Inspinatie

Photo by Peter Fogden on Unsplash

Ze beweert dat ze een blogbericht van me in haar wachtkamer heeft hangen.
En dat ik haar met mijn laatste schrijven per e-mail ‘opnieuw’ op een idee bracht.
Zot vind ik dat!
Ik schrijf toch maar wat?!

De laatste tijd wil de inspiratie me niet echt ‘toevallen’, waardoor het uitreiken naar mijn laptop om ‘neer te pennen’ wat me gegeven wordt, niet aan de orde is.
Ik kan toch niet zomaar beginnen schrijven? Of wel?
De eerste letter typen en zien waar ik uitkom…

Meestal verloopt het bloggen wel op die manier, eerlijk is eerlijk.
De tijd dat ik elke dag wat woorden breide, ik mis hem.
De tijd dat ik weer woorden kan aanreiken, ik verwelkom hem. (Of is ‘tijd’ vrouwelijk?)
De tijd die ik nu neem om te schrijven wat zich in mijn hoofd ontvouwt, … ik dans hem.

Ik merk ook op dat mijn zus tegenwoordig bij wandelingen sneller vreemdsoortigheden of moois opmerkt dan ik. Ben ik teveel gericht op mezelf dezer dagen?

Zonet ontwaarde ik op de nok van een zonovergoten dak een stelletje meeuwen. Met hun borst naar de zon gericht, elk op een tweetal meter van elkaar. Dat beeld ontroerde me. Ik vroeg me even af of het duiven waren, want ik vond het een vreemde plek voor de meeuwen om zich even te ’nestelen’. Maar het waren wel degelijk meeuwen.
Inmiddels zijn ze weg en zit er een duif in haar uppie te duivelen.
Net zoals ik in mijn uppie zit te tokkelen.
Wat klankmatig wel erg op een kippenactiviteit lijkt 😊

Wat me dan weer doet denken aan de twee doosjes eieren die ik even geleden in de supermarkt kocht. De eieren waren elk enorm groot en bleken alle twaalf een dubbele dooier te bevatten. Ik zou kunnen opzoeken hoe dat komt, maar ik besluit even dat niet te doen. Ze waren smaakvol. Bijzonder smaakvol. En een beetje grappig, vond ik.

Wat me opnieuw brengt bij inspireren. Wat was er eerst, de kip of het ei? Het ei blijkbaar.
En wat komt eerst: de inspiratie of de transpiratie?

Zonet zat er een mini-spinnetje op mijn rechterhand. Inmiddels blijkt dat ze via een zelfgeweven draadje met mij verbonden is. Ik moet wel uitkijken waar ik mijn elleboog neerzet. Dat is niet met mijn gewicht mijn compagnon van het leven beroof.
Dancing with the stars…

Er heeft lange tijd een spinnenweb gehangen aan de buitenkant van het raam vlakbij mijn keukentafel. Ik vond het fascinerend om de spintaferelen te aanschouwen tijdens mijn maaltijden. Een gevleugelde formaatgenoot die per abuis in het web verstrikt geraakt. De efficiëntie waarmee de spin haar buit inblikt. Het deskundig renoveren van het web na stormschade. Het geduld. De eenvoud.

Ook aan mijn waslijn achteraan in mijn tuintje hangt er af en toe een kunstig spinnenweb. Daar zitten van die stevige kleppers in. Als je er zo eentje recht in je gezicht krijgt omdat je niet opmerkzaam bent bij het wegbrengen van je groente- en fruitafval naar de composthoop, dan ontstaat instant een dans die wild ‘exuberant’ is. En wat primitieve keelgeluiden verrassen daarbij dan de buren. Niets aan de hand, gewoon een spin die me ‘inspireert’. Inspinatie.

Ja, het is me wat. Ik kijk uit naar de komende dagen. Tot schrijfs!

Het leven dansen

Photo by Hugues de BUYER-MIMEURE on Unsplash

In december 2020 vond ik het een goed idee, om samen te dansen. Bekijk het maar in dit blogbericht https://fiduciacaro.be/2020-12-18/oh-een-brief-in-uw-bus/

Het duurde door omstandige omstandigheden nog maanden vooraleer ik zelf echt ging dansen.
Maar hoe geniet ik er nu van…

Niet het opgelegde dansen met aan te leren danspasjes. Wel het exploreren van wat mijn lichaam allemaal aan kronkels kan ervaren en creëren. Alleen of met twee, drie, vier…of groepsgewijs.
Elkaar ondersteunend of uitdagend.

Heerlijk is dat.

Ik zie me straks door gangen huppelen in oorden waar ik een welkome wind breng. Omdat ik wel wat te vertellen heb en ook vol vragen zit, waar u alleen of samen misschien een antwoord op weet. En misschien vind ik dat dan zo´n wijs antwoord dat ik het wil delen op dit blog. Niet door te doen alsof dit wijze antwoord aan mijn eigen hoofd ontsproot, neen, door u eer aan te doen, ere wie ere toekomt. Mijn dankbaarheid te tonen voor uw wijsheid.

Op veel vragen weet ik het antwoord niet. Misschien omdat elk antwoord slechts een stipje op een spectrum beschrijft dat vanuit een ander perspectief een andere kleur krijgt. Zoals het kijken naar de regenboog door een wel heel erg roze bril. Of spiegelbril. Of gesaboteerd door kleurlenzen.

Maar vooraleer ik gangen doorkruis, ga ik luisteren naar wat mijn lichaam te vertellen heeft.

En aangezien ik zonet een mooi filmpje vond, zet ik dat hier even neer.
Zomaar, omdat ik daar goesting in heb.
Dat mag, denk ik.
Zeker ben ik niet.

Een streepje inspiratie…

ttps://www.youtube.com/watch?v=2bs2jjUeMRY

Ogenblik

Photo by Marina Vitale on Unsplash

Daarnet herinnerde ik me ineens dat ik ooit recruiter had kunnen worden, als ik alleen maar ja had gezegd. Het ene rekruteringsbureau bevond zich in Brussel toen ik er nog woonde. Het andere in Putte toen ik al niet meer in Brussel woonde.

In Putte had ik nochtans gewoon gereageerd op een aldaar vacante job, maar de man die me te woord stond en mijn woorden onder de loep nam, gaf me een speciale uitdrukking over voor de blik in mijn ogen.

‘Je hebt er de blik voor’, vertelde hij me. Wellicht heb ik daarop authentiek gefronst.

Dus heb ik mijn interesse wat opengesteld en is hij beginnen vertellen hoe het er allemaal aan toe ging in zijn bureau. Zo had hij het ook over het zoeken naar geschikte kandidaten. En dat je wel wat leugentjes moest gebruiken om de juiste man of vrouw aan de lijn te krijgen in een organisatie.

En dat, lieve lezers, dat zag ik dus niet zitten.

Ik zou het zelf ook irritant vinden als iemand mij met een smoes aan de lijn krijgt en daarna vertelt dat hij de droomjob voor mij heeft gevonden. Of dat ik de ideale kandidaat ben voor een wel heel speciale job.

En hier had ik dus een zin geschreven die ik voor de zekerheid maar heb geschrapt. Ik gebruikte immers een uitdrukking die een vriend van me net in zijn sms-mond nam zonder het eerst op te zoeken. Heb ik dus voor de zekerheid toch maar gedaan en vandaar de schrapping en verduidelijking. Voor de duidelijkheid, uiteraard.

Rekruteren…

Wat ik wel graag doe is op zoek gaan naar unieke talenten van mensen en hen daar een beetje rond kriebelen om hen in gang te zetten. De vriend waarover ik net cursief schreef doet dat met mij ook.

Ik dacht gewoon wat op mijn luie zetel te zitten vanavond maar door het heen en weer leuteren kreeg ik ineens inspiratie om te schrijven. Dus dankjewel R.!!

Het gedicht over de kiwi heb ik overigens ook voor de helft aan hem te danken. Is hier wel ergens te vinden op mijn blog. Gewoon even zoeken op kiwi…denk ik toch…

Die blik in mijn ogen heeft overigens al meer voor uitspraken gezorgd:
‘Je kijkt zo streng’, ‘Leg zachtheid in je ogen’, maar ook ‘je kijkt zo vreemd uit je ogen’, in mijn pijnlijkste momenten. ‘Jij werkt in het onderwijs he, ik zie het aan je ogen.’

‘Fiducia met de mooie ogen’ heeft ook wel eens iemand zo ongeveer tegen me gezegd. Vreemd vond ik dat. Ik had ze niet eens in de verf gezet.

Maar goed.
Waar liggen mijn talenten en wat kan ik er nog mee betekenen voor de toekomst van onze kinderen?
Ik leg de vraag maar even voor aan mijn onbewuste en rep me terug naar mijn luie zetel op deze zondag.

En later op de avond laat ik mijn ogen boekdelen spreken.
Zomaar, voor de lol.

Het kind in ons

Photo by 和 平 on Unsplash

Ze moest ermee lachen. Ik had bij de online workshop aangegeven in de chat dat ik plezier haal uit ‘de aandacht van kinderen trekken en dan snuiten trekken’. En vervolgens zien hoe de kinderen erop reageren.

Ze adviseerde ons om ons innerlijk kind voluit te leven, dus ook in de praktijk te brengen wat ons plezier gaf. Dus posteerde ik me na de workshop op een plek waar kinderen voorbij komen en bracht mijn plezier in actie.

Het eerste kindje schat ik vier jaar. Ze keek me brutaal aan, papa en de andere dochter waren één en al oog voor een opstelling, een onderdeel van een zoektocht. Dus trok ik een snuit naar de kleine uk en keek hoe ze reageerde.

Het was grappig, het leek wel of ze helemaal niet verbaasd was dat een vreemde vrouw daar snuiten zat te trekken. Maar toen ze verder trokken hoorde ik haar toch papa aanspreken met ‘die mevrouw…’ en de rest verstond ik niet. Papa leek alleszins ook niet verbaasd want hij keek niet om naar het voorwerp van verhaal van zijn dochter.

Zoektochten. Ik ben er niet echt goed in.

In het Vrijbroekpark in Mechelen loopt tot eind augustus een zoektocht volledig in het teken van het wondermooie boek ‘De kleine prins’. Dat brengt me op een ander verhaal.

Er was een tijd dat ik mijn slaaptijd liet inleiden door het luisteren naar Joe FM. Vaak was er op dat tijdstip een verzoekprogramma. Toen ik op een keer een sms had gestuurd om mijn favoriete liedje door te geven, belden ze me op. Ze vroegen of er iemand naast me in mijn bed lag. Ik antwoordde in de ether naar waarheid dat er enkel boeken en een notitieblok in lagen. Ze wilden weten welke boeken. Ik wist het niet eens uit mijn hoofd, maar zag De kleine prins liggen en antwoordde eerlijk dat onder andere dit boekje me gezelschap hield.

Ze waren met twee presentatoren, een man en een vrouw, vraag me geen namen… De man sprak verbaasd dat het een boekje is dat in de middelbare school wordt gelezen. Ik gaf aan dat het over waarden gaat en dat die af en toe best mogen opgefrist worden. Vandaar die keuze van bedlectuur.

Tja. Moet je als volwassen persoon dan echt alleen dingen doen die een volwassene behoort te doen? Boeken lezen van het kaliber dat verwondering en ontzag opwekt bij de toehoorders?

Ik ben het er alleszins niet mee eens. Een kinderboek of prentenboek bevat vaak in beknopte en eenvoudige vorm veel levenswijsheden.

Tot mijn favorieten behoren Pippi Langkous, Het meisje dat nevel weefde en Het land van de grote woordfabriek. Koning van Katoren en De brief voor de koning, voor wat oudere kinderen, kunnen me ook erg bekoren.

Onlangs kreeg ik de vraag of ik soms naar ‘flutprogramma´s’ kijk of stationsromannetjes lees.
Neen dus, omdat ik geen TV-abonnement heb en omdat ik de fase van romantische verhalen van de orde van stationsromannetjes voorbij ben. Al heb ik recent ‘De Toverberg’ toch ook snel naar de bibliotheek teruggebracht nadat ik me door de eerste paar pagina´s had geworsteld.

Een beetje zotternij nu en dan.
Niets fijner dan dat.
Het kind in jezelf laten spelen.

En de papa´s moeten daar helemaal niet verbaasd op reageren.

Kappersbezoek

Photo by PHOTO RES on Unsplash

twee versgeperste roddels
een halve kilo achterklap
zeven sneetjes ondeugd
en wat water voor de hond

meer moet dat niet zijn
dan een weerborstel of drie
in vijfenzestig tinten grijs
met duurzaamheid verzameld

mijn kapper was content
mijn hond blafte zich kater

Hou het leuk

Photo by Courtney Cook on Unsplash

We staken de straat net over toen ik zei: ‘Als ik goed in mijn vel zit ben ik best een toffe madam hé.’
Ze moest lachen, mijn zus, maar beaamde dat we tijdens ons traject vandaag al goed gelachen hadden.

Toen ze daarstraks naast me kwam zitten – ze kwam van de andere kant van waar ik haar verwachtte – ze was er dus al, wat bij de meeste van onze afspraakjes niet het geval is… Zij komt immers ‘altijd’ een vijftal minuten te laat en ik een vijftal minuten te vroeg op onze afspraken.
Maar we waren daarstraks dus op elkaar afgestemd en waar ik toe wou komen is dat ze me meteen vroeg hoe het ging.

Naar waarheid zei ik dat het opnieuw niet zo goed ging. De ochtend was heel zwaar geweest. Ik had een poging gedaan op een andere plek dan naar mijn gewoonte het freewriting op te nemen, maar heel mijn lichaam was een dik half uur in protest mijn schrijven aan het manipuleren en beoordelen.
Tranen rolden. Woede sluimerde. Toch zette ik door.
De oefeningen van week twee in het boek heb ik vandaag niet bekeken, maar dat kan alsnog. De ‘Julia-Cameron’-week loopt tot en met zondag. Daarna wordt het evalueren hoe de week verlopen is en het aanvatten van een nieuwe opdrachtenweek.
Hopelijk met een positieve switch één van de komende dagen. Van bij het opstaan al bijvoorbeeld. Zo vanuit het niets eens kiplekker uit bed kakelen met mijn juiste been.

Maar goed. Mijn zus en ik moesten een halfuurtje wachten vooraleer we de tentoonstelling van de eindwerken van de lokale academie konden bezoeken. Zij was de gratis toegangskaarten al gaan oppikken toen ik nog niet gearriveerd was.
Omwille van Corona-maatregelen mochten er maar een beperkt aantal mensen tegelijk binnen.

Wat bizarre maar ook zeer mooie werken zag ik. Geen idee hoe je dat allemaal maakt. Ook beneden hingen tekeningen waarvan ik dacht ‘mij lukt het nooit om zoiets te creëren’. Al heb ik nog geen traject gevolgd dat mijn tekenvaardigheden aanscherpt. Er liggen wel een aantal boeken klaar om in te duiken. Zoals één van Betty Edwards, met een aanpak waarvan ik me door een tekenaar heb laten wijsmaken dat hij haar veel vroeger in zijn professionaliseringstraject had willen leren kennen.

Vandaag twijfelde ik wel in de boekhandel of ik een tekenboekje zou aanschaffen om het maken van een dagelijkse schets te stimuleren. De juiste intentie in combinatie met een mooi schriftje. Het boekje had een mooie vormgeving.
Ik was altijd al dol op papierwerk en pennetjes allerhande. Als kind kon je me meestal in de papierwarenafdeling vinden in de supermarkt waar mijn ouders elke week naartoe gingen. Mijn ma deed dan de boodschappen, ik stond aan de papierwarenafdeling te genieten en mijn vader en broer snuisterden rond bij de tijdschriften.

In de boekhandel waar we na de tentoonstelling belandden, was ik mijn zus aan het plagen en de verkoper die haar aankoop afhandelde deed met me mee.
Ik nam een flyer bij de hand waarop stond:
Omdat spelen leuk moet blijven – ken uw limieten.’
‘Gok je nog zoveel?’
vroeg ik. ‘En hoe gaat het nu met je alcoholverslaving?’
‘Hier staat dat je je limieten moet kennen.’

Zus lachte.

De verkoper zei: ‘ja, gooi het in de groep.’
Voor de zekerheid en het imago van mijn zus voegde ik toe dat ik een grapje maakte.
De verkoper antwoordde dat hij dat doorhad. Wat ik eigenlijk wel besefte. Vanwaar dan toch al die woorden…

Ik nam de flyer mee en ga meteen even analyseren of mijn gewoonte om mezelf af te breken als ik me niet goed voel een goede raad mag horen van een foldertje dat gokverslaving wil aanpakken of vóór zijn.
Al vind ik het ook een beetje dubbel…dat foldertje lag bij loten van de Nationale Loterij…dan is het van ‘koop ze, speel mee, maar zeg niet dat we u niet verwittigd hebben.’
Dat lijkt in mijn ogen veel op ‘koop maar en rook ze, maar kijk hier alvast wat je te wachten staat.’

Wie is dan verantwoordelijk voor wat?
De koper of de verkoper, of de goede intentionalistenaar?

Ik lees verder op de flyer: ‘(…) Toch heeft 1 tot 2% van de westerse volwassenen een gokprobleem. Bij jongeren loopt dat zelfs op tot 5%. (…)

Dus voeg ik meteen ook maar de regel toe die past bij dit soort mededelingen:
Doe de test via www.ken-uw-limieten.be om te kijken of u een gokprobleem heeft.

En voor mezelf zal ik dan morgen op zoek gaan naar wat mensen die me willen laten weten of ik een toffe madam ben of niet. En dan eventueel verwijzen naar https://www.fiduciacaro.be

Verleg uw grenzen, Fiducia, maar let erop. 😉

Om-doen

Photo by Rafaela Biazi on Unsplash

Vandaag heb ik me voorgenomen elke dag iets op een andere manier te doen.
Gewoon, om mezelf open te stellen voor verwondering en zo mijn creativiteit te voeden.

Eergisteren nam ik trouwens al een omweg om naar de supermarkt te rijden.
Het leverde me een gedicht op.

Een tijdje geleden besliste ik ook om mijn afwas op een andere manier te doen. Dat klinkt wellicht gek. Maar daar waar ik eerder eerst alles afwaste en op mijn kleine aanrecht ‘installeerde’ voor de afdroog, doe ik nu de afwas in porties. Alsof ik de afwas niet alleen doe maar opsplits in afwasser en afdroger die meer op elkaar zijn afgestemd. En op de grootte van mijn aanrecht.

Op één of andere manier geeft die manier van werken me meer rust.
Het is als aan de lopende band staan en sneller kunnen switchen tussen taken.
Zo heb ik minder het gevoel dat wat ik doe ‘saai’ is.

Daarstraks heb ik dan beslist welke bestemming ik mijn aanrecht geef, weg van ‘parkeerruimte’.
Dat voelt echt veel ruimer, een ‘zo-goed-als-leeg’ aanrecht.

Gisteren heb ik ook het boek ‘The Artist´s Way’ van Julia Cameron opnieuw vastgenomen.
Meteen ook een eerste planning gemaakt van wanneer ik welke opdrachten ga maken deze week.
Ik had blijkbaar de vorige datum dat ik met hoofdstuk één begon genoteerd in het boek.
Dat was september tweeduizenddertien. We zijn een dikke zeven jaar verder.
Benieuwd van waar dit nieuwe traject van twaalf weken me brengt.

Hopelijk zal de inspiratie daardoor ook weer soepeler haar weg tot me vinden.
De criticus is dezer dagen zeer sterk aanwezig en mezelf afbreken hoort daar iets te stellig bij om nog aangenaam te zijn. Daar omschrijft ze weer haar gemoedstoestand op een eufemistische manier.

Ik kan ook eens op zoek gaan naar het doosje dat ik ooit kreeg aan het einde van een cursus improvisatie gecombineerd met meditatie. Het stak vol met opgerolde oranje papiertjes met suggesties om dingen op een andere manier te doen. Suggesties die even doen stil staan.

Omdenken.nl geeft ook inspiratie op dat vlak. Je kan je er bijvoorbeeld inschrijven om dagelijks ‘omdenk’spreuken in je mailbox te ontvangen.

En verder wil ik eindelijk stellig werk maken van ontspullen. Op een duurzame manier.
Dus niet van ‘iets aanschaffen dus eerst iets wegdoen’, maar ‘wegdoen’ tout court, omdat ik het nu eenmaal niet vastneem laat staan echt nodig heb.
Wegdoen omdat het mijn ruimte bezet.
Ontspullen om naast fysieke ook mentale ruimte vrij te maken, die dan mag gevuld worden met nieuwe ervaringen.

Overigens zijn in het boek van Julia Cameron de ochtendpagina´s en het kunstenaarsafspraakje de belangrijkste instrumenten om de creativiteit weer te doen stromen. En, heel confronterend, opschrijven wat de criticaster in mezelf allemaal aan ‘waarheden’ spuit.
Om er dan een weerwoord bij te verzinnen en dat weerwoord in affirmaties te gieten die de eigen energie hopelijk wat meer met positiviteit voedt.

Waar ik straks zal uitkomen weet ik niet.

Ik heb me gerealiseerd dat ik een zevental jaren verder ben in mijn relatie met schrijven en dat ik nu wellicht andere dingen oppik uit het boek. Ook mijn blog dateert van zesentwintig maart tweeduizendveertien. Ook een zevental jaar geleden.
Ik heb voor maandag een brief klaar die ik vorig jaar schreef als reactie op een opdracht in een schrijfcursus. Een brief gerelateerd aan het allereerste blogbericht dat ik publiceerde.

Ik begreep uit een webinar die ik onlangs volgde dat een volwaardig leerproces zowat zeven jaar in beslag neemt. En dat er daarna een nieuwe periode van zeven jaar start waar de relatie met het geleerde een andere vorm aanneemt.

Benieuwd wat zich aandient en waar ik binnen zeven jaar sta in mijn relatie tot schrijven…

Toegepast broncoderen

Photo by Shahadat Rahman on Unsplash

Mijn huisgenoot stak me gisteren enthousiast een papiertje in de hand waar een mooie haiku op stond. Maar hij weet helemaal niet meer of hij hem zelf heeft geschreven of iemand anders. Dus vroeg hij uitdrukkelijk zijn ‘naam’ niet te vermelden.

Moet ik hem dan maar niet op dit blog plaatsen?
Of mag ik er toch vol lof over zijn en hopen dat de ware schrijver ervan zich kenbaar maakt en niet boos is vanwege het feit dat zijn woorden tijdelijk zonder eigenaar circuleren?
En is het feit dat iemand zich als de ware kenbaar maakt, dan een garantie?

Allemaal niet simpel.

Ik merk dat er online veel wordt gedeeld als foto´s en spreuken, zonder de naam van het brein waar het aan ontsproten of ingeschoten is er met naam en toenaam bij te vermelden.
Dan krijgt bijvoorbeeld ineens een spreuk van eeuwen oud een nieuwe eigenaar.
Boem, pats.
Zijn er dan geen andere katten dan ik die zich afvragen of die taalvirtuositeit gestolen is?

Zelf kan ik dat niet.
Ik geef aan waar ik mijn gepubliceerde foto´s pluk en wie ze er geplaatst heeft en in de hoop dat ‘mijn bron’ juist is doe ik hetzelfde met spreuken. Vaak lees ik echter spreuken die ik zelf te lang of complex vind om ‘goed voor mij te werken’. Dan geef ik er een draai aan die zich wel goed doet bekken en zet ik er inderdaad ook wel onder dat die versgeperste woorden van Fiducia zijn.

En aangezien Fiducia niet meer is dan een schuilnaam voor een speelvogel, wordt dat nieuwe geheel niet meer dan een cloaciaanse QR-code voor toegepaste kunst. Waarbij ik tijdens het checken van de schrijfwijze van het woord ‘cloaca’, dat mijn brein voor het eerst verkende in de les biologie bij mevrouw…tja…hier dus ook de naam kwijt. Derde middelbaar.

Soit, … bij de zoektocht kom ik dus op onderstaand Youtube-filmpje terecht waar Wim Delvoye zijn Cloaca n°5 Vernissageert.

Waarna ik tot de conclusie kom dat het misschien niet helemaal deontologisch correct is om de haiku waar ik ‘daarstraks’ naar verwees, hieronder te plaatsen.
Zo lijkt het wel een ‘restje’…

Maar soms lopen de dingen anders dan gedacht en moet een mens vrede nemen met een plaats achteraan.
Het is niet anders.
Hier komt hij dus:

ik leg de tuin aan
en dan legt de tuin mij uit
wat een wonder is

En mocht je het ook graag in verschillende versies horen, ziehier dan ook een audioversie of drie:

Haiku van ongekende oorsprong. Maar Moeder Aarde zal er wel iets mee te maken hebben…

En daarbij bedenk ik me ook nog:
Welke betekenis legde de schrijver erin?
En welke betekenis springt er voor jou uit?

“Taal is een kwestie van toegepast broncoderen.”
Bron: Fiducia
Code: 😉 😉 😉

Universele complexiteit

Photo by Thought Catalog on Unsplash

Het komt tegemoet aan een behoefte van me. Het quasi ongecensureerd neerpennen van wat me bezighoudt, verwoorden wat ik op mijn pad tegenkom of al schrijvend exploreren wat dat niet nader te omschrijven verlangen is dat kriebelt aan mijn bewustzijn.

Wellicht dekt deze drie-ledigheid niet vol-ledig de lading van wat dit blog voor me betekent.
Gaapt er een oneindig verschil in ledigheid dat mijn vol-doening niet kan bevatten.

Soms ontspruit zich het fenomeen van lezers die willen reageren op mijn woorden. Dan kan ik niet anders dan ook even re-ageren op wat ze schrijven om dan beide stukjes publiek te maken. En begin ik na verloop van tijd te merken dat deze heen-en-weer-reacties de essentie en magie van mijn exploratieruimte een stukje wegnemen.

Misschien is mijn blogruimte wel de zuiverste ruimte voor me om in gesprek te gaan met mijn hersenspinsels. Werkt het delen van mijn verhaal therapeutisch en het niet reageren van de blogruimte op zich als een liefdevol luisterend universum. Zijn mijn woorden eigenlijk verzoeken om gehoord te worden door een intelligentie die oneindig veel groter is dan de mijne.

Ja ja, lach maar.

Ik probeer hier even puur en rauw te exploreren hoe het in elkaar zit.
Feit is dat ik mijn eigen woorden vaak de beste therapeuten vind. Soms herlees ik stukken, zoek ik op kernwoorden…lees vervolgens mijn vroegere zelf en doet dat deugd. In het verleden heb ik ook al audiobestanden online geplaatst. Misschien moet ik dat nog maar eens doen. Alleszins meen ik nu een andere optie te hebben gedetecteerd dan mijn stem aan Soundcloud toevertrouwen alvorens ze hier te luister te leggen…
Is toch een beetje omslachtig allemaal.
En de reacties uit die audio-hoek zijn bij momenten nog vreemdsoortiger dan wat ik pakweg in een documentaire van David Attenborough tegenkom.

Dan komt meestal de klank “Huh?!” zich aanmelden en gaat mijn bewustzijn razendsnel in de richting van omdenken.nl
Tja…denken in verbinding…

Maar nog eens een audiobestandje publiek maken via deze blogruimte…zal ik dadelijk nog eens proberen. Met een gedicht van Rumi of zo…Ik onderstel dat ik dan niet in de problemen kom met auteursrechten gezien de jaren, decennia en eeuwen die zijn woorden intussen hebben overbrugd.

Ik zou het mij ook kunnen afvragen, of mijn woorden de tand des tijds zullen doorstaan.
Maar aangezien ik dat niet meer zal zien gebeuren, hoef ik er ook mijn aandacht niet naartoe te laten gaan. Als mijn achterban beslist niet langer geld te besteden aan de hosting waar dit blog is op gebouwd, sterft de ruimte van Fiducia in hetzelfde jaar als haar lichaam.
Maar ze zal dat doen met tevredenheid over haar leven en de woorden die ze erin gebruikte.

Mijn blogruimte is gewoon mijn speelruimte en ik heb in de administratieve omstandigheden van mijn hostingpakket ontdekt dat ik recht heb op nog een paar speeldomeinen…dat kriebelt wel.
Maar aangezien er nogal veel is dat dezer dagen kriebelt zal ik dat gegeven maar even on hold zetten.

Ik bedoel, een mens moet niet overkriebeld geraken hé…
Het leven is al complex genoeg.

De wortel van -1 ook…
Zie hieronder in alle eenvoud, het gedicht waarvan hierboven sprake.

“Luisteren” een gedicht van Rumi
uit “Een boek van wondere dingen” van Daan Bronkhorst

De kriebel

Photo by Matthew Henry on Unsplash

ik zou graag kleuren zonder lijntjes
knippen waar de plakband hoort
prutsen aan de foute frutsels
lekker brullen in een oor

maar ja, dat mag niet ik ben mama
en dan moet je voorbeeld leven

dus dans ik in gedachten
met een voet net buiten beeld
glimlach waar nog niemand lachte
en geef stil de kriebel door

Eentje van 22 december 2015

Reeds gepubliceerd op 28/02/2019