Leer-kracht

Photo by Omotayo Tajudeen on Unsplash

Ik weet niet meer waar ik het model voor de eerste keer onder ogen zag, maar het is me bijgebleven. Hoe ik daarbij hoop dat ook andere concepten me bijblijven…kennis tout court echt blijft plakken…

Van onbewust incompetent naar onbewust competent. Kennis, vaardigheden, attitudes,…
Je doorloopt vier fasen van vervolmaking in een leerproces.

Neem autorijden. Je rijdt als uk op de achterbank mee met je ouders en bent je er niet van bewust dat jij nog niet kan autorijden. Je bent onbewust incompetent.
Tegen de leeftijd van 15 jaar ben je je je ervan bewust dat je niet kan autorijden, maar heb je de rijvaardigheden nog niet geoefend. Je bent bewust incompetent. Tenzij je een durver bent en heel goed elke bestuurder gadesloeg om te kijken wat er allemaal van handelingen komt kijken bij autorijden. Misschien heb je zelfs eens op een stiekem moment de auto ‘geleend’ en het samenspel aan acties geheel zelfstandig uitgeprobeerd. Zonder voluit te beseffen dat je nog bewust incompetent bent en nog menig uurtje te oefenen hebt richting competentie.
Met een beetje veel geluk hebben je ouders je uitstap niet gemerkt…

Dan starten je rijlessen officieel en leer je de pedalen kennen, de koppeling, de richtingaanwijzers…het samenspel, en mag je intussen niet vergeten dat er buiten je vehikel ook nog van alles gebeurt dat je best in de gaten houdt. Oefenen en oefenen tot je bewust competent wordt. En je uiteindelijk, jaren later, beseft dat je de auto nam en je niet meer herinnert hoe je ineens op je bestemming bent geraakt.
Je bent onbewust competent geworden.

Dan is het zaak nog wel opmerkzaam te blijven omdat het gevaar nu eenmaal van alle kanten kan komen. De handelingen gebeuren echter heel natuurlijk, alsof de auto een verlenging werd van jezelf.

Zo had ik net mijn rijbewijs en reed op een middag naar huis na het thuisbrengen van een vriendin waarmee ik een dansles had bijgewoond. Ik kende de autoradio nog niet goed en zat er al rijdend aan te prutsen tot ik opmerkte dat ik op de rijbaan van de tegenliggers reed.
Even bijgestuurd, niets gebeurd, maar elke seconde telt. Ik had geluk…

Als je geluk hebt, ben je omringd door mensen die je met nieuwe dingen laten kennismaken. Die je aansporen je grenzen te verruimen en te onderzoeken of een bepaalde competentie voor jou is weggelegd. En vervolgens met je op zoek willen gaan naar een goede leerschool.

De school is weer gestart. Binnenkort starten ook de hogescholen en aan het einde van de maand de universiteiten.

Mijn loopbaan speelde zich af op de rode lijn van vorming en opleiding.
Inmiddels ben ik nog steeds behoorlijk nieuwsgierig, maar onthouden is en was nooit mijn sterkste kant. Aan de universiteit moest ik soms wiskundige formules gebruiken om vraagstukken op te lossen. Ik kende meestal wel de basisformule en kon zo de lange formules die ik nodig had er wel uit afleiden, maar dat kostte me natuurlijk tijd die ik beter voor de essentie van het vraagstuk kon gebruiken.

Daarstraks heb ik een geleide wandeling gevolgd in de natuur. De gids vertelde ons allerlei weetjes onderweg. Ook daar merk ik dan op hoe weinig blijft hangen. Ik moet het me maar niet aantrekken.

Intussen lees ik na de laatste opleiding die ik volgde gedichten op een andere manier. Met meer ‘goesting’ om te begrijpen in plaats van de bladzijde om te slaan na een eerste lezing zonder inzicht. Ik lees ze een paar keer nu, vooral ook als ik ze niet meteen begrijp. En ik bereid me voor om ze te delen zodat ik het er samen met anderen over kan hebben.
Wellicht kijken we met veel brillen op een rijkere manier naar dezelfde woorden.

En ach, zolang ik bewust incompetent ben, valt er bij te leren.
En te ont-dekken wat ik fijn vind.

Misschien is dat wel de opdracht van een leer-kracht:
de verwondering helpen ont-dekken…zodat nieuwsgierigheid het leerpad verder vormgeeft.

Zelf gemaakt

Photo by Randi Wilson on Unsplash

We hadden het erover of we vroeger iets tekortkwamen. Zij heeft vier zussen en alleen de papa werkte. Ze had nooit het gevoel gehad dat ze iets tekortkwam, ook al kenden ze geen excessen.

‘We gingen wel geen kleding kopen in die chique winkel waar jullie gingen.’ Ik was het al vergeten. Maar inderdaad, voor onze kleding weigerde mijn ma confectie. Omdat we dan hetzelfde droegen als zoveel andere mensen. We gingen voor mijn kleding en die van mijn broer vaak kijken in een kinderkledingwinkel in een galerij die er nu niet meer is. Een enkele keer vond mijn ma de kleding toch te duur. Zoals toen ik een pull had gezien die ik mooi vond. We zijn ervoor in de winkel geweest, hebben onthouden hoe het in elkaar zat, groen vooraan, donkerpaars op de rug en blauwe strepen op de mouwen. Alleszins heb ik op elfjarige leeftijd die pull zelf gebreid. Mijn ma heeft hem in elkaar gezet en ik heb er toch enkele jaren van kunnen genieten. Met trots, toch wel.

Toen we jonger waren kwam het geregeld voor dat ik thuiskwam van school en er een nieuw kledingstuk voor me klaar hing, Aan een kapstok die over de staanlamp in de living gehaakt was. Goed in het zicht zodra ik de living binnenkwam.
Een rokje, een jurk, een blouse…fijn was dat wel.

Nu vind ik het jammer dat mijn ma die kennis niet heeft doorgegeven aan mij. Ik heb ooit een tweedehands naaimachine gekocht, maar ik gebruik haar het meest voor het verkorten van broeken. Toen ik zwanger was heb ik ook een aantal babyspullen gemaakt voor elke dochter die op komst was. Met goede raad her en der van mijn ma. Zo had het kruippakje dat ik voor mijn oudste maakte een print. Die moest van mijn ma uitkomen aan de naden. Dat hoeft voor mij eigenlijk allemaal niet. Een slaapzak heb ik ook gestikt en een mini-vestje met knoopjes heb ik gebreid.

Fijn vond ik dat, om met mijn gedachten bij dat kleine groeiende ukje in mijn buik alvast iets persoonlijks te creëren.
Vandaag zijn het mijn dochters die hun ‘bonneke’ raadplegen om kragen te veranderen, mouwen om te vormen en een eigen ontwerp een realistische uitwerking te geven.
Co-creaties over generatiegrenzen heen.

Ik vind het best fijn dat mijn dochters die kriebel voor naaiwerkjes hebben overgeërfd. Zoals ook het koken niet meer systematisch van generatie op generatie wordt doorgegeven, geldt dat over het algemeen ook voor handwerk heb ik de indruk. Een uitdovende ambacht, of herleeft ze dezer dagen??

Ooit was ik jaloers op een klasgenootje die heel mooi kon breien. Dat moet in het vierde studiejaar of zo geweest zijn. Zij had het van haar oma geleerd. Ik had de truuk nog niet ontdekt om de draad langs mijn pink te laten glijden bij het breien, waardoor mijn breiwerkje heel erg rommelig uitdraaide. Dan weer strak, dan weer los. Terwijl dat van mijn klasgenootje mooi egaal gebreid was. Maar de jaloezie heeft me doen bijleren en ze is een goede vriendin nu dus…iedereen content.

Ik heb trouwens nog altijd de breitas die ik in het eerste studiejaar mee naar school nam. Er zitten iets meer breipriemen in dan toen…

Vandaag kan je van handwerk veel terugvinden op het Internet. Zo heb ik een jongste dochter die vooraf altijd eerst het Internet raadpleegt alvorens aan de slag te gaan, terwijl mijn oudste dochter gewoon begint en aan alle knoppen van de naaimachine begint te draaien tot ze heeft wat ze wil hebben. Of tot er hulp ingeroepen moet worden omdat de hele boel ontregeld is…

Laatst wilde ik een broek verkorten en vond de steek wel erg rommelig.
Een hendeltje waar ik nooit eerder op gelet had stond in een andere stand. Tja…
Vloeken doe ik daarop niet meer.

Soms leidt de eigenwijze manier van werken van mijn oudste me naar een nieuwe manier van kijken. Dan staan er spullen in de kast op een andere manier en denk ik ‘ja inderdaad, zo kan het ook.
Morgen wordt ze 25 jaar. De helft van mijn leeftijd…

Tijd om onze talenten in kaart te brengen…en te blijven leren van elkaar.

Omslag

Photo by Regös Környei on Unsplash
Omslag

ik zie het aan de ondeugd in je ogen
jij daagt intens plezier uit in ons zijn
twee woorden die mijn slotakkoord soms smoren
wat is intens, wat is plezier
als somberheid nog schijnt

wel, dat is kunnen zien hoe mensen stralen
dat is ervaren hoe een kind nog ongeremd
de pieren uit je neus wil ondervragen
om zonder omweg te vertellen
wie jij bent

ben jij een juf
jij bent toch psycholoog
of toch wel psychiater
maar welkom, hooggeacht en zacht
zo liefdevol woordloos gedacht

lijkt nu toch op een ommekeer naar later
de somberheid verlaat me en het dansen nodigt uit
na de komma toch een spatie met vers water
een nieuw ontstaan van nu
een beetje later dan voorzien

een tij dat keert
de rots begeert
de zee omarmt
ze lacht

ik zie je en ik hoor je
nu en later



What does KIWI stand for?

Photo by Esther Wechsler on Unsplash

Hij weefde het letterwoord ergens vlotjes doorheen zijn verhaal.
Dat ze daarmee via mail geantwoord had toen hij een technische vraag had gesteld.
“LMGTFY”
Ik vroeg hem even opnieuw dat letterwoord te articuleren, omdat het me niet bekend in de oren klonk. Blijkbaar betekent het “Let Me Google This For You.”

En zo leer ik dagelijks bij.
Het vier-letterwoord RTFM kende ik al langer. “Read The Fucking Manual.”
Die manual, die tussen het tijdstip dat dit acroniem voor het eerst mijn oren bezocht en De Dag Van Vandaag (DDVV) wellicht ook te vinden is op het Internet.
Waar je online bovendien niet doorheen de inhoudstafel moet navigeren omdat je kan zoeken op woorden, stel u eens achter.
Als je al het exacte (technische) woord kent in die taal, want dat is ook nog geen evidentie.

Gisteren heb ik trouwens nog geleerd hoe ik online betere resultaten kan bekomen voor vertalingen. Vaak vulde ik alleen het woord in waarvan ik de vertaling zocht. Wat vaak een vreemde combinatie opleverde in de context van de tekst die ik onder de loep nam. Nu geef ik de context mee, door een paar relevante woorden extra mee te geven, een zinnetje, bij wijze van spreken.
In mijn geval, gisteren, gaf dat alleszins een vreugdedansje omdat ik ineens het licht zag in de tekst.
Ik heb er dan maar meteen een regenboog van geplooid.

En volledig los daarvan kreeg ik een Russisch zinnetje door met één Vlaamsch woordje ertussen…omdat ik nu eenmaal nieuwsgierig ben, heb ik dat door de vertaalsleutel gehaald en patat, dat was gewoon een perfect te begrijpen Vlaamse friet geworden!
Vlaamse friet…alsof friet Vlaams is…maar goed, dat gaat buiten mijn beentje.

En zo vul ik mijn arsenaal aan wetenswaardigheden.
En als ik ze hier niet altegader zou neerpennen in blogberichten, zou ik volgend jaar op hetzelfde tijdstip wellicht al niet meer weten welke inzichten ik gegenereerd heb, terugkijkend op mijn vorig jaar.

En ik die zo graag verlicht wil worden…of is het zijn als het tegenwoordig was?!

Daarom heb ik me ingeschreven voor een sport-challenge van een maand.
Ook omdat ik al een hele tijd het voornemen heb om mijn sportbroek aan te trekken, sportschoenen eronder te hangen en uit lopen te gaan. Richting park, omdat daar recent zo van die ‘barren’(?!) geplaatst zijn.
En daar vond ik het woord dat ik ook nooit eerder ontmoette: ‘calisthenics’.
Omdat je dus die ‘sport’ kunt beoefenen aan die ‘barren’.

Ik zie me er al, met bijgetrainde buikspieren, inzetten om weer eens heel-lang-geleden-gekunde oefeningen te doen. Net zoals ik een tijd geleden mezelf ook had voorgenomen om vóór mijn vijftigste opnieuw radslag zonder handen te draaien. Dat heb ik geoefend in datzelfde park. Zonder barren, met handen maar doendst alsof het zonder was.

De beweging is nog gekend in mijn lichaam, maar mijn handen heb ik niet durven wegtrekken.
Ook omdat er geen hulp stond om me dat extra zetje te geven mocht het nodig zijn en omdat ik eigenlijk ook niet onnozel moet doen. Wie wil er nu op zijn vijftigste per sé zotte kuren uithalen?

Hoewel. Je bent een kiwi op de schaal van fruit of je bent een klokhuis.

Omdat een vriend van me, mijn co-creatiemaatje voor mijn favoriete gedichtje dat ik bij wijze van vulling eindelijk eens heb ingelezen tussen wat vernieuwende djingles door.
Of zijn het jingles, zoals diezelfde laatstgenoemde vriend ze verwoordde?
Rara, waar staat het rode wiebelstreepje onder in mijn word-bestand…?

Dus, ik had me één der afgelopen dagen ingeschreven voor een sport-challenge, maar ik krijg de info niet door. Tenzij ik ze pas door krijg op de dag dat het start, maar dan mogen ze me dat op zijn minst laten weten, toch?!

Dus ben ik nu in afwachting.
En als er niets komt, dan trek ik bij wijze van protest alsnog gewoon mijn sportbroek aan, loop-wandel-puf-herbegin-loop-rood-aan en mompel tot aan het park en zoek de barren op om een beknopte reuzendraai te maken. Mét handen.

En als ook dat niet lukt tegen mijn zestigste, dan zal ik me moeten herschikken op de schaal van fruit denk ik.
Dan moet ik mijn goede vriend  weer even lijnen voor een co-creatie-uurtje of -kwartiertje of sms.
Of zo.

Een essentie

Photo by Minnie Zhou on Unsplash
Essentie door Fiducia Caro

Die taal toch.
Vaak kom ik in teksten twee termen in een opsomming tegen waarvan ik denk “is dat nu niet net hetzelfde?”
Zo spotte ik recent ‘duidelijk en helder’, ‘voeding en voedsel’ en eentje waar ik me wel vaker bij afvroeg waar het verschil schuilt en er nog geen zoekactie over ondernam: ‘psychisch en mentaal’.

Dus ga ik er nu maar eens werk van maken en bekijken waar, alvast in deze opsommingen, het verschil schuilt.
Als ik het al vind. Ik ga voor de online zoektocht in de wetenschap dat daar een foutmarge op kan zitten. Ik zal zien waar ik land of strand. (is dat ook niet net hetzelfde? 😊)

Een poging via vandale.be
Eerste duo:
Duidelijk: gemakkelijk te begrijpen; helder, goed te onderscheiden
Helder: optie 3 geeft ‘duidelijk’

Wat mij betreft is er dus geen meerwaarde om die twee termen te gebruiken.
Misschien nog wel naargelang de context…heb zo meteen geen voorbeeld.

Volgende duo:
Voeding: 1 – het voeden; 2 – voedsel…
ja, lap…toch nog even dubbel checken:
Voedsel: alles wat kan worden gegeten; = eten

Ook hier zie ik weinig meerwaarde om beide termen te gebruiken.
Al voel ik intuïtief wel aan dat niet alle voedsel voeding is – al was het maar wat de ziel betreft…

Derde duo:
Psychisch: geestelijk, niet lichamelijk (tegenstellingen: fysiek of somatisch)
Mentaal: in (of van) de geest: mentaal opgewassen zijn tegen iemand of iets

Welaan, veel wijzer word ik niet van deze zoektocht.

Maar een woord dat ik daarstraks tegenkwam, al ken ik het al wel langer dan vandaag maar was het me nog niet eerder opgevallen:
‘een kind ont-wikkelt zich…’ en ‘de ont-wikkeling van het kind.’

Wat ik als herkomst vond voor ‘ontwikkelen’ op ivdnt.org (van het instituut voor Nederlandse taal):

Het hoogduitse ‘entwickeln’ en het franse ‘développer’ zouden aan de basis liggen van dit woord.
Als alternatief woord staat er ‘ontvouwen’ en ‘doen ontstaan’.
Al zou een platte ‘ontvouwing’ ook tot ‘uit de doeken doen’ kunnen leiden.
Heeft wel net een andere betekenis.

Beide vind ik een beetje vreemd in de context van de uitdrukking die ik aanhaalde:
‘het kind ontwikkelt zich.’

Eerlijk gezegd vind ik dat een kind meer van zijn aangeboren talenten en gevoeligheden verliest doorheen de jaren, de opvoeding en de scholing, dan dat hij zich ontvouwt. Doordat hij bij wijze van spreken woorden aanleert die een ‘wonder’ in zijn of haar nieuwsgierige beleving reduceren tot ‘citroen’. Bumba wordt wellicht nooit eerst ‘citroen’ genoemd omdat je je over Bumba kan blijven verwonderen. Of niet? Een mooie ‘ontwikkeling’ van een peuter betreft het laten ervaren wat de smaak van een citroen is. Ik zie het zo voor mij…
Eén en al rimpelsnoet.

Toen ik een tijd geleden de vraag kreeg in lichtjes bevreemdende zinsopbouw “wat is dat voor een boom?”, toen zei ik “dat is een mooie boom”. Omdat ik wist dat de vraagsteller het antwoord wist en ik hem wou aangeven dat ik de essentie van die boom nog vat en hem niet ‘ontwikkel’ tot ‘berk’.

Misschien wil die boom zich anders noemen. ‘Boompa’ misschien. En zou hij niet liever willen dan zich kunnen ontwikkelen als verspreider van meer van dat moois op andere plekken waar kinderen dan nog kunnen klimmen zonder zich af te vragen of de boom dat fijn vindt.
En zonder breuk van tak of arm. Beide kan ook nog…
Ik ga het mij maar niet achterstellen.

Ach,ik zie al vanop een afstand dat ik me teveel vragen stel.

Toch ten laatste nog even benadrukken dat de authenticiteit, nieuwsgierigheid en flexibiliteit van kleine ukjes en peuters zich wat mij betreft niet moeten ontvouwen, maar gekoesterd weten.
Omdat die kwaliteiten het leven op latere leeftijd zoveel mooier maken omdat het wat mij betreft duidelijk voeding betreft voor de mentale veerkracht.

Daar wordt wel meer over verteld vandaag, heb ik horen proeven.

Laat die maskers maar af.
Leer gewoon nog wat meer smoelen trekken in alle spontane eenvoud…camera aan en al…

PS: is dat laatste nu een pleonasme?

Inner Child

Photo by Polox Hernandez on Unsplash

Soms ben ik met iets bezig waarvan ik denk dat het belangrijk is. Dan ga ik automatisch mijn rug rechten en begeleid ik mijn acties met woorden die ondersteunen wat ik aan het doen ben.
‘Berichtje van X…even antwoorden…tjoep…pets…boem…ok’

Waarna mijn focus zich vol-ledigheidshalve kan bezighouden met het volgende.
Al dan niet belangrijk, in mijn ogen.
Nu ja ‘belangrijkheid’…dat is relatief natuurlijk.

Vandaag had ik behoefte aan alleen zijn. De zon scheen, frisse-neuslucht, ideaal wandelweer. Ik ben eropuit getrokken. Heb de zon gespot achter elke schaduw, vogelvluchten opgemerkt en gevolgd en jongens zien opgaan in hun balspel.
Lachend, rennend. Hun ogen volop glans.

Ook heb ik mijn eigen jaren oude angstgrenzen verkend en ben tegen mijn gewoonte in een verlaten pad ingeslagen, heb een tunnel onderbrugd en handpalmgewijs mijn dank betuigd aan de bestuurder van de wagen die stopte om mij alle ruimte en tijd te geven over te steken.

Maar ik heb ook aan de oprit van een echtpaar (ik meende in hun blik te detecteren dat ze echt paren dus mag ik hen denk ik wel een echtpaar noemen), alleszins, de man vond het nodig zijn oprit af te rijden zonder me voorrang te geven op het voetpad. Ik ben tot vlak aan zijn auto gestapt, ben op een tiental centimeter van zijn carrosserie blijven staan en heb hen niet aangekeken. Waarna ik het voetpad verder heb bevrouwd.

Zij kregen mijn glimlach niet.
Waarom zou ik, als dank waarvoor?

Een hele trits fotos op unsplash heeft wel mijn glimlach gekregen. Met een kleine grinnik erbij zelfs. Om de dikke wangetjes onder de grote donkere ogen en dies meer. Tja…ik had weer het woordje ‘baby’ ingetypt…ben overigens niet tot aan het einde van de opbrengst van Unsplash geraakt. Heb wel één en ander aan interessante foto´s geplukt voor later gebruik of mijner vermaak.

Een hele poos geleden wilde ik fotografie verkennen. Ik kocht me een digitale reflexcamera en schreef me in voor een jaaropleiding. Een aantal weekends was het, voor beginners. Bleek echter dat mijn medecursisten niet helemaal tot de categorie ‘beginners’ konden gerekend worden en als overmaat van ramp (wat wel erg dramatisch klinkt), paste de docent zijn lesniveau aan aan de meer ‘ervaren’ cursisten. Volgens mij ben ik een drietal keer geweest, daarna hield ik het voor bekeken. Zonde van de centen, waar ik niet om geef…

Mijn bedoeling was om te leren mooie portretfoto´s te nemen. Liefst van mijn kinderen…
Al zijn die niet zo happig om zichzelf fotogewijs aan mij te presenteren. Twee keer zijn we naar een echte fotograaf geweest voor een fotoshoot. De eerste was ver weg, trein, bus en wandelgewijs…maar zeer de moeite van de verplaatsing waard.

Heb net nog twee foto´s van mijn kinderen uit die fotosessie teruggevonden en in mijn gezichtsveld gezet. Heel spontaan, heel speels…helemaal hoe ze in het echt zijn.
De tweede fotoshoot jaren later verliep anders dan gewenst…de fotograaf deed een wel erg ongelukkige uitspraak ‘dat het de bedoeling was dat we ook foto´s bestelden’, al kwamen we er terecht met een bongo-bon of aanverwante en wilden we er vooral een fijn moment met ons drietjes van maken. Alleszins, die woorden kwamen bij ons alle drie in een verkeerd keelgat terecht en mijn oudste dochter kon haar ongenoegen naar de man niet omgedraaid krijgen voor zijn lens. Haar gezicht op de foto´s straalt wat gemaaktheid uit.

En eerlijk gezegd sloeg mijn kapsel toen ook op niet veel. Maar soit.
Toch een vergroting besteld voor aan de muur en een originele presenteerdoos met drie foto´s. Heb ik hier allemaal in mijn buurt nu.

Wat me eraan herinnert dat ik ook ooit met de kinderen in Sint-Amandsberg ben terechtgekomen voor een fotoshoot…
Met mijn oudste dochter in de jurk van haar lentefeest. Mijn moeder had die jurk voor haar gemaakt, rekening houdend met alle makkelijke en wat minder makkelijke wensen van dochterlief. Maar ze was een plaatje…En oma wilde er wel een foto van.
Nu hebben we er dus een aantal plaatjes van.

Die enkele foto´s waar zij in haar jurk poseert, ronddraait ook met haar wapperende jurk en lange haren, mochten mijn andere dochter en ik en de twee vriendinnetjes/zussen die mee waren, niet in de studio blijven.
Ook die Gentse sessie leverde mooi materiaal op. Ook van de twee paar zussen samen. Jammer dat de fotograaf het toen nodig vond om met Photoshop te foeteren…waardoor mijn oudste dochter op één van de close-ups wel heel onnatuurlijk uit haar ogen kijkt. Zeer jammerlijk.
Afblijven van die puur natuur alsjeblieft!

Ach wat.

Vandaag ga ik op pad zonder fototoestel. Ik bekijk de wereld door de ogen van een kind en ‘inner’ wat ik tegenkom. Mijn fototoestel heb ik aan mijn jongste dochter geschonken, die een natuurlijk talent blijkt te hebben in het ‘kieken’. Ook van mama…het ‘mama-kieken’ dus…

Mmmh…dat klinkt wel een beetje vreemd natuurlijk…

De manier waarop ik zelf de wereld in ga is mooi verbeeld in onderstaande foto die ik ook op Unsplash tegenkwam:

Photo by __ drz __ on Unsplash

Fiducia met haar Inner Child op pad…en de juiste lenzen….Check!
Misschien toch ook een tutje voor de moeilijke momenten 😉
Daar aan de linkerkant van dat hoofdje, binnen handbereik is nog een plekje…

Tijdsinvestièring

Enerzijds is het vreemd om na zo´n rollercoaster aan emoties meteen mijn verfdoos te pakken en te beginnen schilderen. Hoewel er inderdaad mensen zijn die heelder dagen staan schilderen en zich daar blijkbaar geen vragen bij stellen.
Of hun vragen ondertussen bijstellen.
Of hun antwoord op mondiale vraagstukken bijbestellen.

Her en der hebben schilders, vooral amateurschilders, wel een opflakkering van inspiratie als de buurman een klapke komt doen.
Of zijn kat er weer van tussenuit muist en bij hen binnenglipt, om het stereotiepe denken dat katten muizen eten te doorbreken voor de bakker komt om te melden dat de pateekes weer kersen dragen. En zo dus de stroom van inspiratie even verstoord wordt. Maar geen nood. Alles kan dienen als inspiratie om het staan schilderen weer meteen op te nemen. Zelfs zittend.

Die beesten, katten bedoel ik, moet je trouwens niet vertrouwen. Voor je het weet dopt zo´n kat het tipje van haar staart in de verf, geeft er een zwiep mee en je kan herbeginnen met staan schilderen. Als je zittend schildert liggen de, hoe zeggen ze dat…een strategische uitspraak….’hoe liggen de …euh-euh-euh’…
Neen, niks…noppens in zicht.

Soit, ik kom er niet op en mijn tijd is te kostbaar om aan woorden te geven. Ik geef de vraag even aan mijn onderbewuste en ik zal dan wel zien of haar gegoochel me een antwoord geeft voor ik de plaat heb gepoetst.
Wat zeg je? Waarom ik de plaat moet poetsen? Tja, als je een hele dag staat te schilderen heb je wel wat energie verbruikt. Vooral potentiële. Aangezien ik de big bang nog heb opgevangen destijds, heb ik zelf nog een potje energie dat perfect kan dienen om platen te poetsen.
Maar graag doe ik het niet natuurlijk. Ik bedoel, die boel wordt toch weer vuil.

Soit.

Kaarten! Dat was het. ‘Hoe liggen de kaarten?’

Nederig dankjewel Fiduciaans universeel toegankelijk onderbewustzijnshoogwaardigheidsbekledderaar.

Maja, welke foto moeten we nu weer kiezen dan?
Lieverd, dat is een gekke uitspraak, met je ‘nu’ en je ‘dan’. Kies!
Zeg observerend vermogen, ´t zijn toch zeker mijn woorden he. Bemoeial!

Pssst…go go unicorn!
Lettoep tgeldt!

Navigeren

Photo by Rod Long on Unsplash

Ik herinner me een moment van een tijd geleden dat ik me vrij vroeg op de avond al in nachtkledij had gehuld. Opeens hoor ik een luide schreeuw op straat. Een kind. In nood?
Heel mijn systeem wordt alert en treedt in actie.
Ik trek snel iets deftigs aan en ga de deur uit.

Ik zie wat verderop een man staan met vlak voor hem een jongen van een jaar of tien. De jongen huilt. ‘Niet gaan papa, niet gaan’. Hij klampt hem aan. Ik weet niet goed wat doen maar mijn overbuur is intussen ook buiten gekomen. Hij heeft deze situatie al eerder gezien. Hij licht toe. De papa en mama zijn gescheiden. De dagen dat de jongen bij de papa is wil hij hem niet meer inruilen voor de mama. Vaak scènes als papa moet gaan werken.

Papa werkt als chauffeur voor een Brusselse minister. Met zijn drieën trachten we de jongen te kalmeren. Hem terug naar het appartement van zijn mama te loodsen.
Simpel is het niet. Ik leg uit dat papa moet gaan werken om centjes te verdienen om eten te kopen voor hen en af en toe een geschenkje voor de jongen.

Uiteindelijk lukt het toch.

Mijn overbuur zegt: ‘het is niet evident om vandaag kinderen op te voeden.’
Die uitspraak zindert bij mij niet meteen.
Ik probeer het te vatten. Misschien omdat vandaag de noodzaak bestaat dat beide ouders gaan werken om met het gezin te kunnen rondkomen. Als je dan thuiskomt en moe bent en de kroost wil aandacht waar je op dat moment niet de energie voor hebt, dan voelen de kinderen zich wat verloren. Dan trachten ze elders terecht te kunnen met hun verhaal.

Gisteren nog hoorde ik de uitspraak dat er maar één mentor nodig is om kinderen die het moeilijk hebben een kans op een fijne toekomst te geven. Eentje is genoeg. Een andere uitspraak zegt: ‘it takes a village to raise a child’. Ook dat is waar. Dat maakt het alvast wat makkelijker. Verschillende generaties bij de opvoeding betrekken.

Een tijdje geleden zag ik in een krantje van de Gezinsbond de term ‘sandwichgeneratie’. Met als uitleg: ‘Het zijn vrouwen of mannen die dus op hetzelfde moment in hun leven voor een jongere én een oudere generatie zorgen en die zorgtaken combineren met een betaalde baan. ‘

Ik ben er intussen van overtuigd dat elke generatie elkaar kan helpen: de jeugd kan de ouderen ICT-geletterdheid bijbrengen, de ouderen kunnen als (hopelijk) ‘wijzen’ een mentor zijn voor de kinderen en de tussengeneratie, de ouders die ook kinderen zijn, kunnen wat minder trachten te ‘controleren’ en meer te ‘navigeren’ op de aanwezige energieën. Zodat hopelijk de stress wat afneemt en er weer meer tijd is om te ‘zijn’.

De ene cultuur is daar al wat vaardiger in dan de andere.
We hebben dus ook daar van elkaar te leren.

Realiteitszinnen

Photo by Dmitry Ratushny on Unsplash

Ik heb nog wel eens een beetje goesting in technologische breinescapades eigenlijk.
Dus ga ik maar eerst eens een kijkje nemen bij wat Scott Adams te vertellen heeft via zijn Dilbert strips.

Deze kon ik wel smaken:
https://dilbert.com/strip/2018-06-04

Tja, technologie. Er valt wel wat over te vertellen.
Of technologie en ethiek.
Dat is wat anders dan een boterham met choco omdat de muizenstrontjes op zijn.

Er was een tijd dat ik het niet kon appreciëren dat er zoiets bestond als smart-verlichting in steden. Heb er ooit een blogpost over gemaakt, maar ik heb geen zin om hem te zoeken. Soit.
Nu begin ik dat wel cool te vinden. Zeker als er ook audio opgenomen wordt. Straatgeluiden. De lokale babbels vangen en dan gezichtsherkenning loslaten op de beelden. Op youtube zetten en dan nagaan hoe lang het duurt voor het gezicht vervangen wordt door een ander gezicht. En dan dat delen onder een smart verlichting…beetje Virtual Reality in Virtual Reality.
Een mens zou voor minder de bus missen.

Wat natuurlijk ook kan: talent ontdekken! Wie staat er al niet eens te fluiten of zingen onder een slimme verlichtingspaal? Goed toch dat dat mag gedetecteerd worden door de stad. Een vrijkaart voor een vers artikel in het stadsmagazine.
Zo ben je je volgers voor! Een voorloper.

Met een Virtual Reality-bril door de stad lopen kan ook natuurlijk. En dan kom je dingen tegen die er in het echt niet zijn. En als je wat foetert met noise cancellation dan hoor je ook vanuit de juiste hoek wat zich in de virtuele programmatie afspeelt.
Stemmen. Vogeltjes. Je ex-lief dat je terugwil. Stel u voor.
Gevaar is dan wel dat je op dat moment je bril afzet om te zien waar ze zich nu echt bevindt. En dan blijkt daar alleen een boom te staan. Een boom die niet eens te lokaliseren is op je google maps. Ik bedoel, kan je dan zeggen dat die bestaat?
Nu ja, nog een beetje en hij zal ook zo wel weg zijn als we met onze neus in de wind andere zekerheden staan te verkondigen.
Gaat nu eenmaal zo met bomen vandaag de dag. Weg is weg.

En ja, dan ga je je natuurlijk afvragen: wat is hier nu echt en wat niet?
Wat moet ik nu geloven?
En wat gelooft de rest?

Ook in die context vond ik een strip van Dilbert.
Effe snollen…

https://dilbert.com/strip/2016-07-19

Pfieuh!
Het bevat eigenlijk nog wel een ethisch vraagstuk: want doen die bomen niet wat meer werk dan welke nerd ook met een brilletje?
Waar heb ik trouwens de mijne gelegd?
Of is hij weer getele-porteerd door één of ander spiritueel geladen foton?
Ah neen, ik draag lenzen.

Wie moet je nog geloven dezer dagen?