Hoedanook

Photo by Debby Hudson on Unsplash

ik schrijf je dat ik aan je denk
onwetend of je ´t fijn vindt

ook hoop ik dat het blij is
wat je voelt doorheen de dag

beklijven is een woord
dat aan mijn tongpunt plakt

ik schrijf je dat ik aan je denk
maar hoe dan ook verzwijg ik

Schrijven

Photo by Yannick Pulver on Unsplash

Zo heb ik ze graag, de schrijfopdrachten. Een insteek, een perspectief, een aandachtspunt. En als wat geschreven is mag gedeeld worden, één ronde van feedback waar je iets mee kan of iets net niet zal gebruiken om je tekst te ‘verbeteren’.

Veel verschillende stijlen onder de andere cursisten. Dat vind ik ook een meerwaarde. Stokpaardjes ontdekken. Teksten die stromen, teksten die de poëzie bewandelen, verhalen die blijven hangen.

Vorig jaar volgde ik het eerste jaar schrijven van een driejarig traject. Ook daar waren opdrachten die ik fijn vond. Maar naarmate het jaar vorderde moesten de teksten drie, vier keer herlezen en herbekeken worden en dat vond ik minder fijn. Wat was dan al gelezen en wat was intussen verbeterd? Het tweede en derde jaar zou bovendien gaan over grotere schrijfwerken volgens een genre dat ons lag.

Ik heb me niet ingeschreven voor het vervolg. Ook omwille van mijn gezondheid maar toch vooral ook omdat schrijven bij mij geen herschrijven is. Vaak wordt gezegd dat schrijven schrappen is. Wat mijn blogs betreft schrap ik zelden. Ik zet me aan het klavier en typ. Is het af dan post ik het. Dat is toch het meest authentieke, niet?!

Als je alsmaar gaat schaven aan een tekst doet dat afbreuk aan het stromen van de woorden, vind ik. Wordt het geheel wat gekunsteld.
Ook in mijn spreken ga ik zelden vooraf bedenken hoe ik iets ga formuleren. Zeg wat er te zeggen is op dat moment en verwoord het eventueel anders of geef duiding als blijkt dat één en ander wat averechts binnenkwam. Verduidelijking behoeft.

Wat ik ook vaak heb met informatieve boeken is dat ik al die voorbeelden of duiding eigenlijk liever oversla. Geef mij de essentie van waar het in het boek om draait en laat alle toelichtingen weg. Daarom houd ik ook zo van wijze quotes. De complexiteit van een heel universum kan je vatten in een paar woorden. Niet iedereen kan dat, maar de wijzen onder ons wijzen hier de weg.

Eigenlijk wou ik vandaag een blogbericht schrijven over de vraag of ik het zinvol vind om in volzinnen te schrijven. Maar het liet zich niet aanpakken.

Gedichtjes laat ik vaak wel even rijpen. Als het niet goed bekt na een aantal keer hardop lezen dan sleutel ik wat en proef na een tijdje nog eens. Zo kan een werkje verschillende keren door mijn vingers glijden, evenzoveel keer ‘in het net’ herschreven worden, voor het gepubliceerd wordt.

Ik weet niet meer hoeveel jaar het geleden is maar in het kader van de Werelddag van de Geestelijke Gezondheid ging ik met een paar werken naar een ‘poëziedokter’. Ik nam een aantal werkjes van mezelf mee, zoals gevraagd werd, en legde ze voor aan de dokter. Die overigens in een echt ziekenhuis een kantoor bemande. Hij duidde op een aantal verbeterpuntjes maar was wel lovend over mijn schrijfsels. Ik ging naar de vervolgafspraak enkele weken later, met de werkjes die ik ‘verbeterd’ had, en hij vond ze minder goed dan tevoren. Tja, zo zie je maar. Overigens had in in de wachtzaal een gedicht voorgelezen gekregen dat me erg raakte toen.

Daarstraks heb ik een gedichtje geschreven dat ik van de eerste tokkel wel ok vond. Ik plaats het hieronder. Misschien gaat het wel over mijn relatie met schrijven…of net niet.

Hou me niet
of zachtjes
stil tegen je aan

een perzik
een radijsje
of vrucht zonder een naam

Tip getopt
en zoetgevooisd
geklikt en -klakt
maar nooit voltooid

Ik aarzel nog heel even
en dan raak ik je aan

Weifelen

Photo by Nicolas Hoizey on Unsplash

Hij vroeg of ik zou stoppen met schrijven.
Tot hiertoe gaf ik geen antwoord. Omdat ik geen antwoord vond in mijn arsenaal aan woorden.

Zolang er ruimte is, kunnen objecten worden waargenomen.
Zolang er stilte is, kan geluid zich ontvouwen.
Zolang er woorden zijn, kunnen ze verschil maken.

Ik weet vaak niet meer welke woorden nog schrijven. Alsof alles al gezegd is. Alsof een welgemeende en empathische stilte toch veel meer kan zeggen dan welke woordenstroom ook.

Ja, ik schrijf graag. Ja, ik krijg al eens uit onverwachte hoek een mooie reactie op mijn schrijven. Ga ik er daarom mee door? Ik weet het niet. Schrijven geeft betekenis aan mijn leven. Wat zich hier typt, wil gezegd worden. Wat zich hier droomt, wil manifestatie vinden. Wat boekdelen spreekt, wil gehoord worden ja.

Mijn kunstenaarsafspraakje, het opgelegde uitje van ‘me, myself and i‘ en de verwondering, wil zich vaak niet manifesteren. Het lijkt of ik er meer op vertrouw dat vanuit de beleving van diepe stilte de meest waardevolle woorden stromen. Wat moet ik met rond snuisteren in de Hema tussen de papiertjes en frutseltjes. Wat moet ik met in mijn eentje door de natuur struinen en niemand hebben om al wat ik opmerk mee te delen? Elk leeg blad draagt verwondering in zich.

Ik wil niet ‘leeg-geschreven’ zijn. Dus moet ik mezelf voeden met verwondering. Over de zon en de hitte van de afgelopen dagen. Die me behoorlijk immobiel maken. Maar wanneer de hitte er niet was, zouden we de verkoeling niet opmerken. Er zijn zo altijd minstens twee kanten aan een verhaal. En dan nog. Eigenlijk een oneindig aantal perspectieven om naar de dingen te kijken. Als je echt wil.

Wat levert verkoeling op?

Als ik gevoelig ben voor woordkeuze, waar moet ik dan de mosterd halen? In goede literatuur wellicht. Of in wijze quotes van mensen met bakken levenservaring. Zelf zou ik ook wel wijs willen zijn. Van een soort wijs dat verkoeling geeft op oververhitte dagen. Dat verfrissing geeft op oververhitte discussies. Misschien mag dat onder de vorm van een vraag zijn.

Gaat het me lukken?
Zal ik verfrissing vinden tussen waargenomen uitingsvormen?
Zal ik verwondering vangen en delen?

Schrijven maakt een verschil als het beweging brengt aan de lezerskant. Een glimp van een emotie, een straaltje empathie of een zaailing van mondkrullen. Dat die laatste dan stevig mogen wortelen, van oor tot oor. Die heb ik al wel eens veroorzaakt op dit blog, denk ik.

Laatst kregen mijn blogberichten de woorden ‘eerlijk en zacht’ van een lezer. Dat voelt wel fijn. Ik denk dat ik dat ook wel ben, eerlijk en zacht. Omdat ik niet anders kan zijn dan dat. Omdat anders zijn dan dat me teveel energie kost.

Het maakt me kwetsbaar ja. En sommige mensen durven daar al eens op inhakken.
Omdat ze zelf geen voeling willen of kunnen maken met die kwetsbaarheid, wellicht. En de mijne dan als een bedreiging aanvoelt.

Toch heb ik vooral de ervaring dat de manier dat ik me opstel naar mensen, me spiegelt in hun gedrag. Dat ik meer mag vernemen in een toevallige ontmoeting dan de gemiddelde mens.

Ach, eigenlijk doe ik maar wat. Zeer binnenkort dompel ik me nog eens onder in een schrijfcursus van een halve dag. Wie weet wat voor verfrissing dat brengt. Voor nu houd ik het op bruiswater. Misschien is het dat wel. Dat ik op de tafel van vermenigvuldiging van kwetsbaarheid het bruiswater mag zijn. Dat zorgt voor de bubbels, de al dan niet onderdrukte oprispingen en de verkoeling.

Een briesje Fiducia.
Graag tot schrijfs.

Om-doen

Photo by Rafaela Biazi on Unsplash

Vandaag heb ik me voorgenomen elke dag iets op een andere manier te doen.
Gewoon, om mezelf open te stellen voor verwondering en zo mijn creativiteit te voeden.

Eergisteren nam ik trouwens al een omweg om naar de supermarkt te rijden.
Het leverde me een gedicht op.

Een tijdje geleden besliste ik ook om mijn afwas op een andere manier te doen. Dat klinkt wellicht gek. Maar daar waar ik eerder eerst alles afwaste en op mijn kleine aanrecht ‘installeerde’ voor de afdroog, doe ik nu de afwas in porties. Alsof ik de afwas niet alleen doe maar opsplits in afwasser en afdroger die meer op elkaar zijn afgestemd. En op de grootte van mijn aanrecht.

Op één of andere manier geeft die manier van werken me meer rust.
Het is als aan de lopende band staan en sneller kunnen switchen tussen taken.
Zo heb ik minder het gevoel dat wat ik doe ‘saai’ is.

Daarstraks heb ik dan beslist welke bestemming ik mijn aanrecht geef, weg van ‘parkeerruimte’.
Dat voelt echt veel ruimer, een ‘zo-goed-als-leeg’ aanrecht.

Gisteren heb ik ook het boek ‘The Artist´s Way’ van Julia Cameron opnieuw vastgenomen.
Meteen ook een eerste planning gemaakt van wanneer ik welke opdrachten ga maken deze week.
Ik had blijkbaar de vorige datum dat ik met hoofdstuk één begon genoteerd in het boek.
Dat was september tweeduizenddertien. We zijn een dikke zeven jaar verder.
Benieuwd van waar dit nieuwe traject van twaalf weken me brengt.

Hopelijk zal de inspiratie daardoor ook weer soepeler haar weg tot me vinden.
De criticus is dezer dagen zeer sterk aanwezig en mezelf afbreken hoort daar iets te stellig bij om nog aangenaam te zijn. Daar omschrijft ze weer haar gemoedstoestand op een eufemistische manier.

Ik kan ook eens op zoek gaan naar het doosje dat ik ooit kreeg aan het einde van een cursus improvisatie gecombineerd met meditatie. Het stak vol met opgerolde oranje papiertjes met suggesties om dingen op een andere manier te doen. Suggesties die even doen stil staan.

Omdenken.nl geeft ook inspiratie op dat vlak. Je kan je er bijvoorbeeld inschrijven om dagelijks ‘omdenk’spreuken in je mailbox te ontvangen.

En verder wil ik eindelijk stellig werk maken van ontspullen. Op een duurzame manier.
Dus niet van ‘iets aanschaffen dus eerst iets wegdoen’, maar ‘wegdoen’ tout court, omdat ik het nu eenmaal niet vastneem laat staan echt nodig heb.
Wegdoen omdat het mijn ruimte bezet.
Ontspullen om naast fysieke ook mentale ruimte vrij te maken, die dan mag gevuld worden met nieuwe ervaringen.

Overigens zijn in het boek van Julia Cameron de ochtendpagina´s en het kunstenaarsafspraakje de belangrijkste instrumenten om de creativiteit weer te doen stromen. En, heel confronterend, opschrijven wat de criticaster in mezelf allemaal aan ‘waarheden’ spuit.
Om er dan een weerwoord bij te verzinnen en dat weerwoord in affirmaties te gieten die de eigen energie hopelijk wat meer met positiviteit voedt.

Waar ik straks zal uitkomen weet ik niet.

Ik heb me gerealiseerd dat ik een zevental jaren verder ben in mijn relatie met schrijven en dat ik nu wellicht andere dingen oppik uit het boek. Ook mijn blog dateert van zesentwintig maart tweeduizendveertien. Ook een zevental jaar geleden.
Ik heb voor maandag een brief klaar die ik vorig jaar schreef als reactie op een opdracht in een schrijfcursus. Een brief gerelateerd aan het allereerste blogbericht dat ik publiceerde.

Ik begreep uit een webinar die ik onlangs volgde dat een volwaardig leerproces zowat zeven jaar in beslag neemt. En dat er daarna een nieuwe periode van zeven jaar start waar de relatie met het geleerde een andere vorm aanneemt.

Benieuwd wat zich aandient en waar ik binnen zeven jaar sta in mijn relatie tot schrijven…

Universele complexiteit

Photo by Thought Catalog on Unsplash

Het komt tegemoet aan een behoefte van me. Het quasi ongecensureerd neerpennen van wat me bezighoudt, verwoorden wat ik op mijn pad tegenkom of al schrijvend exploreren wat dat niet nader te omschrijven verlangen is dat kriebelt aan mijn bewustzijn.

Wellicht dekt deze drie-ledigheid niet vol-ledig de lading van wat dit blog voor me betekent.
Gaapt er een oneindig verschil in ledigheid dat mijn vol-doening niet kan bevatten.

Soms ontspruit zich het fenomeen van lezers die willen reageren op mijn woorden. Dan kan ik niet anders dan ook even re-ageren op wat ze schrijven om dan beide stukjes publiek te maken. En begin ik na verloop van tijd te merken dat deze heen-en-weer-reacties de essentie en magie van mijn exploratieruimte een stukje wegnemen.

Misschien is mijn blogruimte wel de zuiverste ruimte voor me om in gesprek te gaan met mijn hersenspinsels. Werkt het delen van mijn verhaal therapeutisch en het niet reageren van de blogruimte op zich als een liefdevol luisterend universum. Zijn mijn woorden eigenlijk verzoeken om gehoord te worden door een intelligentie die oneindig veel groter is dan de mijne.

Ja ja, lach maar.

Ik probeer hier even puur en rauw te exploreren hoe het in elkaar zit.
Feit is dat ik mijn eigen woorden vaak de beste therapeuten vind. Soms herlees ik stukken, zoek ik op kernwoorden…lees vervolgens mijn vroegere zelf en doet dat deugd. In het verleden heb ik ook al audiobestanden online geplaatst. Misschien moet ik dat nog maar eens doen. Alleszins meen ik nu een andere optie te hebben gedetecteerd dan mijn stem aan Soundcloud toevertrouwen alvorens ze hier te luister te leggen…
Is toch een beetje omslachtig allemaal.
En de reacties uit die audio-hoek zijn bij momenten nog vreemdsoortiger dan wat ik pakweg in een documentaire van David Attenborough tegenkom.

Dan komt meestal de klank “Huh?!” zich aanmelden en gaat mijn bewustzijn razendsnel in de richting van omdenken.nl
Tja…denken in verbinding…

Maar nog eens een audiobestandje publiek maken via deze blogruimte…zal ik dadelijk nog eens proberen. Met een gedicht van Rumi of zo…Ik onderstel dat ik dan niet in de problemen kom met auteursrechten gezien de jaren, decennia en eeuwen die zijn woorden intussen hebben overbrugd.

Ik zou het mij ook kunnen afvragen, of mijn woorden de tand des tijds zullen doorstaan.
Maar aangezien ik dat niet meer zal zien gebeuren, hoef ik er ook mijn aandacht niet naartoe te laten gaan. Als mijn achterban beslist niet langer geld te besteden aan de hosting waar dit blog is op gebouwd, sterft de ruimte van Fiducia in hetzelfde jaar als haar lichaam.
Maar ze zal dat doen met tevredenheid over haar leven en de woorden die ze erin gebruikte.

Mijn blogruimte is gewoon mijn speelruimte en ik heb in de administratieve omstandigheden van mijn hostingpakket ontdekt dat ik recht heb op nog een paar speeldomeinen…dat kriebelt wel.
Maar aangezien er nogal veel is dat dezer dagen kriebelt zal ik dat gegeven maar even on hold zetten.

Ik bedoel, een mens moet niet overkriebeld geraken hé…
Het leven is al complex genoeg.

De wortel van -1 ook…
Zie hieronder in alle eenvoud, het gedicht waarvan hierboven sprake.

“Luisteren” een gedicht van Rumi
uit “Een boek van wondere dingen” van Daan Bronkhorst

Tegen-Woordig

Photo by Toa Heftiba on Unsplash

De ene dag meer dan de andere, maar ik ben er heel gevoelig voor.
Voor aandacht die niet onverdeeld gegeven kan of wil worden. Aan mij, in een samen zijn.
Voor aandacht die niet in zijn volledige energie, zijnde onverdeeld, mijn richting uitkomt als ik wil verbinden.

Omdat de voorkeursbezigheid van de gesprekspartner een andere is dan samen een moment delen.
Omdat de preoccupatie met eigen besoignes verlangt naar het moment dat mijn aandacht ontvangen mag worden en eigen aandacht zich inwaarts keert om het effect van zich gehoord te weten voluit te capteren.
Omdat wat ik te vertellen heb geen meerwaarde heeft voor de ontvanger, misschien.

Mijn tranen rollen wel onverdeeld nu.
Maar aangezien ik mijn volledige aandacht bij mezelf en mijn typen houd, weet ik dat we er samen doorheen zullen spartelen, de pijn, mijn behoefte en mijn schrijven.
Dat doen wij immers elke keer als ik beslis woorden te geven aan wat zich binnenin afspeelt.
Geen beter medicijn dan schrijven.
Althans voor mij.

Met onverdeelde aandacht bij eigen verdriet blijven.
Er woorden voor vinden die de energie waardig zijn.
Misschien moet ik niet meer verlangen.

Voor onverdeelde aandacht moet je meestal betalen.
Hoe zot is dat?!
En dan nog is ze niet altijd onverdeeld…heb ik al opgemerkt.

Ik prijs mezelf gelukkig dat ik vrienden heb die gezegend zijn met de kunst van het onverdeeld aandacht geven. Maar ik bel ze niet in momenten als deze. Wel van zodra ik mijn eigen muizenissen overwonnen heb en kan vertellen vanuit een moment na de pijn.
Met een terugblik. Met een reflectie over een moment ‘klein zijn’.

Misschien rijmt mijn gevoeligheid voor afdwalend bewustzijn in mijn aanwezigheid wel met mijn wens om overbodig te zijn.
Is mijn aanwezigheid niet meer dan een katalysator voor het doen opborrelen van eigen inzicht.
Wordt iemand claimen niet meer dan een ultieme poging zichzelf te begrijpen, omdat dat zelfstandig nog niet lukt.

Toch heeft het met elkaar te maken, het claimen en het niet in staat zijn onverdeelde aandacht kunnen geven.

Misschien is ‘EGO’ wel het woord dat hier behoeften heeft.
En is Verlangen naar Verbinding wel Voldaan als het Tegen-Woordig is.
Mmmh…een vlammetje of zo in plaats van een verzameling letters…

Maak het Ge-zellig straks.
Of We-zellig…




Stempels

Photo by Aleksey Boev on Unsplash

Eigenlijk ben ik opnieuw een beetje,… neen, eigenlijk meer dan dat…‘goe-moe’ en zou ik me in de zetel kunnen nestelen, ingekapseld in een dekentje. Maar ik schrijf ook zo graag…

Kannikieze…oftewel… een streepje schrijven en dan niet te lang met mezelf overleggen of wat ik neergepend heb allemaal voldoende steek houdt. Of dat er eerder een steek los aan zit. En of ik dat allemaal belangrijker vind dan de deugd die het doet woorden te breien in mijn eigen stekje. Gezellig…

Een woordje rechts, een woordje averechts…een kabeltje her en der.

Alleszins ben ik daarnet met een dierbare vriend in dialoog gegaan. Hij had het over ‘gehandicapten’. Ik zei dat het beter was te spreken over ‘mensen met een handicap’, omdat de mens achter de handicap nu eenmaal meer is dan louter zijn handicap. Een persoon met schizofrenie net iets meer in zijn mars heeft dan een schizofreen. Een zottin net iets anders klinkt dan een vrouw die zo zot is als een deur en zichzelf daarom een raam noemt, omdat je door haar ogen een andere kijk op de wereld krijgt.

Kotje in. Deurtje toe. Afblijven?

Niet handig overigens als je niet bereid bent een andere kijk te overwegen.
Liever vastdenken dan? Zwart-wit. Rechts-Links. Erop of eronder.

Soit, terug naar het gesprek met mijn vriend. die overigens weer een gedurfde T-shirt droeg. Het opschrift luidde:
‘Be careful when you follow the masses
…sometimes the “M” is silent!

Geen van beide wilden we loslaten wat we gepaster vonden qua taalgebruik.

Als je de stempel aanpast, zei mijn vriend, dan komt er een tijd dat die nieuwe benaming ook niet goed meer is en moet je weer naar iets anders zoeken. Daar kan ik inkomen.
Ik denk dat het er voor hem op aan komt om voorbij de stempels te denken. Misschien, als je vrede kan nemen met een stempel, dan maakt het niet uit hoe ze je noemen.

Zotte doos.
Hoer.
Tata.

Laat ik er eens creatief mee aan de slag gaan.
Opdracht: gebruik bovenstaande drie woorden in één zin:
Poging 1: ‘Tataaaa!! riep de hoer en haar zotte doos maakte een sprongetje.’

Mmmh…een literair hoogstaand werkje zou ik het niet durven noemen.
Maar plezant is/was/wordt het wel.
TBC 😉

Eenvouwt

Mijn huisgenoot las een aantal stukjes voor uit de krant. Ik zat te breien. Een verstillend moment bij de gashaard.

Toen hij las: ‘Vlaamse student lanceert ‘werkwoordenwiel’ dat dt-fouten voorkomt’, kon ik mijn verbazing niet onder de zetel stoppen.

‘Lees eens voor’, vroeg ik. Hij gaf aan dat ik moest komen kijken naar het figuurtje dat erbij stond. Het zag er ingewikkeld uit. Maar aan het einde van het artikel stonden de woorden ‘Zowel leerlingen als leerkrachten waren enthousiast over het concept. De leerlingen vonden het leuker om met het wiel te werken dan met een schema. En de leerkrachten vroegen allemaal alvast of ze enkele exemplaren konden krijgen.

Nu wil ik die student niet afbreken. Ik neem aan dat hij vanuit de beste intentie een onderzoek heeft gedaan en een oplossing heeft uitgedacht die leerlingen een houvast biedt. En hij heeft zijn traject ongetwijfeld afgelegd met steun van zijn promotor en klaarblijkelijk ook met steun van de hogeschool die de productie van de ‘werkwoordenwielen’ op zich heeft genomen.

Maar…

Al wil ik niet afbreken. Ik wil aangeven dat ik een heel andere truuk gebruik die volgens mij veel sneller en efficiënter werkt. Ik heb geen idee meer of een leerkracht die truuk jaren geleden op een schoteltje heeft aangereikt. Of dat ik de truuk zelf heb gevonden omdat ik een manier zocht om met mijn dt-twijfels om te gaan.

Wat ik doe als ik twijfel?
Ik vervang het werkwoord door ‘spelen’ en luister of ik een extra ‘t’ moet schrijven.

Even testen:

De tijger voedt? voet? voed? haar jong.

Vraag 1: Welk werkwoord gebruiken we hier? => Voeden.
Vraag 2: Komt er een ‘d’ voor in dat werkwoord? =>Ja=> dan schrijven we alvast een d
Vraag 3: Als we ‘voeden’ vervangen door ‘spelen’ met de juiste werkwoordsvorm, dan krijgen we: ‘De tijger speelt haar jong’. We horen een t, dus we schrijven een t.

Samengevat: we moeten hier een d en een t schrijven, dus wordt de zin:
De tijger voedt haar jong.

Tweede voorbeeld:
Een zoomsessie gebeurdt? gebeurd? gebeurt? online.

Vraag 1: => antwoord ‘gebeuren’
Vraag 2: => neen => geen ‘d’
Vraag 3: ‘Een zoomsessie speelt online’ We horen een t, dus we schrijven een t.

Samengevat: We moeten hier geen d maar wel een t schrijven dus wordt de zin:
Een zoomsessie gebeurt online.

Voor mij heeft deze manier van werken me nog nooit het bos in gestuurd. Ik vind het jammer dat een krant die hierover bericht, waar journalisten huizen die gepokt en gemazeld zijn in taal, niet ook een kritische reflectie geven op dit soort ‘ontdekkingen’.

En toegegeven, het werkwoordenwiel is een mooi concept om in een tastbaar handvat te gieten. Maar mag het allemaal een beetje simpeler alsjeblieft? Misschien kan volgend jaar een student een vergelijking maken tussen mijn ‘spelen’-truuk en het werkwoordenwiel en wie weet welke truuk er nog in de omloop is.

Tenzij ik het allemaal verkeerd heb begrepen en dit instrument is uitgevonden om complexiteit toe te voegen aan het onderwijs, om de kinderen vaardig te maken in het omgaan met complexiteit.

´t Kofschip, dat woord namen leerkrachten vroeger vaak in de mond. Nooit echt begrepen waar dat over ging…


Inhoud

Wat een vreemde avond. Krijg ik ineens in mijn mailbox een taalgerelateerd bericht en valt mijn oog op het woord ‘knaldrang’. Ik denk ‘dat moet ik nader onderzoeken’. Ik bedoel, zo een drang kan je toch niet toelaten? Daar moeten toch regels voor opgesteld worden?

Om zeker te zijn dat ik het allemaal goed begrijp, kijk ik verder dan de inhoud van mijn schuif met standaard antwoorden, helemaal uitgevonden en al.
Woordenloos werd ik. Daar niet van.

Maar ik ga verder.
Zo vind ik ‘Als de fuifhonger te hevig wordt, krijg je knaldrang.’

Ik laat mijn ogen nog een beetje over de rest van de uitleg dwalen, maar besluit gewoon boudweg de link hier te plaatsen. Beetje lui zijn af en toe is goed voor de energiehuishouding. Hij zit daar ergens beneden. Je komt er wel als je verder leest.

Ik laat intussen Mariah Carey en Whitney Houston even hun ding doen en geniet van de energie tussen die dames. Daarna besluit ik eens de slimmerik uit te hangen en een woord te typen dat volgens mij onmogelijk een zinnige opbrengst kan geven. Ik typ: ‘skaramousj’. Mijn schrijfwijze niet te na gesproken blijkt er muziek te zitten in dat woord.
Ik heb de mannen laten uitspelen en ben blijven zitten tot het einde. Heb genoten van hun virtuositeit.

Wat ik echter als laatste tegenkwam, tart alle verbeelding. Een mevrouw die duidelijk wil dat ik meedoe. Maar als ze naar mij wijzen dan haak ik af. Dan komt de rebel in mij naar boven. Meedoen als je met de vinger gewezen wordt? Jamehoela!

Ik wil het u echter niet onthouden. Voor elk wat wils.
https://www.youtube.com/watch?v=Tb3SaTv4clM

Retteketet.

PS: En dat blokje hieronder heb ik dus verschoven en nu krijg ik dat langs geen kanten weg. Tenzij ik opnieuw begin misschien. Maar heb ik geen zin in.
En ach, die rode schoentjes zijn wel schattig.



Een nieuw begin

Photo by Gayatri Malhotra on Unsplash

‘Een nieuw begin.’

Dat zou de titel moeten worden van mijn nieuwe blogbericht, zo vond hij.
Ik deed er lang over. Ik hoop dat hij er niet op zat te wachten…af en toe kijkend of ik intussen woorden had gebreid over dat thema. Tot zijn geduld het opgaf.

De eerste letter liet op zich wachten omdat er zoveel ‘moetens‘ waren, de laatste tijd. Tot ik gisteren volledig uitgeteld steeds weer in bed kroop tussen de gezamenlijke maaltijden door, omwille van de slapeloze en schrijnend huilerige nacht. Koude liet zich voelen tot in mijn ruggengraat. Het was pas in de ochtend dat ik me realiseerde dat ik mijn medicatie was vergeten innemen de avond tevoren. Getuige de pillen die nog steeds op mijn nachtkastje lagen te wachten.

Het was duidelijk te zien in de ochtend dat ik een hele nacht had gewoeld en gehuild. Zwaar opgezette ogen. Vochtkussentjes. Maar ja, ik zou tijdig opstaan…een eerste been uit bed zetten en het tweede erop laten volgen. Op een degelijk uur.
Mijn spiegelbeeld trotseren, dat ook. Ik zou mijn huisgenoot onder ogen komen.
Hij zei er niets over. Maar toen ik in de namiddag aangaf dat ik het moeilijk had gehad, vooral in de ochtend, had hij beaamd dat hij dat duidelijk had waargenomen.

En toch. Hij had diezelfde ochtend met schitterende ogen gezegd dat hij mijn woorden van de dag tevoren die nacht in overweging had genomen. En hij zou inderdaad mijn raad opvolgen en het pianospelen niet zomaar opgeven omdat het te moeilijk werd, op zijn leeftijd. Traagheid en coördinatieproblemen, waardoor hij geen plezier meer had in het spelen. Het spelen van moeilijke stukken, waar hij zo hard voor had gewerkt en zo bekwaam in was geweest.
Maar hij zou nu, zoals ik had gesuggereerd, andere partituren ter hand nemen, van stukken die eenvoudiger waren, van stukken die hij veel vroeger in de vingers had gekregen. En ja, hij had het al ondervonden, daar vond hij inderdaad nog steeds plezier in.

Ik luisterde naar zijn relaas, was dankbaar dat hij mijn woorden in overweging had genomen, sloot na het ontbijt de keukendeur achter me. En bij de eerste treden naar mijn kamer kwamen weer de tranen tevoorschijn. Tranen die me bevestigen dat ik niet ‘genoeg’ ben. Tranen die me steeds weer vertellen dat de ziekte die ik te dragen heb zwaar weegt. Inspanning vraagt. Tranen die cumuleren omdat zo weinig mensen lijken te begrijpen dat mijn leven niet zo evident te noemen is als blijkt uit mijn handelen.

En daar zijn ze weer, die tranen van me. Dat fabriekje lijkt nooit te stoppen met werken. Overuren worden daar gedraaid, op onmogelijke uren.

Maar kijk. Waar ik toe wou komen is dat vandaag mijn weg een bochtje maakte. Neen, niet mijn weg, de ‘ik’ die ik gisteren nog was besloot een andere richting uit te gaan. Weg van de ‘moetens’. Weg van de ulteame oplossing van vannacht die in Wemmel ligt, naar de ultieme oplossing die in ‘zijn’ ligt.
Mijn soort van zijn. Met pijn, daar kan ik niet onderuit. Maar met een andere invulling van tijd. Tijd om zelf in te vullen in overeenstemming met de energie die leeft. Tijd om te zijn, luisteren, observeren, verbinden, proeven, ontdekken…een nieuwe richting uit te gaan.

En bij mijn ‘tijd‘, mijn ‘zijn‘, hoort ‘schrijven’.

Ik ben een dik kwartier geleden ‘thuisgekomen’. Mijn huisgenoot zei zodra ik een voet binnenzette dat het fragment dat ik hem vanmiddag doorstuurde, een fragment dat ik vond in het dagboek van Wannes van de Velde, ‘interessant’ was.

‘Onder de woorden blijft het wit bestaan en maakt de woorden mogelijk.’ Dat waren de woorden die ik uit de dikke bundel oppikte. Die me deden besluiten de bundel aan te schaffen. Tja, sommige dingen veranderen niet…
En ik voelde dat ik het schrijven miste. Het niet moeten, maar willen schrijven van woorden die me deugd doen.

En hoe ik intussen ook heb besloten vanaf nu mijn schuilgaan achter een pseudoniem open te stellen voor nader onderzoek.

Als ik de les van vanavond goed begrepen heb, draait voor Pierre Hadot de filosofie rond ‘de manier om in het leven te staan.’
Ik heb vandaag een manier gevonden die me deugd deed. Ik heb daarbij niemand kwaad gedaan. De wereld geen onrecht aangedaan. Mezelf troost gegeven. Geborgenheid. Ik ben recent vijftig geworden. Een kind nog…

Misschien bestaat mijn levensKunst erin om steeds weer woorden te vinden die mijn pijn verzachten. Dat lotgenoten in die woorden troost vinden, is een mooie surplus.

Ik hoop dat hij dit leest. Hij is één van de mooiste, puurste mensen die ik ooit heb ontmoet. Hij deelde zijn intense pijn. Zijn angst. Ik probeerde beide wat te verzachten. Hij had me graag. Ik hem ook.
We deelden geen gegevens. Omdat hij slechte ervaring had met het delen van gegevens en het opnemen voor lotgenoten.
Ik begreep dat. Ik respecteerde dat. Maar ik draag hem in mijn hart.

Ik wens hem toe dat hij mooie woorden vindt, als hij er het meest nood aan heeft.

Ultieme woorden, die zacht zalven.
De ultiemste woorden zullen diegene zijn, die hij zelf schrijft, denk ik.
Hij is de zachtste woorden waard!