al eerder af. Hoe dat zit met artificiële intelligentie (AI) en of dat allemaal wel goedkomt als voortschrijdend inzicht de intelligentie doet toenemen.

AI is immers geprogrammeerd door mensen en als de onderliggende waarden van die mensen niet ‘oer-degelijk’ of ‘universeel’ zijn, is wat op de voorgrond treedt bij opeenvolgende iteraties van de intelligentie misschien helemaal niet zo proper meer.
Mijn waarden zijn niet noodzakelijk uw waarden, die van uw ziekenhuis/high-tech bedrijf of die van een superdiverse samenleving.

Maar nog…stel dat het brein van een mens kan worden in kaart gebracht en dat men ontdekt waar zogenaamde ‘fouten’ zitten in de constructie. Op het systeem ‘mens’ zit dus een fout. Ik zeg maar wat, bijvoorbeeld een persoon met de ziekte van Parkinson. Dan kan misschien met een beetje programmatuur aan energiefrequenties op de juiste plek in de hersenen gezorgd worden dat die Parkinson niet zoveel impact meer heeft in het leven van de zieke.
Misschien moet je daarvoor ‘als patiënt’ zelfs niet uit je douche komen.
Gewoon een beetje geduld oefenen en goed afdrogen.

Mooie intentie.
Vanaf dan wordt de persoon een beetje een cyborg, denk ik dan.
Een Natuurlijk Object met een vleugje Artificialiteit.
Maar zeker ben ik niet…

Maar met de Natuur van een mens weet je nooit wat er vanaf dan gebeurt.
Wat als die codering gaat interageren met andere ‘Natuurlijke’ onderdelen in het lichaam en bijvoorbeeld de tremor van de Parkinson overgaat in verstarring van ledematen.
Of zintuiglijke ervaringen veranderen en je bijvoorbeeld niet meer kan ruiken.
Hoe los je dat dan op?

Ga je dan nieuwe programmatuur loslaten op het brein of het geheel formatteren of een upgrade ‘installeren’ van de oude programmatie?
Als een middel om de nevenwerkingen van een eerder middel teniet te doen.
(Waar heb ik dat nog gehoord?)
En hoeveel iteraties zijn hiervoor dan nodig en hoeveel ‘mens’ is onze ‘cyborg’ dan nog?

Stel dat die cyborg dan, ik zeg maar wat, de autostrade oversteekt en een ongeluk veroorzaakt.
Welke verzekering moet hij/zij/het dan aanspreken?
En wie is aansprakelijk voor het ongeval?
Het object of de installateur van de programmatuur of de overhead?

En zijn mensenrechten trouwens ook toepasbaar op cyborgs?

En tenslotte, hoeveel ‘foefkes’ moet je nog bovenhalen om te zeggen dat je toch liever terug de parkinson zou dragen, liever Natuur bent dan Artificieel?
Meer nog, kan je dan nog terug?
Zoja naar welke leef-tijd?
En hoe is je verhouding tot het klimaat dan?
En valt je spirituele ontwikkeling dan ook weg?

#dathetallemaalnisimpelis

Een nieuw begin

Photo by Gayatri Malhotra on Unsplash

‘Een nieuw begin.’

Dat zou de titel moeten worden van mijn nieuwe blogbericht, zo vond hij.
Ik deed er lang over. Ik hoop dat hij er niet op zat te wachten…af en toe kijkend of ik intussen woorden had gebreid over dat thema. Tot zijn geduld het opgaf.

De eerste letter liet op zich wachten omdat er zoveel ‘moetens‘ waren, de laatste tijd. Tot ik gisteren volledig uitgeteld steeds weer in bed kroop tussen de gezamenlijke maaltijden door, omwille van de slapeloze en schrijnend huilerige nacht. Koude liet zich voelen tot in mijn ruggengraat. Het was pas in de ochtend dat ik me realiseerde dat ik mijn medicatie was vergeten innemen de avond tevoren. Getuige de pillen die nog steeds op mijn nachtkastje lagen te wachten.

Het was duidelijk te zien in de ochtend dat ik een hele nacht had gewoeld en gehuild. Zwaar opgezette ogen. Vochtkussentjes. Maar ja, ik zou tijdig opstaan…een eerste been uit bed zetten en het tweede erop laten volgen. Op een degelijk uur.
Mijn spiegelbeeld trotseren, dat ook. Ik zou mijn huisgenoot onder ogen komen.
Hij zei er niets over. Maar toen ik in de namiddag aangaf dat ik het moeilijk had gehad, vooral in de ochtend, had hij beaamd dat hij dat duidelijk had waargenomen.

En toch. Hij had diezelfde ochtend met schitterende ogen gezegd dat hij mijn woorden van de dag tevoren die nacht in overweging had genomen. En hij zou inderdaad mijn raad opvolgen en het pianospelen niet zomaar opgeven omdat het te moeilijk werd, op zijn leeftijd. Traagheid en coördinatieproblemen, waardoor hij geen plezier meer had in het spelen. Het spelen van moeilijke stukken, waar hij zo hard voor had gewerkt en zo bekwaam in was geweest.
Maar hij zou nu, zoals ik had gesuggereerd, andere partituren ter hand nemen, van stukken die eenvoudiger waren, van stukken die hij veel vroeger in de vingers had gekregen. En ja, hij had het al ondervonden, daar vond hij inderdaad nog steeds plezier in.

Ik luisterde naar zijn relaas, was dankbaar dat hij mijn woorden in overweging had genomen, sloot na het ontbijt de keukendeur achter me. En bij de eerste treden naar mijn kamer kwamen weer de tranen tevoorschijn. Tranen die me bevestigen dat ik niet ‘genoeg’ ben. Tranen die me steeds weer vertellen dat de ziekte die ik te dragen heb zwaar weegt. Inspanning vraagt. Tranen die cumuleren omdat zo weinig mensen lijken te begrijpen dat mijn leven niet zo evident te noemen is als blijkt uit mijn handelen.

En daar zijn ze weer, die tranen van me. Dat fabriekje lijkt nooit te stoppen met werken. Overuren worden daar gedraaid, op onmogelijke uren.

Maar kijk. Waar ik toe wou komen is dat vandaag mijn weg een bochtje maakte. Neen, niet mijn weg, de ‘ik’ die ik gisteren nog was besloot een andere richting uit te gaan. Weg van de ‘moetens’. Weg van de ulteame oplossing van vannacht die in Wemmel ligt, naar de ultieme oplossing die in ‘zijn’ ligt.
Mijn soort van zijn. Met pijn, daar kan ik niet onderuit. Maar met een andere invulling van tijd. Tijd om zelf in te vullen in overeenstemming met de energie die leeft. Tijd om te zijn, luisteren, observeren, verbinden, proeven, ontdekken…een nieuwe richting uit te gaan.

En bij mijn ‘tijd‘, mijn ‘zijn‘, hoort ‘schrijven’.

Ik ben een dik kwartier geleden ‘thuisgekomen’. Mijn huisgenoot zei zodra ik een voet binnenzette dat het fragment dat ik hem vanmiddag doorstuurde, een fragment dat ik vond in het dagboek van Wannes van de Velde, ‘interessant’ was.

‘Onder de woorden blijft het wit bestaan en maakt de woorden mogelijk.’ Dat waren de woorden die ik uit de dikke bundel oppikte. Die me deden besluiten de bundel aan te schaffen. Tja, sommige dingen veranderen niet…
En ik voelde dat ik het schrijven miste. Het niet moeten, maar willen schrijven van woorden die me deugd doen.

En hoe ik intussen ook heb besloten vanaf nu mijn schuilgaan achter een pseudoniem open te stellen voor nader onderzoek.

Als ik de les van vanavond goed begrepen heb, draait voor Pierre Hadot de filosofie rond ‘de manier om in het leven te staan.’
Ik heb vandaag een manier gevonden die me deugd deed. Ik heb daarbij niemand kwaad gedaan. De wereld geen onrecht aangedaan. Mezelf troost gegeven. Geborgenheid. Ik ben recent vijftig geworden. Een kind nog…

Misschien bestaat mijn levensKunst erin om steeds weer woorden te vinden die mijn pijn verzachten. Dat lotgenoten in die woorden troost vinden, is een mooie surplus.

Ik hoop dat hij dit leest. Hij is één van de mooiste, puurste mensen die ik ooit heb ontmoet. Hij deelde zijn intense pijn. Zijn angst. Ik probeerde beide wat te verzachten. Hij had me graag. Ik hem ook.
We deelden geen gegevens. Omdat hij slechte ervaring had met het delen van gegevens en het opnemen voor lotgenoten.
Ik begreep dat. Ik respecteerde dat. Maar ik draag hem in mijn hart.

Ik wens hem toe dat hij mooie woorden vindt, als hij er het meest nood aan heeft.

Ultieme woorden, die zacht zalven.
De ultiemste woorden zullen diegene zijn, die hij zelf schrijft, denk ik.
Hij is de zachtste woorden waard!

Partisympathicatie.

Photo by John Reign Abarintos on Unsplash

In navolging van mijn bericht van gisteren, dat zou kunnen suggereren dat ik niet geef om wat er in de wereld gebeurt, wil ik mijn woorden even nuanceren via dit nieuwe bericht.

Neen, ik lees of bekijk geen gangbare media of sociale media-berichten. Of neen, ‘geen’ klopt niet. Ik scan ze slechts sporadisch en lees her en der een flard. Daartegenover investeer ik wel al een tijdje geld en leestijd in kwaliteitsvolle onderzoeksjournalistiek als van decorrespondent.nl, recenter ook thecorrespondent.com en in zwijgenisgeenoptie.be

Ook daar lees, bekijk en beluister ik zeker niet alles, maar het voedt me alleszins meer dan de hap-slik-weg-woorden die ik elders vind. Overigens vaak met titels die de lading niet dekken.

Waarom lees ik onderzoeksjournalistiek wel? Omdat ik op bovengenoemde platformen informatie krijg die dieper graaft dan de oppervlakkige en polariserende woorden die ik elders lees, als ik er toevallig terechtkom. Omdat die platformen mij voeden in mijn mens zijn en me inspireren om mijn ‘levenskunst’ te stretchen. Nieuwe terreinen te exploreren.

Waitbutwhy.com vind ik ook een fijne site. Het vergt soms wat moeite om helemaal mee te zijn in de lange artikels, maar ze verfrissen mijn geest en inspireren me. Wat me eraan herinnert dat ik nog even één artikel wil afronden. Daar maak ik straks werk van.

Wellicht is dit genoeg aan nieuw te exploreren sporen voor één blog, bedenk ik me.
Nog even iets klein, alledaags en flinterdun, om af te ronden dan?

Ik zat daarstraks in de wachtzaal bij de tandarts. Een vrouw met een hoofddoek kwam naar me toe en zei dat ze al een half uur aan het wachten was, dat ze een afspraak had om half drie en dat het al bijna drie uur was.

‘Neen’, gaf ik aan...’het is bijna twee uur’. Ze realiseerde zich dat ze het klokje in de auto nog niet had verzet naar winteruur, dat ze wellicht daardoor helemaal de kluts kwijt was. Maar nu kwam ze in de problemen met de einde-schooltijd van haar jongste spruit, die geen sleutel had. Ook met de boodschappen die ze eigenlijk nog gepland had. Ze zocht trouwens werk als poetsdame. Of ik niemand nodig had of mijn buren. Dat haar man zei dat ze gewoon moest thuisblijven maar dat vond ze maar niks. Ze schatte me zesendertig of zo. Zij was ouder dan mijn geschatte leeftijd maar jonger dan ik. Ein -Zwei-Spielerei 🙂

En zo herinnerde ik me de uitspraak die een Vlaams gezondheidsminister ooit van me aanhoorde: ‘er schuilt talent in een patiënt, laat het niet ondersneeuwen’.
Al vraagt ook dit aspect enige kadering vooraleer activering zo ver gedreven wordt dat alle goesting en energie uit een mens ‘geperst-eert‘ wordt. Participatie, met zorg.

Partisympathicatie.
Mmmh, …hoe zou ik dat omschrijven?

Hoewel ik haar naam niet kan herhalen, wens ik deze warme vrouw voldoening in de dingen die ze onderneemt, omringd door mensen die begrip tonen en haar steunen.

En mezelf wens ik mildheid. Zomaar. Omdat dat het woord was dat nu in me opkwam 🙂

Onbestemd

Photo by Eric Huang on Unsplash

‘Onbestemd’, dat is hoe ik het gevoel zou willen beschrijven dat mijn leven dezer dagen overstemt.

Vorige week maandag zette ik een punt achter een vrijwillig engagement waar ik me negen jaar lang voor heb ingezet. De dag erna startte ik in een nieuw engagement. Enkele uurtjes maar. Maar omdat er net deze week een professionele fakkel moet worden doorgegeven op deze nieuwe stek, loop ik een beetje onbestemd rond. Heb aangereikt dat ze mogen uitreiken voor mijn eventuele ondersteuning. Tot op heden bleef het stil.

Een heel vreemd gevoel. Richtingloos. Zeer laag energetisch losgeslagen zoekend projectiel. Zoiets 😉

En het gevoel strookt niet met de feiten. Want ik kan zeker een aantal mensen benoemen die me wel voor één of ander nodig hebben, naar me uitreiken.
Maar een gevoel is niet redelijk. Het overvalt je. Het overweldigt soms en het maakt onredelijk. Ja, dat ook, soms.

Dus moet ik alert blijven en mijn tijd trachten te vullen met dingen die nuttig zijn. Zoals een bloedonderzoek waar de endocrinoloog volgende week de resultaten van onder ogen krijgt en een oordeel over kan vellen.
En op de heenrit naar de huisarts een bezoekje aan de schoenmaker. Om twee paar schoenen die hun zomerrust achter de rug hebben in herstelling te geven.

Ik vroeg hem of zijn zaak goed blijft draaien. Of mensen niet geneigd zijn bij schoenenpech meteen een nieuw paar aan te schaffen.
‘Dit gooi je niet weg hé’, antwoordde hij daarop.
Hij hield daarbij één van mijn binnengebrachte exemplaren in de hoogte.
‘Neen’, beaamde ik. (als je een ‘neen’ al kan beamen)
‘Wel ja, mijn zaak draait hierop’. Hij glimlachte.
‘Dan laat ik mijn schoenen bij deze in uw expertenhanden’ zei ik nog en zette na een begroeting mijn weg verder richting huisarts. Kaartjes op zak om binnen enkele dagen mijn gepimpte schoenen op te pikken. Hij beweerde dat één en ander loskwam omdat de zool te dun is geworden.
Hij mag er zijn ding mee doen. Ze oplappen. Ik vertrouw hem.
Hoop wel dat hij er geen plateauzolen onder zet om het scheuren tegen te gaan.

Mijn gras afgedaan en herfstbladeren weggehaald van mijn koertje. Dat heb ik ook gedaan. Mijn grasmachine pruttelde weer her en der tegen als het mes strop liep op een prop vochtig gras. Maar ik ken ondertussen de truken die haar weer aan de gang zetten. En mijn tuintje is erg mini. Gelukkig.

Nu zit ik nog met het onbestemde gevoel niet te weten hoe ik een foto zal kunnen kiezen die het woord ‘onbestemd’ ten goede komt. Moet het woord ook in het Engels opzoeken in Unsplash en daar heb ik me op dit moment niet op voorzien.

What about ‘unvoiced‘…neen, even geduld…Vague, indefinable. Effe proberen…nep…niet geschikt.

Hierboven wat het is geworden. Nu ja. Beetje onbestemd. Maar verder wel met potentieel verhaalvermogen 🙂