Meer van dat

Photo by Sai De Silva on Unsplash

jij bent liefde, zei hij
waarop ik fronste
dat leek me wel erg veel en groot voor een mens
om alleen te dragen

you´re nice, vulde hij aan als antwoord op mijn zwijgen
ah, ik ben lief, dat kon ik wel plaatsen
dat had mijn dochter me ook wel eens gezegd
voor ze zich luidop afvroeg wat ik nog meer was

Let´s go for goesting

Photo by Yoab Anderson on Unsplash

Het gaat er hier pittig aan toe en ik zal het geweten hebben…

Elke ochtend  in de afgelopen week had ik een confrontatie met somberheid, soms doorspekt met angst en piekeren. Dan gaan tijd en ik aan de slag om die energie te keren. Door te gaan stappen, door vrienden te ontmoeten, door dingen te doen die me op dat moment erg zwaar vallen maar die ik waardevol vind.

Hoe makkelijk zou het zijn als een positief gevoel kon blijven hangen. Of dat ik in staat was het fijne gevoel van bijvoorbeeld een ontmoeting of verwondermoment weer op te pikken en aan te doen, als een zacht jasje om schouders van kwetsbaarheid.

Het valt niet of amper te zien door de buitenwereld. Tenzij aan de tranen die af en toe boven mijn oogrand wriemelen en prikken. De woordenstroom die wat moeilijker op gang komt. Het eigenwaardegevoel dat zich verstopt achter een venijnige wolk van zelfkritiek. Een pruttelpotje van zelfbeklag bijwijlen.

Tsss…pittig. Dat is het woord ja.

Misschien is er een gerecht dat pittig genoeg is om de pittigheid van moeilijke emoties te overstemmen. Een lekker Indisch schoteltje misschien.
Het valt te proberen, al is de ochtend daar wellicht toch een beetje een vreemd moment voor.

En toch…sta ik niet alleen in mijn strijd.
En dat hoeft geen zalfje te zijn op de open wonde. Ik blijf in contact met mensen en hoor hoe moeilijk bepaalde situaties door hen te dragen zijn. Hoe alleen zij zich voelen in hun strijd. En daar waar ik uitreik, reiken zij evenzeer uit. Daar waar ik een verbinding zoek, zoeken zij evenzeer een luisterend oor. Zijn we er voor elkaar en wordt het allemaal eventjes draaglijk omdat het gedragen wordt door meer dan de eigen schouders. Elk met een andere lading.

Ik blijf graag luisteren, al blijft niet alles hangen dezer dagen. Als er dan een vervolg komt op ons gesprek merk ik dat flarden van het verhaal van de ander me ontglipten. Een nieuwe trigger behoeven om weer ten volle tevoorschijn te komen.
En ik ervaar hoe ook dit wellicht niet enkel mijn verhaal is.

Binnenkort duik ik in verhalen en gedichten met mensen die daar ook goesting in hebben. Niet gewoon al lezend thuis en uitwissslend in een bijeenkomst, neen, al voorlezend en meelezend, al voelend en al dan niet delend. Met goesting als werkwoord. Goesten. Misschien komt dat wel van het Engelse woord ‘to go’ , we go, she goes and they go to do this thing with literature and poetry. Hoor mij…

Enfin. Het zal trouwens in het Nederlands zijn. Maar ik heb er zin in en ben er blijkbaar in geslaagd om ook enkele organisaties warm te krijgen en mee aan te haken. En nog enkele andere organisaties om mee te zorgen voor bekendmaking.

Voor mij mag het starten met een klein groepje. Ik weet nu al dat ik er heel mijn wezen in zal leggen. En dat ik moe zal zijn na afloop. Maar er staan en er met heel mijn wezen bij zijn op het moment zelf is wat ik wil. En als we samen de ladingen onderzoeken en dragen die ons aangereikt worden in literatuur en poëzie, ontwikkelen we misschien een instrumentarium om mee aan de slag te gaan in ons eigen leven.

Gelukkig kan en mag ik nog dromen…

Present

Photo by Jon Tyson on Unsplash

“Mag ik je een tip geven?”

De ober leek gejaagd maar zei toch ja.

“Als je zegt “sorry voor het wachten”, dan leg je de nadruk op een tekortkoming. Als je zegt “bedankt voor jullie geduld”, dan geef je de mensen een compliment.

De ober leek nog steeds gejaagd en ging snel door naar een andere tafel. Maar blijkbaar was de boodschap wel ietwat fijn binnengekomen want een tijdje later bracht hij een koekje naar mijn vriend en zei “hier, voor je geduld.”

Mooi vond ik dat. Dat koekje heb ik trouwens opgegeten.

Vaak zijn mensen geneigd koekjes van eigen deeg te geven. Handelt iemand op een manier die je stoort, om welke reden dan ook, dan is de ‘gedupeerde’ geneigd dat storende gedrag er even lekker in te wrijven bij de ander. Door net op dezelfde manier te reageren, een schepje bovenop te doen eventueel. We reageren dus op een manier die we zelf niet goedkeuren maar gezien de omstandigheden wel gepast vinden. ‘Omdat de ander er hopelijk uit leert.’

Mijn vriend verdiept zich in geweldloze communicatie. Ik volgde er ooit een halve dag vorming over en dacht dat ik het begreep. Het gaat erom je behoeften duidelijk te krijgen en van daaruit te handelen. Als de ander iets doet dat indruist tegen je behoeften, is het een kwestie van dat gedrag te benoemen, op een niet verwijtende manier duidelijk te maken wat het effect op je is, je behoefte aan te geven en de ander te vragen of hij/zij daar in de toekomst rekening mee wil houden.

Kort door de bocht wellicht, aangezien mijn vriend er al jaren mee bezig is…

Ik had trouwens de anekdote tussen hem en de ober verteld tegen mijn zus. Ze kopieerde de uitdrukking op een iets andere manier: ‘Dankjewel dat je daarstraks hebt gewacht’ schreef ze, en ze voegde er een smiley aan toe. Die uitdrukking is nog net iets anders dan ‘bedankt voor je geduld’ maar haar woorden kwamen toch wat tegemoet aan mijn pseudo-behoefte aan stiptheid. Al zal het wel altijd tussen ons zo blijven dat zij degene is die te laat komt op een afspraak en ik te vroeg.

Sommige patronen moet je in stand houden…

Nu voel ik de behoefte wat poëtische woorden neer te pennen:

the meaning of life
is to be (a) present
in time and beyond

Schrijven

Photo by Yannick Pulver on Unsplash

Zo heb ik ze graag, de schrijfopdrachten. Een insteek, een perspectief, een aandachtspunt. En als wat geschreven is mag gedeeld worden, één ronde van feedback waar je iets mee kan of iets net niet zal gebruiken om je tekst te ‘verbeteren’.

Veel verschillende stijlen onder de andere cursisten. Dat vind ik ook een meerwaarde. Stokpaardjes ontdekken. Teksten die stromen, teksten die de poëzie bewandelen, verhalen die blijven hangen.

Vorig jaar volgde ik het eerste jaar schrijven van een driejarig traject. Ook daar waren opdrachten die ik fijn vond. Maar naarmate het jaar vorderde moesten de teksten drie, vier keer herlezen en herbekeken worden en dat vond ik minder fijn. Wat was dan al gelezen en wat was intussen verbeterd? Het tweede en derde jaar zou bovendien gaan over grotere schrijfwerken volgens een genre dat ons lag.

Ik heb me niet ingeschreven voor het vervolg. Ook omwille van mijn gezondheid maar toch vooral ook omdat schrijven bij mij geen herschrijven is. Vaak wordt gezegd dat schrijven schrappen is. Wat mijn blogs betreft schrap ik zelden. Ik zet me aan het klavier en typ. Is het af dan post ik het. Dat is toch het meest authentieke, niet?!

Als je alsmaar gaat schaven aan een tekst doet dat afbreuk aan het stromen van de woorden, vind ik. Wordt het geheel wat gekunsteld.
Ook in mijn spreken ga ik zelden vooraf bedenken hoe ik iets ga formuleren. Zeg wat er te zeggen is op dat moment en verwoord het eventueel anders of geef duiding als blijkt dat één en ander wat averechts binnenkwam. Verduidelijking behoeft.

Wat ik ook vaak heb met informatieve boeken is dat ik al die voorbeelden of duiding eigenlijk liever oversla. Geef mij de essentie van waar het in het boek om draait en laat alle toelichtingen weg. Daarom houd ik ook zo van wijze quotes. De complexiteit van een heel universum kan je vatten in een paar woorden. Niet iedereen kan dat, maar de wijzen onder ons wijzen hier de weg.

Eigenlijk wou ik vandaag een blogbericht schrijven over de vraag of ik het zinvol vind om in volzinnen te schrijven. Maar het liet zich niet aanpakken.

Gedichtjes laat ik vaak wel even rijpen. Als het niet goed bekt na een aantal keer hardop lezen dan sleutel ik wat en proef na een tijdje nog eens. Zo kan een werkje verschillende keren door mijn vingers glijden, evenzoveel keer ‘in het net’ herschreven worden, voor het gepubliceerd wordt.

Ik weet niet meer hoeveel jaar het geleden is maar in het kader van de Werelddag van de Geestelijke Gezondheid ging ik met een paar werken naar een ‘poëziedokter’. Ik nam een aantal werkjes van mezelf mee, zoals gevraagd werd, en legde ze voor aan de dokter. Die overigens in een echt ziekenhuis een kantoor bemande. Hij duidde op een aantal verbeterpuntjes maar was wel lovend over mijn schrijfsels. Ik ging naar de vervolgafspraak enkele weken later, met de werkjes die ik ‘verbeterd’ had, en hij vond ze minder goed dan tevoren. Tja, zo zie je maar. Overigens had in in de wachtzaal een gedicht voorgelezen gekregen dat me erg raakte toen.

Daarstraks heb ik een gedichtje geschreven dat ik van de eerste tokkel wel ok vond. Ik plaats het hieronder. Misschien gaat het wel over mijn relatie met schrijven…of net niet.

Hou me niet
of zachtjes
stil tegen je aan

een perzik
een radijsje
of vrucht zonder een naam

Tip getopt
en zoetgevooisd
geklikt en -klakt
maar nooit voltooid

Ik aarzel nog heel even
en dan raak ik je aan

Kappersbezoek

Photo by PHOTO RES on Unsplash

twee versgeperste roddels
een halve kilo achterklap
zeven sneetjes ondeugd
en wat water voor de hond

meer moet dat niet zijn
dan een weerborstel of drie
in vijfenzestig tinten grijs
met duurzaamheid verzameld

mijn kapper was content
mijn hond blafte zich kater

Onderhand-delen

Photo by Andrew Neel on Unsplash

“Als je een euro hebt, krijg je mijn kar”, zei ik zelfverzekerd.
“Ik heb geen euro”, schudde de man terwijl hij zijn fiets vastmaakte, “ik heb geen kleingeld bij.”
“Ah, dan zal je niet binnen kunnen, want je moet hier een kar nemen en deze hier zijn er met geld.”
“Misschien heb ik een jeton”, sprak hij nog.

Ik ging tijdens het spreken verder met het wegstoppen van mijn luttele moestuinzaaiplan-aankopen en hij stond daar nog steeds aan zijn fiets en tasje te foefelen.
“Ik heb wel vijftig euro”, grapte hij.
“Dat is ook goed”, heb ik al glimlachend geantwoord, zonder hoop op een goeie deal overigens.

“Hier, neem de kar maar”, zei ik en ik gaf ze een klein duwtje.
“Ik kan je euro komen brengen”.
“Haha, neen, laat maar.”

Ik heb voor de voorzichtige volledigheid nog aangegeven dat de kar ontsmet was.
Hij wilde weten of de euro dat ook was.
Ook dat nog…
Een euro in ‘bruikleen’ krijgen en dan nog kieskeurig zijn ook…

Het was maar een euro, maar ik heb hem dus weggegeven hoewel ik had gehoopt een eerlijke deal te kunnen sluiten.
Zo goed ben ik dus in onderhandelen…

Het was ‘maar’ een euro maar ik had er eerder goed op gelet hem niet uit te geven omdat ik niet zo een jeton bezit om winkelkarren los te maken en de enige restjes van mijn kleingeld zo van die gelige en koperen muntjes zijn.

Dus zal ik opnieuw mijn onderhandelvaardigheden moeten boven halen bij de bakker of zo…
Of die al bereid zal zijn vijf ‘twintig-centiemp-jes’ te ruilen voor een euro…in deze tijd…
En anders wordt het winkelen in zaken waar de karren vrij van muntstuk zijn…en hopen dat ze hebben wat ik zoek.

Zucht. Dat het allemaal niet simpel is.

Of wie weet, reikt iemand ook gewoon ooit een keer zijn of haar kar aan mij aan zonder iets terug te vragen.
Of ik ga niet meer winkelen hé, dat is wellicht nog de verstandigste oplossing.

Ik herinner me wel nog de drie jongeren toen bij de broodautomaat, waar één van hen me niet alleen een euro gaf maar me ook het pompoenbrood adviseerde. Duizendmaal dank, waar je ook bent! Ik vrees dat ik de jongeman niet meer ga herkennen als ik hem tegenkom, maar ik ben nog altijd blij dat ik tenminste heb benadrukt dat hij en zijn makkers zichzelf moesten zien als ‘primair’ in plaats van ‘secundair’, zoals zij zichzelf noemden. Omdat ‘wij’ hen zo noemen.

Ik snor even het juiste blogbericht op. Voilà, bij deze de link.
Ook de spontane kus van de zwerver toen ik hem centjes gaf voor twee overnachtingen in de nachtopvang, herinner ik me. Daar schreef ik ook een berichtje over ooit…maar ik heb geen zin om het op te zoeken.

Inmiddels weet ik al langer dan vandaag dat ik anders in elkaar zit dan de doorsnee mens.
Zo herinner ik me de woorden van dezelfde zwerver over het ‘deksel-op-de-neus’ van een vrouw die hem radicaal had afgewimpeld toen hij haar alleen nog maar had aangesproken.

Misschien worden mensen niet graag geconfronteerd met kwetsbaarheid. Dat kan hé.
´t Zal daarom zijn dat geen kat mijn blogberichten leest 😊

Een euro opbrengst per klik.
Stel u voor dat dat kon…
Dan kan je na een tijd wellicht alle winkelkarren uitlenen, heel alleen in alle rust de keten doorstruinen en zonder file aan de kassa verschijnen.

Ik zal er eens over nadenken…
Zo, dat is ook weer gebeurd 😉

Over woorden, hun betekenis en hun afleidingen

Een essentie

Photo by Minnie Zhou on Unsplash
Essentie door Fiducia Caro

Die taal toch.
Vaak kom ik in teksten twee termen in een opsomming tegen waarvan ik denk “is dat nu niet net hetzelfde?”
Zo spotte ik recent ‘duidelijk en helder’, ‘voeding en voedsel’ en eentje waar ik me wel vaker bij afvroeg waar het verschil schuilt en er nog geen zoekactie over ondernam: ‘psychisch en mentaal’.

Dus ga ik er nu maar eens werk van maken en bekijken waar, alvast in deze opsommingen, het verschil schuilt.
Als ik het al vind. Ik ga voor de online zoektocht in de wetenschap dat daar een foutmarge op kan zitten. Ik zal zien waar ik land of strand. (is dat ook niet net hetzelfde? 😊)

Een poging via vandale.be
Eerste duo:
Duidelijk: gemakkelijk te begrijpen; helder, goed te onderscheiden
Helder: optie 3 geeft ‘duidelijk’

Wat mij betreft is er dus geen meerwaarde om die twee termen te gebruiken.
Misschien nog wel naargelang de context…heb zo meteen geen voorbeeld.

Volgende duo:
Voeding: 1 – het voeden; 2 – voedsel…
ja, lap…toch nog even dubbel checken:
Voedsel: alles wat kan worden gegeten; = eten

Ook hier zie ik weinig meerwaarde om beide termen te gebruiken.
Al voel ik intuïtief wel aan dat niet alle voedsel voeding is – al was het maar wat de ziel betreft…

Derde duo:
Psychisch: geestelijk, niet lichamelijk (tegenstellingen: fysiek of somatisch)
Mentaal: in (of van) de geest: mentaal opgewassen zijn tegen iemand of iets

Welaan, veel wijzer word ik niet van deze zoektocht.

Maar een woord dat ik daarstraks tegenkwam, al ken ik het al wel langer dan vandaag maar was het me nog niet eerder opgevallen:
‘een kind ont-wikkelt zich…’ en ‘de ont-wikkeling van het kind.’

Wat ik als herkomst vond voor ‘ontwikkelen’ op ivdnt.org (van het instituut voor Nederlandse taal):

Het hoogduitse ‘entwickeln’ en het franse ‘développer’ zouden aan de basis liggen van dit woord.
Als alternatief woord staat er ‘ontvouwen’ en ‘doen ontstaan’.
Al zou een platte ‘ontvouwing’ ook tot ‘uit de doeken doen’ kunnen leiden.
Heeft wel net een andere betekenis.

Beide vind ik een beetje vreemd in de context van de uitdrukking die ik aanhaalde:
‘het kind ontwikkelt zich.’

Eerlijk gezegd vind ik dat een kind meer van zijn aangeboren talenten en gevoeligheden verliest doorheen de jaren, de opvoeding en de scholing, dan dat hij zich ontvouwt. Doordat hij bij wijze van spreken woorden aanleert die een ‘wonder’ in zijn of haar nieuwsgierige beleving reduceren tot ‘citroen’. Bumba wordt wellicht nooit eerst ‘citroen’ genoemd omdat je je over Bumba kan blijven verwonderen. Of niet? Een mooie ‘ontwikkeling’ van een peuter betreft het laten ervaren wat de smaak van een citroen is. Ik zie het zo voor mij…
Eén en al rimpelsnoet.

Toen ik een tijd geleden de vraag kreeg in lichtjes bevreemdende zinsopbouw “wat is dat voor een boom?”, toen zei ik “dat is een mooie boom”. Omdat ik wist dat de vraagsteller het antwoord wist en ik hem wou aangeven dat ik de essentie van die boom nog vat en hem niet ‘ontwikkel’ tot ‘berk’.

Misschien wil die boom zich anders noemen. ‘Boompa’ misschien. En zou hij niet liever willen dan zich kunnen ontwikkelen als verspreider van meer van dat moois op andere plekken waar kinderen dan nog kunnen klimmen zonder zich af te vragen of de boom dat fijn vindt.
En zonder breuk van tak of arm. Beide kan ook nog…
Ik ga het mij maar niet achterstellen.

Ach,ik zie al vanop een afstand dat ik me teveel vragen stel.

Toch ten laatste nog even benadrukken dat de authenticiteit, nieuwsgierigheid en flexibiliteit van kleine ukjes en peuters zich wat mij betreft niet moeten ontvouwen, maar gekoesterd weten.
Omdat die kwaliteiten het leven op latere leeftijd zoveel mooier maken omdat het wat mij betreft duidelijk voeding betreft voor de mentale veerkracht.

Daar wordt wel meer over verteld vandaag, heb ik horen proeven.

Laat die maskers maar af.
Leer gewoon nog wat meer smoelen trekken in alle spontane eenvoud…camera aan en al…

PS: is dat laatste nu een pleonasme?

Lijdend voorwerp

Photo by Tim Mossholder on Unsplash

Het was zijn suggestie gisteren aan telefoon. Om het over het lijdend voorwerp te hebben in mijn volgende blogbericht. Het lijdend voorwerp als onderwerp van een blogbericht dus. Huh?!

Gisteren liet zich echter niet meer schrijven. Dus zal het voor vandaag zijn.

Zodoende, bij deze een poging om van een lijdend voorwerp een onderwerp te maken.
Een lijdend voorwerp te onderwerpen aan nader onderzoek, waarbij het ontleedmatig ineens al een onderwerp wordt.
En na te gaan, bij wijze van exploratie, hoe een lijdend voorwerp via zachtjes sudderen mag groeien zodat het misschien kans maakt een leidend voorwerp te worden.

Van Lijdend, via onderwerping tot leidend.
Wat de taal allemaal niet vermag!
btw, Dat laatste woord is de IK-vorm van ver-mogen. Tot waar reikt dat? Of rijkt dat alleen?

Alle gekheid op een stokje.
Ja, daar hadden we het ook over aan telefoon, over die prent die een aantal duiven op een hiërarchische til uitbeeldt, waar de duiven op de onderste stok volkomen ondergescheten worden (dat is een speciale vorm van onderscheiding) door de bovenzittende duiven. En de tussenlagen daarbij opkijken (dat is een speciale vorm van adorering) naar de assholes boven hen die behoren aan die duiven die die uiting geven aan hun cloacaiaans vermogen.

Maar leidt dit alles wel tot een betekenisvol antwoord op de onderzoeksvragen die je hierboven hebt gestipuleerd, Fiducia? Dat ik het begot niet weet. Ik doe maar wat.

Bovenal wil ik eigenlijk de kinderen die volop met zinsontleding aan de slag zijn niet verwarren.
Stel dat zo een kind een toets maakt. En moet aangeven wat in dat eigenste zinnetje het lijdend voorwerp is. Dan kan het naar waarheid zeggen: ‘ik, want ik heb van zinsontleding niets begrepen.’

Dat op zich zou waardering moeten krijgen omdat het getuigt van persoonlijk inzicht. Wat op zich kan leiden tot studie en persoonlijke groei. Van bewust incompetent, zeg maar, naar bewust competent via studie van zinsontleding. Met intrinsieke motivatie dit keer. Maar dat antwoord valt binnen het perspectief van de les Nederlands een beetje buiten de scope, dus zal dat kind nog een keer moeten nadenken en er misschien toch een gooi naar moeten doen.

We weten nu iets meer. Deze toets verwart het kind. Als ik het me allemaal goed herinner, is in deze zin ‘het kind’ het lijdend voorwerp. Wat helemaal klopt voor onze dappere leerling, die dat al bij de eerste gooi heeft aangegeven. Maja, op dit soort inzicht staan geen punten in de Nederlandse les. Dus zal hij het tactischer moeten spelen. We hebben hier trouwens ook meteen van het lijdend voorwerp ‘een toets’ een onderwerp gemaakt en er een ‘de’ aan gehangen. Misschien schrijft het kind dus bij wijze van antwoord op zijn toets:

Dit kind verwart de toets met persoonlijk inzicht. En kijk me daar eens. Zo wordt het kind een Leidend Voorwerp dat van zijn zwakte een sterkte maakt en de juf of meester daarbij aangeeft dat er meerdere perspectieven zijn van waaruit je de les Nederlands kan benaderen. Meerdere manieren om aan zinsontleding te doen. Op zich ook een mooi woord eigenlijk: Zins-ontleding.
Wat met Zijns-ontleding…in elke les geïntegreerd…(Ik wijk weer waf)

Ben ik nu rond? Even spieken naar de intenties die ik hierboven heb geformuleerd.
Baja…, leidend voorwerp zijn hangt toch wel samen met het hebben en aanwenden van voldoende persoonlijk inzicht.
 

Over voor-, in- en uitlezen

Photo by Lisda Kania Yuliani on Unsplash

Hoe het gekomen is weet ik niet. Of hij de eerste was die het aan mij vroeg of dat ik het voorstelde aan hem dan wel of het organisch ter sprake kwam. Alleszins, het is nu al een tijdje de gewoonte dat mijn huisgenoot en ik de dag afsluiten met een voorleesmomentje. Hij installeert zich om comfortabel met volle aandacht te luisteren.
Ik wacht tot hij helemaal geïnstalleerd is en lees voor.

En dan neemt hij vanuit die aandacht dus ook mijn gepijnigde gezichtstrekken waar als ik bijvoorbeeld steden tegenkom die vragen gelezen te worden met van die ° en ¨ op wat klinkers her en der… , om maar een paar tongtwisters te noemen.
Dan zie en hoor ik hoe grappig hij het vindt dat ik er mijn beste beentje voor ‘inzet’.

Het eerste boek dat zich zo liet lezen, en dat intussen uit is, was ‘Simon‘ van Marianne Fredriksson. Hij had het ooit zelf gelezen, maar het beluisteren vond hij toch nog een extra dimensie hebben.

Elk voorleesmomentje werd en wordt systematisch afgerond met een korte reflectie. Met vaak woorden van bewondering over de wijsheid die de schrijfster in de jonge personages legt. De mooie beelden. De eigenaardige ervaringen of overtuigingen.
Her en der bevatte het boek aantekeningen in potlood.
Bij poëtische passages of diepe inzichten.

Ook ik heb van het boek genoten, al mis ik ook wel stukken omdat mijn aandacht meer gaat naar het correct leggen van bijvoorbeeld intonatie en pauzes, dan wel naar begrip van de woorden op zich. Het blijft allemaal niet zo hangen bij mij zoals bij mijn huisgenoot.
Maar ik ga het boek zeker ook nog eens zelf lezen, om de diepgang helemaal te vatten.
De mooie beelden ook.
De personages en hun samenhang nu ‘echt’ te leren kennen.

Een paar dagen geleden ben ik, of beter ‘zijn we’, begonnen in een boek van een Turkse schrijfster, Elif Şafak, ‘Liefde kent veertig regels.’
Een andere stijl, maar zeker ook interessant.

Ik moet wel altijd mijn huisgenoot aanmanen te zwijgen als hij zich weer luidop afvraagt wanneer X of Y in het verhaal zal gebeuren. ‘Want dat gaat dus gebeuren he…’
Doet me ineens denken aan een aflevering van Magnum, lang, lang geleden ook alweer, waar de beste man met volle snor na wederom een geslaagde opdracht met veel goesting en knus geïnstalleerd zijn TV aanzet om een opgenomen versie van een match te bekijken… waarna Higgins het niet kan nalaten bij het passeren vanuit zijn mondhoeken te fluisteren wat de eindstand was…
Het zal wel baseball geweest zijn…maar dat ‘detail’ ontgaat me even.

Vroeger durfde ik bij het aanvatten van een boek eerst de laatste pagina te lezen, om te zien of het allemaal wel ging goedkomen.
Die drang voel ik gelukkig niet meer.

Ik denk trouwens dat ik nu meer boeken inlees, dus lees en er meteen mijn stem aan geef, dan dat ik werkelijk boeken lees…om het lezen op zich.
Hoewel er eentje klaarligt waar ik reeds een begin in heb gemaakt…van Riika Pulkkinen, ‘De kinderplaneet‘.
‘De grens’, ook van haar, vond ik heel goed, vandaar…meer van dattum.

Maar zo schrijven over lezen…
Dat is er misschien over, niet?!

Toegepast broncoderen

Photo by Shahadat Rahman on Unsplash

Mijn huisgenoot stak me gisteren enthousiast een papiertje in de hand waar een mooie haiku op stond. Maar hij weet helemaal niet meer of hij hem zelf heeft geschreven of iemand anders. Dus vroeg hij uitdrukkelijk zijn ‘naam’ niet te vermelden.

Moet ik hem dan maar niet op dit blog plaatsen?
Of mag ik er toch vol lof over zijn en hopen dat de ware schrijver ervan zich kenbaar maakt en niet boos is vanwege het feit dat zijn woorden tijdelijk zonder eigenaar circuleren?
En is het feit dat iemand zich als de ware kenbaar maakt, dan een garantie?

Allemaal niet simpel.

Ik merk dat er online veel wordt gedeeld als foto´s en spreuken, zonder de naam van het brein waar het aan ontsproten of ingeschoten is er met naam en toenaam bij te vermelden.
Dan krijgt bijvoorbeeld ineens een spreuk van eeuwen oud een nieuwe eigenaar.
Boem, pats.
Zijn er dan geen andere katten dan ik die zich afvragen of die taalvirtuositeit gestolen is?

Zelf kan ik dat niet.
Ik geef aan waar ik mijn gepubliceerde foto´s pluk en wie ze er geplaatst heeft en in de hoop dat ‘mijn bron’ juist is doe ik hetzelfde met spreuken. Vaak lees ik echter spreuken die ik zelf te lang of complex vind om ‘goed voor mij te werken’. Dan geef ik er een draai aan die zich wel goed doet bekken en zet ik er inderdaad ook wel onder dat die versgeperste woorden van Fiducia zijn.

En aangezien Fiducia niet meer is dan een schuilnaam voor een speelvogel, wordt dat nieuwe geheel niet meer dan een cloaciaanse QR-code voor toegepaste kunst. Waarbij ik tijdens het checken van de schrijfwijze van het woord ‘cloaca’, dat mijn brein voor het eerst verkende in de les biologie bij mevrouw…tja…hier dus ook de naam kwijt. Derde middelbaar.

Soit, … bij de zoektocht kom ik dus op onderstaand Youtube-filmpje terecht waar Wim Delvoye zijn Cloaca n°5 Vernissageert.

Waarna ik tot de conclusie kom dat het misschien niet helemaal deontologisch correct is om de haiku waar ik ‘daarstraks’ naar verwees, hieronder te plaatsen.
Zo lijkt het wel een ‘restje’…

Maar soms lopen de dingen anders dan gedacht en moet een mens vrede nemen met een plaats achteraan.
Het is niet anders.
Hier komt hij dus:

ik leg de tuin aan
en dan legt de tuin mij uit
wat een wonder is

En mocht je het ook graag in verschillende versies horen, ziehier dan ook een audioversie of drie:

Haiku van ongekende oorsprong. Maar Moeder Aarde zal er wel iets mee te maken hebben…

En daarbij bedenk ik me ook nog:
Welke betekenis legde de schrijver erin?
En welke betekenis springt er voor jou uit?

“Taal is een kwestie van toegepast broncoderen.”
Bron: Fiducia
Code: 😉 😉 😉